derde generatie

Reggie Baay brengt hidden legacy tot leven tijdens Ubud festival

Een bijdrage van Sabina de Rozario

In oktober van dit jaar is het Ubud Writers and Readers Festival gehouden op Bali. Een uniek evenement voor internationale schrijvers en geïnteresseerden. Ik bezoek het artistieke Ubud om het programma-onderdeel Hidden Legacy van Reggie Baay bij te wonen.

ubud-writers-festival-header

Koloniale geschiedenis
De voormalige kolonie Nederlands-Indië, is in Nederland momenteel een veelbesproken onderwerp. Dit in tegenstelling tot Indonesië waar de koloniale geschiedenis niet of nauwelijks wordt aangeroerd. De redenen: Indonesië laat de bezetting achter zich en brengt de periode van onderdrukking liever niet ter sprake, bovendien zijn er andere issues waar men zich meebezig moet houden. Opvallend is wel het Nationale Archief dat tot de nok toe is gevuld met  archieven van de V.O.C. in het Nederlands, een erfenis die weleens waar wordt bewaard achter gesloten deuren.

Schrijver Reggie Baay begint de avond op het festival met het uitleggen ‘Wat is Indisch (of eigenlijk wat is Euroasian, want de voertaal is Engels)?’ om zo tot de gezamelijke geschiedenis van Indonesië en Nederland uit te leggen: de kolonie en de gevolgen ervan.

foto-wirasatha-darmaja

Reggie Baay tijdens het Writers Festival. Foto: Wirasatha Darmaja

Slavernij in de Oost
Met name het laatste boek van Reggie Baay, Daar werd wat gruwelijks verricht, gaat over slavernij tijdens het koloniale tijdperk. Niet veel mensen weten over slavenij in ‘de Oost’, een reden voor de Indische Baay om hierover te schrijven en te vertellen tijdens het Writers Festival: Het onthullen van de negatieve kant van kolonialisme heeft invloed op de relatie met Nederland en Indonesië, zodat obstakels uit de weg worden geruimd, zo legt de schrijver uit. Aan de andere kant is het van belang voor de identiteit van Nederland. Een land moet haar geschiedenis kennen om te weten wie zij is. Ontkenning creërt een verkeerde identiteit, aldus de schrijver.

Uiteraard zijn er die avond meer onderwerpen aangesneden, maar bovenstaande informatie alleen al is veel om te behappen, zeker voor de aanwezige Nederlanders bij dit event in Indonesië. Belangrijk om toe te voegen is dat het gaat niet over het hebben van een schuldgevoel als Nederlander, maar over de noodzaak om de slavernij te erkennen.

Baays missie
De door het publiek gerespecteerde spreker, ondanks dat de meerderheid hem niet kent in Ubud, drukt aan het eind van avond de mensen nog maar eens op het hart dat het zijn missie is om over deze gezamelijke geschiedenis te vertellen aan alle lagen van de bevolking van Nederland en Indonesië.

Na afloop spreek ik met Reggie. Ik ben niet de enige die dat wil, het is mooi om te zien hoe populair hij is, zelfs buiten Nederland. Ik krijg zijn laatste boek voorzien van een handtekening, terwijl mijn man een foto van mijn voorbeeld en mij maakt. Het is altijd inspirerend om met hem te spreken, ik ben blij dat hij even tijd voor me heeft. Eenmaal thuis ben ik nog vol van wat ik die avond allemaal heb gehoord en besproken met de kenner zelf.

met-reggie-baay-in-ubud-kl

Support en bespreek!
Vol met ideeën met betrekking tot mijn eigen onderzoek naar Indische roots in Indonesië, bedenk ik dat een schrijver het niet alleen kan vertellen. Als alle kanten van het koloniale tijdperk moeten worden besproken, beschreven en laten zien, hoe pijnlijk ook, dan is daar support voor nodig.
Zou het niet mooi zijn als we, en daarmee bedoel ik met name de Indische gemeenschap, de mensen steunen die zich daar hard maken om over de koloniale geschiedenis te schrijven? Kijk, lees en spreek over wat in Indië is gebeurd en erken het verleden. Wees betrokken want, om de titel van Baays boek te gebruiken, ‘daar werd wat gruwelijks verricht.’

Advertenties

Door Blauwe Ogen onderzoekt verder

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Het laatste boek is verkocht vorige week. Het markeert een einde van mijn project waarmee ik mijn best heb gedaan om te laten zien hoe Indische nazaten zich voelen over het Indisch-zijn.

Collage DBO

Hier een aantal pagina’s uit het boek waarin de jonge Indischen zich uitspreekt over de Indische wortels. Van serieuze onderwerpen, de Herdenking, tot grappige Indischegebruiken zoals de botol tjebok.

Door Blauwe Ogen blijft onderzoeken
De boeken zijn op, maar dat wil niet zeggen dat Door Blauwe Ogen ophoudt. Sterker nog, Door Blauwe Ogen doet dat al een tijdje online.

Nieuwe groep
De tientallen Indische jongeren van de derde generatie die ik toen heb mogen interviewen waren allen op hun eigen manier interessant, aandoenlijk en vooral eerlijk. Nu is er een andere groep binnen deze generatie aan de beurt.

Collage DBO 2

Een tijdje geleden ben ik begonnen met het zoeken naar Indische nazaten die Indië nooit hebben verlaten. Voor degene die het niet weten, er zijn duizenden Indische mensen die niet op de boot naar Nederland konden of wilden stappen.

Generasi Ketiga
Door Blauwe Ogen blijft met name geïnteresseerd in de derde generatie, maar verplaatst de focus naar een andere locatie, namelijk Indonesië. Lees hier het eerste interview met een telg van de Generasi Ketiga.

Binnenkort hoop ik meer interviews van dit project te publiceren. En wie weet wordt het wel weer een boek. Wordt vervolgd!

De 3e generatie is zeker Indisch

Bijdrage van Sabina de Rozario

Er komt geen reactie op wat ik hem net heb verteld. De oude Indische man zegt niets meer en kijkt strak voor zich uit. Ik ken deze reactie. Ik heb het eerder meegemaakt dat men afwijzend is als ik vertel over mijn geschreven verhalen en boek over de 3e generatie Indischen in Nederland. De reden hiervoor is dat sommigen de nakomenlingen van de 2e generatie Indischen niet Indisch vinden.

Cover Door blauwe ogen

Ook een Belanda
Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat ik (en betrek hierbij de hele 3e generatie) niet al Indisch wordt gezien. Ik word voorgesteld aan een wat ouder Indisch gezelschap, waarvan een Nederlandse dame frivool uitroept: ,,Ik ben de enige Belanda hier hoor.” Gevolgd door een opmerking uit de groep in mijn richting door een Indisch dame die weet heeft van mijn Indische afkomst:,,Maar deze is ook een Belanda!” Ik haal mijn schouders op. Dat zij mij niet als Indisch ziet, dat mag. Al ben ik het wel.

Kijk, ik hoef me niet te verdedigen of mijn afkomst Indisch is. Het enige punt waarover te discussiëren valt, is of ik nu Indisch of Indo ben. De familie van mijn vaders kant is nagenoeg niet Nederlands en daarom zou de term Indo-Europees beter passen? Een kniesoor die daar op let maar geloof me, dat doen ze.

Geen twijfel over mijn identiteit
Indo of Indisch-zijn is meer dan alleen een afkomst. Het is een identiteit. En die is voor mij heel duidelijk. Ik ben vrouw, geboren in Nederland, houd van badminton en ben open-minded. Vertaal dit  naar identiteit dan ben ik: vrouw, Nederlander, badmintonner, een vrije geest en Indo. Daar twijfel ik nooit aan en waarom zou ik? Moet ik twijfelen aan mijn afkomst, omdat sommige Indischen mij niet als een Indisch willen zien? Claimen deze mensen het Indisch-zijn omdat zij in Indië zijn geboren? Vinden zij dat nakomelingen van de 2e generatie Indischen zich niet Indisch mogen voelen?Portret

Op mijn beurt stel ik de vraag aan deze mensen: Wat maakt een persoon Indisch? Als ik naar mezelf kijk, is de helft van alles om mij heen Indisch; de helft van mijn familie, de helft van mijn ouders, de helft van mijn opvoeding. Dat maakt dat een helft van mij Nederlands en een helft Indisch is. En als je zegt dat ik niet Indisch ben, dan besta ik dus uit een helft van…niks?

3e generatie Indisch? Ja!
Nogmaals, als mensen niet willen zien dat ik en mijn generatiegenoten Indisch zijn, dan is dat maar zo. Ik twijfel niet aan mijn afkomst en ik schrijf over mijn Indische cultuur en afkomst met een vernieuwde blik. Of die mening voldoende Indisch is, daar mag men over twijfelen. Maar wat ik ben en hoe ik me voel, in beide gevallen Indisch, daar is geen twijfel over mogelijk.

Dit is een bijdrage van Sabina, initiatiefnemer platform Door blauwe ogen en auteur Door blauwe ogen, Het Indo-gevoel van de 3e generatie in Nederland.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Oefenen met de sawahman

Bijdrage van Sabina de Rozario

Hier een post van Indo in Bali, het blog dat onderdeel is van dit platform Door Blauwe Ogen. Naast tekst en foto’s in dit verhaal ook een preview van de rijstboer (de tani) en zijn cucu.

(Om het hele verhaal te lezen en het filmpje te zien, klik op View Original onderaan de tekst)

Indo in Bali

De sawah (rijstveld) naast mijn huis wordt dag in dag uit, weer of geen weer, bewerkt, onderhouden en bewaakt door de 68-jarige boer. Als ik hem aan het werk zie, moet ik altijd even kijken en kan ik alleen maar respect opbrengen voor de toewijding waarmee hij voor zijn land zorgt. Rijstboer-zijn levert niet heel veel geld op,  daarnaast is het werk enorm zwaar.

Docu
Mijn plan om een korte docu te maken over de familie van mijn man (over de inhoud komt ik nog terug), moet ik oefenen in het vastleggen van verhalen. Nu schrijf ik voldoende verhalen met mijn blogs en heb ik lang geleden ooit een korte docu mogen regisseren en filmen, ik moet toch het nodige oefenen met filmen voor ik aan het echte werk begin. Ik wil graag mijn filmtechniek oefenen met de sawahman, maar durf ik het hem te vragen en zou hij het…

View original post 648 woorden meer

Het Indisch zwijgen

Bijdrage Evert Mutter

Tussen twee generatie volgt de mailwisselingen tussen twee leden van verschillende Indische generaties. Hier het antwoord van Evert op de prangende vragen van Sabina (zie post van 26 januari) over hoe te vragen naar het Indische verleden.
Beste Sabina,
Ik zal proberen een antwoord te geven op jouw vraag hoe de derde generatie om moet gaan met het zwijgen van de eerste en tweede generatie.
Zoals je weet behoor ik tot de generatie die het oude Indië nog heeft meegemaakt. Ik was 13 jaar toen ik Indië verliet . Ik heb dus nog herinneringen aan het koloniale leven.

De vraag is nu wat de derde generatie eigenlijk precies wil weten. Zijn hun vragen gericht op het leven in Indië van voor de oorlog, dus van voor maart 1942, of wil men meer weten over wat hun ouders en grootouders hebben meegemaakt tijdens de Japanse bezetting en de turbulente tijd van de bersiap? En misschien ook nog hoe de vorige generaties het gedwongen vertrek uit Indië en de opvang in Nederland hebben ervaren.

Verzwegen geschiedenissen
Over de periode van voor de oorlog kent men al de vele verhalen hoe goed het leven toen was. Het zijn de bekende verhalen vol nostalgie en heimwee naar dat goede leven in dat prachtige onvergetelijke land van herkomst. Maar ook over deze periode zijn er verzwegen geschiedenissen. Ik zal je een aantal voorbeelden noemen.

Bij al die verhalen werd en wordt zelden of nooit gesproken over de oermoeder van elke Indo: de njai. Voor de Indo die in de kolonie enigszins mee wilde tellen in die kenmerkende gelaagde koloniale samenleving was dit een taboe onderwerp. Immers ons referentiekader was die blanke totok. En de Europese voorzaten van de Indo telden alleen. Over onze Inlandse voormoeders werd niet gesproken, ze werden verzwegen of, erger nog, verloochend.

In die gelaagde samenleving keek de Indo neer op de Inlander. Sterker nog in hele families schaamde men zich soms voor de wat donkerder uitgevallen familieleden.
Hoe hard de totoks die nu in Nederland wonen ook mogen roepen dat zij ook Indisch zijn, feit blijft dat zij in de koloniale samenleving de Indo toch met een zeker dedain hebben behandeld.
Dit zijn slechts enkele negatieve punten Sabina, die ook aan de Indische samenleving kleefden en waar niet of slechts schoorvoetend in de verhalen aan onze kinderen en kleinkinderen over wordt gerept.

Weinig interesse
Ik denk dat vele ouderen na aankomst in Nederland wel degelijk geprobeerd hebben om in hun omgeving te vertellen over de verschrikkingen, de vernederingen en de wanhoop tijdens de Japanse bezetting en het verdriet de angst, de dreiging en de teleurstelling tijdens de bersiap. Maar ze stootten al snel hun neus toen ze ontdekten dat de gemiddelde Nederlander daar weinig interesse en begrip, laat staan empathie voor kon opbrengen. Ze waren zelf de ellende van de Duitse bezetting nauwelijks te boven gekomen en vaak wist men weinig over de kolonie. Dit heeft de oudere Indo’s niet gemotiveerd om hun verhalen te vertellen.

Bovendien waren het natuurlijk geen opbeurende verhalen. Vertellen dat jouw bevolkingsgroep niet voor vol wordt aangezien, door de vijand werd vernederd etc. doet afbreuk aan je imago. En wij moesten toch om ons te handhaven laten zien dat we iets konden! Dat we een trotse bevolkingsgroep waren.

Vraag!
Ik heb zelf altijd om me heen vragen gesteld over bepaalde zaken uit onze geschiedenis die me niet duidelijk waren of waarvan ik vermoedde dat men er uit een bepaalde gêne liever over zweeg. Maar, nogmaals, ik was al wat ouder en was van jongs af aan geïnteresseerd in de politieke ontwikkelingen en luisterde in Indië al gesprekken af (honi soit qui mal y pense!) die mijn pa had met familie, vrienden en kennissen had over de situatie in Indie.

Als de derde en misschien latere generaties dus oprechte interesse hebben voor de Indo en zijn geschiedenis, schroom niet en vraag. Krijg je niet voldoende antwoord, vraag door en laat niet af!
Ik denk trouwens dat de oudere generatie nu veel eerder bereid is om ook de donkere kant van de Indische geschiedenis te belichten.

Evert

Mijmering

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indie, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Deze keer mailt Evert over de weemoed en verlangen van de Indo. Hij vraagt zich af wie zich nog bekommert over de oude Indo tegenwoordig:

Beste Sabina,

Ach het is al zo vaak gezegd. Het dreigt sleets te worden. Het begrip “Indisch” is nauwelijks of niet te omschrijven. Er past geen wetenschappelijke antropologischedefinitie bij. De enige zinnige, maar desondanks ongrijpbare omschrijving is dat Indisch een gevoel is. Het is een complex begrip dat alleen mede invoelbaar is door andereIndischen die het gevoel ook kennen en met wie je het soms zelfs woordloos kunt delen.

Gespletenheid
Het is een ervaring die verschillende aspecten in zich heeft. Een gevoel van trots op de tweezijdigheid van je culturele achtergrond, maar daardoor ook van een gevoel van gespletenheid. Soms een gevoel van weemoed en verlangen naar het land van herkomst, een gevoel van ontheemd zijn. Soms voel je je niet begrepen en hou je angstvallig emoties onuitgesproken.

Laatst reed ik met mijn vrouw naar de toko om onze wekelijkse voorraad Indische gerechten enzovoorts te halen. Mijn vrouw is na al die jaren goed op de hoogte van de Indische keuken en lekkernijen waar ze mij een plezier mee doet. Ze gaat dan ook alleen de toko in en ik blijf in de auto, gewoon omdat ik een hekel heb aan op mijn beurt wachten.

Berustende gelatenheid
Terwijl ik zat te wachten komt een oude Indo uit de toko met in elke hand een volle tas . Het was guur, het regende en er stond zo’n dunne wind. Dat typische Hollandse weer waar je je nauwelijks op kan kleden. De man bleef staan, zette zijn tassen neer en dook dieper in zijn kraag terwijl hij kouwelijk zijn smalle schouders optrok. Hij draaide een shagje in zo’n Indische torpedovorm en stak er met enige moeite de brand in. Je zag dat hij genoot van zijn rokertje.

Hij draaide zijn hoofd een kwartslag waardoor ik hem vol in het gelaat zag. Dat gelaat trof me diep. Een oud gebruind gezicht met donkere ogen waaruit een oneindige eenzaamheid sprak en een berustende gelatenheid. Een oude Indo, die vele jaren in het oude land heeft geleefd en noodgedwongen een nieuw leven moest opbouwen in een kil land dat hem vreemd was.

Nu zijn jaren ver gevorderd zijn bekruipt hem een diep en niet te vervullen verlangen naar zijn geboorteland. Straks zal hij rusten in vreemde grond. Hoeveel van deze eerste generatie ouderen zijn er nog? Wie trekt zich hun geschiedenis, hun lot aan?

Met groeten,
Evert

Ik wil het delen

Tussen twee generaties

Hier het antwoord van Evert op de vraag hoe hij met het verleden omgaat nav de email van Sabina (zie vorige publicatie). Bij het zien van de interneringskaart van zijn vader doet Evert een opmerkelijke ontdekking.

Beste Sabina,

De inhoud en de toon van je overpeinzing hebben me getroffen.

Het is volkomen begrijpelijk dat voor Indo’s van jouw generatie de oorlog in Indië en ook de bersiap ervaren wordt als een afschuwelijke tijd in het verre verleden. Dat afstandelijke besef wordt soms doorbroken door de confrontatie met authentieke verhalen van mensen die onder de bezetting geleden hebben en de verschrikkingen, de wanhoop en het verdriet van de bersiap aan den lijve hebben ondervonden. Toch blijft het vaak moeilijk om je in die tijd te verplaatsen.

Ik was tijdens de Japanse bezetting tussen de 4 en 7 jaar oud. Erg jong dus. Toch weet ik me zaken te herinneren. Ik voelde de angst van mijn moeder en grootmoeder die bij ons in huis was, als de Jap met veel misbaar weer huiszoeking kwam doen. Ik herinner me de ontreddering als ze gedwongen werden de gehate vlag met de rode bol in de tuin te hijsen of als de Jap met de punt van de bajonet op het lichaam gericht vroeg of ze pro of contra Japan waren….

Zo zijn er veel herinneringen die ik nog heb kunnen verifiëren en die in overeenstemming zijn met wat er gebeurd was. De tijd van de bersiap kan ik me veel scherper herinneren omdat ik toen ouder was. Ik herinner me zelfs flarden van politieke discussies die mij vader met familie en vrienden voerde over de heersende situaties. Ik was nu eenmaal erg nieuwsgierig naar dat soort zaken. Maar over mijn herinneringen van de bezetting en de bersiap later misschien meer als je dat interesseert.

Deel interneringskaart de heer Mutter

Deel interneringskaart de heer Mutter met de data en kampen waar hij verbleef. Op de onderste regel staat vermeld dat hij op 15 september 1945 naar de haven van Nagasaki is overgebracht waarna de bevrijding volgde.

Ontdekking

Terug naar jouw verhaal over de sporen van jouw opa. Ik ben door jouw mail en de confrontatie met de interneringskaart van mijn vader in een soort van rollercoaster van herinneringen en emoties geraakt. De ontdekking dat mijn vader en jouw opa in Fukuoka en Manilla hebben gezeten, maakte bij mij weer alle herinneringen los over de tijd dat wij op Celebes waar wij van 1945 tot 1947 de bersiap meemaakten. Er kwamen weer namen boven en gebeurtenissen en verhalen. In Het Indisch Huis ben ik een aantal oude mannen tegen gekomen die ik nog kenden uit die tijd. Ze waren erg verbaasd dat ik me de namen nog wist te herinneren van mensen en plaatsen die zij alweer vergeten waren. Ook bij hen heb ik veel van wat ik nog wist kunnen verifiëren om te kijken of mijn herinneringen klopten.

De confrontatie met de interneringskaart maakte emoties los. Natuurlijk wist ik dat hij in Fukuoka had gezeten, de bom had meegemaakt en in de mijnen te werk was gesteld. Ik kende de afschrikwekkende verhalen, hoe hij kou en honger gelden had. De wreedheid van de Jap en het gevoel van machteloosheid en onzekerheid over het lot van vrouw en kinderen. Helaas is mijn vader, mede omdat zijn gezondheid na zijn krijgsgevangenschap erg te wensen overliet, in Nederland op 45-jarige leeftijd overleden. Ik was toen 13 jaar oud.

Tabaksblik

Door het zien van de interneringskaart leek het net of al die verhalen in eens bijna concreet werden. Ik zag zijn naam, de naam van mijn moeder en het adres in Batavia waar we toen woonden. Dat zal ook het adres zijn geweest waar ik geboren werd. Ik herinner me ook dat mijn vader uit krijgsgevangenschap zijn tabaksblik had meegenomen. Dat was zo’n tinkleurige plat blikje. Op het deksel had hij, zeer primitief, met een scherp voorwerp een aantal krijgsgevangenen in hun pendek en broodmager, ingekrast. En op de bodem van het blikje het aandoenlijk gedichtje: Kleine liefde daden, woordjes teer en zacht, hebben vaak in het kleinste huis, het grootste geluk gebracht.

Nogmaals erg aandoenlijk en misschien wel lamentabel, maar het laat wel zien hoe de mensen zich vaak voelden in die hopeloze situatie. Al deze herinneringen en gevoelens kwamen weer boven en ook ik had de behoefte om ze met iemand te delen. Ik stuurde een enthousiaste mail naar een jongere zuster en een neef die meestal wel interesse heeft in dit soort zaken , maar ik heb geen reactie terug ontvangen. Jouw verzuchting geldt helaas blijkbaar niet alleen voor de derde generatie maar ook voor vertegenwoordigers van de tweede.

Dat stemt me wel pessimistisch. Of ben ik een overgevoelig type dat bij de aanblik van een simpele interneringskaart en dan nog wel op internet, emotioneel wordt? Dit soort ervaringen weerhouden mij ook vaak van om zaken te bespreken of op papier te zetten.

Met groeten,
Evert

Hoe ga jij om met vroeger?

Tussen twee generaties

Sabina, derde generatie Indo, schrijft in een email aan Evert, tweede generatie, over hoe zij zich voelde toen zij de interneringskaart van haar opa voor zich zag. Ze vraagt Evert hoe hij omgaat met het oorlogsverleden. Deze email is de verkorte versie van het artikel De sporen van opa, eerder gepubliceerd op dit platform en Javapost.nl.

Bovenkant interneringskaart

Deel van interneringskaart van mijn opa

Beste Evert,

Voor een artikel voor Javapost en het platform ben ik opzoek gegaan naar de interneringskaart van mijn opa. Op de kaart is bijgehouden waar hij tijdens de Tweede Wereld Oorlog is geinterneerd geweest. Ik wil je vertellen over de bijzondere ontdekking die ik deed.

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Doordat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.

Cornelis de Rozario, jaartal onbekend

Cornelis de Rozario, jaartal onbekend

Leed op papier

Via de site Gahetna.nl zocht ik de interneringskaart van mijn opa op. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier.

Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen. Ik werd er onrustig van. Het vertalen van de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin vertaalde de tekst voor me. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki. Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nogmaals of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.

De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, eerst werken aan de Birmaspoorlijn en daarna naar Japan. Veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me.

Het gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krijgsgevangenen via de Filipijnen naar het land van afkomst.

Opa Cor de Rozario, linksonder

Opa Cor de Rozario, linksonder

Leeftijdsgenoten

In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is.

Evert, heb je ook de interneringskaart van jouw vader ooit opgezocht? Of weet je de exacte verblijfplaats van hem tijdens de oorlog? Heb het nog weleens over ’42-’45? Wat ik graag wil weten, wat ervaar jij bij het zien van zijn interneringskaart?

Hopelijk mail je me snel terug,

Sabina

Lancering nieuw project Tussen twee generaties

Enige tijd geleden zijn Evert Mutter en ik, Sabina de Rozario, begonnen onze ‘pikirans’ naar elkaar te emailen in de vorm van een column. Onlangs hebben we besloten onze persoonlijke verhalen op dit platform te publiceren.

Onze gedachten over de Indische cultuur en het Indisch-gevoel bereikten elkaar wekelijks via de electronische weg, elkaar treffen was toen niet meer mogelijk, aangezien ik al naar Bali was verhuisd. Evert beschrijft vanuit zijn beleving als tweede generatie Indo en ik vanzelfsprekend vanuit mijn derde generatie inzicht.

Het project heet Tussen twee generaties. Een eenvoudig gekozen naam, omdat het een dialoog tussen ons, elk van een andere generatie, is. In realiteit is het met de dialoog tussen de tweede en derde generatie niet altijd goed gesteld. De derde generatie heeft vragen, heel veel vragen, en wil daarop direct antwoorden ontvangen. De tweede generatie is terughoudender met vertellen over het Indische, de cultuur en de ervaringen die zij in Indië hebben opgedaan. Het resultaat is vaak frictie gevolgd door frustratie.

Met het project proberen we de dialoog tussen de generaties open te breken, mocht dat nog niet zijn gebeurd. Het eerste verhaal dat Evert naar mij mailde ging over het afkomstig zijn uit twee culturen. Mijn reactie op dit onderwerp staat eronder.

Everts pikiran over het leven met twee culturen:

Beste Sabina,

Natuurlijk ook ik als zoon van Indische ouders, nog in Indië geboren en tot mijn dertiende jaar daar gewoond en geleefd hebbend, ervaart een verdeeldheid van gevoelens. Die soms zo pijnlijke ervaring dat je op het snijvlak leeft van twee culturen. Je steeds de vraag stellend waar hoor ik of waar wil ik bij horen.

Omdat ik al veel langer in Nederland woon en leef dan ik ooit in Indië heb gewoond, zou het voor de hand liggen dat ik me zo aan de Nederlandse manier van leven heb geconformeerd dat die Indische aspecten langzaam maar zeker verdrongen zijn. Het tegendeel is waar.

Bij het klimmen van jaren is de heimwee alleen maar toegenomen. Hoewel, is het wel heimwee? Of is het meer? Het is dat gevoel waar ik zo moeizaam woorden voor kan vinden om het toegankelijk te maken.

Heimwee is een diep verlangen naar een land waar je gewoond hebt, maar het is meer dan dat. Het is niet alleen het diepe verlangen naar het land waar je geboren bent of gewoond hebt. Het is een terug verlangen naar een leven dat bepaald werd door dat land en door de omstandigheden. Namelijk dat typisch Indische, dat is voort gekomen uit de menging van rassen. Dat Indische gevoel dat niet of nauwelijks te omschrijven valt.

Mijn herinnering en mijn heimwee bestaat niet alleen uit gevoelens en beelden, maar ook uit geuren en geluiden. De geur van het strootje dat de kebon aanstak als hij mijmerend bij de achtergalerij op het stoepje gehurkt zat tijdens magrib. Het geluid dat hij maakte met zijn tondeldoos om dat strootje aan te steken. Tjik, tjik,tjik….en dan het aanblazen van het lontje om dan, eindelijk, de brand te steken in zijn strootje.

En dan die sfeer van die korte schemering, magrib, met die lading van magie en geheimzinnigheid die je als kind woordloos onderging.

Als ik hier ‘s zomers de warmte van de zon op mijn huid voel en de bomen hoor ruisen, ontstijg ik tijd en ruimte en ben ik terug in het Batavia van mijn jeugd.

Ik ben nog elke dag bezig met Indië. Ik heb de gewoonte meestal met drie boeken tegelijk bezig te zijn, maar er is altijd een boek over Indië bij.

Mijn zoektocht is niet geëindigd. Ik denk dat voor dubbelbloedigen die zoektocht nooit eindigt. Ze zullen altijd dat gevoel van verdeeldheid met zich dragen.

Evert

Sabina’s reactie over haar spagaat:

Beste Evert,

Ik heb vaak het gevoel gehad dat ik met één been in de Indische en met het andere in de Nederlandse cultuur stond. Staand in een aangename spreidstand als resultaat van een Indische vader en Nederlandse moeder. Geboren zijn en wonen in Nederland maakt mijn nieuwsgierigheid naar de Indische kant enorm. In het begin was het Indische mysterieus voor me. Om het ‘Indo vraagstuk’ op te lossen, ging ik, zodra de mogelijkheid zich aandiende, op onderzoek uit naar de roots van de familië in Indonesië.
 
Tijdens het eerste bezoek aan Indonesië loste het ‘Indische mysterie’ min of meer op door wat ik daar zag. Ik herkende daar de gedragingen van mijn vader, het Indische keuvelen van mijn oma en de verzamelwoede in de huiskamers met allerlei troep inclusief een brommer. De spreidstand verdween tijdens de reis en ik bevond me comfortabel in de Indische cultuur. Ik voelde me heerlijk Indisch.
 
Eenmaal weer thuis werd het verdeelde gevoel van het leven in beide culturen weer sterker. Aan de ene kant maakte het Nederlandse leven mij van streek, zoals dat voorheen ook deed, en aan de andere kant werd mijn spreidstand gevoed door nieuwe opgeborrelde vragen als gevolg van de antwoorden op mijn eerdere vragen. Ik stond inmiddels in een flinke spagaat, zo wijd dat het pijnlijk begon te worden. Hier moest wat aangedaan worden, maar wat? Daar bovenop kreeg ik, tegen mijn verwachting in, er een nieuw probleem bij.
 
Een verschrikkelijke heimwee overschaduwde de enorme spagaat van verdeeldheid en ik kon alleen maar denken: ik moet zo snel mogelijk terug naar dat land. Maar wat zocht ik precies in ‘dat land’? Al het Indische was meeverhuisd naar Nederland, dus dat kon ik daar niet vinden. Slechts het gevoel van herkenning kon ik daar ervaren. Ik wilde mijn onrustige gevoel geruststellen, in rustiger vaarwater komen en dat kon, dacht ik, alleen door weer naar Indonesië te gaan.
 
Jaren na het eerste bezoek aan de roots, heb ik gemerkt dat de antwoorden niet perse in een land hoeven te liggen. Gesprekken met familieleden, Indische mensen van de 2e generatie en ook leeftijdsgenoten maakten mijn spagaat langzaam aan minder pijnlijk. Na vele boeken te hebben gelezen is het leven in twee culteren minder zwaar geworden omdat ik antwoorden vond op mijn vragen die ik ooit had.

De onduidelijkheid over mijn afkomst is weg. Ik sta nu met beide benen netjes naast elkaar op een zelf gecreeerde Indische bodem. Een eigen Indische grond gebaseerd op wat is doorgegeven van de vorige generaties. Ik heb het gevoel dat ik een kant heb moeten kiezen om mijn onrustige gevoel te temperen.

Voor mij is de zoektocht klaar, voor zover dat mogelijk is. In alle rust heb ik geaccepteerd waar mijn roots liggen, het verleden in mij opgenomen, de pijn van de grootouders begrepen en het Indische gevoel omarmd. Wat dat Indische gevoel is, kan ik alleen voor mezelf bepalen, en het voelt goed. Ik ben een nieuwsgierige Indo die verder blijft kijken ook al weet ik waar ik sta. Het gevoel van verdeeldheid is gelukkig verleden tijd.

 Sabina

 

Voor alle generaties

In het boek Door Blauwe Ogen (2005) staan de Indische jongeren van de derde generatie in Nederland centraal. In de loop der jaren is er bij de auteur behoefte ontstaan om grenzen te verleggen, om alle Indische generaties te onderzoeken en ook buiten Nederland te kijken. In navolging van het boek volgt daarom dit online platform.

Het ‘Indische’ leeft
Geluiden uit de Indische gemeenschap, maken duidelijk dat er nog geen einde is gekomen aan het Indische tijdperk. Ook fysiek leeft het Indische voort met de jongste, inmiddels vierde, generatie. Er is behoefte om te praten, lezen, discussieren, ervaren en door te geven aan de volgende generatie over de Indische cultuur.

Met twee blogs, een Facebookpagina, een Twitteraccount, een Instagramaccount en een Youtube channel informeert het online platform Door Blauwe Ogen alle generaties over de Indische cultuur. Van lange zware stukken tot korte luchtige Tweets, die voorzien in een behoefte om de Indische cultuur levendig te houden.

 

Indische jongens in winterse kleding poseren met hun gitaren in Nederland