Maand: maart 2014

Nederland redt Jakarta van zinken

Jakarta historisch museum

De echte titel van het artikel in de Jakarta Post is net iets anders, maar het is wel waar het op neer komt. Jakarta zinkt en Nederland gaat proberen dit te voorkomen. De Jakarta Post bericht op zaterdag 29 maart: ‘Een Nederlandse delegatie bezoekt Jakarta van 30 maart tot en met 4 april om concrete water- en havenprojecten te bespreken.’

‘De delegatie, aangevoerd door Minster Schultz van Haegen, bespreekt binnenkort met Indonesische ambtenaren een ‘master plan’ om de steden Jakarta en Surabaya  te beschermen tegen het water en kustontwikkeling mogelijk te maken.

‘Jakarta zinkt tussen de 4 en 10 centimeter per jaar. Ook brengt verstedelijking de drinkwatervoorziening in gevaar,’ verduidelijkt de krant.

De stad waar veel Indischen zijn geboren zal dus niet ‘van de kaart verdwijnen’, is de voorspelling.

Cafe Batavia in Jakarta

Cafe Batavia in Jakarta

Sommige Indischen die terugkeren naar de plek waar ooit hun wieg stond, herkennen er nog weinig. Er is teveel veranderd zeggen ze en dat is natuurlijk ook  niet zo gek. Jakarta is in de loop der jaren ontwikkeld tot een wereldstad met 29 miljoen inwoners.

De Kota, het oude gedeelte van de hoofdstad, ook wel oud Jakarta of oud Batavia genoemd, ademt hier en daar de oude sfeer van toen uit. Een aantal oude statige pakhuizen doet nog dienst als opslagruimte, maar verkeren in zwaar verwaarloosde staat. Het voorgenomen plan om het oude verloederde deel nieuw leven in te blazen en het wellicht tot een kunstcentrum om te toveren, is nog niet gestart.

Het voormalige economische hart van Nederlands-Indie is een redelijk interessante trekpleister. Met de taxi is het (buiten de spitsuren) aangenaam toeren door het oud Batavia. Het centraal gelegen Fatahillah plein is eigenlijke de enige rustige plek om te wandelen. In het oude stadhuisgebouw is het Jakarta historisch museum, ook wel Fatahillah museum genaamd, gevestigd. Ook huist aan het plein Cafe Batavia, een restaurant ingericht volgens koloniale stijl, die de bezoeker terugbrengt naar vervlogen tijden.

Lees hier het complete artikel van de Jakarta Post

Advertenties

De sporen van opa

bovenkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Mijn oma zelf heeft in een interneringskamp gezeten samen met haar zus en diens kinderen. Toen haar zus ziek werd, zorgde mijn oma voor het kroost, zelf had zij nog geen kinderen. Omdat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Zo denken mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt, waarvan ik als derde generatie Indische er een van ben. De oorlog voelt voor buitenstaanders als een film waarin erge dingen gebeuren, maar echt vreselijke wreedheden niet voorkomen, want dat zou te erg zijn. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.

C.W. de Rozario

Interneringskaart
Ongeveer een week geleden ben ik begonnen met het lezen van de site Javapost.nl. De verhalen over de Tweede Wereld Oorlog grepen me enorm aan, ik kon gewoon niet stoppen met lezen. Dagen achtereen nam ik alle artikelen uit het archief dat in 2010 begon, gretig tot me. Een artikel over het Nationaal Archief vertelde me dat interneringskaarten digitaal zijn op te zoeken via de site gahetna.nl. Twee jaar lang hebben ze over dit klusje gedaan, waardoor nu meer dan 28.700 kaarten in de database zijn op te zoeken.

Met een klik op de link zat ik op de zoekfunctie van de site waar de gevens van Marine en KNIL-ers zorgvuldig zijn vereeuwigd. Ik bedacht me dat mijn opa geen KNIL-er was, hij werkte immers bij de KPM en zou hij niet zijn te vinden in dit systeem. Toch maar eens proberen, nieuwsgierig als ik ben. Na het intikken van de familienaam verschenen er prompt drie zoekresultaten. Mijn hart ging voelbaar sneller kloppen en ik klikte op de weergegeven naam van mijn opa met zijn geboortedatum.

Stap naar het verleden
Ik nam een slok van mijn koffie en voordat ik mijn kopje kon neergezetten, verscheen de interneringskaart van mijn opa al op mijn scherm. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier. De kaarten zijn altijd opvraagbaar geweest bij het Nationaal Archief, zo las ik op de website. Gelukkig is door internet de stap naar het verleden makkelijk gemaakt, anders had ik misschien nooit dit document opgevraagd.

Voorkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn ‘ontdekking’ verstuurde ik dezelfde dag per mail aan mijn vader en vroeg hem meteen waarom opa in dit bestand stond. Opa maakte na mijn weten geen deel uit van het KNIL, de aanwezigheid in dit bestand verwarde me. Mijn vader antwoordde per omgaande dat opa voor en tijdens de oorlog wel degelijk als militair heeft gediend. Hij voegde er aan toe dat opa ook in kampen in Japan en Manilla heeft verbleven. Ook nog in Manilla in de Filipijnen? Ik begon te begrijpen dat de Japanners aardig hebben ‘gezeuld’ met hun krijgsgevangenen.

Eerder huwelijk?
De scan van de interneringskaart liet zien dat mijn opa is opgepakt in zijn woonplaats Makassar, Celebes. Als correspondentieadres stond de naam van een vrouw genoteerd die ik niet kon plaatsen. Ik schrok eigenlijk bij het lezen ervan, want zo ver ik wist, was mijn opa ongehuwd tijdens de oorlog. Zou de naam zijn eerste vrouw vertegenwoordigen? Zo ja, had hij hier dan ook kinderen bij? Het verhaal dat mijn oma mij jaren geleden had verteld, begon voor mijn gevoel nu te rammelen. En dat allemaal na een eenvoudige zoektocht naar een document op internet. Mijn vader hielp mij gelukkig snel uit de brand over de vrouwelijke naam, het bleek de zus van opa. Eerlijk gezegd was ik hier blij om, er was geen sprake van een eerder huwelijk en mogelijke nakomelingen hieruit. Mijn vragen naar aanleiding van de genoemde vrouw kon ik wegstrepen.

Ontcijferen
Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen, ik werd er onrustig van. Het vertalen van de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin kon de tekst vertalen, al had ze moeite met sommige verouderde tekens die erop stonden. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki.

Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nog of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.
Onder het kopje Beroep stond manager en dat klopte niet met wat ik eerder van mijn vader had gehoord. Mijn opa was dus geen KNIL-er voor het uitbreken van de oorlog volgens dit document. De datum van gevangenneming stond genoteerd 3 maart 1942. Mijn vader had onlangs gezegd dat zijn vader in 1940 al ter werk zou zijn gesteld aan de Birma Spoorlijn. Ik wist uit de geschiedenisboeken dat de bezetting pas in 1942 in Indie was. Daarbij leerde een snelle online ‘search’ dat de bouw van de Birma spoorlijn in dat zelfde jaar is begonnen en niet eerder. Wat betreft het jaar 1940 liep ik vast. Ik ging opzoek naar een lijst van gevangenen in Thailand.

Fukuoka 2
De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Achter de notitie stond na een spatie het getal 17, wat kon duiden op een eenheid binnen dit kamp of wellicht een later transfer naar kamp 17? Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me. Ook verkondigde een site dat ‘slechts’ 10 procent van de gevangenen niet meer levend terugkeerden naar het land van herkomst. De overledenen, meestal door ziekte en honger, werden na de crematie bij een boedistische tempel bewaard.

Mijn gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krjigsgevangenen via de Filipijnen naar het land van afkomst. Helaas brak niet de tijd aan om bij te komen. De mannen moesten de wapens weer oppakken, want de voormalige kolonie was nog lang niet veilig.

Weinig interesse
In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Voor de generatie die de tweede wereldoorlog niet heeft meegemaakt zijn de verhalen slechts verhalen. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is. Tuurlijk, het is allemaal al lang geleden, maar de invloed van de oorlog zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Dat je dat als derde generatie ongemerkt voorbij kan laten gaan, kan ik me niet indenken.

Of mijn opa ook is opgeroepen tijdens de politionele acties, heb ik nog niet kunnen achterhalen. Na 1945 is hij met mijn oma getrouwd en zijn zij weer in Makassar gaan wonen. Op dat moment waren de zuiveringsacties van Westerling volop in gang op Sulawesi. In maart 1947, net voor het begin van de eerste officiele politionele actie onder leiding van de inmiddels omstreden Westerling, kwam mijn vader ter wereld.

(Dit artikel is eerder op 17 januari 2014 gepubliceerd op Javapost.nl)

De nieuwe Indo?

Luna Maya

Luna Maya, actrice/presentatrice in Indonesie, heeft een Indonesische vader en een Franse moeder.

Voor Indo’s in Nederland is de term Indo of Indisch duidelijk. Al is een vaak gehoorde klacht is dat veel Indischen de term niet goed kunnen uitleggen aan derden (niet Indischen). Nederlands-zijn maar toch niet helemaal, wortels hebben in Indië, een land wat niet meer bestaat. Verwarrend voor een buitenstaander.

Eenmaal wonend  in Indonesië, leg ik ook keer op keer de term Indo uit aan mijn Indonesische buren. Al snel wordt er bijgehaald dat veel ‘selebrities’ in Indonesie een gemengde afkomst hebben; Indonesisch-Frans, Indonesisch-Duits of Indonesisch-Arabisch. En ook deze ‘gemengden’ noemt men hier Indo. De bekendste Indo van het moment is de voetballer Irfan Bachdim, hij heeft een Duitse moeder en Indonesische vader. Anders dan veel gemengde bekende Indonesiers is hij niet in Indonesië geboren en getogen, maar in Nederland.

Koloniale afkomst
‘Maar een Indo uit Nederland (Indo-Nl) en een Indo uit Indonesië (Indo-Ind) dat is toch niet dezelfde Indo?’ vraag ik mezelf af. Het wordt ingewikkeld, hetzelfde woord krijgt er voor mij een nieuwe betekenis bij.
Ik denk verder na. Wat zijn eigenlijk de verschillen tussen Indo-Nl en Indo-Ind? Achter het woord Indo schuilt voor mij meer dan van gemengde afkomst zijn. En bovengenoemde selebrities zijn wel gemengd, maar gevoelsmatig niet dezelfde Indo’s als wij zijn, de Indischen uit Nederland.

Ik leg het verschil tussen Indo-Nl en Indo-Ind altijd als volgt uit: Indo’s uit Indonesie vieren op de Onafhankelijkheidsdag op 17 augustus en de Indo-Nl, de Indischen met een koloniale achtergrond, herdenken het einde van de Tweede Wereld Oorlog op 15 augustus. Er is geen bevrijdingsfeest voor Indischen op deze datum. Het uitroepen van de Onafhankelijkheid van Indonesië heeft voor de Indo-Nl hele grote gevolgen gehad onder meer voor de veiligheid. Uiteindelijk voelen de meeste Indischen zich gedwongen om te vertrekken uit de voormalige kolonie.

De Nederlandse Indischen hebben een andere cultureel historisch afkomst dan Indonesiers en daar zit voor mij het grote verschil tussen de Indo-Nl en de Indo-Ind. Het woord Indo past eigenlijk niet bij Indo’s uit Indonesië vind ik.

Koloniale Indo of Old School Indo?
Zijn ‘wij’ de oude Indo’s en ‘zij’ de nieuwe Indo? Ik kom er nu niet uit en dat is ook niet belangrijk. Onlangs zei een Indisch meisje uit de VS dat wij, de Indischen afkomstig uit het voormalige Nederlands-Indië, maar een nieuwe naam voor onszelf moesten bedenken. Dat gaat ver, maar als er behoefte aan is, waarom niet?

En wat moet die naam dan worden? Koloniale Indo? Old School Indo? Indo-Dutch? Of is het beter om de term Indo-Europeaan weer te hanteren? Diep in mijn hart weet ik hoe het Indisch-zijn in elkaar zit en dat is voor mij nu voldoende. What’s in a name anyway…

 

Voor alle generaties

In het boek Door Blauwe Ogen (2005) staan de Indische jongeren van de derde generatie in Nederland centraal. In de loop der jaren is er bij de auteur behoefte ontstaan om grenzen te verleggen, om alle Indische generaties te onderzoeken en ook buiten Nederland te kijken. In navolging van het boek volgt daarom dit online platform.

Het ‘Indische’ leeft
Geluiden uit de Indische gemeenschap, maken duidelijk dat er nog geen einde is gekomen aan het Indische tijdperk. Ook fysiek leeft het Indische voort met de jongste, inmiddels vierde, generatie. Er is behoefte om te praten, lezen, discussieren, ervaren en door te geven aan de volgende generatie over de Indische cultuur.

Met twee blogs, een Facebookpagina, een Twitteraccount, een Instagramaccount en een Youtube channel informeert het online platform Door Blauwe Ogen alle generaties over de Indische cultuur. Van lange zware stukken tot korte luchtige Tweets, die voorzien in een behoefte om de Indische cultuur levendig te houden.

 

Indische jongens in winterse kleding poseren met hun gitaren in Nederland