Indische jongeren

Pascal Jalhay: Koken is het delen van de Indische erfenis

Een bijdrage van Sabina de Rozario
25 september, 2018

Indonesië bezoeken voor een welverdiende vakantie én om inspiratie op te doen voor een nieuw idee. Dat is precies wat culinair talent Pascal Jalhay onlangs heeft gedaan ter voorbereiding van zijn nieuwe boek.

Hij wisselde liggen bij het zwembad af met het onderzoeken van de Indonesische keuken samen met zijn gezin. Door Blauwe Ogen sprak met de gepassioneerde kok in het populaire en zonovergoten Kuta op Bali.

portretten reeks 1

Foto: Door blauwe ogen

Ondanks dat Pascal Jalhay (1969, Weert) zich vroeger nooit een Indische jongen heeft gevoeld, is hij nu echter een persoon die eindeloos kan praten over de Indische keuken.
Ruim zeven jaar geleden nam zijn vader hem voor het eerst mee naar Indonesië. Dat was het keerpunt in zijn Indische beleving en werd de liefde voor de Indonesische eetcultuur aangewakkerd. Hij raakte betoverd.

Meer dan draadjesvlees
Eenmaal in Bandung, de stad waar zijn vader is geboren, ontdekte Pascal de authentiek Indonesische smaak. Pascal: Gado-gado uit de meest eenvoudige warung smaakte zó puur,daar wilde ik meer van wetenen horen. En ook het gerecht rendang werd meer dan ‘gewoon draadjes vlees van oma’ voor me.”
De reden dat het Indonesische eten hem opeens veel beter smaakte, kwam door de veelbetekenende  verhalen die men erbij vertelden. ,,Net als de oorlogservaringen van mijn vader, de verhalen over Indië die ik altijd heb geslikt voor zoete koek,  kregen vorm tijdens een bezoek aan het oude kamp in Indonesië.”

,,Na terugkeer van die bijzondere eerste reis, heb ik alle Indische kookboeken gekocht om kennis van de Indische keuken te vergaren. Al snel vroeg SIR (Selected Indonesian Restaurants) mijn visie over het vernieuwen van de Indonesische keuken en ben ik workshops over culinair Indisch koken gaan geven” somt Pascal op.

portretten reeks 2

Foto: Door blauwe ogen

Boek met jonge ‘Indo-koks’
Het nieuwe boek van Pascal (publicatie in februari 2019) wordt geen receptenboek. De verhalen achter de gerechten, dáár is het hem om te doen. Voor het boek zijn jonge talentvolle koks met Indische roots, zoals Jamie van Heije, Jermain de Rozario en Syrco Bakker, uitgenodigd om een eigen recept met bijbehorend verhaal te delen. Ook komen autoriteiten zoals Lonny (D’Roemah, Bali), Anita Boerenkamp (Spandershoeve, Hilversum) en Frank Deuning (The Raffles,Den Haag) aan bod.

Delen van de Indische cultuur
Pascal voegt toe:,,Veel Indische koks van de oude stempel willen vaak de (familie)recepten geheim houden, ‘het is toch van mij?’. Ik zie het delen van recepten als het doorgeven van de Indische erfenis. Daarom maak ik juist dit boek, zodat de jonge generatie kan kennismaken met de nieuwe manier van Indisch koken.”

Het mooie gesprek, waarbij de passie voor de keuken er afspat, loopt ten einde als de regen met bakken tegelijk uit de lucht komt vallen. Van praten over eten, krijgt men trek. Gelukkig is een bordje tahu telor snel besteld. Laat die regen maar vallen.

 

Volg Pascal Jalhay via Instagram: @Barubelanda

Copyright tekst en beeld: Sabina de Rozario. Overnemen van deze tekst alléén in overleg, mail naar: doorblauweogen@gmail.com.

 

Advertenties

Indischen in Indonesie: Niet altijd Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
29 juni 2017.

Het is al een tijdje geleden dat ik via de Facebookpagina van Door Blauwe Ogen een speciale  oproep heb geplaats, een enkele lezer weet het misschien nog. In 2015 was ik op zoek naar jonge Indischen die zijn geboren en getogen in Indonesië.

Oproep 3e generatie Indos

Screenshot van Facebook pagina Door Blauwe Ogen

Volledig Indonesisch
Het artikel onder de oproep (zie foto) gaat over Alfons, een derde generatie Indische geboren in Indonesië. Hij voelt zich Indisch, omdat hij met verschillende Indische of Europese waarden en normen is groot gebracht (lees hier het hele artikel). Na Alfons heb ik meer personen gevonden met deze gemengde achtergrond, maar zij hebben niet de ervaring zich Indisch te noemen of voelen, zelfs niet een beetje.
Zij voelen zich volledig Indonesisch en niet Indisch of gemengd en daarmee houdt het gesprek min of meer op. Pogingen van mijn kant ‘dat het ook deel is van hun geschiedenis’ of dat ‘het belangrijk is te weten waar je vandaan komt’ ten spijt.

Generasi Ketiga
Uiteraard staak ik niet met mijn zoektoch naar Indischen uit Indonesië voor mijn project ‘Generasi Ketiga’, de lezer kan nog  altijd mailen indien zij iemand kennen die hierover wilt vertellen.

Ik vind het erg interessant om te onderzoeken waarom de betreffende groep zich niet Indisch noemt, want ze zijn het ergens wel. Om een vergelijking te maken met jonge Indischen in Nederland, ook al is een opa en oma (of ouders daarvan) voor een klein deel gemengd bloedig, dan noemen ze zich, met trots, Indisch. Dit is vaak in Indonesië niet zo, uitzonderingen zoals Alfons daar gelaten.

Weinig interesse in gemengdheid
Een ander aspect over gemengd bloedigen, Europees met Indisch/Indonesisch of Indonesisch met een andere nationaliteit, is dat men zich hiervoor in Indonesië nauwelijks interesseert. Onlangs liet ik een Balinese dame het boek Door blauwe ogen, portretten van de derde generatie Indischen in Nederland, zien. Daarnaast legde ik het boek Blasteran van Anita Taylor, 140 fotoportretten van gemengde Indonesiërs (lees hier meer over dit boek). De reactie was opmerkelijk, of eigenlijk de reactie die uitbleef. Ze haalde lichtjes haar schouders op, ze zag de noodzaak van beide boeken niet in. En die reactie heb ik vaker meegemaakt, niet alleen in Indonesie, maar óók in Nederland.

Blasteran girls on chair

Portretten uit het boek Blasteran. Photocredits: A.Taylor

Exotische naam en donker haar
Mensen zonder gemengde afkomst, zoals deze Balinese dame, zijn zich vaak niet bewust van de complexiteit van gemengde wortels en doen boeken, documentaries of films over dit onderwerp af als oninteressant of zelfs overbodig. Ik snap deze reactie, want ‘we zijn ten slotte allemaal mens en dus allemaal hetzelfde.’

Maar als de omgeving keer op keer vraagt hoe je komt aan die exotische naam, dat donkere haar of de voorkeur hebt voor bijvoorbeeld Indisch eten, dan wordt je gedwongen om hier een voor hen gewenst antwoord op te geven. Namelijk dat je gemengd bloedig bent en, als je dat wilt, hier ook nog trots op bent.

Kleine maar belangrijke groep
De doelgroep waarvoor ik schrijf, de lezers van deze website, Indisch of niet, oud of jong, ik ben me ervan bewust dat het, in marketingtermen, een niche markt is. Weinig zullen echt in dit onderwerp zijn geïnteresseerd, als men al van lezen houdt. Maar ik blijf toch doorgaan met onderzoeken en hierover schrijven, omdat het de overdracht naar de volgende generaties zou kunnen helpen.

Een overdracht van herinneringen, ervaringen en waarden en normen als onderdeel van de Indische cultuur die langzaam van het toneel dreigen te verdwijnen. En dat is wat we als Indische gemeenschap niet wensen, lijkt me.

Om terug te komen op de desinteresse van mensen in de Indische nazaten, geschiedenis en cultuur, dit hoeft niet van belang te zijn. Als de Indische gemeenschap hiervoor maar interesse blijft houden. Dan is er in iedergeval een goed begin voor een goede overdracht binnen de eigen groep.

Mocht je dit een interessant onderwerp vinden, volgende keer ga ik dieper in op uiterlijke kenmerken en opportunisme in relatie tot afkomst.

Wil je reageren, dat kan onder dit artikel door op de button ‘Plaats een reactie’ te klikken.

Blasteran, the photobook: Eenheid onder gemengden

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario, 26 mei 2017

Blasteran, The photobook Edition I & II van Anita Taylor (Denpasar, 1985) is afgelopen zondag 28 mei gepresenteerd in Indonesië. Het boek met de gewaagde titel, Blasteran betekent letterlijk kruisen maar wordt soms ten onrechte vertaald met bastaard, zou vroeger erg omstreden zijn geweest. Tegenwoordig is het een gangbaar woord met een nieuwe lading in Indonesië zoals Taylor zelf uitlegt.

Book launch banner 4

Wat kun je in dit boek lezen en vooral zien? Maar liefst 140 portretten van gemengd bloedigen van Indonesische afkomst en quotes over hun ‘mixed people problems’. Door blauwe ogen ontmoet fotografe en samensteller Anita Taylor voor een interview op Bali.

Waarom heb je gekozen om een fotoboek samen te stellen met portretten van gemixte kinderen met een ouder uit Indonesië?

Anita: “Ikzelf heb een Indonesische moeder en een vader uit Nieuw Zeeland. Geboren en getogen op Bali maakt niet direct dat mensen mij ook zien als een Indonesische. Veel vrienden van mij zijn ook van gemengde afkomst en worden net als ik in een hokje gestopt. Dat geeft niets, maar juist omdat we trots zijn op onze afkomst, heb ik behoefte om deze groep te laten zien.”

Social media uiting Blasteran kl

Een van de social media uitingen voor het boek

Wie heb je de afgelopen maanden voor de camera gehad? Indonesisch gemengd met welke afkomst?

Anita: “Het enige vereiste is dat de geïnterviewden ten minste één ouder uit Indonesië heeft. En natuurlijk dat ze graag gefotografeerd wilde worden. Ik heb ook een aantal celebrities benaderd, maar dat vind ik niet per se een meerwaarde voor het boek. Via sociaal media heb ik mensen uit Maleisië, Singapore, Australië, Nederland, Engeland en natuurlijk Indonesië ‘gestalkt’ en gelukkig waren de meesten geïnteresseerd.”

Er staan ook Indischen uit Nederland in het boek?

“Ik heb 45 mensen in Nederland geïnterviewd en gefotografeerd, waaronder veel Indischen,  zij zijn ten slotte ook van Indonesische afkomst. Het is me opgevallen dat zij er minder Indonesisch uitzien, bijvoorbeeld aan hun lichte huidskleur.”

Anita als model kl

De fotografe zelf als model

Wat hoop je met dit boek te bereiken, naast het laten zien hoe deze groep eruit ziet en omgaat met hun gemengde afkomst?

Anita: “Met dit boek hoop ik op erkenning, want gek genoeg ook in Indonesië kunnen mensen mij en mijn ‘lotgenoten’ ons maar moeilijk plaatsen. Terwijl ik in Indonesië ben geboren en getogen, vloeiend Bahasa en Javaans spreek, kijken mensen me toch nog met een vragende blik aan: ‘Maar waar kom je écht vandaan?’”

Blasteran boys on chair

Foto’s: A.Taylor

Waarom heb je gekozen voor de titel Blasteran? Is het niet meer een omstreden term zoals decennia geleden?

Anita: “Waarom ik heb gekozen voor deze titel? Om meerdere redenen. Ik heb gedacht aan Engelse titels zoals IndoNation en Mixed Nation, maar dat klinkt meer als een tv-serie ofzo. Eigenlijk is dit Indonesische woord precies wat we werkelijk zijn. Blasteran kan nog worden gezien als controversieel, maar zonder de betekenis van vernederend. Ik heb zo voorzichtig mogelijk proberen te zijn in mijn keuze. Veel mensen zijn bevooroordeeld over elkaar en ik hoop dat mijn gekozen titel voor mijn boekenserie dat niet is.”

Prefer nasi

Wat is jouw conclusie nu je 140 mensen van gemengde afkomst hebt gesproken over hun ‘mixed people problems’, zonder al teveel weg te geven aan de mensen die het boek nog moeten lezen?

Anita: “Veel mensen hebben me hun verhaal verteld en hun dankbaarheid geuit voor de erkenning die het boek hen geeft en de mogelijkheid te praten over de situaties die zich voor doen omdat zij gemengd zijn. Ze voelen zich niet meer alleen in hun dilemma’s waarmee zij elke dag worden geconfronteerd. Ik denk dat we ons graag verbonden voelen met elkaar, een eenheid te zijn of zelfs geborgenheid te voelen onder elkaar.”

Masuk angin

#MixedPeopleProblem

Hoe is jouw proces geweest als fotografe tijdens het maken van dit boek?

Anita: “Deze ervaring als fotograaf en regisseur heeft mijn gevoel van liefde voor de mensheid in het algemeen en in het bijzonder voor mijn ‘boers en zussen’ bevestigd. Ik heb gemerkt dat we met nadruk allemaal de Indonesische kenmerken en gewoontes delen, bijvoorbeeld gastvrijheid. Bij iedereen kreeg ik eten en drinken aangeboden, en laat ik de voorgeschotelde grappige verhalen niet vergeten!”

En tot slot, heb je onder de geïnterviewden waarmee je hebt gewerkt ook interessante verschillen in ervaring, houding of identiteit opgemerkt?
Anita: “Deze groep heeft weinig opvallende verschillen onder elkaar, ik zou eerder zeggen; Eenheid door diversiteit. Bijna iedereen deelt dezelfde ervaringen, soms positief, soms negatief,  een proces waarvan we kunnen leren. Hoewel, meisjes uiten zich wel iets anders dan de jongens. Ze houden meer van praten hè?”

Blasteran girls on chair

Foto’s: A.Taylor

Sneak peak van Blasteran, the photobook zien?
Ga naar de facebook pagina The blasteran photobook en check Instagram @Blasteranphotobook voor meer informatie over het boek.

Volgende maand een diepteinterview met de fotografe, onder meer over haar kennismaking met de Indische gemeenschap in Nederland en editie 3 en 4 van de serie Blasteran.

Georges Hilaul: ‘Ik wil impact maken.’

Een bijdrage van Sabina de Rozario

BBS banner

Je eigen goede leventje verruillen om kinderen te helpen in een drukke miljoenenstad als Jakarta. En niet zo maar helpen, zelfs dromen helpen te vervullen. Daarvoor moet je ambitieus zijn en bovendien positief en energiek en o, ja gepassioneerd en vechtlustig. Georges Hilaul (21 mei 1985, Spijkenisse) is zo iemand.

Ooit begon Georges met een klas ‘probleem gevallen’; jongens en meisjes van 10 tot 12 jaar wonend onder een viaduct in Jakarta. Hij gaf hen elke week les en zag al snel hun houding en vaardigheden positief veranderden. Wat kleinschalig begint, is uitgegroeid tot werkzaamheden op verschillende locaties in Jakarta met werknemers en heel veel vrijwilligers.

Georges-Jenny- Tennant Lim Photography

De founders, Jenny en Georges. Foto: Tennant Lim Photography

Met zijn non-profit organisatie, de Inspiration Factory Foundation die hij samen met Jenny Tjoa heeft opgericht, ontwikkelt hij het uitgebreide DreamProgram, waardoor kansarme kinderen weer durven dromen van een betere toekomst. Het programma (geadviseerd door  Unicef Indonesia) richt zich op kinderen van 6 tot 12 jaar, omdat dit de belangrijkste fase is om aan het zelfvertrouwen te werken en de toegang tot een mindset verandering goed mogelijk is.

Georges licht toe: ‘Kinderen jonger dan 6 jaar zijn nog te jong en kinderen boven de 12 hebben al een mindset die soort van ‘fixed’ is.  Gebaseerd op ervaring, is dit een extreem moeilijke doelgroep die lastig is te benaderen.’

De stichting draait al enige jaren succesvol, al gaat dat niet zonder moeite. Geld is met name altijd welkom. Alle beetjes helpen, maar om de doelen te kunnen behalen is veel geld nodig. Hoe komt de stichting aan de middelen om alles te bekostigen?

Georges: ’Alles wordt volledig gefinancieerd door sponsors en partners. De helft van de donaties komt uit Nederland en de andere helft uit Indonesië. Zo is Rabobank Nederland samen met het Indonesische BCA  de grootste sponsor, aangevuld met individuele donaties en fundraise acties van bedrijven. Op dit moment maken 11 locaties en 1000 kinderen deel uit van ons programma. Dit jaar komen er nog 1000 kinderen bij. Het programma kost per kind 70 euro, dus reken maar uit hoeveel we nodig hebben!’

Jembatan-Tiga-Pluit Tennant Lim Photography

Tennant Lim Photography

Van een klasje onder een viaduct naar het leiden van een grote stichting met veel verantwoordelijkheden. Is dit een grote verandering voor je geweest?

‘Het is natuurlijk wel jammer dat het directe contact met de kinderen minder is geworden, omdat dit natuurlijk de eerste reden was om hier wat te doen en naar Indonesië te verhuizen. Als je wilt groeien, moet je delegeren en veel uit handen geven. Samen met mijn stichting partner – en beste vriendin- Jenny, leiden we het team op kantoor, zodat alle locaties draaien met het juiste programma, met genoeg vrijwilligers en volgens onze vereiste standaard. Wij zijn dagelijks bezig met het verder ontwikkelen van het progamma, besprekingen met partners en donateurs en het uitdenken van nieuwe concepten en promotiecampagnes. Jenny en ik bezoeken nog wel de locaties om te kijken hoe alles gaat, dus zien het effect bij de kinderen en dat geeft energie.’

Belajar-Bersama-Sjors-Library-Day Tennant Lim Photography

Tennant Lim Photography

The Inspiration Factory

Tot slot, waar droomt de Inspiration Factory Foundation zelf van in de toekomst?

‘Over een paar maanden starten we met de eerste reeks Inspiration Factories op Bali, waarbij een aantal  street kids shelters en weeshuizen ons DreamProgram , als eerste op Bali, zullen gaan implementeren. Dit is de start van de uitbreiding. Tegen het einde van 2020 willen we Inspiration Factories starten door het hele land, zodat we duizenden kansarme kinderen dichterbij hun dromen kunnen brengen. Niet meer een schattig projectje zijn, maar echt impact maken, levens veranderen en het land vooruit helpen.’

Meer info:
Bekijk de website http://www.inspirationfactory.org voor meer informatie (statistieken, locaties en beeldmateriaal). Daar lees je ook hoe je een donatie kunt geven of als vrijwillger aan de slag kunt.

Beeldmateriaal: Tennant Lim Photography en Facebookpagina van de Inspiration Factory Foundation.

Anthony Engelen: Topsport in Indonesie biedt mij kansen

Een bijdrage van Sabina de Rozario.

De 31-jarige Anthony Engelen maakt graag op gezette tijden voor geld zijn tegenstander een kopje kleiner. In de kooi wel te verstaan, als sport. Nu zit hij rustig tegenover me om met mij te sparren over onder andere zijn Indische identiteit en wonen en werken in Jakarta. ,,Een kantoorbaan is echt niks voor mij,” licht professioneel MMA fighter en derde generatie Indo toe.

anthony-med-portret-shirt-kl

Van kantoor naar ring

Weer ontmoet ik een Nederlander die als atleet in Indonesië woont en werkt en van Indische afkomst is (Zie artikelen over Martijn de Jong en Tiffany van Soest). Ik ben geïnteresseerd in zijn verhaal en maak een afspraak met hem in (mijn woonplaats) Canggu, waar hij momenteel aan het trainen is.

Het zou kunnen dat onze wegen zich eerder hebben gekruist, want Anthony is, net als ik, geboren en getogen in het  kleine Ermelo op de Veluwe. Ook zaten we op dezelfde middelbare school en judo dojo. Kleine kanttekening: onze leeftijd ligt iets uit elkaar, vandaar dat we elkaar nu pas voor het eerst ontmoeten. Ik vraag aan Anthony (Ermelo,1985) hoe hij is terechtgekomen in Indonesië:

,,Tijdens mijn studie kon ik stage lopen in Indonesië, het land waar mijn vader is geboren (1936, Menado). Sinds 2007 ben ik voor langere periodes in Indonesië voor vakantie of werk. Ooit ben ik begonnen op kantoor bij het familiebedrijf in thee in Jakarta, daarna stond ik voor de klas als leraar Engels. In 2014 heb ik een kleine dojo geopenend en een jaar later klopt de internationale MMA organisatie One Championship op mijn deur en ben ik professioneel fighter geworden.”

 

tatoeages-kl

Mijn Indisch-zijn uit zich ook in mijn tatoeages van Indonesische afbeeldingen: de barong, batik patronen, Arjuna en Garuda Visnu.

Door blauwe ogen schrijft over Indische identiteit, hoe zit dat bij jou?
,,Als Indische jongen kom ik uit voor mijn roots. In elk interview vertel ik dat m’n pa uit Menado komt. Gek genoeg herkennen mensen in Jakarta me niet als Indisch, dat blijf ik apart vinden. Het is een stukje onwetendheid, ze vinden me een bule (buitenlander) in Jakarta. Indonesische jongeren hebben geen flauw idee wat zich hier vroeger heeft afgespeeld. Toch is de hoofdstad echt mijn thuis. Ik hou van mijn buurt, mijn beste vrienden wonen daar ook. Ik heb geen enkele intentie om terug naar Nederland te gaan.”

Indisch-zijn was niet vreemd
Toch was ik vroeger niet bewust van mijn Indische afkomst, als kind zijnde dacht ik er niet over na. Ons gezin met een Indische vader en Britse moeder was normaal voor mij. Ook in het  traditionele Ermelo, waar niet veel Indische gezinnen woonden, vond niemand het vreemd.

Eenmaal op de middelbare school in Harderwijk ontmoet ik veel Indische leeftijdsgenoten. ‘Hé, je bent Indo toch?’, ik hoor er meteen bij. Met een grote groep Indische jongeren uit het hele land ga ik feesten af. Van hardcore house parties, tot Indo parties en natuurlijk pasar malams. We zijn elkaars beste vrienden.”

Nederlandse of toch Indonesische status?
Anthony’s vader vertrekt in 1949 als Indische Nederlander naar Nederland. Ter voorbereiding van dit interview vind ik een website over naturalisatie van Indonesiërs in Nederland waaruit blijkt dat de familie Engelen in 1974 de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Op het eerste gezicht vreemd, kloppen deze gegevens?

Anthony legt tijdens het gesprek een lijntje met zijn vader in Nederland die het ons uitlegt: ,,Toen opa Engelen met pensioen ging in 1974, hebben ambtenaren in zijn verleden gewroet. Volgens hen heeft zou mijn grootvader vroeger iets hebben verzuimd te doen, waardoor zijn kinderen nooit Nederlandse zijn geworden. Gek, want wij zijn dienstplichtig geweest en hebben met een Nederlands paspoort Indië verlaten. ‘Dat was dan jammer en een vergissing’, reageerden de betrokken ambtenaren toendertijd. De overheid voerde als goedmakertje voor onze familie de naturalisatie officieel door in 1974 en zo hebben we alsnog de Nederlanderse nationaliteit gekregen, ” aldus Anthony’s vader via de telefoon.

baard-kl

Confrontatie met Indisch verleden in pretpark
,,Indië en Indisch-zijn is altijd bespreekbaar geweest in ons gezin. Ik herinner me een confronterende situatie waarop het Indisch verleden van invloed is geweest. Op jonge leeftijd bezoeken mijn ouders, broertje en ik Disney World in Florida. In het pretpark zijn gedeelten ingericht als verschillende delen van de wereld. Als kind vind ik het maar wat interessant. Eenmaal aangekomen bij het Japanse gedeelte in het park gebeurt er iets geks, wat ik niet direct kan plaatsen. Mijn vaders houding verandert, hij weigert zelfs om ‘Japan’ binnen te gaan. Later deze vakantie valt bij mij het kwartje. Hij heeft een slecht gevoel bij dit  Aziatische land vanwege de Tweede Wereld Oorlog in Indië.”

Trainen en niet eten
Anthony’s 5e professionele gevecht is op 14 januari in Jakarta. Voorafgaand aan dit hoogtepunt traint hij twee keer per dag en volgt een strikt dieet. ,,Sport en eten zijn het belangrijkst voor me, dus niet kunnen eten wat ik wil is lastig.”

portret-kleur-kl

Toekomst
,,Ik heb altijd iets met sport willen doen. Vroeger tenniste ik op hoog niveau, maar al gauw zag ik in dat dat niet voldoende geld zou opleveren. Bezig zijn met MMA in Indonesie, waar de sport nog in de kinderschoenen staat, biedt kansen. Ik kan zeker tot mijn 36ste nog blijven vechten.”

Ik rond het gesprek af met de vraag wat er op zijn to-do-lijstje in de nabije toekomst staat. ,,Ik wil meer van Indonesië zien, zo ben ik nog nooit in Solo of Yogyakarta geweest. Verder komen er meer gevechten en open ik een nieuwe sportschool samen met mijn coach Martijn de Jong.

En wat is het eerste dat je gaat doen na jouw belangrijke gevecht? Daar hoeft hij niet lang over na te denken en zegt vastberaden: ,,Makan!”

 

Meer over Anthony Engelen:

One Championship 14 januari 2017 in Jakarta: http://onefc.com/events/75-one-championship.html

Instagram @Anthonyengelen

Copyright S. de Rozario. Rebloggen mag, maar let op de journalistieke etiquetten. Vermeld altijd de bron (website en auteur) en plaats de gehele originele tekst (dus niet knippen en plakken van tekstgedeelten). Plaats bij elke afbeelding de naam van de fotograaf! Bij vragen, graag mailen naar: doorblauweogen@gmail.com.

Beeld: Mark Thurman

Website Gelijkstellingen en naturalisaties: http://naturalisaties.decalonne.nl/

Door Blauwe Ogen onderzoekt verder

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Het laatste boek is verkocht vorige week. Het markeert een einde van mijn project waarmee ik mijn best heb gedaan om te laten zien hoe Indische nazaten zich voelen over het Indisch-zijn.

Collage DBO

Hier een aantal pagina’s uit het boek waarin de jonge Indischen zich uitspreekt over de Indische wortels. Van serieuze onderwerpen, de Herdenking, tot grappige Indischegebruiken zoals de botol tjebok.

Door Blauwe Ogen blijft onderzoeken
De boeken zijn op, maar dat wil niet zeggen dat Door Blauwe Ogen ophoudt. Sterker nog, Door Blauwe Ogen doet dat al een tijdje online.

Nieuwe groep
De tientallen Indische jongeren van de derde generatie die ik toen heb mogen interviewen waren allen op hun eigen manier interessant, aandoenlijk en vooral eerlijk. Nu is er een andere groep binnen deze generatie aan de beurt.

Collage DBO 2

Een tijdje geleden ben ik begonnen met het zoeken naar Indische nazaten die Indië nooit hebben verlaten. Voor degene die het niet weten, er zijn duizenden Indische mensen die niet op de boot naar Nederland konden of wilden stappen.

Generasi Ketiga
Door Blauwe Ogen blijft met name geïnteresseerd in de derde generatie, maar verplaatst de focus naar een andere locatie, namelijk Indonesië. Lees hier het eerste interview met een telg van de Generasi Ketiga.

Binnenkort hoop ik meer interviews van dit project te publiceren. En wie weet wordt het wel weer een boek. Wordt vervolgd!

Avontuurlijke genen

De dag dat ik lees over een ancestory DNA-test kan ik alleen maar denken: Ik wil dit.

Als Indische vraag ik me vaak af, waar mijn familie vandaan komt. Ik weet dat dit Indië is en we gemengd Indonesisch zijn, maar wellicht hebben we ook nog voorvaderen uit andere landen? Mijn achternaam doet vermoeden dat er een Portugese voorvader is geweest. Hoe kan ik dit onderzoeken?

Justinian Joseph de Rozario geboren in Malakka

Justinian Joseph de Rozario geboren in Malakka

Ethnische afkomsten in DNA
De vooroudertestresultaat die het erfelijk materiaal kan tonen, kan verklaren welke ethnische afkomsten, zelfs van honderden jaren geleden, mijn DNA draagt. Met deze gegevens kan ik mijn familieverhaal compleet maken, iets wat ik graag wil doen. Welke ethnische mix heeft mijn erfelijk materiaal gemaakt zoals het nu is? Uit welke landen zijn onze voorvaderen afkomstig? Ik vind het belangrijk om te weten waar onze familie vandaan komt.

En toch heb ik de DNA-test niet nog gedaan, want er zit een aantal haken en ogen aan. Ik zie het niet zitten om mijn persoonlijke DNA aan een commercieel bedrijf te geven die de testresultaten, weleens waar anoniem, doorverkoopt. En hoe accuraat deze test is, is niet iedereen het over eens. Ik besluit om gegevens te traceren via onze familiestamboom die wijlen oom Wil een aantal jaar geleden heeft samengesteld.

Exotische namen
De stamboom  van De Rozario gaat meer dan 200 jaar terug en beslaat 8 generaties. Dit is niet heel ver terug in de geschiedenis, maar ver genoeg om er interessante informatie uit te halen. Mooie namen sieren de stamboom: Fertuliano George, Michael Maximus, Justinian Joseph, Manuel August, ik krijg er een romantisch beeld bij.

Cerilo Antonio de Rozario

Aan het hoofd staat stamvader Peter do Rozario. Hij is geboren in 1795 in Malakka, een belangrijke haven op een handelsroute naar China. De nazaten van de Portugezen die er begin 1500 voet aan wal zetten, worden Luso-Malays genoemd. De meeste Portugezen zijn kooplieden, vissers of werken voor de kerk. In 1642 pikken de Nederlanders Malakka in die het op hun beurt weer verliezen aan de Britten in 1819.

Vertrek naar Batavia
Uit de stamboom lees ik dat twee van de drie kleinkinderen van Peter do Rozario, Malakka inruilen voor Batavia. Zij stichten beiden een familie met een Europese  of Indische vrouwen. Economische overwegingen hebben hen waarschijnlijk naar Indië doen vertrekken. Van een onbekende verre oom hoor ik via email dat zijn opa (een nazaat van een van deze broers) een succesvol fruitverkoper is in Batavia.

Hij deelt een aantal familieverhalen, waarvan ik erg onder de indruk ben. Cijfers en geboorteplaatsen zijn interessant, maar het zijn de verhalen en persoonlijke ervaringen die er toe doen. Helaas zijn deze familieverhalen zeldzaam in onze tak.

Ik ga verder met speuren, want ik wil weten welke beroepen men vroeger uitvoerden. Stiekem hoop ik persoonlijke verhalen te ontdekken, maar eigenlijk mag ik dat niet verwachten.

Familienaam in boek
Dennis de Witt, onder meer auteur van History of the Dutch in Malaysia, schrijft in een bijdrage voor een ander boek over Malakka tot mijn grote verbazing over mijn familie. Als ik het lees, voel ik me even belangrijk. Ik ben nieuwsgierig om te weten waarom mijn verre familieleden worden genoemd, dat kan geen toeval zijn? Helaas ben ik blij om niets, onderzoeker De Witt noemt de migratie van de twee broers Furtiliano George en Justinian Joseph naar Batavia omstreeks 1900, omdat hij de informatie voor handen heeft, zo mailt hij.

Portugese gemeenschap in Malakka
Zelf zit ik al twee dagen te speuren naar documenten die online zijn gezet. Zo vind ik de naam Pedro do Rosairo, die trouwde met Hendrica Minjoot in 1817. Pedro is geen Rozario, maar toch denk ik dat er een link is met deze Do Rosairo. In het werk van De Witt lees ik dat de Portugese en Nederlandse gemeenschap in Malakka zich in het begin niet mengt, maar midden 1800 uiteindelijk door onder andere het overeenkomstige geloof met elkaar trouwen. Portugese heren trouwen vaker met Nederlandse dames dan andersom. Portugezen gaan zich door de vermenging met de Nederlanders meer en meer Nederlands voelen, misschien ook omdat Malakka een lange tijd onder Nederlands bestuur valt, waardoor de Nederlandse invloed groot is.

Do Rosairo verbastert
Zo veranderen Portugese namen naar meer Nederlands klinkende namen: Monteira wordt Monteiro,  Feixeria wordt Tissera en do Rosairo wordt de Rozario. En door dit laatste feit, denk ik dat Pedro do Rosairo dezelfde persoon is als Peter do Rozario (1795) uit onze stamboom. Namen veranderden in Nederlands klinkende namen en Portugezen vermengden zich met Nederlanders. Pedro do Rosairo verandert om deze redenen zijn voor- en achternaam: Pedro wordt Peter en Do Rosairo wordt Do Rozario. Do wordt nog even aangehouden, dat verandert pas een generatie later volgens de stamboom opgetekend door oom Wil.

Ik ga dit binnenkort nog verder onderzoeken, jammer is wel dat ik geen toegang heb tot de volledige familiestamboom. Al denk ik meer informatie te vergaren als ik oudere familieleden ontmoet die me het een en ander kunnen vertellen.
Een interessant verhaal om te onderzoeken is dat van familielid Anna, geboren in Batavia. Zij zou een vriendin zijn van Margareta Zelle, beter bekend als Mata Hari.

Anna Elisabeth kl

Anna Elisabeth

Ethnische percentages of liever familieverhalen?
En dan is er nog die Voorouder DNA-Test, die me veel meer kan vertellen over de bloedstromen. Maar zijn die feiten wel de dingen die ik wil weten? De resultaten uit de test zeggen me nog steeds niet hoe de voorvaderen hebben geleefd, laat staan krijg ik daarmee familieverhalen te horen.

Ik gok erop dat in mijn vaders familie er een klein percentage Nederlands en Maleisisch bloed aanwezig is, een betrekkelijk groot aandeel Indonesisch is, maar dat het merendeel Europees bloed, namelijk Portugees, is. Indisch-zijn staat sowieso gelijk aan een smeltkroes van ethniciteiten en of je nu de percentages ervan weet, is dat belangrijk? Ik bedoel ook te zeggen dat je geen kenmerken, rechten of plichten eraan kunt verbinden, een voorbeeld: Omdat ik Portugees bloed heb, houd ik van Fado muziek.

Avontuurlijk bloed
Ik denk dat ik van exacte percentages vooral in de war zou raken, want in het geval van de stamboom moet ik me ‘opeens’ verdiepen op de Portugese afkomst.
Ik richt mijn zoektocht nu vooral op de Aziatische afkomst, maar hoop eind dit jaar richting Malakka te vertrekken. Een bezoekje aan mijn Portugese wortels, zodat ik hopelijk meer kan ontdekken over mijn familieleden, die honderden jaren besloten in een bootje te stappen richting de Oost. Waarvan de nazaten weer richting Europa zijn vertrokken halverwege 1950 en vanuit daar naar andere delen van de wereld. Zou dat avontuurlijke in het Rozario-bloed zitten?

Klagen over Indisch zwijgen

Bijdrage van Sabina de Rozario

Overdracht van cultuur gebeurt vaak mondeling, van ouder op kinder of van grootouder op kleinkind. Binnen Indische gezinnen is spreken over Indië, de migratie en de eerste periode in Nederland niet altijd automatisch. Logisch, want waarom zou je uitgebreid praten over en vragen naar slechte ervaringen, opgelopen trauma’s en oorlogsverhalen?

Stapeltje boeken

Klagen over Indisch zwijgen

Nakomelingen, de derde en vierde generatie, klagen weleens over het ‘Indisch zwijgen’ van de voorgaande generaties. Opmerkingen zoals ,,Mij is nooit iets verteld over Indië of wat Indisch-zijn is” van deze generaties vind ik, heel eerlijk, storend om te horen. Waarom? Ik, als derde generatie, heb veel gevraagd en als ik geen antwoord kreeg of het was niet voor handen, dan ging ik zelf op onderzoek uit.

Geen excuus
Als volwassene zeggen dat je nooit iets is verteld, vind ik geen excuus dat je niets of niet genoeg weet over jouw Indische roots. Tegenwoordig is er zoveel informatie te vinden via internet (Youtube, blogs) en boeken, het lijkt me bijna niet eerlijk dat je je blijft verschuilen achter een excuus.

Daarom wil ik een aantal boeken uit mijn boekenkast noemen waarin ik als zoekende veel antwoorden heb kunnen vinden (en wellicht jij ook).

Uit Indië geboren
Het eerste in het rijtje van belangrijke boeken is Uit Indië geboren met onder meer bijdragen van Pamela Pattynama, Edy Seriese en Hans Meijer. De vormgeving motiveert eerlijk gezegd niet tot lezen, maar de inhoud is uiterst leerzaam.

Uit Indie geboren

Zo las ik in dit boek voor het eerst over slaven in Indië. Ook was de informatie over de Portugezen in de kolonie goed om te lezen, gezien mijn gedeeltelijke Portugese afkomst. De foto’s in dit naslagwerk zijn werkelijk prachtig, als je niet van lezen houdt, kun je altijd nog ‘plaatjes kijken’.

Alinea uit Uit Indie geboren

De zin ‘De meeste steden bestonden voor ongeveer 60 procent uit slaven’ vond ik schokkend. (Alinea uit Uit in Indië geboren).

De Njai
Meer over de Indische geschiedenis, en met name de positie van de vrouw in Indië, leerde ik van De Njai van Reggy Baay. Het boek beschrijft het verhaal van de njai: de Indonesische, Chinese of Japane vrouw met wie blanke mannen samenwoonden en kinderen kregen. Dit boek was voor mij een eye opener, het verklaarde die eenzame voornaam, zonder achternaam, in onze stamboom. Ze zou onze oermoeder kunnen zijn.

De Njai

Bladzijde 82 uit De NjaiUit de tekst hierboven uit De njai (blz 82), wordt duidelijk wat de positie van de njai was. In het boek van Baay zijn, naast zijn eigen familieverhaal, veel historische gegevens gebruikt. Heb je moeite met het lezen van geschiedenis verhalen, toch gewoon doorlezen, want het levert een schat aan informatie op over het Indische verleden (de informatie die je zocht, weet je nog?).

Goed, als je deze twee boeken heb gelezen, dan ben je al een heel veel te weten gekomen over het hoe en waarom van de Indischen.

Fat man in Nagasaki
Nog niet zo lang geleden heb ik ontdekt dat mijn opa als krijgsgevangene in het Japanse Fukuoka heeft gezeten. Het boek Fat man in Nagasaki (1980) van Dr. J. Stellingwerff beschrijft het verbazingwekkende verhaal van kamp Fukuoka 14 vlakbij Nagasaki (de stad waar de eerste atoombom is gevallen).

Fat man in Nagasaki

Wederom las ik met betraande ogen over de Indische geschiedenis, tegelijk was ik blij dat ik dit stukje geschiedenis te weten was gekomen. Het gaf me meer inzicht wat mijn opa heeft moeten doorstaan in het kamp, hoe hij is bevrijd en via de Filipijnen weer naar Indië is gebracht.

Lijst van overledenen Fukuoka 2

Deel van een lijst van Nederlandse overledenen van kamp Fukuoka 2 (blz 150 Fat man in Nagasaki), het kamp dat mijn opa heeft overleefd.

De Indische naoorlogse generatie
Het laatste boek dat ik wil noemen, is De Indische naoorlogse generatie van F.A. Begemann. Deze uitgave uit 2002 van Stichting Pelita en ZorgOnderzoek Nederland gaf mijn inzicht in de aanwezige trauma’s onder de naoorlogse generatie en de gevolgen hiervan voor het gezin.

De Indische naoorlogse generatie

Bovenstaand lijstje zijn voor mij de boeken, waarvan ik het meest heb geleerd. Misschien behoren ze niet tot jouw favoriete boeken top-10, echt gezellige boeken zijn het niet, maar de inhoud is erg leerzaam.

Zorg zelf voor overdracht
Ik kom weer terug op de excuses van het begin van het artikel, ‘Mij is niks verteld’. Dat de overdracht binnen jouw familie misschien niet is gegaan zoals je het wenste, dat is jammer, maar daar zullen vast redenen voor zijn. Mijn advies is: Bekijk, lees en eet, zou ik bijna willen zeggen, alle informatie met betrekking tot de Indische cultuur die je kunt vinden. Met jouw opgedane kennis, kun je straks zelf zorgen voor die overdracht die je zelf zo hebt gemist. Aan jou kan het dan niet meer liggen.

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

De favoriete boeken op een rijtje:
Uit Indië geboren, vier eeuwen familiegeschiedenis. Wim Willems, Remco Raben, Edy Seriese, Liane van der Linden en Ulbe Bosman. Waanders Uitgevers, Zwolle.

De njai, het concubinaat in Nederlands-Indië. Reggie Baay. Athenaeum-Polak & Van Gennnip.

Fat man in Nagasaki, Nederlandse krijgsgevangenen verleefden de atoombom. Dr. J. Stellingwerff. Uitgeverij T. Wever B.V.Franeker

De Indische naoorlogse generatie, herinnering, verhalen en analyse. F.A. Begemann. Uitgegeven door Stichting Pelita, ZorgOnderzoek Nederland.

 

Binnenkort deel 2 van mijn favoriete Indische boekenlijst!

Martijn de Jong: Van passie naar missie

 Bijdrage van Sabina de Rozario

Staren naar de wereldkaart, opzoeken waar Indonesië ligt. Als kleine jongen is hij altijd bezig met Indië en Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. Toen wist hij het al: Daar ga ik iets doen later.

De kleine dromer van toen is Martijn de Jong (Deventer, 17 juli 1974), inmiddels een volwassen man met nog steeds veel ideeën en plannen. Ik ontmoet hem bij een warung langs een drukke weg in Bali, hij is in goed gezelschap als ik aanschuif. Als de gerechten op tafel komen, volgt een inspirerend gesprek over zijn carrière in de vechtsport en zijn daaruit voortvloeiende ambitie in Azië.

‘Nare Japanners’
Martijns carrière in Mixed Martial Arts (MMA) neemt midden jaren ’90 een grote sprong als hij een gevecht heeft in Japan. Hij herinnert zich zijn eerste Japanse tegenstander nog goed: ,,De ervaringen van mijn Indische familie in de Japanse kampen maakt dat ik haatgevoelens voor mijn tegenstander heb. In minder dan 4 minuten versla ik hem. In de kleedkamer bedankt de Japanner me nederig voor het gevecht. Ik snap zijn houding niet. Japanners zijn toch nare mensen?”

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Schuldgevoel
,,Een jaar later ben ik voor een langere periode terug in Japan om te trainen. Ik word er goed opgevangen en verzorgd. Een reality check: De oorlog is verleden tijd, deze mensen om me heen zijn andere mensen dan ‘die slechte Japanners’. Meer dan 70 keer heb ik Japan bezocht en heb altijd een schuldgevoel gehad tegenover mijn Indische familie. Ik kreeg kans om Japans te leren, maar heb dat niet direct gedaan. Dat ik eerder Japans zou spreken dan Indonesisch kon ik niet rijmen met de geschiedenis van mijn familie.”

Je bent vaak in Indonesië, vroeger voor vakantie, nu vooral voor zaken. Hoe is het om in Indonesië te zijn?

,,Indischen hebben geen eigen land meer, maar in Indonesië voel ik me thuis. Toch hoor ik er niet helemaal. En dat geldt voor Nederland ook. Kijk, spekkoek is in Nederland Indische cake. In Indonesië noemt men het Nederlandse cake. En zo is het ook een beetje met de Indo. Soms voel ik me als een spekkoek!”

Tatsujin defence system

Martijn in actie op de advertentiefoto van zijn trainingsmethode bij Celebrity Fitness

Positief aanraken
Onlangs heeft Martijn zijn ontwikkelde Tatsujin Training System succesvol geintroduceerd bij een grote sportschoolketen in Indonesië, Maleisië en Singapore. Dit jaar opent hij zijn eigen sportschool in Jakarta en tevens gaat hij van start met een reallife programma op de Indonesische televisie. Een gedreven ex-topsporter die mensen positief wil aanraken waar ook ter wereld.

Waarom wil je juist jouw kennis delen in Indonesië? Zit er een dieper gevoel achter dan alleen succesvol zijn in jouw tak van sport?

,,Ik wil MMA, de snelst groeiende sport in de wereld, groot maken in Indonesië, want ik zie dat daar potentieel is. Met het reallife programma wil ik laten zien dat je door vechtsport zelfverzekerd en zelfs een held kunt worden. Van iets negatief positief maken.”

Teruggeven
,,Door mijn Indische roots en mijn ervaring, die ik overal heb mogen opdoen, wil ik mensen helpen in Indonesië. Mijn passie voor MMA is nu mijn missie geworden. Ik heb het gevoel dat ik iets kan teruggeven.”

 

Meer info over Martijn de Jong: http://www.tatsujindojo.nl

Dichter bij Indië kan niet

Bijdrage van Sabina de Rozario

Naar aanleiding van mijn artikel over Indische jongeren naar Indonesië (lees hier het artikel Als een kind van de kolonie) is er een  vraag bij me opgekomen:

Wat is de motivatie voor Indische nazaten om Indonesië te bezoeken en om welke reden gaat men juist niet naar het land van herkomst?

Het is lastig om met recente cijfers te komen,  want die zijn er niet, maar ik weet dat van de 36 geïnterviewden van het boek Door blauwe ogen (2005), 75 procent niet naar Indonesië was geweest. Dat kan liggen aan de leeftijd van de ondervraagden, de helft ervan was onder de 30 jaar oud.

Op foto met toeristen

Op de foto met toeristen in Sanur

In mijn vriendenkring komt het cijfer veel hoger uit, van de Indische vrienden boven de 30 jaar oud, is slechts een klein deel nog niet naar Indonesië geweest. Ik zeg ‘nog niet’, want veel vrienden hebben wel de intentie om ooit te gaan. De reden dat ze nu nog niet zijn geweest komt door hun financiële situatie, een ticket kost nog steeds een hoop geld, laat staat voor een heel gezin. Het heeft ook met persoonlijke prioriteiten te maken. Men koopt  liever noodzakelijke dingen voor het levensonderhoud, heeft geen tijd of zegt het te ver te vinden.

Loyaal
Er zijn ook Indischen van de derde generatie die niet gaan vanwege de (groot)ouders. Als je bent opgegroeid met het verhaal dat jouw ouders niet goed zijn behandeld door de Indonesiërs in het verleden, dat het niet meer een land is waar je vrij en zonder gevaren kunt rondwandelen en dat je zelfs niet gewenst bent als Nederlander in het huidige Indonesië, dan denk je wel drie keer na voordat je besluit te vertrekken. Jongeren zijn vaak loyaal aan hun ouders en durven of willen vanwege de slechte ervaringen die hun (groot)ouders hebben gehad in Indië meestal niet naar Indonesië.

Shoppen op Bali

Shoppen in Bali met mijn vader (1995)

Waarom naar Indonesië?
Indonesie is een goed vakantieland, want vindt men: het eten is er lekker en goedkoop, het weer warm en de natuur is geweldig. Toch blijft de meest genoemde reden van de derde generatie om Indonesië te bezoeken te willen zien waar hun familie vandaan komt. Al blijkt het soms een hele onderneming om de geboortegrond van de (groot)ouders te bezoeken, die vaak op Java, Sulawesi of Sumatera is. Door de infrastructuur van Indonesië kost het soms veel tijd  om ergens te komen en daarbij weet niet iedereen de locatie van het ouderlijkhuis van de (groot)ouders. Om het makkelijk te houden, reizen de meesten rechtstreeks naar Bali om daar te genieten van alles wat het land te bieden heeft om zo toch de sfeer van het moeder- of vaderland te proeven.

Bij Bromo 1996

Poseren voor de Batok, links nog net Bromo te zien (1996)

Next best thing
Indonesië wordt ook gezien als the next best thing. Indië is niet meer, maar om de geuren en smaken te kunnen ervaren uit de verhalen over vroeger is Indonesië toch de plek waar dit kan. Zo heb ik het zelf ook ervaren. Eenmaal in Indonesië herkende ik de verhalen van Indië: over tjendol, warungs, straatverkopers, mystiek, sawahs en vulkanen. En dat is waar ik naar zocht en heb gevonden in het nieuwe Indonesië. Dichter bij Indië kon ik niet komen.