Maand: december 2014

Passie om de Indo te beschrijven

Waarom heeft het boek Door blauwe ogen deze titel gekregen? En waarom  is de schrijfster zo gedreven de Indo te (blijven) onderzoeken? Deze week een interview met Sabina de Rozario, initiatiefnemer van het platform Door blauwe ogen en auteur van het gelijknamige boek.

Om te beginnen met een directe vraag: Ben je Indisch?
Ja, ik ben een telg van de derde generatie Indischen in Nederland. Mijn Indische vader is geboren en deels getogen in Indie, later Indonesie. Mijn grootouders zijn allebei Indisch dan wel Eurasian. Ik ben in Nederland geboren en getogen, maar woon nu bijna 5 jaar in Indonesië. Ik ben Indo in hart en nieren, maar ben ook trots op mijn Nederlandse afkomst uiteraard.
Voor alle auteurs van het platform geldt dat ze Indisch zijn, ze hebben allemaal minstens een Indische ouder.

Een pagina uit het boek Door blauwe ogen

Een pagina uit het boek Door blauwe ogen

Je bent auteur van het boek Door Blauwe Ogen uit 2005. Waarom heb je het boek geschreven?
Het boek is ontstaan uit het idee om de derde generatie te presenteren, want ik vond dat er weinig aandacht voor ons was. Ik wilde onderzoeken in hoeverre we ons Indisch voelen, zonder Indië te kennen. Specifieker, ik wilde mijn Indische oma laten zien hoe haar kleinkinderen Indisch zijn in Nederland. Aan haar heb ik het boek mogen opdragen.

Waar staat de titel Door blauwe ogen voor?

Blauw heeft op een aantal manieren met de Indische gemeenschap en cultuur te maken. Blauw refereert naar de kleur van de KNIL-uniformen en het scheldwoord wat ooit voor Indischen is gebruikt. Al wordt Blauwe tegenwoordig door jongeren steeds vaker als een geuzennaam gezien. De verhalen in het boek worden verteld door de ogen van de derde generatie, die elke kleur kunnen zijn, ook blauw.

Deel interview met Ruben in Door blauwe ogen

Deel interview met Ruben in Door blauwe ogen

Hoe merkte je dat men het boek waardeerde?
Ten eerste door de reacties van de lezers, van jongeren, maar zeker ook van de oudere generaties. Het boek werd gebruikt om de gesprek over Indië te beginnen, zo vertrouwde mensen mij toe. Het grootste compliment tot nu toe. Zelfs nu nog krijg ik mailtjes van mensen die het boek willen kopen. Veel studenten hebben het boek ook gebruikt voor een scriptie.
Ten tweede heeft het boek veel aandacht gekregen van de media. Bijvoorbeeld tijdens de NOS-uitzending van de Indië-herdenking op 15 augustus in 2005. Twee jongens uit het boek, Dinand en Dennis (van de band Kane), werden tijdens de uitzending geinterviewd. Het boek lag nadrukkelijk aanwezig op de salontafel.

Fiona vertelt een anekdote in Door blauwe ogen

Fiona vertelt een anekdote in Door blauwe ogen

Na het boek volgt nu het platform (de website met de blogs), is dat een logische stap?
Het idee voor een platform is gekomen door de geluiden die ik hoor binnen de Indische gemeenschap. Er is nog steeds behoefte om te praten over Nederlands-Indië, Indisch-zijn en een mogelijke zoektocht naar de afkomst. Niet alleen van ouderen, maar zeker ook van de jongste generaties. Aan dit ‘gesprek’ wil ik graag mijn bijdrage leveren. Ik wil schrijven over de Indische cultuur van vroeger, nu en, heel belangrijk, de toekomst.

Wat voegt het platform Door blauwe ogen toe aan de websites over de Indische cultuur die er al zijn?
Veel Indische sites schrijven over het Indië van vroeger. Het zijn vooral de mooie tijden en herinneringen die in stand worden gehouden, wat niet heel gek is. Ik raad iedereen ook aan deze sites te lezen, vooral Javapost.nl, het is immers een deel van de overdracht van het Indisch erfgoed. Ikzelf wil niet teveel over vroeger schrijven, als derde generatie kan ik niet teren op die verhalen, ik heb Indië immers niet meegemaakt.
Dus hoe dit platform zich onderscheidt: Als nieuwe generatie moeten we onszelf manifesteren als Indo van deze tijd. Ik koester de verhalen over vroeger, maar voor mezelf wil ik vooral vooruit kijken. Ik denk bijvoorbeeld na over hoe de Indische cultuur en gemeenschap zich ontwikkelt na jaren in Nederland te zijn en schrijf daar over. Ik wil niet teren op de herinneringen van de oudere generaties, maar mijn eigen Indische moderne beleving beschrijven.

Wat is jouw passie?
Ik ben op zoek om de definitie Indisch compleet te maken. Nu ik in Indonesië woon, ga ik verder met mijn onderzoek naar Indischen en de cultuur. Aan de ene omkant is het een voordeel dat ik in het moederland ben, al is het nu geen Indië meer. Als Indo kan ik hier veel terugvinden als het gaat om mijn roots. Aan de andere kant biedt de fysieke afstand van Nederland een voordeel, omdat ik nu met afstand naar de Indische gemeenschap kan kijken.
Via dit platform wil ik iedereen op de hoogte houden van mijn nieuwe ondervindingen. In tegenstelling tot het boek, dat gaat over de Indische jongeren in Nederland, is dit platform voor alle Indische generaties, waar ook ter wereld.

 

Voor reacties op het platform of informatie over het boek Door blauwe ogen, mail naar: doorblauweogen@gmail.com

Pulang kampung

De geboortegrond is voor Indonesiërs de belangrijkste plek die er is. Je bent er geboren, getogen en je gaat er ook weer dood. Al is dit laatste een beetje sentimenteel, maar zo voelen velen het wel. Mocht je door omstandigheden niet meer in het ouderlijk huis wonen, vanwege werk, ruimtegebrek of zelfs ruzie met de familie, dan is het tijdelijk terugkeren nog altijd een belangrijke gebeurtenis. De term Pulang kampung (oude spelling: poelang kampoeng) heeft ook een populaire versie: Pulkam.

De grote pulkam-uittocht uit Bali is jaarlijks vlak voor de Ramadan eindigt, als de migranten, de meeste komen van Java, verplicht naar huis gaan. Op de straten op Bali heerst een opvallende stilte voor een week of twee. De Balinees gaat ook regelmatig pulang kampung, hij gaat dan naar zijn ouderlijk huis of het familiehuis van moederskant. Pulang kampung klinkt in mijn oren altijd als een grote onderneming, waarbij tassen vol kadootjes en eten worden meegenomen, die honderden zo niet duizenden kilometers moeten afleggen voordat ze het einddoel bereiken.

Romantisch beeld
Toen ik begin vorig jaar het plan had opgepakt om naar de geboortestad van mijn vader af te reizen, begonnen bij mij de verwachtingen te groeien. Romantische beelden van een spelende vader in de straat, een oma zittend op de veranda kwamen in mijn hoofd voorbij. 20 jaar geleden ben ik voor het eerst in Makassar op Sulawesi geweest, maar door een voedselvergiftiging heb ik het uitje naar het huis en school van mijn vader moeten missen.

Ik kondigde bij mijn vrienden aan dat ik pulang kampung ging, iets waar de terugreis meebegint, de voorpret. Iedereen vroeg of ik naar Nederland ging. Nee, ik ga naar Makassar, het geboortehuis van mijn vader bezoeken, pulkam! Heb je er nog familie wonen? Nee, het huis is niet meer in het bezit van de familie en verder ken ik niemand die in Makassar woont. Een gegeven dat veel vragende blikken opleverden.

Eenmaal in Makassar, kon ik niet wachten om door de straten uit de tienerjaren van mijn vader te slenteren, zijn school te bezoeken en het huis waar hij al die jaren had gewoond te bezoeken. Ik kende de plekken slechts van foto’s. Zijn in de stad van mijn vader, maakte me opgewonden, en tegelijk vond ik het jammer dat hij er niet bij was.

Fruitverkoper

De volgende dag vertrokken mijn man en ik richting de oude buurt van mijn grootouders en mijn vader. Per becak (oude spelling: betjak), zo idylisch ook, lieten we ons vervoeren naar de juiste straat. De becakrijder was al aardig op leeftijd en mede daardoor ging het voortbewegen niet zo snel. Het ritje voerde de spanning aardig op en bij elke straathoek dacht ik dat we er waren.

School
Bij het inrijden van een kleiner straatje blokkeerden schoolkinderen halverwege onze doorgang. Ze hadden pauze en kochten bij een stalletje een drankje en snoep. De papiertjes gooiden ze op de grond. Achteloos keek ik naar het bord waar de naam van de school op stond. SMP Frater las ik en laat dat nu de school van mijn vader zijn geweest! We stapten uit het nauwe zitje van de becak en gingen het gebouw binnen. Ik heb leuke foto’s kunnen maken van kinderen, ze speelden op dezelfde plek als mijn vader deed, bijna 60 jaar geleden.

Schoolkinderen van de SD

SMP Frater

Op slot
Uit de verhalen van mijn vader over vroeger wist ik dat zijn huis vlakbij de school moest staan. De straat was inmiddels van naam veranderd, twee keer zelfs, gelukkig had ik het nieuwe adres. Binnen vijf minuten na het verlaten van de school, stonden we voor het bescheiden huisje waar mijn grootouders met de familie van oma’s zus hebben gewoond. De groene luiken waren gesloten, de veranda werd bewaakt door een hond aan een ketting. Een dik slot aan het hek hield mensen van het erf waar ook een auto stond geparkeerd. Er zou zomaar iemand thuis kunnen zijn. De achterzijde van het huis, het leek een nieuw aangebouwd stuk, was wel toegankelijk. Er was een verfwinkeltje gevestigd. Op de vraag of we het huis van binnen mochten bekijken, verdween een winkelmedewerker door een deur achter in de winkel.

Het ouderlijk huis op de hoek van de straat

Het ouderlijk huis op de hoek van de straat

Mijn pulang kampung was nu een feit, ik was teruggekeerd naar de geboortegrond van mijn vader. Of het me iets deed, terwijl ik daar zo stond te wachten? Jazeker. Tijdens het wachten herinnerde ik me het verhaal dat mijn vader ‘s avonds thuiskwam maar dat hij niet naar binnen kon, het hek zat, net als nu, op slot. Hij riep de bewaker in dienst, maar die ‘lag natuurlijk weer te slapen.’ Het duurde even voordat het hek open ging. Ik zie hem daar zo staan, ook al ben ik er niet bij geweest, wachtend en roepend met zijn fiets in de hand.

De winkelbediende kwam na een tijdje terug. ,,Maaf ibu, de eigenaar is niet thuis en de pembantu wil u niet binnenlaten.” De teleurstelling was van mijn gezicht af te lezen, want ze stelde direct voor om morgen terug te komen, dan zou de eigenaar wellicht thuis zijn. Helaas zouden we dan de stad al hebben verlaten, richting Menado. De vlucht was al geboekt.

Een gewoon huis
Slenterend door de oude Nederlandse wijk, voelde ik niks meer van het gevoel dat ik eerder had. Ik realiseerde dat de aanwezigheid van mijn vader vandaag een must was om het verleden terug te halen naar het heden. Pulang kampung was uitgelopen op een tegenvaller, ook omdat ik teveel verwachting had gehad. Zonder mijn vader was dit huis maar gewoon een huis. Met een nieuwe bewoner, een waakhond en een gesloten hek. Vroeger bleef vroeger en ik kwam niets te weten van de sfeer waar mijn vader in heeft gewoond en gespeeld.

Ik ben er achter gekomen dat Pulang kampung meer is  dan teruggaan naar het familiehuis. Het is teruggaan naar de veilige plek, de warmte, het nest. En dat nest is pas compleet met ouders en familie en de bijbehorende verhalen. ,,Pap, ga je volgende keer mee, om het plaatje volledig te maken?”

(Dit is een verkorte versie van het complete verhaal Pulang Kampung geschreven door Sabina de Rozario.

Keuzes maken

Bijdrage Sabina de Rozario

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indië, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Hier het antwoord van Sabina op de mail van Evert (zie post Mijmering) waarin zij schrijft over het herkenbare beeld van de oude Indische man.

Vrouw aan het werk

Beste Evert,

Het is een mooie mijmering die jij beschreef en ik herken het beeld van de oude man waarvan het gevoel van zijn gezicht is af te lezen. Ik noem het zelf een afwijking, maar ik vertrouw het je graag toe: Ik kan uren kijken naar oude Indische oma’s en opa’s die ik tegenkom op straat of op een andere plek, ook al ken ik hen niet. Hoe ze bewegen, keuvelen of juist hard werken, het pakt mijn aandacht en laat me niet meer los.

Op het strand van Kuta, waar ik voorheen veel dagen heb doorgebracht, lopen veel verkopers die inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt. Ik kijk naar hun monden half gevuld met tanden, de gerimpelde huid die door de zon lederachtig is geworden. Ik bestudeer hun knokkels, de zichtbare aderen op de handen, de karakteristieke groeven in het gelaat, de zware spullen op het hoofd dragend.

Waarom kijk ik met zoveel aandacht naar deze oudere verkopers? Heb ik medelijden met hen? Ja, dat heb ik en daarom probeer hen te steunen door iets van hen te kopen. Maar medelijden niet is het enige, het gaat verder. Ik zie mijn eigen oma in de oude Indonesiërs die op het hete strand hun waren proberen te slijten. Mijn grootouders zouden zomaar één van hen kunnen zijn, als ze een andere keuze hadden gemaakt. Maar zij maakten  de ‘juiste’ keuze en vertrokken in 1961 vanuit Makassar naar Nederland.

Hoeveel Indischen, die als eerste in Nederland aankwamen, zijn er nog, vraag jij je af. Waarschijnlijk een flink aantal, al moeten ze minstens 90 jaar oud. Ik wil vooral weten of ze ooit hebben kunnen wennen aan het nieuwe land.

Wij, de nazaten van deze generaties, hebben de taak om ons te bekommeren over deze generatie. De ‘oudjes’ waar ik uiterst veel respect voor heb, ik koester hen en hun afkomst, hun strijd die zij hebben geleverd om onze toekomst veilig te stellen door te vertrekken uit hun moederland. Hoe vaak zullen zij hebben teruggedacht aan het moment dat zij de beslissing namen om huis en haard achter te laten? Momenten van spijt, hebben zij die ook gehad? Berusten ze echt in gelatenheid, zoals vaak van de buitenkant lijkt?

Deze vragen heb ik mijn eigen oma weleens gesteld. Door haar antwoorden realiseerde ik me dat de keuze weleenswaar vrijwillig was, al was het kiezen uit twee kwaden. Ze hebben in Nederland een betere financiele situatie proberen te creëren, door alles wat hen lief was achter te laten. Evert, wat ik graag wil weten, heb jij, als tweede generatie Indo, aan jouw ouders ooit vragen durfen stellen over de beslissing die zij lang geleden hebben moeten nemen?

Met groeten,
Sabina

 

 

Mijmering

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indie, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Deze keer mailt Evert over de weemoed en verlangen van de Indo. Hij vraagt zich af wie zich nog bekommert over de oude Indo tegenwoordig:

Beste Sabina,

Ach het is al zo vaak gezegd. Het dreigt sleets te worden. Het begrip “Indisch” is nauwelijks of niet te omschrijven. Er past geen wetenschappelijke antropologischedefinitie bij. De enige zinnige, maar desondanks ongrijpbare omschrijving is dat Indisch een gevoel is. Het is een complex begrip dat alleen mede invoelbaar is door andereIndischen die het gevoel ook kennen en met wie je het soms zelfs woordloos kunt delen.

Gespletenheid
Het is een ervaring die verschillende aspecten in zich heeft. Een gevoel van trots op de tweezijdigheid van je culturele achtergrond, maar daardoor ook van een gevoel van gespletenheid. Soms een gevoel van weemoed en verlangen naar het land van herkomst, een gevoel van ontheemd zijn. Soms voel je je niet begrepen en hou je angstvallig emoties onuitgesproken.

Laatst reed ik met mijn vrouw naar de toko om onze wekelijkse voorraad Indische gerechten enzovoorts te halen. Mijn vrouw is na al die jaren goed op de hoogte van de Indische keuken en lekkernijen waar ze mij een plezier mee doet. Ze gaat dan ook alleen de toko in en ik blijf in de auto, gewoon omdat ik een hekel heb aan op mijn beurt wachten.

Berustende gelatenheid
Terwijl ik zat te wachten komt een oude Indo uit de toko met in elke hand een volle tas . Het was guur, het regende en er stond zo’n dunne wind. Dat typische Hollandse weer waar je je nauwelijks op kan kleden. De man bleef staan, zette zijn tassen neer en dook dieper in zijn kraag terwijl hij kouwelijk zijn smalle schouders optrok. Hij draaide een shagje in zo’n Indische torpedovorm en stak er met enige moeite de brand in. Je zag dat hij genoot van zijn rokertje.

Hij draaide zijn hoofd een kwartslag waardoor ik hem vol in het gelaat zag. Dat gelaat trof me diep. Een oud gebruind gezicht met donkere ogen waaruit een oneindige eenzaamheid sprak en een berustende gelatenheid. Een oude Indo, die vele jaren in het oude land heeft geleefd en noodgedwongen een nieuw leven moest opbouwen in een kil land dat hem vreemd was.

Nu zijn jaren ver gevorderd zijn bekruipt hem een diep en niet te vervullen verlangen naar zijn geboorteland. Straks zal hij rusten in vreemde grond. Hoeveel van deze eerste generatie ouderen zijn er nog? Wie trekt zich hun geschiedenis, hun lot aan?

Met groeten,
Evert