Maand: juni 2015

Ander kleurtje

Lindsay,,Indisch-zijn is voor het gevoel dat je ergens bij hoort, dat je eigen gebruiken hebt en tussen twee culturen zit.”
(Lindsay, 28 jaar, Voormalig Miss Universe Nederland)

Lindsay legt uit dat Indisch-zijn voor haar betekent dat je niet altijd even lekker zit tussen twee culturen in. Haar foto en haar quotes zijn gepubliceerd in het boek Door blauwe ogen, het Indo-gevoel van de derde generatie Indo’s in Nederland (2005). Wellicht staat het boek bij je in de kast, voor degene die het niet hebben/kennen, publiceer ik wekelijks delen van hoofdstukken van Door blauwe ogen op dit blog.

Discriminatie
Het gevoel hebben dat je tussen twee culturen zit, wordt soms versterkt als je als individu wordt benadeeld vanwege jouw afkomst. Hoe denkt de derde generatie Indischen over discriminatie? Hier een selectie uit de interviews.

,,Gediscrimineerd worden is een bepaald iets waardoor je wordt geconfronteerd met dat je anders bent.” (Jackson, 24 jaar, drummer)

,,Mijn vader heeft al heel vroeg gezegd: ,,wees er bewust van dat je een ander kleurtje hebt. Je moet drie keer zo hard werken om hetzelfde te bereiken als een Nederlander.” (Michael, 32 jaar, PR-medewerker)

‘Anders zijn’ of een ‘ander kleurtje hebben’ wordt niet alleen door de omgeving benadrukt, maar wordt vooral door thuis meegeven, zo blijkt uit de interviews. Ouders die zelf discriminatie hebben meegemaakt, waarschuwen hun nakomelingen hiervoor. Kinderen begrijpen niet altijd direct waarom zij zouden worden achtergesteld vanwege hun afkomst, want zij zijn immers in Nederland geboren en getogen?

Eigen gemeenschap

Discriminatie is er ook in omgekeerde richting, Indischen tegenover Nederlanders, en zoals Iris het ervaart is het ook aanwezig binnen de eigen gemeenschap.

,,Hollanders noem ik altijd Belanda’s. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Het is meer als een grapje bedoeld.” (Anouk, 26 jaar, Docent)

De vooroordelen van Indischen tegenover anderen Indischen zijn vaak groter dan van Nederlandse mensen. Als Indische moet je vaak heel Indisch zijn, omdat je er zo uit ziet.” (Iris, 30 jaar, Grafisch vormgever)

Julian slaat de waarschuwingen van zijn vader in de wind. Hij ziet de toekomst niet zo somber in:

,,Mijn vader heeft me altijd gezegd dat ik me met Nederlanders moest bezighouden en dat ik me op het Nederlands-zijn moest richten. Zo zei hij vroeger: neem een Nederlandse vriendin, want later wordt je gediscrimineerd. Maar ik denk niet dat hij gelijk heeft. Uiteindelijk hou je maar een ras over dat zijn allemaal mixjes.” (Julian, 21 jaar, student)

Betrokkenheid
Het toekomstbeeld van Julian is reëel, maar zover is het nog lang niet. Dat iedereen is samengesteld uit gemengde genen op een gegeven moment, is opzich een oplossing voor discriminatie. Een positief bijverschijnsel van discriminatie kan zijn dat het verbind of betrokkenheid bij de ander aantoont, zoals Simone vertelt:

SIMONE,,Ik voel me sterk verwant met allochtonen door mijn Indische afkomst. Ik ben gevoelig voor discriminerende opmerkingen, ook al gaat het niet over mij. Toch ga ik vaak de discussie aan, omdat ik mij aangesproken voel.”
(Simone, 36 jaar, Manager)

Over het algemeen heeft de derde generatie niet veel last van discriminatie, althans zoals de situatie 10 jaar geleden was. Wellicht is het nu meer aan de orde van de dag? Daarvoor zou ik weer in gesprek moeten met de derde generatie om er achter te komen of zij zich tegenwoordig vaker voelen benadeeld vanwege hun afkomst. Wordt vervolgd dus!

Dit is een bijdrage van Sabina
Foto’s: M.Fleskens

 

Note: Alle quotes en foto’s uit dit artikel zijn afkomstig uit het boek Door blauwe ogen en/of het archief van de auteur. Bij gebruik van de content dient eerst toestemming te worden gevraagd via: doorblauweogen@gmail.com. Rebloggen mag, maar let op het juist vermelden van de bron!

Advertenties

Mijn Indische oma en ik

Ik groeide op in een dorpje aan de IJssel. Mijn donkere haren en getinte huid waren anders dan die van de meeste kinderen maar dat verschil voelde ik lange tijd niet.
Wat mij betreft was ik ‘normaal’. Totdat ik door een jongetje op de lagere school Turk werd genoemd. Ik weet dat ik heel verbaasd en boos was dat hij dat zei. Ik ben immers een Indo en daar ben ik trots op. Dus dat riep ik terug: ‘Ik ben een Indo, joh!’. Vanaf dat moment was ik me bewust van het ‘anders’ zijn en leek dat door mijn omgeving steeds meer te worden benadrukt. Of ik was er gevoeliger voor geworden, dat kan ook. In de puberteit kreeg ik opeens een bos woeste krullen.

Kleine Tjarda
Mijn moeder was verbaasd en concludeerde dat ik dat wel van mijn Indisch oma moest hebben. Zo groeide met mijn leeftijd ook mijn nieuwsgierigheid naar mijn Indische wortels en daarmee naar mijn Indische oma.

Geen foto’s
Mijn Indische oma Beijse overleed toen ik 3 jaar was. Ik heb haar dus niet bewust gekend. Een foto van haar heeft er, voor zover ik weet, nooit in huis gestaan.  En ook kan ik me niet herinneren dat ik foto’s bij mijn tantes heb gezien.  Waarom eigenlijk niet? Mijn onbekende grootmoeder waar ik al 28 jaar aan denk als ik mijn krullen weer eens probeer te temmen. Hoe deed zij dat toch?

Vragen
En nu weet ik eindelijk haar volledige naam en geboortedatum. Mijn vader vertelde het en ik schreef het op. Het staat op het papiertje dat voor mij ligt. Christina Fredrika Beijse, geboren in Soerabaja op 11 oktober 1916. Ik staar naar de letters op het papier. Vragen schieten door mijn hoofd. Hoezo heb ik haar volledige naam nooit gekend? Hoe werd ze door vriendinnen dan genoemd? Zou haar naam ergens te vinden zijn op de interneringskaarten van de Japanse kampen? Ze was rond mijn leeftijd toen ze in 1957 met 4 kinderen (verlaten door haar man) in het koude Nederland terecht kwam. Was zij, net als ik, trots op haar gemengde afkomst of praatte ze daar liever niet over? Kon ze lekker koken (toch ook een belangrijke vraag voor alle Indo’s;-))? Hoe zag ze er toen uit? Van mijn moeder weet ik dat ze net zo’n ster in het huishouden was als ik. Dat heb ik dus ook niet van een vreemde.

Op zoek naar oma’s verhaal
Voor de 2e generatie Indo’s is het niet makkelijk om te praten over vroeger.  Dat weet ik en dat voel ik ook als ik mijn vader en zijn (half) zus voorzichtig bevraag over Indië, de repatriëring en de tijden daarna in Nederland. Langzaam maar zeker komen de verhalen los en ik luister aandachtig. Van dit stukje verleden heb ik zo weinig meegekregen dat ik er graag meer over hoor. Helaas ontbreekt het aan tijd, want er staat een bezoek aan de Tong Tong Fair op het programma. Met mijn vader spreek ik af dat we snel op zoek gaan naar meer foto’s van en verhalen over zijn moeder. Wie weet wat ik allemaal nog ga ontdekken over mijn Indische oma. Ik hoop dat ik haar in de komende tijd, heel misschien, een beetje beter ga leren kennen.

 

Dit is een bijdrage van Tjarda