3e generatie

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Advertenties

Anthony Engelen: Topsport in Indonesie biedt mij kansen

Een bijdrage van Sabina de Rozario.

De 31-jarige Anthony Engelen maakt graag op gezette tijden voor geld zijn tegenstander een kopje kleiner. In de kooi wel te verstaan, als sport. Nu zit hij rustig tegenover me om met mij te sparren over onder andere zijn Indische identiteit en wonen en werken in Jakarta. ,,Een kantoorbaan is echt niks voor mij,” licht professioneel MMA fighter en derde generatie Indo toe.

anthony-med-portret-shirt-kl

Van kantoor naar ring

Weer ontmoet ik een Nederlander die als atleet in Indonesië woont en werkt en van Indische afkomst is (Zie artikelen over Martijn de Jong en Tiffany van Soest). Ik ben geïnteresseerd in zijn verhaal en maak een afspraak met hem in (mijn woonplaats) Canggu, waar hij momenteel aan het trainen is.

Het zou kunnen dat onze wegen zich eerder hebben gekruist, want Anthony is, net als ik, geboren en getogen in het  kleine Ermelo op de Veluwe. Ook zaten we op dezelfde middelbare school en judo dojo. Kleine kanttekening: onze leeftijd ligt iets uit elkaar, vandaar dat we elkaar nu pas voor het eerst ontmoeten. Ik vraag aan Anthony (Ermelo,1985) hoe hij is terechtgekomen in Indonesië:

,,Tijdens mijn studie kon ik stage lopen in Indonesië, het land waar mijn vader is geboren (1936, Menado). Sinds 2007 ben ik voor langere periodes in Indonesië voor vakantie of werk. Ooit ben ik begonnen op kantoor bij het familiebedrijf in thee in Jakarta, daarna stond ik voor de klas als leraar Engels. In 2014 heb ik een kleine dojo geopenend en een jaar later klopt de internationale MMA organisatie One Championship op mijn deur en ben ik professioneel fighter geworden.”

 

tatoeages-kl

Mijn Indisch-zijn uit zich ook in mijn tatoeages van Indonesische afbeeldingen: de barong, batik patronen, Arjuna en Garuda Visnu.

Door blauwe ogen schrijft over Indische identiteit, hoe zit dat bij jou?
,,Als Indische jongen kom ik uit voor mijn roots. In elk interview vertel ik dat m’n pa uit Menado komt. Gek genoeg herkennen mensen in Jakarta me niet als Indisch, dat blijf ik apart vinden. Het is een stukje onwetendheid, ze vinden me een bule (buitenlander) in Jakarta. Indonesische jongeren hebben geen flauw idee wat zich hier vroeger heeft afgespeeld. Toch is de hoofdstad echt mijn thuis. Ik hou van mijn buurt, mijn beste vrienden wonen daar ook. Ik heb geen enkele intentie om terug naar Nederland te gaan.”

Indisch-zijn was niet vreemd
Toch was ik vroeger niet bewust van mijn Indische afkomst, als kind zijnde dacht ik er niet over na. Ons gezin met een Indische vader en Britse moeder was normaal voor mij. Ook in het  traditionele Ermelo, waar niet veel Indische gezinnen woonden, vond niemand het vreemd.

Eenmaal op de middelbare school in Harderwijk ontmoet ik veel Indische leeftijdsgenoten. ‘Hé, je bent Indo toch?’, ik hoor er meteen bij. Met een grote groep Indische jongeren uit het hele land ga ik feesten af. Van hardcore house parties, tot Indo parties en natuurlijk pasar malams. We zijn elkaars beste vrienden.”

Nederlandse of toch Indonesische status?
Anthony’s vader vertrekt in 1949 als Indische Nederlander naar Nederland. Ter voorbereiding van dit interview vind ik een website over naturalisatie van Indonesiërs in Nederland waaruit blijkt dat de familie Engelen in 1974 de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Op het eerste gezicht vreemd, kloppen deze gegevens?

Anthony legt tijdens het gesprek een lijntje met zijn vader in Nederland die het ons uitlegt: ,,Toen opa Engelen met pensioen ging in 1974, hebben ambtenaren in zijn verleden gewroet. Volgens hen heeft zou mijn grootvader vroeger iets hebben verzuimd te doen, waardoor zijn kinderen nooit Nederlandse zijn geworden. Gek, want wij zijn dienstplichtig geweest en hebben met een Nederlands paspoort Indië verlaten. ‘Dat was dan jammer en een vergissing’, reageerden de betrokken ambtenaren toendertijd. De overheid voerde als goedmakertje voor onze familie de naturalisatie officieel door in 1974 en zo hebben we alsnog de Nederlanderse nationaliteit gekregen, ” aldus Anthony’s vader via de telefoon.

baard-kl

Confrontatie met Indisch verleden in pretpark
,,Indië en Indisch-zijn is altijd bespreekbaar geweest in ons gezin. Ik herinner me een confronterende situatie waarop het Indisch verleden van invloed is geweest. Op jonge leeftijd bezoeken mijn ouders, broertje en ik Disney World in Florida. In het pretpark zijn gedeelten ingericht als verschillende delen van de wereld. Als kind vind ik het maar wat interessant. Eenmaal aangekomen bij het Japanse gedeelte in het park gebeurt er iets geks, wat ik niet direct kan plaatsen. Mijn vaders houding verandert, hij weigert zelfs om ‘Japan’ binnen te gaan. Later deze vakantie valt bij mij het kwartje. Hij heeft een slecht gevoel bij dit  Aziatische land vanwege de Tweede Wereld Oorlog in Indië.”

Trainen en niet eten
Anthony’s 5e professionele gevecht is op 14 januari in Jakarta. Voorafgaand aan dit hoogtepunt traint hij twee keer per dag en volgt een strikt dieet. ,,Sport en eten zijn het belangrijkst voor me, dus niet kunnen eten wat ik wil is lastig.”

portret-kleur-kl

Toekomst
,,Ik heb altijd iets met sport willen doen. Vroeger tenniste ik op hoog niveau, maar al gauw zag ik in dat dat niet voldoende geld zou opleveren. Bezig zijn met MMA in Indonesie, waar de sport nog in de kinderschoenen staat, biedt kansen. Ik kan zeker tot mijn 36ste nog blijven vechten.”

Ik rond het gesprek af met de vraag wat er op zijn to-do-lijstje in de nabije toekomst staat. ,,Ik wil meer van Indonesië zien, zo ben ik nog nooit in Solo of Yogyakarta geweest. Verder komen er meer gevechten en open ik een nieuwe sportschool samen met mijn coach Martijn de Jong.

En wat is het eerste dat je gaat doen na jouw belangrijke gevecht? Daar hoeft hij niet lang over na te denken en zegt vastberaden: ,,Makan!”

 

Meer over Anthony Engelen:

One Championship 14 januari 2017 in Jakarta: http://onefc.com/events/75-one-championship.html

Instagram @Anthonyengelen

Copyright S. de Rozario. Rebloggen mag, maar let op de journalistieke etiquetten. Vermeld altijd de bron (website en auteur) en plaats de gehele originele tekst (dus niet knippen en plakken van tekstgedeelten). Plaats bij elke afbeelding de naam van de fotograaf! Bij vragen, graag mailen naar: doorblauweogen@gmail.com.

Beeld: Mark Thurman

Website Gelijkstellingen en naturalisaties: http://naturalisaties.decalonne.nl/

Naast jongeren ook geschiedenis en na-oorlogse periode aan bod

Een bijdrage van Sabina de Rozario

Het eind van het jaar betekent even stilstaan bij de afgelopen maanden om vervolgens hard vooruit te gaan. Ook Door blauwe ogen heeft de tijd genomen om terug te kijken. Lees in dit artikel over de kleine hoogtepunten, maar ook waar het platform zich het komende jaar op gaat richten.

Het afgelopen jaar hebben Indische jongeren vooral centraal gestaan. Een recap van een aantal artikelen.

Paatje Pfefferkorn foto: M. de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Ambitie in Indonesië
Wie herinnert zich niet de ambitieuze Martijn de Jong? Hij is druk bezig zijn business van sportscholen verder uit te breiden in Indonesië, omdat hij iets wil teruggeven aan het land waar zijn vader is geboren. De eerste Tatsujin gym zal spoedig openen, naast mooie woorden dus ook daden van deze derde generatie Indo. In 2017 zal een tiental sportscholen zijn geopend, geheel volgens Martijns vooruitstrevend schema. (Lees hier het hele artikel over Martijn de Jong)

Evert-Jan Nijboer poseert voor de foto samen met een Indonesisch jongetje

Evert-Jan Nijboer poseert voor de foto samen met een Indonesisch jongetje

Soldaat tijdens de politionele acties
Een ander opmerkelijk artikel is van Ronald Nijboer (29). Als hij op een dag het dagboek van zijn opa in handen krijgt, besluit hij in Indonesië naar de plaatsen te gaan waar zijn opa heeft gediend als dienstlichtig soldaat tijdens de politionele acties. Op Door blauwe ogen schrijft hij daarover een persoonlijk en waardevol artikel. Het goede nieuws is: Een uitgever gaat de verhalen van zijn opa uitgeven. In 2017 ligt het verhaal in boekvorm in de winkel. Wat een mooie ode aan zijn dappere opa.

In januari van het nieuwe jaar zal Ronald een update over zijn laatste zoektocht voor het boek in Indonesië publiceren op Door blauwe ogen. (Klik hier voor zijn artikel ‘God geve dat het niet tevergeefs is geweest’)

Tiffany van Soest met belt kl

3e generatie Indo uit Californië
Het meest gelezen verhaal van het afgelopen jaar: Muay thai-fighter Tiffany van Soest die voor het eerst tijdens een interview uitgebreid over haar Indische roots verteld. Op het moment van publicatie (april) is zij nog hard aan het trainen voor de belangrijke Glory-titel die zij onlangs in december behaalt en in een klap wereldberoemd wordt. (Lees hier het artikel over Tiffany)

Binnenkort een update over deze krachtpatser uit Californië die momenteel in Bali woont.

Meer Indische geschiedenis
Wat gaat Door blauwe ogen het komende jaar nog meer brengen? Wie het laatste artikel van december heeft gelezen, waarin Reggie Baay vertelt over de kolonie Nederlands-Indië en de gevolgen voor het huidige Indonesië hiervan, merkt dat er nieuwe hoofdstukken in de Indische geschiedenis bespreekbaar (moeten) worden. Het onderzoeken van het verleden zoals de politionele acties (Wat is er nu écht gebeurd?) en de slavernij tijdens het koloniale tijdperk (een onbekend hoofdstuk uit de geschiedenis) krijgen in de Nederlandse en Indonesische media steeds meer aandacht.

Ook Door blauwe ogen gaat met deze thema’s aan de slag het komende jaar. De lezer kan verhalen over slavernij in Indië, de politionele acties en het na-oorlogse en huidige Indonesië verwachten.

Jongeren
Uiteraard zal de derde generatie aan bod blijven komen. Door blauwe ogen speurt (en vindt!) graag naar ambitieuze Indischen in binnen- en buitenland die de Indische roots laten spreken. Lees binnenkort over de derde generatie Indischen uit Nederland en Indonesië op dit platform.

Een andere ambitie is om de jonge vierde generatie in de spotlight te zetten, want bij Door blauwe ogen telt elke generatie ten slotte.

Door blauwe ogen wenst iedereen een knallend 2017!

Door Blauwe Ogen onderzoekt verder

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Het laatste boek is verkocht vorige week. Het markeert een einde van mijn project waarmee ik mijn best heb gedaan om te laten zien hoe Indische nazaten zich voelen over het Indisch-zijn.

Collage DBO

Hier een aantal pagina’s uit het boek waarin de jonge Indischen zich uitspreekt over de Indische wortels. Van serieuze onderwerpen, de Herdenking, tot grappige Indischegebruiken zoals de botol tjebok.

Door Blauwe Ogen blijft onderzoeken
De boeken zijn op, maar dat wil niet zeggen dat Door Blauwe Ogen ophoudt. Sterker nog, Door Blauwe Ogen doet dat al een tijdje online.

Nieuwe groep
De tientallen Indische jongeren van de derde generatie die ik toen heb mogen interviewen waren allen op hun eigen manier interessant, aandoenlijk en vooral eerlijk. Nu is er een andere groep binnen deze generatie aan de beurt.

Collage DBO 2

Een tijdje geleden ben ik begonnen met het zoeken naar Indische nazaten die Indië nooit hebben verlaten. Voor degene die het niet weten, er zijn duizenden Indische mensen die niet op de boot naar Nederland konden of wilden stappen.

Generasi Ketiga
Door Blauwe Ogen blijft met name geïnteresseerd in de derde generatie, maar verplaatst de focus naar een andere locatie, namelijk Indonesië. Lees hier het eerste interview met een telg van de Generasi Ketiga.

Binnenkort hoop ik meer interviews van dit project te publiceren. En wie weet wordt het wel weer een boek. Wordt vervolgd!

Indische roots in Nederland

 

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

Dit artikel is eerder gepost op het blog Indo in Bali in mei 2014.

Boedhabeeld onder de Balinese parasol

Boedhabeeld onder de Balinese parasol

Is het waarschijnlijk dat er Indische elementen in het Nederlandse straatbeeld aanwezig zijn? Alleen al doordat Nederland honderden jaren met Indië is verbonden geweest en er veel Indischen in Nederland wonen, zou je denken van wel.

Ik ben twee weken met vakantie in Nederland en ik ga kijken hoe het met de Indische aanwezigheid, op straat of waar dan ook, staat.

Indisch in de straat
Wat kom ik tegen wat kan worden bestempeld als Indisch in het Nederlandse straatbeeld? Al lopend in het centrum van een middelgrote stad in Nederland vind ik een ‘tokootje’ met Indisch en Indonesisch eten. De Indonesische producten staan torenhoog opgestapeld. Het is er druk, zou het de enige toko zijn? Op straat denk ik af en toe een persoon van Indische afkomst tegen te komen. Ik vraag niet naar hun afkomst, maar geef een knik. Er is geen blik van herkenning terug. In de boekhandel zie ik één magazine voor de Indische gemeenschap liggen. Helaas kom ik niet veel verder dan dit.

Veel vragen komen bij me op: Waarop heeft de Indo zijn invloed gehad binnen de Nederlandse cultuur? Die paar sporadische Maleisische woorden die in het dagelijkse leven worden gebruikt (senang, pasar malam, nasi rames), zijn die voldoende om het Indische in Nederland levendig te houden? Is de Indische cultuur in Nederland aan het verdwijnen?

Indisch in huis
Ik ga met goede moed de situatie in de huiskamer van mijn ouderlijk huis bekijken. En die Indische sfeer, die is hier inderdaad.  Er staan en hangen veel beelden en accessoires van Indische dan wel Indonesische of Aziatische oorsprong. Het antiek uit Tana Toraja dat we ooit hebben gekregen van onze gids toen we in Sulawesi waren, de net geoogste rijst die we van een rijstboer hebben ontvangen en natuurlijk ontbreekt de lap van batik niet.

Het is allemaal betrekkelijk standaard, die Indische sfeer in huis. Als het er niet zou zijn, zou het worden gemist. Hieronder een aantal foto’s, wellicht herkenbaar?

Antiek uit Tana Toraja, Sulawesi

Antiek uit Tana Toraja, Sulawesi

 

Jonge rijst (beras) in huis brengt voorspoed

Jonge rijst (beras) in huis brengt voorspoed

 

Beeld van een karbauw met boer is een klassieker

Beeld van een karbauw met boer is een klassieker

 

Er is altijd iets van batikstof aanwezig, bijvoorbeeld een tafelkleed

Er is altijd iets van batikstof aanwezig, bijvoorbeeld een tafelkleed

 

De Fender van mijn Indo-rockende vader

De Fender van mijn Indo-rockende vader

Martijn de Jong: Van passie naar missie

 Bijdrage van Sabina de Rozario

Staren naar de wereldkaart, opzoeken waar Indonesië ligt. Als kleine jongen is hij altijd bezig met Indië en Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. Toen wist hij het al: Daar ga ik iets doen later.

De kleine dromer van toen is Martijn de Jong (Deventer, 17 juli 1974), inmiddels een volwassen man met nog steeds veel ideeën en plannen. Ik ontmoet hem bij een warung langs een drukke weg in Bali, hij is in goed gezelschap als ik aanschuif. Als de gerechten op tafel komen, volgt een inspirerend gesprek over zijn carrière in de vechtsport en zijn daaruit voortvloeiende ambitie in Azië.

‘Nare Japanners’
Martijns carrière in Mixed Martial Arts (MMA) neemt midden jaren ’90 een grote sprong als hij een gevecht heeft in Japan. Hij herinnert zich zijn eerste Japanse tegenstander nog goed: ,,De ervaringen van mijn Indische familie in de Japanse kampen maakt dat ik haatgevoelens voor mijn tegenstander heb. In minder dan 4 minuten versla ik hem. In de kleedkamer bedankt de Japanner me nederig voor het gevecht. Ik snap zijn houding niet. Japanners zijn toch nare mensen?”

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Schuldgevoel
,,Een jaar later ben ik voor een langere periode terug in Japan om te trainen. Ik word er goed opgevangen en verzorgd. Een reality check: De oorlog is verleden tijd, deze mensen om me heen zijn andere mensen dan ‘die slechte Japanners’. Meer dan 70 keer heb ik Japan bezocht en heb altijd een schuldgevoel gehad tegenover mijn Indische familie. Ik kreeg kans om Japans te leren, maar heb dat niet direct gedaan. Dat ik eerder Japans zou spreken dan Indonesisch kon ik niet rijmen met de geschiedenis van mijn familie.”

Je bent vaak in Indonesië, vroeger voor vakantie, nu vooral voor zaken. Hoe is het om in Indonesië te zijn?

,,Indischen hebben geen eigen land meer, maar in Indonesië voel ik me thuis. Toch hoor ik er niet helemaal. En dat geldt voor Nederland ook. Kijk, spekkoek is in Nederland Indische cake. In Indonesië noemt men het Nederlandse cake. En zo is het ook een beetje met de Indo. Soms voel ik me als een spekkoek!”

Tatsujin defence system

Martijn in actie op de advertentiefoto van zijn trainingsmethode bij Celebrity Fitness

Positief aanraken
Onlangs heeft Martijn zijn ontwikkelde Tatsujin Training System succesvol geintroduceerd bij een grote sportschoolketen in Indonesië, Maleisië en Singapore. Dit jaar opent hij zijn eigen sportschool in Jakarta en tevens gaat hij van start met een reallife programma op de Indonesische televisie. Een gedreven ex-topsporter die mensen positief wil aanraken waar ook ter wereld.

Waarom wil je juist jouw kennis delen in Indonesië? Zit er een dieper gevoel achter dan alleen succesvol zijn in jouw tak van sport?

,,Ik wil MMA, de snelst groeiende sport in de wereld, groot maken in Indonesië, want ik zie dat daar potentieel is. Met het reallife programma wil ik laten zien dat je door vechtsport zelfverzekerd en zelfs een held kunt worden. Van iets negatief positief maken.”

Teruggeven
,,Door mijn Indische roots en mijn ervaring, die ik overal heb mogen opdoen, wil ik mensen helpen in Indonesië. Mijn passie voor MMA is nu mijn missie geworden. Ik heb het gevoel dat ik iets kan teruggeven.”

 

Meer info over Martijn de Jong: http://www.tatsujindojo.nl

Tiffany van Soest: Bali is mijn geheime wapen

Bijdrage van Sabina de Rozario, April 2016

Als een professioneel martial arts beoefenaar naar het Indonesische eiland Bali verhuisd om daar te trainen, lijkt dat op het eerste gezicht niet logisch. Maar kansen voor haar carrière, de perfecte golven en de eilandmentaliteit maken de keuze voor de Amerikaanse Tiffany van Soest (27) makkelijk:,,Bali is het paradijs.”

Tiffany van Soest met belt kl

Tiffany van Soest

Een paar maanden geleden kiest Tiffany voor Bali als haar thuisbasis en voelt zich als een vis in het water. Ze is, als regerend wereldkampioen, elke dag intensief met Muay Thai bezig (trainen en training geven). In haar vrije tijd pakt ze graag een paar golven op haar surfboard.
Ik ontmoet haar bij haar favoriete restaurantje waar vooral niet-Indonesisch eten op de kaart staat. Of ze niet van Indonesisch eten houdt? ,,Zeker wel, ik ben zelfs opgegroeid met sambal! Mijn opa is geboren in Semarang, in het voormalige Nederlands-Indië.”

Tiffany van Soest last fight

Tiffany in actie tijdens haar laatste gevecht

Indische opa
Haar Indische opa migreert begin jaren ’50 naar Nederland. In Den Haag ontmoet hij zijn aanstaande bruid en vertrekt samen met haar naar Amerika, waar in 1957 de eerste zoon wordt geboren, de vader van Tiffany.

Tiffany (1989) heeft tijdens haar jeugd een sterke band met haar opa. Helaas overlijdt hij als Tiffany 10 jaar oud is. Hij leert haar alles over Nederlands voetbal (en indirect over Nederland), samen kijken zij naar wedstrijden op tv van zijn geliefde Ajax. Betrokken als hij is, sponsort opa haar voetbalelftal. Oma maakt nasi goreng voor alle speelsters voor na de wedstrijd. ,,Mijn oma is beroemd om haar nasi goreng. Ondanks dat ze Nederlandse is, heeft ze zich de Indonesische keuken eigengemaakt. Haar babi ketjap is mijn favoriete gerecht.”

Bewust van gemengde afkomst
,,Op 6-jarige leeftijd vertelden mijn ouders waar onze roots liggen. Opgewonden over het feit dat ik gemengd Pools en Oostenrijks van moederskant en Nederlands en Indonesisch van vaderskant ben, ging ik ermee aan de slag voor een schoolproject. Helaas wist ik niets over Indonesië toendertijd. Enkele jaren geleden ben ik gaan lezen over Nederlands-Indië, de Tweede Wereldoorlog en mijn afkomst.

,,Ik ben één keer in Nederland geweest voor een gevecht. Mijn oma had ongeveer 20 familieleden gevraagd om naar mij te komen kijken. Door het ontmoeten van mijn Nederlandse familie ervaarde ik een terug-naar-m’n-roots-gevoel.”

,,Mijn oma leest nog elke dag de Nederlandse kranten en ook met haar heb ik een speciale band. Door haar liefdevol bereide eten en omdat ik op haar lijk. In haar heldere blauwe ogen zie ik haar enorme kracht, haar mentaliteit van nooit opgeven, altijd blijven doorgaan. Dat heb ik van haar gekregen. Maar ik zie ook haar liefdevolle karakter, haar vrije geest, ze is zonder twijfel mijn grootste inspiratie.

Soccerfield Pererenan

Het voetvbalveld tussen de rijstvelden

De Bali connectie
,,Door het hebben van Indonesisch bloed voel ik me erg verbonden met de plek waar ik nu woon. Tijdens het voorbijrijden van een voetbalveld tussen de rijstvelden onlangs moest ik sterk denken aan mijn opa, die mij de liefde voor voetbal heeft bijgebracht. En nu ben ik hier voor mijn Muay Thai carrière. Het voetbalveld dat voor me lag, voelde als de schakel met waar ik nu sta in mijn leven.”

,,Op Bali  heerst rust, het is er makkelijker dan op andere plekken. Alles klopt hier voor mij, er staan grote dingen te gebeuren. Bali is mijn geheime wapen.”

Jongkok en kelapa muda kl

Nog even op de foto (Tiffany rechts) in jongkok met een kelapa muda

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

‘Als een kind van de kolonie’

Bijdrage van Sabina de Rozario

Zon, strand, cultuur en heerlijk eten. Dit is zo’n beetje een vakantie naar Indonesië in een notendop. Of is het meer en kan een reis naar het geboorteland van de voorouders de gevoelens aardig in de war brengen?

Bovenstaande vraag houd me nog altijd bezig. Een vraag die past in het rijtje: Indonesië, Indische roots, identiteit, bewustzijn. En laten dat net de onderwerpen zijn waar Door blauwe ogen zich meebezighoudt. Ik maak een rondje bij een aantal jonge Indischen en vraag naar hun bezoek aan Indonesië.

Met eigen ogen
In afwachting van de antwoorden die ik per mail hoop binnen te krijgen, ga ik bij  mezelf te rade. Hoe ervaarde ik mijn eerste bezoek aan Indonesië? Ik kan stellen dat de vakantie naar het ‘vaderland’ grote impact op mij heeft gehad. De puzzlestukjes vielen tijdens deze reis voor mij in elkaar.
Met eigen ogen zien hoe de geboortegrond van mijn vader eruit zag, maakte me meer bewust van waar hij vandaan komt: het klimaat, de samenleving, de geuren en kleuren.
Ik kende Indië uit de verhalen, door er zelf rond te lopen werd het duidelijker voor me. Ik kreeg ook meer inzicht in hoe mijn familie moest hebben geleefd, hoe hun omgeving eruit zag en waarom ze vaak korte antwoorden geven. Zoals antwoorden met slechts ‘al’ in plaats van een hele zin. Iedereen bleek dat te doen in Indonesië, ‘sudah’.

In Toraja 1995 kl

Foto genomen tijdens mijn tweede vakantie in Indonesië. Toraja 1996.

Ik denk nog even door: Kan een vakantie aan het geboorteland van (een van) de ouders of grootouders, het Indische gevoel bij een persoon bevestigen? En kan het bezoek het bewustzijn van de Indische identiteit aanwakkeren? Allebei serieuze vragen waaraan je misschien niet denkt voor vertrek.

Kind van de kolonie
Ferdinand antwoordt hierop: ,,Ik voelde me als een vis in het water toen ik in Indonesië was. Ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mijn vader ben ik samen met hem naar Java gegaan. We hebben daar de familie en het ouderlijk huis bezocht. En ja, ik voelde me er Indisch, als een kind van de kolonie.” Als laatste voegt hij toe: ,,Tijdens mijn bezoek aan Indonesië merkte ik dat de Indische cultuur daar niet meer bestaat.”

En hierin moet ik Ferdinand gelijk geven, het Indische is bijna niet meer zichtbaar in het straatbeeld van Indonesië. Een paar gebouwen uit de tijd van de kolonie, wat Nederlandse naamborden hier en daar, maar dan houdt het wel op. Opvallend genoeg, vond ik mijn Indische vader erg passen in het Indonesië van nu. Hoe hij met de mensen sprak, grappen maakte en rondliep alsof hij nooit anders had gedaan. Hij had het zichtbaar naar zijn zin.

Niet anders
Maar er is ook een ander geluid dat mij bereikt. Zo schrijft Peggy over haar Indonesië-ervaring: ,,Ik kan niet echt zeggen dat ik me anders voel wat betreft mijn Indisch-zijn. Ik vond het er mooi en voelde me wel verbonden met hun manier van leven.”

Nathalie heeft een mening zoals vele van haar derde generatiegenoten. Zo valt bij haar ook ‘alles op z’n plek’ en voelt ze zich ‘meteen thuis’ in Indonesië. Als enige geinterviewde noemt zij haar uiterlijk, dat is namelijk hetzelfde als de Indonesiërs: ,,Groningen, waar ik woonde, was in die tijd nog erg licht. In Indonesië viel ik qua gezicht niet op,” verduidelijkt ze. Ook herkent zij de humor, gebruiken en waarden en normen van huis uit.

Huilend naar huis
Helaas komt aan een vakantie altijd een einde en wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Voor sommigen valt het niet mee.
Nathalie: ,,Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Nederland heb ik uren gehuild. Ik wilde niet meer naar huis. Terug in Nederland heb ik drie maanden nodig gehad om te acclimatiseren. Lang trok ik overal mijn schoenen uit, zelfs in de klas.”

Nathalie restaurant

De 11-jarige Nathalie (1988) met vakantie in Indonesie.

Eenmaal bezig aan dit artikel, vraag ik me af hoe het zit met degenen die nog nooit naar Indonesië zijn geweest. Wat zou voor hen een reden kunnen zijn om te gaan en wat verwachten ze van het land?

Gevoelsmatig
Ik besluit Herbert te mailen, want hij is nog niet in Indonesië geweest. Binnen vijf minuten komt zijn antwoord mijn mailbox binnen. Hij heeft er duidelijk al eens over nagedacht.
Herbert: ,,De reden voor mij is dat ik nieuwsgierig ben naar het land waar een gedeelte van mijn roots liggen. Mijn moeder, ze kwam op haar 21ste jaar naar Nederland, vertelt altijd vol trots over haar Indië en ik wil zelf ervaren welke impact een bezoek aan haar geboorteland op mij heeft en dan vooral gevoelsmatig.”

Als laatste vraag ik hem of hij bepaalde verwachtingen heeft. Herbert: ,,Ik verwacht een stuk herkenning aan te treffen van datgene wat ik van mijn moeder vanuit de verhalen heb meegekregen. Tegelijkertijd verwacht ik een land aan te treffen dat compleet anders is dan de periode van voor de dekolonisatie. Mijn moeder zegt eigenlijk altijd dat ‘haar’ land niet meer bestaat, dat was namelijk Indië.”

Ontdekken
En dat hoor ik vaker, de zin die niet anders dan met weemoed kan worden uitgesproken: ‘Indië is niet meer’. Toch heeft het nieuwe Indonesië een grote aantrekkingskracht op Indische jongeren. Wat je er kunt vinden en wat het gevoelsmatig teweeg kan brengen, is per individu verschillend. Mocht je nog niet zijn geweest, wellicht is het een idee om dat eens uit te vinden? En zelfs al heb je meerdere keren Indonesië bezocht, volgens mij valt er er elke keer wel iets te ontdekken van het land, over jouw achtergrond en familie.

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het artikel Geboortegrond in een fles, gebaseerd op interviews uit het boek Door blauwe ogen.

Dit is een bijdrage van Sabina.

Indische identiteit met diepgang

Bijdrage van Evert Mutter

Het project Tussen twee generaties is een emailwisseling tussen een 2e en een 3e generatie Indo over Indisch-zijn. Lees hier het antwoord van Evert op de laatste post (9 sept) van Sabina met de titel ‘De 3e generatie is zeker Indisch.’ Klik op de titel om haar artikel te lezen.

Beste Sabina,

Ik heb met meer dan normale belangstelling jouw blog ‘De 3e generatie is zeker Indisch’, gelezen. Ik beschouw het een beetje als een hartenkreet. De ongefundeerde opmerking van die oudere Indische dame dat jij, als derde generatie een blanda zou zijn, raakt je meer dan je wil doen voorkomen. En ik kan me dat heel erg goed voorstellen. Nogmaals de opmerking van die mevrouw was erg ongenuanceerd.

Een gevoel dat je woordloos kunt delen
Ik wil als vertegenwoordiger van de tweede generatie, nog geboren en deels getogen in Indië, mijn visie geven. Zoals je weet ben ik nog dagelijks bezig met de geschiedenis van de oude kolonie en met het de vraag wat dat ‘Indisch’ nou eigenlijk is. In andere verhalen heb ik al eens aangegeven dat het begrip vrij complex is en dat er nauwelijks een wetenschappelijk definitie voor is te formuleren. Misschien moeten we het houden bij de diffuse constatering dat ‘Indisch een gevoel is dat je woordloos met de andere kunt delen, die de dezelfde herkomst heeft.’ Een wetenschapper zou met zo’n constatering natuurlijk geen steek verder komen. Maar in de context van deze blogs zullen het er toch mee moeten doen.

Benaderen en meten van Indisch-zijn
Wat mij betreft kan je dat Indisch zijn op verschillende manieren benaderen. In de eerste plaats, en dat is redelijk meetbaar, ben je Indisch als een van je ouders of voorouders van Indonesische oorsprong is. Het Indisch-zijn is dan gewoon genetisch bepaald. Bij vele Indo’s is het zo dat een van de ouders of grootouders al van gemengd bloed is. Ondanks het feit dat het percentage van Indonesische genen dus sterk kan variëren, voelen de Indo’s die nog in Indië geboren en getogen zijn, zich nog steeds echt Indisch.

Na de noodgedwongen vestiging van vrijwel alle Indo’s in Nederland ontstaat er een derde generatie Indo’s die in Nederland geboren en getogen is. Van deze groep kunnen de beide ouders Indisch zijn of van gemengd Indische/Hollandse oorsprong. Blijkbaar stellen velen zich de vraag of deze derde generatie nog als Indisch kan of mag worden aangemerkt. Nogmaals als een van de ouders of beide ouders van Indische origine zijn, zijn deze nakomelingen dus Indisch. Verder is het echter afhankelijk van hun omgeving en hun persoonlijkheid in welke mate zij zich bewust zijn van die specifieke Indische identiteit. Hebben ze van hun ouders in de opvoeding het een en ander meegekregen? En zelfs als dat het geval zou zijn, hebben ze daar als individu iets mee gedaan?

Indisch-zijn is meer dan soto ayam
Ik lees wel eens interviews met derde generatie Indo’s in de Moesson die tot de (semi) BN-ers horen. Velen van deze groep ontlenen hun Indische identiteit uitsluitend aan hun meer dan gemiddelde bekendheid met de Indische keuken. Niet beseffend dat het Indisch zijn schier oneindig veel meer is dan weten wat soto ayam is. Kortom hun Indische identiteit heeft de diepgang van een oud Hollands dubbeltje. Wat mij betreft zijn dit genetisch gezien Indo’s maar qua identiteit is de term Indisch nauwelijks van toepassing.

Maar gelukkig zijn er ook Indo’s van de derde generatie, dus in Nederland geboren en getogen, die van huis uit die Indische identiteit met de paplepel ingegoten hebben gekregen en die er ook bewust iets mee gedaan hebben. Die zich verdiept hebben in de oorsprong van die identiteit. Die interesse tonen in de gebruiken, de tradities, de opvattingen etc. van de Indo. Die trachten zich te verdiepen in het gevoelsleven van die typische mesties. Om de zaak nog complexer te maken zou je dezelfde vragen kunnen stellen over de derde generatie Indo’s van de mensen die in de jaren 50 geëmigreerd zij naar, voornamelijk, de VS. Maar misschien kunnen anderen daarover uitweiden.

Nog een slot opmerking. Vele blanda’s, wier families generaties lang in Indië gewoond en geleefd hebben, maar die zich nooit vermengd hebben met de inheemse bevolking, noemen zich tegenwoordig ook graag ‘Indisch’. Ik wens die term echter slechts te reserveren voor de groep die van gemengd bloed is. De blanda’s uit Indië noem ik Indischgasten. Net zoals de peranakan Chinezen, zich ook consequent zo noemen en zich dus niet Indisch noemen.

Je bent op en top Indo
En dan echt tenslotte. Die Indische mevrouw die jou dus een blanda noemde, heeft in tweeërlei zin ongelijk. Je bent immers dochter van een Indische vader en je hebt je meer dan verdiept in de Indische identiteit. Je bent wat mij betreft op en top Indo, in meer dan een opzicht. En ik denk dat jij, net als ik trouwens, dat Indisch-zijn koestert en er trots op bent.

Evert Mutter

Lolo van Ruler: Toko Lo

Bijdrage van Sabina de Rozario

Kue pelangi Toko Lo

Kue pelangi van Toko Lo met op de achtergrond de foto’s van de opa en oma van Lola.

In de serie Indische jongeren, dit keer een sprankelende onderneemster die van haar hobby haar beroep heeft gemaakt. Lola van Ruler heeft onlangs haar eigen online winkeltje geopend, een reden om alles te vragen over haar Toko Lo.

Lola op event

Lola in haar stand

Als klein meisje is Lola altijd in de keuken van haar oma’s te vinden. Ze trekt zich liever terug naar de plek waar het eten wordt bereid dan zich te mengen in de drukke feestjes in de woonkamer. Hierdoor zit ze met haar neus overal bovenop en leert ze de speciale recepten van de familie kennen. Als haar oma’s overlijden, is de keuken van haar moeder haar leerschool.

Toko Lo
Lola is een bewuste 3e generatie Indische. Zo schrijft ze wekelijks voor de website Indo’s be like, reist regelmatig af naar Indonesië en heeft haar passie gevonden in de Indische keuken.

Lekker bakken in de keuken, recepten proberen, maar ook zelf nieuwe gerechten uitvinden, hele dagen kan Lola in haar keukentje doorbrengen. En dat is ook meteen haar kracht. Haar passie voor de Indische keuken heeft haar gemaakt tot wat ze nu doet. Of eigenlijk ís, want Lola is Toko Lo en Toko Lo is Lola.

Pretpakket Toko Lo

Meegaan in de flow
Inspiratie krijgt Lola onder andere tijdens haar verblijf in Indonesië. Jaren geleden staat haar eerste reis in het teken van zoeken van herkenning. De derde keer (2015) is het vooral om zich op te laden. Overgeven aan het tempo, loslaten van planning, meegaan in de flow en terug naar de oorsprong, zoals ze zelf mooi uitlegt. ,,Ik ga zeker naar huis met veel nieuwe recepten, smaken en ideeën. Van de kaki lima, warungs tot aan het schoteltje met een snoepje op de hotelkamer.”

Tokolo logo

Logo van Toko Lo

Unieke mix
Is Toko Lo nu nog te vinden op Pasar Malams en evenementen (check haar website waar en wanneer), de echte droom van deze ambitieuze onderneemster is om een fysieke winkel te openen.
De goedlachse Amerfoortse ziet het al helemaal voor zich. Haar plan is om binnen een jaar tijd een ‘vaste’ toko te openen. Toko Lo wordt een mix van een eethuis met kleine gerechten versus de kaki lima waar men zeker weet dat zij de authentieke snacks/zoetigheid kunnen halen. In de weekenden kunnen kleine gezelschappen reserveren om een rijsttafel te komen eten. Toko Lo moet ook als ontmoetingsplaats dienen.

Kleintje in de keuken
Ik vind het mooi om te zien wat een vakantie naar Indonesië voor mensen kan brengen. Is dat voor de één het heerlijke strand of het lekkere eten. Voor de ander is het het zoeken naar de Indische roots. Voor Lola zijn het grote dromen, het nodige geduld en uiteindelijk een eigen toko. Haar toko zal een plaats voor Indisch eten en cultuur overdracht worden. En dat laatste gebeurt zoals dat moet gebeuren. Want het is niet moeilijk voor te stellen dat in Lola’s keuken ook weer een kleintje met grote ogen zal meekijken.

Interview door Sabina. Beeld van Toko Lo en de Instagram account van Lola

Bekijk de website van Toko Lo voor meer informatie of als wil je proeven van de Indische snacks en gerechten van Toko Lo: http://www.TokoLo.nl