Maand: juni 2016

Klagen over Indisch zwijgen

Bijdrage van Sabina de Rozario

Overdracht van cultuur gebeurt vaak mondeling, van ouder op kinder of van grootouder op kleinkind. Binnen Indische gezinnen is spreken over Indië, de migratie en de eerste periode in Nederland niet altijd automatisch. Logisch, want waarom zou je uitgebreid praten over en vragen naar slechte ervaringen, opgelopen trauma’s en oorlogsverhalen?

Stapeltje boeken

Klagen over Indisch zwijgen

Nakomelingen, de derde en vierde generatie, klagen weleens over het ‘Indisch zwijgen’ van de voorgaande generaties. Opmerkingen zoals ,,Mij is nooit iets verteld over Indië of wat Indisch-zijn is” van deze generaties vind ik, heel eerlijk, storend om te horen. Waarom? Ik, als derde generatie, heb veel gevraagd en als ik geen antwoord kreeg of het was niet voor handen, dan ging ik zelf op onderzoek uit.

Geen excuus
Als volwassene zeggen dat je nooit iets is verteld, vind ik geen excuus dat je niets of niet genoeg weet over jouw Indische roots. Tegenwoordig is er zoveel informatie te vinden via internet (Youtube, blogs) en boeken, het lijkt me bijna niet eerlijk dat je je blijft verschuilen achter een excuus.

Daarom wil ik een aantal boeken uit mijn boekenkast noemen waarin ik als zoekende veel antwoorden heb kunnen vinden (en wellicht jij ook).

Uit Indië geboren
Het eerste in het rijtje van belangrijke boeken is Uit Indië geboren met onder meer bijdragen van Pamela Pattynama, Edy Seriese en Hans Meijer. De vormgeving motiveert eerlijk gezegd niet tot lezen, maar de inhoud is uiterst leerzaam.

Uit Indie geboren

Zo las ik in dit boek voor het eerst over slaven in Indië. Ook was de informatie over de Portugezen in de kolonie goed om te lezen, gezien mijn gedeeltelijke Portugese afkomst. De foto’s in dit naslagwerk zijn werkelijk prachtig, als je niet van lezen houdt, kun je altijd nog ‘plaatjes kijken’.

Alinea uit Uit Indie geboren

De zin ‘De meeste steden bestonden voor ongeveer 60 procent uit slaven’ vond ik schokkend. (Alinea uit Uit in Indië geboren).

De Njai
Meer over de Indische geschiedenis, en met name de positie van de vrouw in Indië, leerde ik van De Njai van Reggy Baay. Het boek beschrijft het verhaal van de njai: de Indonesische, Chinese of Japane vrouw met wie blanke mannen samenwoonden en kinderen kregen. Dit boek was voor mij een eye opener, het verklaarde die eenzame voornaam, zonder achternaam, in onze stamboom. Ze zou onze oermoeder kunnen zijn.

De Njai

Bladzijde 82 uit De NjaiUit de tekst hierboven uit De njai (blz 82), wordt duidelijk wat de positie van de njai was. In het boek van Baay zijn, naast zijn eigen familieverhaal, veel historische gegevens gebruikt. Heb je moeite met het lezen van geschiedenis verhalen, toch gewoon doorlezen, want het levert een schat aan informatie op over het Indische verleden (de informatie die je zocht, weet je nog?).

Goed, als je deze twee boeken heb gelezen, dan ben je al een heel veel te weten gekomen over het hoe en waarom van de Indischen.

Fat man in Nagasaki
Nog niet zo lang geleden heb ik ontdekt dat mijn opa als krijgsgevangene in het Japanse Fukuoka heeft gezeten. Het boek Fat man in Nagasaki (1980) van Dr. J. Stellingwerff beschrijft het verbazingwekkende verhaal van kamp Fukuoka 14 vlakbij Nagasaki (de stad waar de eerste atoombom is gevallen).

Fat man in Nagasaki

Wederom las ik met betraande ogen over de Indische geschiedenis, tegelijk was ik blij dat ik dit stukje geschiedenis te weten was gekomen. Het gaf me meer inzicht wat mijn opa heeft moeten doorstaan in het kamp, hoe hij is bevrijd en via de Filipijnen weer naar Indië is gebracht.

Lijst van overledenen Fukuoka 2

Deel van een lijst van Nederlandse overledenen van kamp Fukuoka 2 (blz 150 Fat man in Nagasaki), het kamp dat mijn opa heeft overleefd.

De Indische naoorlogse generatie
Het laatste boek dat ik wil noemen, is De Indische naoorlogse generatie van F.A. Begemann. Deze uitgave uit 2002 van Stichting Pelita en ZorgOnderzoek Nederland gaf mijn inzicht in de aanwezige trauma’s onder de naoorlogse generatie en de gevolgen hiervan voor het gezin.

De Indische naoorlogse generatie

Bovenstaand lijstje zijn voor mij de boeken, waarvan ik het meest heb geleerd. Misschien behoren ze niet tot jouw favoriete boeken top-10, echt gezellige boeken zijn het niet, maar de inhoud is erg leerzaam.

Zorg zelf voor overdracht
Ik kom weer terug op de excuses van het begin van het artikel, ‘Mij is niks verteld’. Dat de overdracht binnen jouw familie misschien niet is gegaan zoals je het wenste, dat is jammer, maar daar zullen vast redenen voor zijn. Mijn advies is: Bekijk, lees en eet, zou ik bijna willen zeggen, alle informatie met betrekking tot de Indische cultuur die je kunt vinden. Met jouw opgedane kennis, kun je straks zelf zorgen voor die overdracht die je zelf zo hebt gemist. Aan jou kan het dan niet meer liggen.

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

De favoriete boeken op een rijtje:
Uit Indië geboren, vier eeuwen familiegeschiedenis. Wim Willems, Remco Raben, Edy Seriese, Liane van der Linden en Ulbe Bosman. Waanders Uitgevers, Zwolle.

De njai, het concubinaat in Nederlands-Indië. Reggie Baay. Athenaeum-Polak & Van Gennnip.

Fat man in Nagasaki, Nederlandse krijgsgevangenen verleefden de atoombom. Dr. J. Stellingwerff. Uitgeverij T. Wever B.V.Franeker

De Indische naoorlogse generatie, herinnering, verhalen en analyse. F.A. Begemann. Uitgegeven door Stichting Pelita, ZorgOnderzoek Nederland.

 

Binnenkort deel 2 van mijn favoriete Indische boekenlijst!

Advertenties

Indische roots in Nederland

 

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

Dit artikel is eerder gepost op het blog Indo in Bali in mei 2014.

Boedhabeeld onder de Balinese parasol

Boedhabeeld onder de Balinese parasol

Is het waarschijnlijk dat er Indische elementen in het Nederlandse straatbeeld aanwezig zijn? Alleen al doordat Nederland honderden jaren met Indië is verbonden geweest en er veel Indischen in Nederland wonen, zou je denken van wel.

Ik ben twee weken met vakantie in Nederland en ik ga kijken hoe het met de Indische aanwezigheid, op straat of waar dan ook, staat.

Indisch in de straat
Wat kom ik tegen wat kan worden bestempeld als Indisch in het Nederlandse straatbeeld? Al lopend in het centrum van een middelgrote stad in Nederland vind ik een ‘tokootje’ met Indisch en Indonesisch eten. De Indonesische producten staan torenhoog opgestapeld. Het is er druk, zou het de enige toko zijn? Op straat denk ik af en toe een persoon van Indische afkomst tegen te komen. Ik vraag niet naar hun afkomst, maar geef een knik. Er is geen blik van herkenning terug. In de boekhandel zie ik één magazine voor de Indische gemeenschap liggen. Helaas kom ik niet veel verder dan dit.

Veel vragen komen bij me op: Waarop heeft de Indo zijn invloed gehad binnen de Nederlandse cultuur? Die paar sporadische Maleisische woorden die in het dagelijkse leven worden gebruikt (senang, pasar malam, nasi rames), zijn die voldoende om het Indische in Nederland levendig te houden? Is de Indische cultuur in Nederland aan het verdwijnen?

Indisch in huis
Ik ga met goede moed de situatie in de huiskamer van mijn ouderlijk huis bekijken. En die Indische sfeer, die is hier inderdaad.  Er staan en hangen veel beelden en accessoires van Indische dan wel Indonesische of Aziatische oorsprong. Het antiek uit Tana Toraja dat we ooit hebben gekregen van onze gids toen we in Sulawesi waren, de net geoogste rijst die we van een rijstboer hebben ontvangen en natuurlijk ontbreekt de lap van batik niet.

Het is allemaal betrekkelijk standaard, die Indische sfeer in huis. Als het er niet zou zijn, zou het worden gemist. Hieronder een aantal foto’s, wellicht herkenbaar?

Antiek uit Tana Toraja, Sulawesi

Antiek uit Tana Toraja, Sulawesi

 

Jonge rijst (beras) in huis brengt voorspoed

Jonge rijst (beras) in huis brengt voorspoed

 

Beeld van een karbauw met boer is een klassieker

Beeld van een karbauw met boer is een klassieker

 

Er is altijd iets van batikstof aanwezig, bijvoorbeeld een tafelkleed

Er is altijd iets van batikstof aanwezig, bijvoorbeeld een tafelkleed

 

De Fender van mijn Indo-rockende vader

De Fender van mijn Indo-rockende vader

Martijn de Jong: Van passie naar missie

 Bijdrage van Sabina de Rozario

Staren naar de wereldkaart, opzoeken waar Indonesië ligt. Als kleine jongen is hij altijd bezig met Indië en Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. Toen wist hij het al: Daar ga ik iets doen later.

De kleine dromer van toen is Martijn de Jong (Deventer, 17 juli 1974), inmiddels een volwassen man met nog steeds veel ideeën en plannen. Ik ontmoet hem bij een warung langs een drukke weg in Bali, hij is in goed gezelschap als ik aanschuif. Als de gerechten op tafel komen, volgt een inspirerend gesprek over zijn carrière in de vechtsport en zijn daaruit voortvloeiende ambitie in Azië.

‘Nare Japanners’
Martijns carrière in Mixed Martial Arts (MMA) neemt midden jaren ’90 een grote sprong als hij een gevecht heeft in Japan. Hij herinnert zich zijn eerste Japanse tegenstander nog goed: ,,De ervaringen van mijn Indische familie in de Japanse kampen maakt dat ik haatgevoelens voor mijn tegenstander heb. In minder dan 4 minuten versla ik hem. In de kleedkamer bedankt de Japanner me nederig voor het gevecht. Ik snap zijn houding niet. Japanners zijn toch nare mensen?”

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Schuldgevoel
,,Een jaar later ben ik voor een langere periode terug in Japan om te trainen. Ik word er goed opgevangen en verzorgd. Een reality check: De oorlog is verleden tijd, deze mensen om me heen zijn andere mensen dan ‘die slechte Japanners’. Meer dan 70 keer heb ik Japan bezocht en heb altijd een schuldgevoel gehad tegenover mijn Indische familie. Ik kreeg kans om Japans te leren, maar heb dat niet direct gedaan. Dat ik eerder Japans zou spreken dan Indonesisch kon ik niet rijmen met de geschiedenis van mijn familie.”

Je bent vaak in Indonesië, vroeger voor vakantie, nu vooral voor zaken. Hoe is het om in Indonesië te zijn?

,,Indischen hebben geen eigen land meer, maar in Indonesië voel ik me thuis. Toch hoor ik er niet helemaal. En dat geldt voor Nederland ook. Kijk, spekkoek is in Nederland Indische cake. In Indonesië noemt men het Nederlandse cake. En zo is het ook een beetje met de Indo. Soms voel ik me als een spekkoek!”

Tatsujin defence system

Martijn in actie op de advertentiefoto van zijn trainingsmethode bij Celebrity Fitness

Positief aanraken
Onlangs heeft Martijn zijn ontwikkelde Tatsujin Training System succesvol geintroduceerd bij een grote sportschoolketen in Indonesië, Maleisië en Singapore. Dit jaar opent hij zijn eigen sportschool in Jakarta en tevens gaat hij van start met een reallife programma op de Indonesische televisie. Een gedreven ex-topsporter die mensen positief wil aanraken waar ook ter wereld.

Waarom wil je juist jouw kennis delen in Indonesië? Zit er een dieper gevoel achter dan alleen succesvol zijn in jouw tak van sport?

,,Ik wil MMA, de snelst groeiende sport in de wereld, groot maken in Indonesië, want ik zie dat daar potentieel is. Met het reallife programma wil ik laten zien dat je door vechtsport zelfverzekerd en zelfs een held kunt worden. Van iets negatief positief maken.”

Teruggeven
,,Door mijn Indische roots en mijn ervaring, die ik overal heb mogen opdoen, wil ik mensen helpen in Indonesië. Mijn passie voor MMA is nu mijn missie geworden. Ik heb het gevoel dat ik iets kan teruggeven.”

 

Meer info over Martijn de Jong: http://www.tatsujindojo.nl

Dichter bij Indië kan niet

Bijdrage van Sabina de Rozario

Naar aanleiding van mijn artikel over Indische jongeren naar Indonesië (lees hier het artikel Als een kind van de kolonie) is er een  vraag bij me opgekomen:

Wat is de motivatie voor Indische nazaten om Indonesië te bezoeken en om welke reden gaat men juist niet naar het land van herkomst?

Het is lastig om met recente cijfers te komen,  want die zijn er niet, maar ik weet dat van de 36 geïnterviewden van het boek Door blauwe ogen (2005), 75 procent niet naar Indonesië was geweest. Dat kan liggen aan de leeftijd van de ondervraagden, de helft ervan was onder de 30 jaar oud.

Op foto met toeristen

Op de foto met toeristen in Sanur

In mijn vriendenkring komt het cijfer veel hoger uit, van de Indische vrienden boven de 30 jaar oud, is slechts een klein deel nog niet naar Indonesië geweest. Ik zeg ‘nog niet’, want veel vrienden hebben wel de intentie om ooit te gaan. De reden dat ze nu nog niet zijn geweest komt door hun financiële situatie, een ticket kost nog steeds een hoop geld, laat staat voor een heel gezin. Het heeft ook met persoonlijke prioriteiten te maken. Men koopt  liever noodzakelijke dingen voor het levensonderhoud, heeft geen tijd of zegt het te ver te vinden.

Loyaal
Er zijn ook Indischen van de derde generatie die niet gaan vanwege de (groot)ouders. Als je bent opgegroeid met het verhaal dat jouw ouders niet goed zijn behandeld door de Indonesiërs in het verleden, dat het niet meer een land is waar je vrij en zonder gevaren kunt rondwandelen en dat je zelfs niet gewenst bent als Nederlander in het huidige Indonesië, dan denk je wel drie keer na voordat je besluit te vertrekken. Jongeren zijn vaak loyaal aan hun ouders en durven of willen vanwege de slechte ervaringen die hun (groot)ouders hebben gehad in Indië meestal niet naar Indonesië.

Shoppen op Bali

Shoppen in Bali met mijn vader (1995)

Waarom naar Indonesië?
Indonesie is een goed vakantieland, want vindt men: het eten is er lekker en goedkoop, het weer warm en de natuur is geweldig. Toch blijft de meest genoemde reden van de derde generatie om Indonesië te bezoeken te willen zien waar hun familie vandaan komt. Al blijkt het soms een hele onderneming om de geboortegrond van de (groot)ouders te bezoeken, die vaak op Java, Sulawesi of Sumatera is. Door de infrastructuur van Indonesië kost het soms veel tijd  om ergens te komen en daarbij weet niet iedereen de locatie van het ouderlijkhuis van de (groot)ouders. Om het makkelijk te houden, reizen de meesten rechtstreeks naar Bali om daar te genieten van alles wat het land te bieden heeft om zo toch de sfeer van het moeder- of vaderland te proeven.

Bij Bromo 1996

Poseren voor de Batok, links nog net Bromo te zien (1996)

Next best thing
Indonesië wordt ook gezien als the next best thing. Indië is niet meer, maar om de geuren en smaken te kunnen ervaren uit de verhalen over vroeger is Indonesië toch de plek waar dit kan. Zo heb ik het zelf ook ervaren. Eenmaal in Indonesië herkende ik de verhalen van Indië: over tjendol, warungs, straatverkopers, mystiek, sawahs en vulkanen. En dat is waar ik naar zocht en heb gevonden in het nieuwe Indonesië. Dichter bij Indië kon ik niet komen.