Maand: april 2014

Is hun oorlog ook mijn oorlog?

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Indie monument

De Indië Herdenking op 15 augustus is een hoofdstuk in het boek Door blauwe ogen. Het is een mager hoofdstuk, omdat de jongeren niet veel met dit onderwerp hadden. Ze herdenken niet of waren niet bekend met de datum 15 augustus.’ Toch proberen organisaties jongeren te betrekken op de jaarlijkse herdenkingen in het land.

Een stichting heeft mij onlangs gevraagd  hoe jongeren te interesseren voor de herdenking. Voordat ik de vraag kan beantwoorden waarom jongeren niet of nauwelijks herdenken, ga ik eerst na, hoe ikzelf tegenover deze speciale dag sta. De 15e augustus is een dag dat ik stilsta bij vroeger, de periode Nederlands-Indië, de oorlog, de kampen en de migratie. Het lijkt wel of het niet los van elkaar is te halen, het een heeft met het ander te maken.

Oorlog spreekt niet aan

De herdenking beleef ik sinds enkele jaren in het land waar het allemaal is gebeurd en dat maakt de gevoelens wel iets heftiger. Dat ik de herdenking een belangrijke plaats heb gegeven, is met de jaren gekomen. Als je jonger bent, spreekt een oorlog en geschiedenis niet zo aan. Toen ik jonger was, voelde ik de herdenking niet zo. Ik voelde niet dat de Tweede Wereldoorlog eigenlijk mijn oorlog is.

Kind Indie monument foto: S. de Rozario

Kind Indie monument foto: S. de Rozario

Stel vragen

Om jongeren te betrekken bij de herdenking is het, denk ik, van belang om de oorlog bij hun te laten ‘leven’. Verhalen van familieleden, die het persoonlijke leed overbrengen, zullen wellicht enige invloed hebben. Ik spoor ook altijd mensen aan een interview te houden met hun naaste verwanten. Stel vragen over de oorlog, de kampen, en wacht hier niet te lang mee, spoor ik hen extra aan. De mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt, zullen niet al te lang meer in ons midden zijn.

Voor ons

Waarom is de Tweede Wereldoorlog dan nu wel mijn oorlog? Door het onderzoeken, lezen en het zien van documentaires, ben ik me ervan bewust dat de geschiedenis van Indischen een aaneenschakeling van gevolgen is, die levens op allerlei fronten compleet hebben veranderd. Het is me duidelijk geworden dat de oorlog aan het begin van onze migratie staat. Met dat besef, ben ik gaan bewust gaan herdenken. Ik denk aan de weerstand die de mensen hebben geboden, het leed dat zij hebben ondergaan, de kracht die zijn hebben gehad om te overleven en het nemen van de beslissing om naar Nederland te emigreren. Dat deden ze ook voor zichzelf, maar op de eerste plaats voor het nageslacht, voor ons dus.

Tot slot een quote van Lennart (25)  uit het boek Door blauwe ogen (2005):

,,Ze hebben mijn opa en oma verschrikkelijk veel pijn gedaan, daar ben je boos om. Dat maakt je kwaad en verdrietig.  Hun verdriet wordt jouw verdriet. Dat gaat er niet meer uit.”

 

(Wil je meer weten over de Indië herdenking op 15 augustus, check http://www.indieherdenking.nl)

Advertenties

Indo naar de toko

Toko (warung) in Bali

Toko (warung) in Bali

Mijn wekelijkse bezoekje aan de toko bij ons in de buurt verloopt steevast volgens hetzelfde stramien. Ondanks dat ik routine verafschuw is dit iets waar ik toch elke keer weer blij van word.

Op die dag in de week heb ik geen zin om te koken. Koken is sowieso niet mijn hobby. Vaak verzucht ik terwijl ik (verplicht) kook: ‘Woonde ik maar in Indonesie, dan kookte ik echt nooit.’ Net als mijn vriendinnetje op Bali gewoon bedenken, wat eten we vanavond en dat dan……juist……afhalen. Afhalen op z’n Nederlands betekent meestal pizza, patat of Chinees. Gelukkig hebben wij een goede toko in de buurt dus bij ons betekent afhalen meestal Rames Speciaal, lumpurs erbij, spekkoek als toetje……’the works.’

Eenmaal bij de toko brengt de geur automatisch een glimlach van herkenning op m’n gezicht. Beelden van Indische familie van vroeger, de gezelligheid, het eten (vooral het eten), samen dansen en ook beelden van mijn andere vaderland waar ik in 2009 voor het eerst voet aan de grond zette. Hoe koud het in Nederland ook is, ik krijg het gelijk aangenaam warm.

Baik baik

De lieve Indonesische dame ziet me en haar gezicht licht op. Selamat…..begint ze en vervolgt met ‘Apa Kabar?’ Ik antwoord in mijn steenkolen Indonesisch terug dat het goed gaat. (Baik baik). Vraag haar ook hoe het gaat en probeer m’n bestelling vervolgens zo goed en zo kwaad als het gaat in het Indonesisch te doen. Ik kom niet ver maar ze is geduldig, leert me wat extra woordjes en blijft natuurlijk lachen.

Terwijl het eten warm wordt gemaakt, verlekker ik me nog even aan alle andere Indonesische produkten die in deze toko te koop zijn. Ik bedenk me altijd dat ik toch echt eens zelf kroepoek moet gaan bakken en misschien ook al wat boemboe’s moet meenemen om toch echt weer eens zelf uitgebreid Indisch te gaan koken.

Both worlds

De ping van de magnetron haalt me uit m’n gedachten. Het eten is klaar. Ik zeg ‘terimah kasih’ tegen de aardige dame (heb ondertussen al betaald natuurlijk) en natuurlijk ‘sampai jumpa lagi’ (zoals ze mij heeft geleerd).

Met een grote glimlach verlaat ik mijn ene vaderland om vervolgens buiten in mijn andere te stappen. Ik ruik de zoete geur van de in bloei staande bollenvelden. Fantastisch! En weer komt er een glimlach op m’n gezicht……best of both worlds!

 

Tjarda de la Combé

,,Mijn oma maakte mij Indisch”

Kathleen de Rozario-Baptist

Kathleen de Rozario-Baptist

Vandaag is het 102 jaar geleden dat u ter wereld kwam. Helaas bent u al een aantal jaren niet meer in ons midden. Deze dag denk ik extra aan u, mijn lieve oma. U heeft me altijd veel verteld over Indie, misschien meer dan goed voor me was op sommige momenten. Ik was 5 jaar oud en u vertelde me over het kamp en de oorlog. Maar ik klaag niet hoor, u heeft een Indisch kleinkind van me gemaakt en daarvoor ben ik u dankbaar.

Een tijdje geleden heb ik een verhaal over u geschreven met de titel Een ode aan het meisje van 100. Een kort verhaal over uw jeugd, uw ervaringen tijdens de oorlog en de migratie naar Nederland. Ik heb het nog niet gepubliceerd, ik durf het niet, maar dat gebeurt nog wel.

Het boek Door blauwe ogen heb ik ooit aan u opgedragen. Nu denk ik vooral was u nog maar hier.

Kiezen voor ontkenning

Ooit hoorde ik een oudere Indische dame zeggen: ,,Ik ben niet Indisch, ik ben Nederlandse. En ik ben ook geen Hollandse.” Het duurde even voordat ik  begreep dat zij met Hollanders, de volbloed blanke en ‘kasar’ bewoners in Indie bedoelde. Ook opmerkelijk was dat zij zich niet Indisch noemde, terwijl ze een gemengde afkomst had. Ze kon zich duidelijk  niet identificeren met de ‘Hollanders’ of de Indischen. Ik bleef echter achter met de vraag: waarom noemt zij zich niet Indisch terwijl ze het wel is? Hoe werkt dit ‘ontkenningsmechanisme’?

Kiezen voor de overheerser

Ten tijde van de kolonie werden nazaten van Europees Indonesisch gemengde huwelijken niet als volwaardige Nederlanders behandeld. Echter, hadden deze Indo-Europeanen, recht op de Nederlandse status. Dus als Indische (of Indo-europeaan)  mag je jezelf Nederlandse noemen, zoals de dame deed  die ik sprak. Maatschappelijk gezien namen de Indischen een tussenpositie in. ‘Boven’ hen bevonden zich de blanke Nederlanders en ‘onder’ hen de ‘inlanders’.

Het kwam voor, of het was altijd zo, wie zal het zeggen, dat de Indischen in Indie zich superieur voelden over de Indonesische bevolking en zich bovendien schaamde voor het Indonesische deel in hun eigen afkomst. Dit verschijnsel noemt Dr.Marlene de Vries in haar boek’ Indisch is een gevoel’, het koloniaal complex. Het kiezen van de kant van de overheerser en het ontkennen van een deel van jouw bloedlijn, ligt mogelijk ten grondslag aan de uitspraak van de Indische dame?

Na de migratie

In het boek De Indische naoorlogse generatie van Begemann lees ik dat het patroon van de Indische samenleving zich herhaalde in Nederland. De gevoelige tussenpositie van de Indo-europeanen tussen de Europese toplaag en de Indonesische bevolking, maakte dat zij zich sterk op de Nederlanders orienteerden. Iets vergelijkbaars gebeurden na de migratie ook in Nederland, zo stelt F.A. Begemann. Een opsomming van zijn bevindingen:

‘De druk om aan te passen in Nederland leidt in veel gevallen tot een ambivalente houding tegenover de eigen Indische cultuur.’ (Is het tijd om het Indische achter ons te laten?) Ten tweede: ‘Het Indische is niet iets dat je met enige fierheid kunt laten zien, maar dat je om ‘echt’ Nederlands te zijn het juist moet verbergen. Ook de houding van de Nederlanders speelden een grote rol. Het is de angst voor afwijzing door de Nederlanders die de migranten van hun wortels vervreemdt. Een negatieve houding van de Nederlanders, maakten dat Indischen, ook kinderen, zich tegen het Indische gingen afzetten.’ En als laatste beweert Begemann dat ‘als je je eigen wortels ontkent, je afhankelijk wordt van het oordeel van de Nederlanders.’ (Ik ben niet Indisch, gedraag ik me nu als een goede Nederlanders?)

Na het lezen van de onderzoeken, begrijp ik de oudere dame die haar afkomst deels ontkent, beter. De situatie in de voormalige kolonie en later in Nederland is van dusdanige invloed (geweest) dat mensen hun eigen afkomst simpelweg verloochenen. Ik denk dat veel mensen niet eens weten waarom ze doen zoals ze doen. Het heeft er wellicht wel voor gezorgd dat Indischen vaak niet veel weten over hun afkomst of cultuur.

 

Aanrader:

F.A. Begemann, De Indische naoorlogse generatie. Een uitgave van Stichting Pelita en ZorgOnderzoek Nederland

Twitter @3eGeneratieIndo

Als ik Indische generatiegenoten hoor spreken over kippensoep in plaats van soto, alles wat Indonesisch is, Indisch noemen of anders om en dat ‘de Nederlanders tijdens de Bersiap-periode de Japanners hebben verjaagd’, dan weet ik dat er nog genoeg werk aan de winkel is.

Volg Door blauwe ogen nu ook op Twitter @3eGeneratieIndo.

Verfraaien van het verleden

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Naar aanleiding van mijn eerste artikel voor het blog Java Post (17 januari) over de interneringskaart van mijn opa, heb ik een aantal verzoeken gekregen. Vier vrienden vroegen of ik de interneringskaart van hun opa wilde laten vertalen. Zo gezegd, zo gedaan. Opmerkelijk was dat de informatie van twee van de vijf kaarten (inclusief die van ‘mij’) niet strookt met het verhaal zoals dat is verteld. In mijn artikel is te lezen dat mijn opa volgens de Japanse administratie helemaal niet in Thailand is geweest, terwijl ik toch altijd heb gedacht dat hij aan de Birma Spoorlijn heeft gewerkt. En de opa van de geïnteresseerde vriend vernam uit de vertaling dat zijn opa wel is geïnterneerd geweest, terwijl hij dacht dat opa wegens uitzonderlijke redenen buiten het kamp had verbleven. De overgeleverde verhalen kunnen soms anders zijn dan de feiten op papier. Wat klopt en wat klopt niet aan het verleden? Documentatie versus opwaardering van de feiten?

Het is een logische aanname dat familiegeschiedenis die van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, verandert door de jaren heen. Door het afnemen van het geheugen, verwarring onder familieleden en het ontbreken van documentatie kunnen verhalen die uiteindelijk de jongste generatie bereiken, anders zijn dan de werkelijkheid. Per ongeluk anders of opzettelijk gekleurd?

Javaanse prinses

Vriend V. belde me onlangs met de vraag of ik hem kon helpen met het compleet maken van zijn stamboom. De grote onbekende is zijn oma, zij is de moeder van zijn vader en tweede vrouw van zijn opa. Volgens de verhalen die hem zijn verteld, is zijn oma een Javaanse prinses. Zijn hele stamboom is uitgewerkt, maar over deze mysterieuze prinses is niets te vinden. En dat is precies waar mijn eigen vader ook op stuitte toen hij zijn familiestamboom naging. Over zijn oma, een Javaanse vrouw (nee, geen prinses) met slechts een voornaam, is niets te vinden. In 2011 heeft hij haar graf en mogelijke nakomelingen gezocht in Jakarta en Bogor (haar woonplaats tot 1958), maar keerde zonder succes terug naar huis. Ik vermoed dat de oma van vriend V. niet van adel is, maar ‘slechts’ een Javaanse vrouw, net als vele andere oma’s en moeders.

Ik heb het vaak meegemaakt; de situatie waarin de werkelijkheid op het ongeloofwaardige af wordt verfraaid’. Je hoeft maar een paar gesprekken met Indischen te voeren en je krijgt minstens een keer te horen dat ze van adel zijn. Een heuse prinses is generaties terug in de familie gekomen. Als ik surf op internet, lees ik binnen vijf minuten dat het fenomeen Javaanse prinses vaak een mythe is. De zoektocht van vriend V. naar zijn oma is nog niet afgerond en het zou zo maar kunnen dat zij een echte Javaanse prinses is. Want het verweven van Indonesische adel in Indische of Hollandse families is niet uniek. Een Javaanse vorst had naast een of twee officiële vrouwen ook veel bijvrouwen en daardoor vele prinselijke nakomelingen. De uitkomst van het onderzoek, prinses of niet, hoop ik in een volgend verhaal te vervolgen.

Gebrek aan eigenwaarde

Een leugentje om bestwil, is zo gemaakt. Een inlandse slavin, ook wel bekend als njai, die na het verwekken van de kinderen bij haar man, voorgoed wordt teruggestuurd naar de kampong, is ook geen mooi verhaal om de nazaten te vertellen. Dat opa zijn Javaanse schone, aan het hof van de sultan heeft ontmoet, is wél een goed verhaal. Deze opwaardering van het verleden is een raar, maar voorkomend verschijnsel. Is het door gebrek aan eigenwaarde dat men het verleden graag mooier maakt dan die in werkelijkheid is?

Verzaakt

Het belang van het doorgeven van de juiste informatie is, overbodig om te melden, erg belangrijk. Met het verdwijnen van de eerste generatie Indischen, gaat een schat aan informatie verloren. Ik zet me in om de geschiedenis te onderzoeken waar nodig, zoals in het geval van mijn opa tijdens WOII. Als ik onze familiestamboom bekijk, is onze tak onvolledig ingevuld. De naam van de ‘inlandse’ vrouw Kanie is inmiddels toegevoegd. Mijn vader is al jaren opzoek naar familieleden in Nederland en Indonesië om de familiegegevens volledig te krijgen. Mocht hij ermee stoppen, dan zal ik het stokje overnemen. Uit plichtsbesef tegenover van mijn voorouders.

Ook het schrijven over de Indische cultuur gezien door de ogen van een Indo van de derde generatie doe ik omdat ‘het moet’. Niets moet natuurlijk, maar wanneer ik Indische generatiegenoten hoor spreken over kippensoep in plaats van soto, alles wat Indonesisch is, Indisch noemen of anders om en dat ‘de Nederlanders tijdens de Bersiap-periode de Japanners hebben verjaagd’, dan weet ik dat er nog genoeg werk aan de winkel is. Veel (voor)ouders hebben verzaakt om de Indische geschiedenis door te geven aan de jongeren. Ik mag mensen hiervoor geen verwijt maken, want ieder heeft hiervoor zijn of haar eigen gegronde redenen. Dat mensen hebben gezwegen, geeft mij juist enorme motivatie om te schrijven over de Indische cultuur, de geschiedenis en de toekomst. Wederom uit verantwoordelijkheidsgevoel voor de Indische ouderen, maar ook voor de nieuwe vierde generatie.

 

Dit verhaal, geschreven door S. de Rozario,  is op 3 februari 2014 geplaatst op Javapost.nl, hét online magazine over de geschiedenis van Nederlands-Indië.

Een bezem ‘helemaal uit Indië’

Sapulidi

Het stond in de hoek van de badkamer en o wee als we er aankwamen. Dan werd mijn oma erg boos, terwijl ze sdat zelden werd op mij en mijn broer. Maar wat was dat sprieterige ding dat ik daar zag? Het leek wel de roe van zwarte Piet! Een attribuut om een pak rammel mee te krijgen leek het sowieso.

Het heette sapu lidi en het kwam helemaal uit Indië, werd mij uitgelegd. De sapu lidi was gemaakt van de harde nerf van kokospalmbalderen en diende als bezem voor in en rond het huis. Om te vegen en waarschijnlijk ook die pak rammel te geven. Ik vond het zo’n grappig voorwerp, want niet allerdaags,  dat ik het wel moest aanraken. Waarom werd mijn oma zo boos als ik dat deed?

Op mijn lagere school kende niemand van mijn vrienden de sapu lidi, dus daar vond ik ook geen antwoord op het mysterie rondom die bezem uit Indië. Waarschijnlijk dacht oma dat ik het kapot zou maken. Ik merkte aan haar dat het een speciaal voorwerp voor haar was.

De sapu lidi is meegekomen naar Nederland toen het gezin van mijn vader per vliegtuig naar het nieuwe onbekende land begin jaren ‘60. Het kan niet anders, dat  het mee te nemen aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen heb ik een sapu lidi in huis zien staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Eenmaal wonend in Indonesie, heb ik zelf ook een aantal sapu lidi’s. Het is voor mij meer dan een bezempje, waarmee de bladeren worden bijeengeveegd of het matras wordt ‘geklopt’. Het is een voorwerp dat ‘helemaal uit Indië kwam’. Spullen uit het verre Indië werden eenmaal in Nederland nu eenmaal gekoesterd, ook al was het maar een eenvoudig voorwerp.

Hoe dan ook, ik ga te weten komen wat de sapu lidi zo belangrijk maakt(e). Ik hou van onderzoeken en ga zeker iemand vinden voor de oplossing. Dit verhaal gaat een mooi staartje krijgen, wordt vervolgd!

 

,,Ik houd van countrymuziek”

Op de vraag over hun passies die ik stelde aan Indische jongeren, luidde het antwoord vaak ‘muziek’. Hier een aantal foto’s en quotes uit het boek Door blauwe ogen van het hoofdstuk Passie.

Patrick de Rozario, fotograaf M.Fleskens

Patrick de Rozario

Mijn interesse in muziek houdt absoluut verband met mijn Indische afkomst. Op mijn vijfde hield ik voor het eerst een gitaar vast en speelde ik countryliedjes.

(Patrick, 34 jaar, Onderwijsassistent, 2005)

 

Richard Surie

Richard Surie

Ik kan zo’n beetje alle instrumenten bespelen. Muziek is mijn passie en of ik bekend word zie ik dan wel. Ik geniet van muziek maken en ook om op te treden.

(Richard, 31 jaar, muzikant, 2005)

 

Ruben Fernhout

Ruben Fernhout

Alles draait bij mij om muziek. Daar heb ik ook mijn broodwinning van gemaakt. Dat ik nu met muziek bezig ben, komt ook omdat er thuis altijd krontjong en country opstond.

(Ruben, 31 jaar, Ondernemer, 2005)

 

Bovenstaande foto’s zijn afkomstig uit het boek Door blauwe ogen (2005). Voor dit boek zijn 36 jonge Indische geinterviewd over het Indish-zijn. Hier zullen regelmatig pagina’s uit het boek worden gepubliceerd. (Foto’s van M. Fleskens, interviews door S. de Rozario)