1e generatie

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Advertenties

De 3e generatie is zeker Indisch

Bijdrage van Sabina de Rozario

Er komt geen reactie op wat ik hem net heb verteld. De oude Indische man zegt niets meer en kijkt strak voor zich uit. Ik ken deze reactie. Ik heb het eerder meegemaakt dat men afwijzend is als ik vertel over mijn geschreven verhalen en boek over de 3e generatie Indischen in Nederland. De reden hiervoor is dat sommigen de nakomenlingen van de 2e generatie Indischen niet Indisch vinden.

Cover Door blauwe ogen

Ook een Belanda
Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat ik (en betrek hierbij de hele 3e generatie) niet al Indisch wordt gezien. Ik word voorgesteld aan een wat ouder Indisch gezelschap, waarvan een Nederlandse dame frivool uitroept: ,,Ik ben de enige Belanda hier hoor.” Gevolgd door een opmerking uit de groep in mijn richting door een Indisch dame die weet heeft van mijn Indische afkomst:,,Maar deze is ook een Belanda!” Ik haal mijn schouders op. Dat zij mij niet als Indisch ziet, dat mag. Al ben ik het wel.

Kijk, ik hoef me niet te verdedigen of mijn afkomst Indisch is. Het enige punt waarover te discussiëren valt, is of ik nu Indisch of Indo ben. De familie van mijn vaders kant is nagenoeg niet Nederlands en daarom zou de term Indo-Europees beter passen? Een kniesoor die daar op let maar geloof me, dat doen ze.

Geen twijfel over mijn identiteit
Indo of Indisch-zijn is meer dan alleen een afkomst. Het is een identiteit. En die is voor mij heel duidelijk. Ik ben vrouw, geboren in Nederland, houd van badminton en ben open-minded. Vertaal dit  naar identiteit dan ben ik: vrouw, Nederlander, badmintonner, een vrije geest en Indo. Daar twijfel ik nooit aan en waarom zou ik? Moet ik twijfelen aan mijn afkomst, omdat sommige Indischen mij niet als een Indisch willen zien? Claimen deze mensen het Indisch-zijn omdat zij in Indië zijn geboren? Vinden zij dat nakomelingen van de 2e generatie Indischen zich niet Indisch mogen voelen?Portret

Op mijn beurt stel ik de vraag aan deze mensen: Wat maakt een persoon Indisch? Als ik naar mezelf kijk, is de helft van alles om mij heen Indisch; de helft van mijn familie, de helft van mijn ouders, de helft van mijn opvoeding. Dat maakt dat een helft van mij Nederlands en een helft Indisch is. En als je zegt dat ik niet Indisch ben, dan besta ik dus uit een helft van…niks?

3e generatie Indisch? Ja!
Nogmaals, als mensen niet willen zien dat ik en mijn generatiegenoten Indisch zijn, dan is dat maar zo. Ik twijfel niet aan mijn afkomst en ik schrijf over mijn Indische cultuur en afkomst met een vernieuwde blik. Of die mening voldoende Indisch is, daar mag men over twijfelen. Maar wat ik ben en hoe ik me voel, in beide gevallen Indisch, daar is geen twijfel over mogelijk.

Dit is een bijdrage van Sabina, initiatiefnemer platform Door blauwe ogen en auteur Door blauwe ogen, Het Indo-gevoel van de 3e generatie in Nederland.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Voorwerpen uit Indië, deel 2

Bijdrage van Sabina de Rozario

In deze post het tweede deel van het artikel Voorwerpen uit Indië, het eerste deel is eerder gepubliceerd op deze site.
Als free-lance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Wellicht zijn ze voor sommigen herkenbaar. Wie droeg er niet zo’n matrozenpakje toen hij klein was? En wie herkent de pijama met tressen?

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

Oude dias kl

Matrozenpakje kl

Matrozenpakje voor en achter kl

Detail mouw kl

Tressen kl

Patroon voor pyama kl

Pyama kl

Schoenen kl

Ga verder dan herdenken

Indië monument in Den Haag Foto: S. de Rozario

Indië monument in Den Haag

De jaarlijkse Indië herdenking is over een aantal dagen. Op 15 augustus herdenken we gezamelijk het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië.

Ik heb vaker over de herdenking geschreven. Hoe ik erover denk en waarom ik probeer jongeren bij de herdenking te betrekken. Ik hoop dat het gelezen wordt en ik de juiste snaar raak.

Via dit platform ben ik in contact gekomen met het Dialoog Nederland-Japan-Indonesië (zie eerdere post Dialoog NJI ). Een bijzondere organisatie vind ik. Dialoog NJI kijkt verder dan het herdenken van de oorlog die dit jaar 70 jaar geleden ten einde kwam. Het organiseert jaarlijks een bijeenkomst om het gesprek tussen de betrokkenen opgang te krijgen.
In het laatste persbericht dat ik krijg van Dialoog Nederland-JapanIndonesië, word ik geraakt door de volgende promotionele tekst:

‘Ga verder dan herdenken,
ontmoet Japanners en Indonesiërs’

Ik heb de tekst meteen via Twitter verspreid, want ik ben het hier erg mee eens. Eigenlijk lees ik deze tekst op twee manieren, maar ik weet niet of dit ook de bedoeling van de schrijver is geweest?

De vijand?
De eerste boodschap: Herdenk niet alleen in eigen kring, maar praat met ‘die ander’. Die ander staat voor de vijand van toen. En ik schrijf met nadruk ‘van toen’, want Indonesië en Japan zijn voor de nieuwe generaties officieel geen vijand meer. Ze zijn het (geweest) voor onze (groot)ouders en dat feit herdenk ik op 15 augustus.

Logo Dialoog NJI
Kijk vooruit
Zelf heb ik het plan om ‘verder te gaan dan herdenken’ al een aantal jaar geleden opgepakt. Inmiddels ben ik een aantal Japanse vrienden, Indonesische vrienden en Indonesische familie rijker. Met hen heb ik al vaak over de Tweede Wereldoorlog gesproken. En de conclusie is altijd: we kijken vooruit. En daarmee ben ik bij de tweede betekenis van de zin ‘Ga verder dan herdenken’. Ik lees hierin: Ga verder ná herdenken. Kijk vooruit. En dat is wat ik doe.

Informatie over de bijeenkomst van Dialoog NJI:

Datum: zaterdag 5 september
Tijd: 10.00 uur – 16.25 uur
Plaats: De Voorhof (naast de Oude Kerk), Herenstraat 77a, Voorburg

Voor meer informatie of aanmelden, stuur een e-mail sturen naar
Dhr. J.M. Lindeijer, e-mail: dialoguenji@gmail.com of bel 040 2439786.

http://www.dialoognji.org

Achter de schermen bij Door blauwe ogen

Camera,lights, action! Alle interviews nemen we ook op. Wellicht verschijnt er ooit nog een docu?

Camera, lights, action! Hier wordt het interview, net als alle andere, opgenomen met camera. Wellicht verschijnt er ooit nog een docu?

Van idee naar dik salontafelboek
‘Even een boek maken’ betekent maanden van interviews houden, onderweg zijn en bovendien mooie ontmoetingen hebben. Alles met een lach en soms een traan. Ik vind het geweldig om te interviewen en bovendien gezellig om Indische generatiegenoten uit het hele land te ontmoeten. We zitten in een positieve flow tijdens deze ‘trip’ en ik realiseer me dat het een voorrecht is om op deze manier te kunnen werken.
Nu, 10 jaar na publicatie van het boek, ben ik nog blij dat ik dit project op mijn eigen manier heb mogen maken.  Het is een succes gebleken. De formule duikt regelmatig op, een compliment voor het creeerende team.

Expo Kanjil & de Tijger
In 2005 sieren de portretten van Door blauwe ogen de muren van restaurant Kanjil & de Tijger. Ook maken we nieuwe  portretten voor deze expositie van het toonaangevende restaurant in Amsterdam. De laatste foto van dit artikel is speciaal gemaakt voor deze tentoonstelling.

Achter de schermen
Hieronder een aantal foto’s van achter de schermen van Door blauwe ogen. Ik vind het leuk om onszelf te laten zien tijdens onze creatieve (road)trip.

Anouk doet haar schoen goed kl

Anouk  bereidt zich voor en doet haar schoen goed voordat haar portret wordt geschoten.

Maarten aan het werk kl

Maarten, de fotograaf, kijkt tevreden naar de foto’s van Fiona (links).

Fotograaf lokt reactie uit kl

De fotograaf lokt een reactie uit en die krijgt hij!

Ik wacht kl

Ik wacht geduldig tot het de fotograaf en de geinterviewde is geschoten en word dan zelf het slachtoffer.

Maarten in actie kl

Maarten in actie in ons kantoor. Meestal waren we op locatie ergens in het land.

Soms lang wachten kl

Hij wacht geduldig tot hij aan de beurt is of is hij al aan het poseren? Voor sommigen is het een natuurlijk iets.

Randy kijkt kritisch kl

De blik van de altijd kritische Randy spreekt boekdelen.

Thuis bij zijn oma kl

Thijs ontmoet ik in het huis van zijn oma. ik wilde hem perse fotograferen met het typisch Indische schilderij waar hij onder zit.

Oefenen met poseren kl

Wat heb ik gelachen tijdens de bezoeken,. Zo ook hier als het model ‘serieus’ oefent voor zijn coolste pose.

Werken in de sneeuw kl

Fotograferen in de sneeuw, wat een ontberingen hebben we doorstaan. Alles voor een mooi plaatje.

Lindsay kl

Deze foto is onderdeel van de expositie geweest bij Kantjil & de Tijger. Ik wilde een andere kant van het lieve mooie Indische meisje laten zien. Of dit is gelukt mag je zelf beoordelen.

Meer info over Door blauwe ogen vind je hier:

https://doorblauweogen.wordpress.com/boek-door-blauwe-ogen/

 

Voorwerpen uit Indië

Bijdrage van Sabina de Rozario

Als freelance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Over deze voorwerpen, waarvan de meeste in gevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt, heb ik toen ook een verhaal opgetekend. Helaas kan ik het complete verhaal niet delen, het staat niet meer in mijn laptop. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog.’

De meeste voorwerpen, zoals het pillendoosje en de broches, zijn handgemaakt van materialen, die voor handen waren in het kamp. De schil van een kokosnoot, een stukje hout, wat draadjes.
Uiteindelijk hebben de kleine zelfgemaakte bezittingen een lange weg afgelegd. Na de oorlog krijgen de gebruiksvoorwerpen een plekje ergens in een huis om vervolgens met de eigenaren mee naar Nederland af te reizen. Ruim 50 jaar later liggen ze in zeer goede staat voor de lens van mijn camera. Ik doe mijn best om de voorwerpen mooi in beeld te brengen.
De verhalen zijn verdwenen, maar dat is niet erg. Vroeg of laat zullen de vertelling zich weer bij de objecten voegen.

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

 

Foto: S. de Rozario

Asbakje van kokosnoot kl

 

Broche kl

 

Houtsnijwerk kl

Voorwerpen uit het kamp kl

 

Identificatiekaart kl

Vlag kl

 

Voorwerpen gemaakt in het kamp

 

Dit is een bijdrage van Sabina. Meer over de auteurs van dit platform, klik hier.

Ik weet niet waar ik moet beginnen

Bijdrage E. Verhoeff

Wederom mocht Door blauwe ogen een mailtje van mevrouw Verhoeff ontvangen naar aanleiding van een gepubliceerd verhaal. Haar reactie is te mooi om onopgemerkt te blijven voor de lezers van Door blauwe ogen. Daarom plaatst dit platform hier, met haar goedkeuring, de zo prachtig omschreven ervaring van mevrouw Verhoeff als reactie op ‘Het Indisch zwijgen’ van Evert Mutter over het beantwoorden van vragen van het nageslacht.

Mw E. Verhoeff schrijft op 24 maart jl.:

Wat Evert vertelt ken ik en onderken ik. Zelf ben ik noch eerste, noch tweede generatie. De anderhalfste? Geboren in Nederlands-Indië en opgegroeid in Indonesië. De vooroorlogse tijd ken ik niet. Maar mijn ouders en grootouders hebben mij daar veel van verteld. Ik was twee jaar toen de oorlog begon. En van die twee vooroorlogse jaren zijn mij twee herinneringen bijgebleven.

De Ronggengs, waar ik helemaal gek van was. Als de ronggengs kwamen met hun dans en muziek was ik door het dolle. En de Japanse officieren die mij op de arm namen en tegelijkertijd opa’s auto en nog wat zaken vorderden. Daarna werd mijn herinnering blanco. En de bijbehorende emoties die ik meenam naar mijn volwassenheid, onderkende ik niet als horende bij deze tijd van mijn jeugd. Later pas. Veel later.

Tekening van Emmy Verhoeff

Tekening van Emmy Verhoeff uit het boekje Katek van Inge Dumpel *

Breek
Maar….wat wilde ik weten van mijn ouders? Van mijn grootouders? Wat zocht ik? Mijn vragen werden afgewimpeld.
Vage beelden die ik mij meende te herinneren, werden verwezen naar een rijke fantasie. Pas toen mijn stiefvader stierf en ik mijn moeder na de begrafenis in de keuken vond zitten. Ik wilde een arm om haar heen slaan. Zij weerde mij af. ,,Laat dat of ik breek…” ze snauwde bijna. Toen begreep ik dat er dingen waren die men niet in woorden kon en kan uitdrukken. Dat ik feiten kon achterhalen door er over te lezen en me in de geschiedenis te verdiepen.

Maar dat ik eigenlijk, diep in mijn hart wilde weten ,,Hoe voelde jij je in die tijd, mam?” ,,Hoe voelde jij je in die tijd Pap?” Pap kon ik het niet meer vragen. En mam zou breken als ze haar mond open deed en het onbenoembare benoemen. En als dat gebeurde, als ze zou breken…..hoe moest ze dan verder? Toen wist ik wat ik weten wilde.

Tekening van Emmy Verhoeff

Ronggengs (tekening van Emmy Verhoeff)

Wat wilden mijn kinderen weten? Ondanks dat ik dacht dat ik op alles een open antwoord gaf, schijnt dat toch niet zo geweest te zijn. Deels logisch omdat ik nauwelijks of geen herinnering had aan juist een invloedrijke tijd. Maar er was meer. En daar kon ik de vinger niet op leggen.

Waar te beginnen?
Later, veel later, toen ik een serie schilderijen maakte met een kind als onderwerp. Een kind in haar spel. Spelen met een vage ondertoon. “Spel is ernst” noemde ik deze serie. En zij werden door heel veel lotgenoten herkend. Niet zozeer het beeld, als wel de sfeer. En mijn oudste zoon zei: ,,Nu weet ik jouw verhaal.” Sommige dingen laten zich niet in woorden vertellen.
En misschien, als mijn kinderen dit lezen, is het best mogelijk dat dit niet is wat zij wil(d)len weten. Maar ze mogen vragen, omdat ik niet weet waar ik moet beginnen. En ik zal eerlijk antwoord geven.

Tekening van E. Verhoeff

Tekening zonder titel van E. Verhoeff

* = Comment van E. Verhoeff over Katek: Katek uit het boekje is een kuikentje met blauwe ogen. Wellicht ken je het gezegde van oudere generatie Indischen als ze willen aangeven dat je te verHollandst bent: Moh…je hebt al blauwe ogen seh.

(Dit is een bijdrage van mevrouw E. Verhoeff)

De kracht van verzoening

Dialoog Nederland-Japan-Indonesië nodigt u uit voor de conferentie op zaterdag 11 oktober. De 17e conferentie heeft het thema De kracht van verzoening.

Dialoog NJI richt zich op mensen die last hebben (gehad) van oorlogstrauma’s, maar ook op belangstellenden voor de geschiedenis in voormalig Indië respectievelijk Indonesië.

Logo Dialoog NJI

Eén van de gastsprekers tijdens de conferentie is de Amerikaanse schrijver Melinda Barnhardt. Zij schrijft momenteel een boek over de Nederlander Wim Lindeijer, één van de oprichters van Dialoog NJI. Lindeijer heeft zich naar aanleiding van het bestuderen van het kampdagboek van zijn vader (POW in Japan) vervolgens ook verzoend met zijn voormalige Japanse vijanden en heeft veel reizen naar Japan gemaakt. Spreekster Patty Buchel van Steenbergen zal spreken over het werkkamp Fukuoka 14.

Het programma biedt ook gelegenheid voor het verhaal van de aanwezigen. Persoonlijke verhalen kunnen worden gedeeld in speciale gespreksgroepen. Klik hier voor het programma-overzicht en overige informatie van de conferentie.

Dialoog NJI roept in het bijzonder ook jongeren op te komen. Heb je interesse in het Indische oorlogsverleden van jouw opa of oma,  dan wel vader of moeder, dan is deze bijzondere bijeenkomst een aanrader.

 

Website: http://www.dialoogNJI.org

 

 

 

Is hun oorlog ook mijn oorlog?

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Indie monument

De Indië Herdenking op 15 augustus is een hoofdstuk in het boek Door blauwe ogen. Het is een mager hoofdstuk, omdat de jongeren niet veel met dit onderwerp hadden. Ze herdenken niet of waren niet bekend met de datum 15 augustus.’ Toch proberen organisaties jongeren te betrekken op de jaarlijkse herdenkingen in het land.

Een stichting heeft mij onlangs gevraagd  hoe jongeren te interesseren voor de herdenking. Voordat ik de vraag kan beantwoorden waarom jongeren niet of nauwelijks herdenken, ga ik eerst na, hoe ikzelf tegenover deze speciale dag sta. De 15e augustus is een dag dat ik stilsta bij vroeger, de periode Nederlands-Indië, de oorlog, de kampen en de migratie. Het lijkt wel of het niet los van elkaar is te halen, het een heeft met het ander te maken.

Oorlog spreekt niet aan

De herdenking beleef ik sinds enkele jaren in het land waar het allemaal is gebeurd en dat maakt de gevoelens wel iets heftiger. Dat ik de herdenking een belangrijke plaats heb gegeven, is met de jaren gekomen. Als je jonger bent, spreekt een oorlog en geschiedenis niet zo aan. Toen ik jonger was, voelde ik de herdenking niet zo. Ik voelde niet dat de Tweede Wereldoorlog eigenlijk mijn oorlog is.

Kind Indie monument foto: S. de Rozario

Kind Indie monument foto: S. de Rozario

Stel vragen

Om jongeren te betrekken bij de herdenking is het, denk ik, van belang om de oorlog bij hun te laten ‘leven’. Verhalen van familieleden, die het persoonlijke leed overbrengen, zullen wellicht enige invloed hebben. Ik spoor ook altijd mensen aan een interview te houden met hun naaste verwanten. Stel vragen over de oorlog, de kampen, en wacht hier niet te lang mee, spoor ik hen extra aan. De mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt, zullen niet al te lang meer in ons midden zijn.

Voor ons

Waarom is de Tweede Wereldoorlog dan nu wel mijn oorlog? Door het onderzoeken, lezen en het zien van documentaires, ben ik me ervan bewust dat de geschiedenis van Indischen een aaneenschakeling van gevolgen is, die levens op allerlei fronten compleet hebben veranderd. Het is me duidelijk geworden dat de oorlog aan het begin van onze migratie staat. Met dat besef, ben ik gaan bewust gaan herdenken. Ik denk aan de weerstand die de mensen hebben geboden, het leed dat zij hebben ondergaan, de kracht die zijn hebben gehad om te overleven en het nemen van de beslissing om naar Nederland te emigreren. Dat deden ze ook voor zichzelf, maar op de eerste plaats voor het nageslacht, voor ons dus.

Tot slot een quote van Lennart (25)  uit het boek Door blauwe ogen (2005):

,,Ze hebben mijn opa en oma verschrikkelijk veel pijn gedaan, daar ben je boos om. Dat maakt je kwaad en verdrietig.  Hun verdriet wordt jouw verdriet. Dat gaat er niet meer uit.”

 

(Wil je meer weten over de Indië herdenking op 15 augustus, check http://www.indieherdenking.nl)

,,Mijn oma maakte mij Indisch”

Kathleen de Rozario-Baptist

Kathleen de Rozario-Baptist

Vandaag is het 102 jaar geleden dat u ter wereld kwam. Helaas bent u al een aantal jaren niet meer in ons midden. Deze dag denk ik extra aan u, mijn lieve oma. U heeft me altijd veel verteld over Indie, misschien meer dan goed voor me was op sommige momenten. Ik was 5 jaar oud en u vertelde me over het kamp en de oorlog. Maar ik klaag niet hoor, u heeft een Indisch kleinkind van me gemaakt en daarvoor ben ik u dankbaar.

Een tijdje geleden heb ik een verhaal over u geschreven met de titel Een ode aan het meisje van 100. Een kort verhaal over uw jeugd, uw ervaringen tijdens de oorlog en de migratie naar Nederland. Ik heb het nog niet gepubliceerd, ik durf het niet, maar dat gebeurt nog wel.

Het boek Door blauwe ogen heb ik ooit aan u opgedragen. Nu denk ik vooral was u nog maar hier.