Maand: januari 2015

Het Indisch zwijgen

Bijdrage Evert Mutter

Tussen twee generatie volgt de mailwisselingen tussen twee leden van verschillende Indische generaties. Hier het antwoord van Evert op de prangende vragen van Sabina (zie post van 26 januari) over hoe te vragen naar het Indische verleden.
Beste Sabina,
Ik zal proberen een antwoord te geven op jouw vraag hoe de derde generatie om moet gaan met het zwijgen van de eerste en tweede generatie.
Zoals je weet behoor ik tot de generatie die het oude Indië nog heeft meegemaakt. Ik was 13 jaar toen ik Indië verliet . Ik heb dus nog herinneringen aan het koloniale leven.

De vraag is nu wat de derde generatie eigenlijk precies wil weten. Zijn hun vragen gericht op het leven in Indië van voor de oorlog, dus van voor maart 1942, of wil men meer weten over wat hun ouders en grootouders hebben meegemaakt tijdens de Japanse bezetting en de turbulente tijd van de bersiap? En misschien ook nog hoe de vorige generaties het gedwongen vertrek uit Indië en de opvang in Nederland hebben ervaren.

Verzwegen geschiedenissen
Over de periode van voor de oorlog kent men al de vele verhalen hoe goed het leven toen was. Het zijn de bekende verhalen vol nostalgie en heimwee naar dat goede leven in dat prachtige onvergetelijke land van herkomst. Maar ook over deze periode zijn er verzwegen geschiedenissen. Ik zal je een aantal voorbeelden noemen.

Bij al die verhalen werd en wordt zelden of nooit gesproken over de oermoeder van elke Indo: de njai. Voor de Indo die in de kolonie enigszins mee wilde tellen in die kenmerkende gelaagde koloniale samenleving was dit een taboe onderwerp. Immers ons referentiekader was die blanke totok. En de Europese voorzaten van de Indo telden alleen. Over onze Inlandse voormoeders werd niet gesproken, ze werden verzwegen of, erger nog, verloochend.

In die gelaagde samenleving keek de Indo neer op de Inlander. Sterker nog in hele families schaamde men zich soms voor de wat donkerder uitgevallen familieleden.
Hoe hard de totoks die nu in Nederland wonen ook mogen roepen dat zij ook Indisch zijn, feit blijft dat zij in de koloniale samenleving de Indo toch met een zeker dedain hebben behandeld.
Dit zijn slechts enkele negatieve punten Sabina, die ook aan de Indische samenleving kleefden en waar niet of slechts schoorvoetend in de verhalen aan onze kinderen en kleinkinderen over wordt gerept.

Weinig interesse
Ik denk dat vele ouderen na aankomst in Nederland wel degelijk geprobeerd hebben om in hun omgeving te vertellen over de verschrikkingen, de vernederingen en de wanhoop tijdens de Japanse bezetting en het verdriet de angst, de dreiging en de teleurstelling tijdens de bersiap. Maar ze stootten al snel hun neus toen ze ontdekten dat de gemiddelde Nederlander daar weinig interesse en begrip, laat staan empathie voor kon opbrengen. Ze waren zelf de ellende van de Duitse bezetting nauwelijks te boven gekomen en vaak wist men weinig over de kolonie. Dit heeft de oudere Indo’s niet gemotiveerd om hun verhalen te vertellen.

Bovendien waren het natuurlijk geen opbeurende verhalen. Vertellen dat jouw bevolkingsgroep niet voor vol wordt aangezien, door de vijand werd vernederd etc. doet afbreuk aan je imago. En wij moesten toch om ons te handhaven laten zien dat we iets konden! Dat we een trotse bevolkingsgroep waren.

Vraag!
Ik heb zelf altijd om me heen vragen gesteld over bepaalde zaken uit onze geschiedenis die me niet duidelijk waren of waarvan ik vermoedde dat men er uit een bepaalde gêne liever over zweeg. Maar, nogmaals, ik was al wat ouder en was van jongs af aan geïnteresseerd in de politieke ontwikkelingen en luisterde in Indië al gesprekken af (honi soit qui mal y pense!) die mijn pa had met familie, vrienden en kennissen had over de situatie in Indie.

Als de derde en misschien latere generaties dus oprechte interesse hebben voor de Indo en zijn geschiedenis, schroom niet en vraag. Krijg je niet voldoende antwoord, vraag door en laat niet af!
Ik denk trouwens dat de oudere generatie nu veel eerder bereid is om ook de donkere kant van de Indische geschiedenis te belichten.

Evert

Met terugwerkende kracht

Bijdrage Sabina de Rozario

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indië, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.

Beste Evert,

Hier een klein schrijven van mij. Ik wil heel graag jouw advies hoe om te gaan met het zwijgen van de oudere Indische generatie.

Een gesprek niet willen aangaan door geslotenheid, onbegrip of welke reden dan ook, het is iets wat jonge Indischen zullen herkennen als zij een gesprek met hun ouders of oudere familieleden proberen aan te gaan.  Jonge mensen hebben vaak de neiging tot het herhalen van de waarom-vraag en ouderen houden vaak de lippen stijf op elkaar. ‘Waarom het verleden oprakelen, als er niets positiefs over te zeggen is?’ is een geopperd argument. Indische ouderen bezigen het zwijgen aanzienlijk vaak tijdens een gesprek over Indië en de migratie.

Snapt de tweede generatie dat de derde generatie vragen heeft over het Indische verleden? Dat er geen genoegen wordt genomen met geanimeerde verhalen over Indië met een overdreven Indisch accent? Dat het antwoord ‘ach, waarom moet ik het over de minder leuke dingen van vroeger hebben’, juist meer vragen oproept?

Wat de voorgaande generatie met veel moeite heeft willen (of moeten) vergeten, wil de derde generatie met terugwerkende kracht weer terughalen, denk ik wel eens. Voel jij dat ook zo?

Hoe kunnen de jongeren omgaan met de geslotenheid van de voorgaande generatie, Evert? Dit is een prangende vraag, niet alleen van mij, maar van veel leeftijdsgenoten die tegen een muur van zwijgen oplopen tijdens hun zoektocht. Hoe deed jij dat, in de tijd toen jij het gesprek met jouw ouders zocht? En welk advies kun je ons geven?

Met groeten,

Sabina

Het antwoord van Evert, volgt deze week.

#Mijmermoment: Good Vibrations

“Hi Patrick, ik ben jouw oma. Welkom in Amerika.”
In de zomer van 1968 ontmoette ik voor het eerst (!) mijn grootouders langs moederskant. Enkele maanden na mijn geboorte in 1962, emigreerden zij naar de Verenigde Staten van Amerika.
Mijn opa had het al snel gehad met zijn vaderland. Het grootste gedeelte van zijn leven woonde hij in het moederland (voormalig Nederlands-Indië).
Omdat zijn toenmalige werkgever hem vroeg nog ‘even’ te blijven, repatrieerde hij pas in 1960 met de Zuiderkruis naar Nederland. Zijn gezin verbleef daar al sinds 1958 (!).
In mijn geboortejaar emigreerde hij met mijn oma en hun twee dochters naar Californië. Hij begon een nieuw bestaan op zijn 51e. Mijn moeder bleef in Nederland achter.

Patrick op zesjarige leeftijd in de zomer van 1968 (California, USA)

Patrick op zesjarige leeftijd in de zomer van 1968 (California, USA)

The wonder years
Ik herinner me nog goed hoe ik als zesjarige rondstapte op het vliegveld van Los Angeles en me verbaasde over hoe groot alles was.
Van dat verblijf in de VS bestaat een 16 mm film, overgezet op dvd. Ik zie mezelf hollen en springen in het Amerika van de jaren zestig met op de achtergrond muziek van Simon and Garfunkel, The Beatles, The Beach Boys, Otis Redding en The Mamas and the Papas. De soundtrack van mijn jeugd. Verdwalen in Disneyland, slenteren in de LA Zoo en touren naar Big Bear.
Toen had ik nog niet het volledige besef dat ik een Indisch kind was. Ik veronderstelde dat wij uit Amerika afkomstig waren. Mijn grootouders woonden daar immers. Op familiefoto’s en films, zie ik trouwens alleen maar Indo’s in beeld, slenterend en dansend. Van de Vietnamoorlog had ik nog geen weet. Wel arriveerden we kort na de moord op Robert Kennedy. Die reuring kreeg ik bewust mee.

California Dreaming
Het is die muziek die ik uit mijn vroegste jeugd herinner en nog altijd associeer met de vrije woensdagmiddagen en radio Veronica. En met sunny California, dat in mijn kinderogen wel een soort van provincie van Java moest zijn: California Dreaming, Monday, Monday, Sloop John B, en natuurlijk Good Vibrations.

 

Bron beeld: The Optimist

Bron: The Optimist

Door blauwe ogen
Good Vibrations: good vibes and energy for you. Woorden die ik graag gebruik om de ander alle goeds te wensen. Via Whatsapp, Facebook messenger of anderszins. Niet alleen aan het begin van een nieuw jaar.
Dat is wat we nodig hebben in deze duistere wereld, waar zo gefocust wordt op het negatieve: Peace and Love.
De journalistiek opereert nog te vaak op deze wijze, constateer ik als nieuwsfreak. Van journaal tot journaal. Van ochtendkrant tot avondkrant. Offline of online.
Positief nieuws wordt gemeden of weggemoffeld. Beeldvorming maakt meer stuk dan je denkt. Leg eens weg die krant of magazine. Skip RTL Nieuws en het Achtuurjournaal. Laat je niets wijsmaken en denk zelf na en maak je eigen afwegingen. Mijd negativiteit. Die wordt gecultiveerd. Net zoals Blue Monday.
Ik wil de wereld graag door blauwe ogen zien. Zoals mijn (groot)ouders dat ook deden: optimistisch. Wat er ook gebeurt, opnieuw beginnen kan je iedere dag. Of je nu op de helft van je leven zit of niet. Niet mekkeren, maar pukul terus. Ook al zit het eens tegen. Ik zie die houding ook terug bij mijn kinderen en veel andere jongeren. Dat stemt hoopvol voor de toekomst. Optimisme komt je geluk en gezondheid ten goede. En een betere wereld begint nog steeds bij jezelf.

Patrick Wouters