geschiedenis

Reggie Baay brengt hidden legacy tot leven tijdens Ubud festival

Een bijdrage van Sabina de Rozario

In oktober van dit jaar is het Ubud Writers and Readers Festival gehouden op Bali. Een uniek evenement voor internationale schrijvers en geïnteresseerden. Ik bezoek het artistieke Ubud om het programma-onderdeel Hidden Legacy van Reggie Baay bij te wonen.

ubud-writers-festival-header

Koloniale geschiedenis
De voormalige kolonie Nederlands-Indië, is in Nederland momenteel een veelbesproken onderwerp. Dit in tegenstelling tot Indonesië waar de koloniale geschiedenis niet of nauwelijks wordt aangeroerd. De redenen: Indonesië laat de bezetting achter zich en brengt de periode van onderdrukking liever niet ter sprake, bovendien zijn er andere issues waar men zich meebezig moet houden. Opvallend is wel het Nationale Archief dat tot de nok toe is gevuld met  archieven van de V.O.C. in het Nederlands, een erfenis die weleens waar wordt bewaard achter gesloten deuren.

Schrijver Reggie Baay begint de avond op het festival met het uitleggen ‘Wat is Indisch (of eigenlijk wat is Euroasian, want de voertaal is Engels)?’ om zo tot de gezamelijke geschiedenis van Indonesië en Nederland uit te leggen: de kolonie en de gevolgen ervan.

foto-wirasatha-darmaja

Reggie Baay tijdens het Writers Festival. Foto: Wirasatha Darmaja

Slavernij in de Oost
Met name het laatste boek van Reggie Baay, Daar werd wat gruwelijks verricht, gaat over slavernij tijdens het koloniale tijdperk. Niet veel mensen weten over slavenij in ‘de Oost’, een reden voor de Indische Baay om hierover te schrijven en te vertellen tijdens het Writers Festival: Het onthullen van de negatieve kant van kolonialisme heeft invloed op de relatie met Nederland en Indonesië, zodat obstakels uit de weg worden geruimd, zo legt de schrijver uit. Aan de andere kant is het van belang voor de identiteit van Nederland. Een land moet haar geschiedenis kennen om te weten wie zij is. Ontkenning creërt een verkeerde identiteit, aldus de schrijver.

Uiteraard zijn er die avond meer onderwerpen aangesneden, maar bovenstaande informatie alleen al is veel om te behappen, zeker voor de aanwezige Nederlanders bij dit event in Indonesië. Belangrijk om toe te voegen is dat het gaat niet over het hebben van een schuldgevoel als Nederlander, maar over de noodzaak om de slavernij te erkennen.

Baays missie
De door het publiek gerespecteerde spreker, ondanks dat de meerderheid hem niet kent in Ubud, drukt aan het eind van avond de mensen nog maar eens op het hart dat het zijn missie is om over deze gezamelijke geschiedenis te vertellen aan alle lagen van de bevolking van Nederland en Indonesië.

Na afloop spreek ik met Reggie. Ik ben niet de enige die dat wil, het is mooi om te zien hoe populair hij is, zelfs buiten Nederland. Ik krijg zijn laatste boek voorzien van een handtekening, terwijl mijn man een foto van mijn voorbeeld en mij maakt. Het is altijd inspirerend om met hem te spreken, ik ben blij dat hij even tijd voor me heeft. Eenmaal thuis ben ik nog vol van wat ik die avond allemaal heb gehoord en besproken met de kenner zelf.

met-reggie-baay-in-ubud-kl

Support en bespreek!
Vol met ideeën met betrekking tot mijn eigen onderzoek naar Indische roots in Indonesië, bedenk ik dat een schrijver het niet alleen kan vertellen. Als alle kanten van het koloniale tijdperk moeten worden besproken, beschreven en laten zien, hoe pijnlijk ook, dan is daar support voor nodig.
Zou het niet mooi zijn als we, en daarmee bedoel ik met name de Indische gemeenschap, de mensen steunen die zich daar hard maken om over de koloniale geschiedenis te schrijven? Kijk, lees en spreek over wat in Indië is gebeurd en erken het verleden. Wees betrokken want, om de titel van Baays boek te gebruiken, ‘daar werd wat gruwelijks verricht.’

Twitter @3eGeneratieIndo

Als ik Indische generatiegenoten hoor spreken over kippensoep in plaats van soto, alles wat Indonesisch is, Indisch noemen of anders om en dat ‘de Nederlanders tijdens de Bersiap-periode de Japanners hebben verjaagd’, dan weet ik dat er nog genoeg werk aan de winkel is.

Volg Door blauwe ogen nu ook op Twitter @3eGeneratieIndo.

Verfraaien van het verleden

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Naar aanleiding van mijn eerste artikel voor het blog Java Post (17 januari) over de interneringskaart van mijn opa, heb ik een aantal verzoeken gekregen. Vier vrienden vroegen of ik de interneringskaart van hun opa wilde laten vertalen. Zo gezegd, zo gedaan. Opmerkelijk was dat de informatie van twee van de vijf kaarten (inclusief die van ‘mij’) niet strookt met het verhaal zoals dat is verteld. In mijn artikel is te lezen dat mijn opa volgens de Japanse administratie helemaal niet in Thailand is geweest, terwijl ik toch altijd heb gedacht dat hij aan de Birma Spoorlijn heeft gewerkt. En de opa van de geïnteresseerde vriend vernam uit de vertaling dat zijn opa wel is geïnterneerd geweest, terwijl hij dacht dat opa wegens uitzonderlijke redenen buiten het kamp had verbleven. De overgeleverde verhalen kunnen soms anders zijn dan de feiten op papier. Wat klopt en wat klopt niet aan het verleden? Documentatie versus opwaardering van de feiten?

Het is een logische aanname dat familiegeschiedenis die van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, verandert door de jaren heen. Door het afnemen van het geheugen, verwarring onder familieleden en het ontbreken van documentatie kunnen verhalen die uiteindelijk de jongste generatie bereiken, anders zijn dan de werkelijkheid. Per ongeluk anders of opzettelijk gekleurd?

Javaanse prinses

Vriend V. belde me onlangs met de vraag of ik hem kon helpen met het compleet maken van zijn stamboom. De grote onbekende is zijn oma, zij is de moeder van zijn vader en tweede vrouw van zijn opa. Volgens de verhalen die hem zijn verteld, is zijn oma een Javaanse prinses. Zijn hele stamboom is uitgewerkt, maar over deze mysterieuze prinses is niets te vinden. En dat is precies waar mijn eigen vader ook op stuitte toen hij zijn familiestamboom naging. Over zijn oma, een Javaanse vrouw (nee, geen prinses) met slechts een voornaam, is niets te vinden. In 2011 heeft hij haar graf en mogelijke nakomelingen gezocht in Jakarta en Bogor (haar woonplaats tot 1958), maar keerde zonder succes terug naar huis. Ik vermoed dat de oma van vriend V. niet van adel is, maar ‘slechts’ een Javaanse vrouw, net als vele andere oma’s en moeders.

Ik heb het vaak meegemaakt; de situatie waarin de werkelijkheid op het ongeloofwaardige af wordt verfraaid’. Je hoeft maar een paar gesprekken met Indischen te voeren en je krijgt minstens een keer te horen dat ze van adel zijn. Een heuse prinses is generaties terug in de familie gekomen. Als ik surf op internet, lees ik binnen vijf minuten dat het fenomeen Javaanse prinses vaak een mythe is. De zoektocht van vriend V. naar zijn oma is nog niet afgerond en het zou zo maar kunnen dat zij een echte Javaanse prinses is. Want het verweven van Indonesische adel in Indische of Hollandse families is niet uniek. Een Javaanse vorst had naast een of twee officiële vrouwen ook veel bijvrouwen en daardoor vele prinselijke nakomelingen. De uitkomst van het onderzoek, prinses of niet, hoop ik in een volgend verhaal te vervolgen.

Gebrek aan eigenwaarde

Een leugentje om bestwil, is zo gemaakt. Een inlandse slavin, ook wel bekend als njai, die na het verwekken van de kinderen bij haar man, voorgoed wordt teruggestuurd naar de kampong, is ook geen mooi verhaal om de nazaten te vertellen. Dat opa zijn Javaanse schone, aan het hof van de sultan heeft ontmoet, is wél een goed verhaal. Deze opwaardering van het verleden is een raar, maar voorkomend verschijnsel. Is het door gebrek aan eigenwaarde dat men het verleden graag mooier maakt dan die in werkelijkheid is?

Verzaakt

Het belang van het doorgeven van de juiste informatie is, overbodig om te melden, erg belangrijk. Met het verdwijnen van de eerste generatie Indischen, gaat een schat aan informatie verloren. Ik zet me in om de geschiedenis te onderzoeken waar nodig, zoals in het geval van mijn opa tijdens WOII. Als ik onze familiestamboom bekijk, is onze tak onvolledig ingevuld. De naam van de ‘inlandse’ vrouw Kanie is inmiddels toegevoegd. Mijn vader is al jaren opzoek naar familieleden in Nederland en Indonesië om de familiegegevens volledig te krijgen. Mocht hij ermee stoppen, dan zal ik het stokje overnemen. Uit plichtsbesef tegenover van mijn voorouders.

Ook het schrijven over de Indische cultuur gezien door de ogen van een Indo van de derde generatie doe ik omdat ‘het moet’. Niets moet natuurlijk, maar wanneer ik Indische generatiegenoten hoor spreken over kippensoep in plaats van soto, alles wat Indonesisch is, Indisch noemen of anders om en dat ‘de Nederlanders tijdens de Bersiap-periode de Japanners hebben verjaagd’, dan weet ik dat er nog genoeg werk aan de winkel is. Veel (voor)ouders hebben verzaakt om de Indische geschiedenis door te geven aan de jongeren. Ik mag mensen hiervoor geen verwijt maken, want ieder heeft hiervoor zijn of haar eigen gegronde redenen. Dat mensen hebben gezwegen, geeft mij juist enorme motivatie om te schrijven over de Indische cultuur, de geschiedenis en de toekomst. Wederom uit verantwoordelijkheidsgevoel voor de Indische ouderen, maar ook voor de nieuwe vierde generatie.

 

Dit verhaal, geschreven door S. de Rozario,  is op 3 februari 2014 geplaatst op Javapost.nl, hét online magazine over de geschiedenis van Nederlands-Indië.