Indie

Pascal Jalhay: Koken is het delen van de Indische erfenis

Een bijdrage van Sabina de Rozario
25 september, 2018

Indonesië bezoeken voor een welverdiende vakantie én om inspiratie op te doen voor een nieuw idee. Dat is precies wat culinair talent Pascal Jalhay onlangs heeft gedaan ter voorbereiding van zijn nieuwe boek.

Hij wisselde liggen bij het zwembad af met het onderzoeken van de Indonesische keuken samen met zijn gezin. Door Blauwe Ogen sprak met de gepassioneerde kok in het populaire en zonovergoten Kuta op Bali.

portretten reeks 1

Foto: Door blauwe ogen

Ondanks dat Pascal Jalhay (1969, Weert) zich vroeger nooit een Indische jongen heeft gevoeld, is hij nu echter een persoon die eindeloos kan praten over de Indische keuken.
Ruim zeven jaar geleden nam zijn vader hem voor het eerst mee naar Indonesië. Dat was het keerpunt in zijn Indische beleving en werd de liefde voor de Indonesische eetcultuur aangewakkerd. Hij raakte betoverd.

Meer dan draadjesvlees
Eenmaal in Bandung, de stad waar zijn vader is geboren, ontdekte Pascal de authentiek Indonesische smaak. Pascal: Gado-gado uit de meest eenvoudige warung smaakte zó puur,daar wilde ik meer van wetenen horen. En ook het gerecht rendang werd meer dan ‘gewoon draadjes vlees van oma’ voor me.”
De reden dat het Indonesische eten hem opeens veel beter smaakte, kwam door de veelbetekenende  verhalen die men erbij vertelden. ,,Net als de oorlogservaringen van mijn vader, de verhalen over Indië die ik altijd heb geslikt voor zoete koek,  kregen vorm tijdens een bezoek aan het oude kamp in Indonesië.”

,,Na terugkeer van die bijzondere eerste reis, heb ik alle Indische kookboeken gekocht om kennis van de Indische keuken te vergaren. Al snel vroeg SIR (Selected Indonesian Restaurants) mijn visie over het vernieuwen van de Indonesische keuken en ben ik workshops over culinair Indisch koken gaan geven” somt Pascal op.

portretten reeks 2

Foto: Door blauwe ogen

Boek met jonge ‘Indo-koks’
Het nieuwe boek van Pascal (publicatie in februari 2019) wordt geen receptenboek. De verhalen achter de gerechten, dáár is het hem om te doen. Voor het boek zijn jonge talentvolle koks met Indische roots, zoals Jamie van Heije, Jermain de Rozario en Syrco Bakker, uitgenodigd om een eigen recept met bijbehorend verhaal te delen. Ook komen autoriteiten zoals Lonny (D’Roemah, Bali), Anita Boerenkamp (Spandershoeve, Hilversum) en Frank Deuning (The Raffles,Den Haag) aan bod.

Delen van de Indische cultuur
Pascal voegt toe:,,Veel Indische koks van de oude stempel willen vaak de (familie)recepten geheim houden, ‘het is toch van mij?’. Ik zie het delen van recepten als het doorgeven van de Indische erfenis. Daarom maak ik juist dit boek, zodat de jonge generatie kan kennismaken met de nieuwe manier van Indisch koken.”

Het mooie gesprek, waarbij de passie voor de keuken er afspat, loopt ten einde als de regen met bakken tegelijk uit de lucht komt vallen. Van praten over eten, krijgt men trek. Gelukkig is een bordje tahu telor snel besteld. Laat die regen maar vallen.

 

Volg Pascal Jalhay via Instagram: @Barubelanda

Copyright tekst en beeld: Sabina de Rozario. Overnemen van deze tekst alléén in overleg, mail naar: doorblauweogen@gmail.com.

 

Advertenties

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Update boek Tabé Java, tabé Indië van Ronald Nijboer

Een bijdrage van Sabina de Rozario

Vaste lezers herinneren zich vast het artikel van Ronald Nijboer over zijn opa die tijdens de koloniale oorlog heeft gediend in Indië (lees hier het hele artikel). In het artikel schrijft hij over de inhoud van een hutkoffer van zijn overleden opa met informatie over zijn verleden. Een dagboek en foto’s van eind jaren ’40 zijn voor Ronald de reden om onderzoek te doen naar de sporen van zijn opa.

Evert-Jan Nijboer

Onlangs heeft Door Blauwe Ogen weer contact met Ronald via e-mail en geeft hij een up-date over zijn onderzoek dat in augustus in boekvorm zal verschijnen. Ronald vertelt verheugd over de stand van zaken:

,,Momenteel ben ik druk bezig met de laatste loodjes. De eerste versie van mijn boek is bijna klaar en rond mei moet het echt definitief zijn. Binnenkort wordt de catalogus met de omslag en flaptekst naar de boekhandels gestuurd. Op 10 augustus ligt het boek ‘Tabé Java, tabé Indië. De koloniale oorlog van mijn opa’ in de winkels, vertelt Ronald.

Hoe ben je te werk gegaan met de gegevens die je eerder hebt gekregen van jouw opa?

,,Het afgelopen jaar heb ik het verhaal van mijn opa verder uitgezocht door de archieven in te duiken en mensen op te sporen die hem destijds nog gekend hebben. In beide gevallen was dat zeker niet makkelijk, maar wanneer dat wel lukte was dat zeer waardevol. Zo vond ik nog een vrouw terug waar hij in Batavia mee omging. Zij was toen een 16-jarig Indisch meisje, en hij kwam vaak bij haar en haar familie langs. Inmiddels is ze dus in de 80 en woont ze in Californië, maar ze kon me nog heel veel vertellen over die tijd en haar band met mijn opa. Ook zijn er enorm veel brieven van hen bewaard gebleven die ik allemaal heb gebruikt voor mijn boek. Ik vond het geweldig om al deze bronnen uiteindelijk te combineren in een mooi verhaal.”

Detail uit het dagboek van Evert-Jan Nijboer 2

Dit klinkt allemaal erg romantisch, maar er is ook een hele andere zijde om over te vertellen. Kun je hiervan een voorbeeld geven?

,,Naast die leuke verhalen stuitte ik ook op een paar vrij macabere foto’s uit zijn tijd als fotograaf bij de militaire politie. Mijn opa moest als fotograaf mee met recherche-onderzoeken, wat soms inhield dat ze lijkopgravingen of dode soldaten moesten fotograferen. Daar heeft hij er een aantal van bewaard. Ik onderzoek dus juist ook die donkere kant waar de soldaten mee te maken kregen.

Wat kan de lezer verwachten van jouw boek?

,,Mijn opa vertrok vol hoop naar dat ‘vreemde Indië’. Die eerste periode voelt avontuurlijk, haast als een jongensboek aan. Hij vindt het land ook prachtig en wil er aanvankelijk blijven. Maar al snel blijkt dat ze eigenlijk een kansloze oorlog vechten en gaat zijn gevoel over in cynisme en teleurstelling. In mijn boek beschrijf ik die ontwikkeling en probeer zo te begrijpen waarom hij er destijds heengegaan is en bij thuiskomst er altijd over heeft gezwegen.”

Wil je op de hoogte blijven van Ronald Nijboer, bezoek dan zijn website of Facebook-pagina. Hierop verschijnen regelmatig blogs over zijn werk in aanloop naar het boek dat uitkomt in de zomer van dit jaar.

Website Ronald Nijboer: tabejava.nl
Facebook: www.facebook.com/tabejava/

Lees hier het artikel van Ronald op Door blauwe ogen: ‘God geve dat het niet tevergeefs is geweest.’

Naast jongeren ook geschiedenis en na-oorlogse periode aan bod

Een bijdrage van Sabina de Rozario

Het eind van het jaar betekent even stilstaan bij de afgelopen maanden om vervolgens hard vooruit te gaan. Ook Door blauwe ogen heeft de tijd genomen om terug te kijken. Lees in dit artikel over de kleine hoogtepunten, maar ook waar het platform zich het komende jaar op gaat richten.

Het afgelopen jaar hebben Indische jongeren vooral centraal gestaan. Een recap van een aantal artikelen.

Paatje Pfefferkorn foto: M. de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Ambitie in Indonesië
Wie herinnert zich niet de ambitieuze Martijn de Jong? Hij is druk bezig zijn business van sportscholen verder uit te breiden in Indonesië, omdat hij iets wil teruggeven aan het land waar zijn vader is geboren. De eerste Tatsujin gym zal spoedig openen, naast mooie woorden dus ook daden van deze derde generatie Indo. In 2017 zal een tiental sportscholen zijn geopend, geheel volgens Martijns vooruitstrevend schema. (Lees hier het hele artikel over Martijn de Jong)

Evert-Jan Nijboer poseert voor de foto samen met een Indonesisch jongetje

Evert-Jan Nijboer poseert voor de foto samen met een Indonesisch jongetje

Soldaat tijdens de politionele acties
Een ander opmerkelijk artikel is van Ronald Nijboer (29). Als hij op een dag het dagboek van zijn opa in handen krijgt, besluit hij in Indonesië naar de plaatsen te gaan waar zijn opa heeft gediend als dienstlichtig soldaat tijdens de politionele acties. Op Door blauwe ogen schrijft hij daarover een persoonlijk en waardevol artikel. Het goede nieuws is: Een uitgever gaat de verhalen van zijn opa uitgeven. In 2017 ligt het verhaal in boekvorm in de winkel. Wat een mooie ode aan zijn dappere opa.

In januari van het nieuwe jaar zal Ronald een update over zijn laatste zoektocht voor het boek in Indonesië publiceren op Door blauwe ogen. (Klik hier voor zijn artikel ‘God geve dat het niet tevergeefs is geweest’)

Tiffany van Soest met belt kl

3e generatie Indo uit Californië
Het meest gelezen verhaal van het afgelopen jaar: Muay thai-fighter Tiffany van Soest die voor het eerst tijdens een interview uitgebreid over haar Indische roots verteld. Op het moment van publicatie (april) is zij nog hard aan het trainen voor de belangrijke Glory-titel die zij onlangs in december behaalt en in een klap wereldberoemd wordt. (Lees hier het artikel over Tiffany)

Binnenkort een update over deze krachtpatser uit Californië die momenteel in Bali woont.

Meer Indische geschiedenis
Wat gaat Door blauwe ogen het komende jaar nog meer brengen? Wie het laatste artikel van december heeft gelezen, waarin Reggie Baay vertelt over de kolonie Nederlands-Indië en de gevolgen voor het huidige Indonesië hiervan, merkt dat er nieuwe hoofdstukken in de Indische geschiedenis bespreekbaar (moeten) worden. Het onderzoeken van het verleden zoals de politionele acties (Wat is er nu écht gebeurd?) en de slavernij tijdens het koloniale tijdperk (een onbekend hoofdstuk uit de geschiedenis) krijgen in de Nederlandse en Indonesische media steeds meer aandacht.

Ook Door blauwe ogen gaat met deze thema’s aan de slag het komende jaar. De lezer kan verhalen over slavernij in Indië, de politionele acties en het na-oorlogse en huidige Indonesië verwachten.

Jongeren
Uiteraard zal de derde generatie aan bod blijven komen. Door blauwe ogen speurt (en vindt!) graag naar ambitieuze Indischen in binnen- en buitenland die de Indische roots laten spreken. Lees binnenkort over de derde generatie Indischen uit Nederland en Indonesië op dit platform.

Een andere ambitie is om de jonge vierde generatie in de spotlight te zetten, want bij Door blauwe ogen telt elke generatie ten slotte.

Door blauwe ogen wenst iedereen een knallend 2017!

Avontuurlijke genen

De dag dat ik lees over een ancestory DNA-test kan ik alleen maar denken: Ik wil dit.

Als Indische vraag ik me vaak af, waar mijn familie vandaan komt. Ik weet dat dit Indië is en we gemengd Indonesisch zijn, maar wellicht hebben we ook nog voorvaderen uit andere landen? Mijn achternaam doet vermoeden dat er een Portugese voorvader is geweest. Hoe kan ik dit onderzoeken?

Justinian Joseph de Rozario geboren in Malakka

Justinian Joseph de Rozario geboren in Malakka

Ethnische afkomsten in DNA
De vooroudertestresultaat die het erfelijk materiaal kan tonen, kan verklaren welke ethnische afkomsten, zelfs van honderden jaren geleden, mijn DNA draagt. Met deze gegevens kan ik mijn familieverhaal compleet maken, iets wat ik graag wil doen. Welke ethnische mix heeft mijn erfelijk materiaal gemaakt zoals het nu is? Uit welke landen zijn onze voorvaderen afkomstig? Ik vind het belangrijk om te weten waar onze familie vandaan komt.

En toch heb ik de DNA-test niet nog gedaan, want er zit een aantal haken en ogen aan. Ik zie het niet zitten om mijn persoonlijke DNA aan een commercieel bedrijf te geven die de testresultaten, weleens waar anoniem, doorverkoopt. En hoe accuraat deze test is, is niet iedereen het over eens. Ik besluit om gegevens te traceren via onze familiestamboom die wijlen oom Wil een aantal jaar geleden heeft samengesteld.

Exotische namen
De stamboom  van De Rozario gaat meer dan 200 jaar terug en beslaat 8 generaties. Dit is niet heel ver terug in de geschiedenis, maar ver genoeg om er interessante informatie uit te halen. Mooie namen sieren de stamboom: Fertuliano George, Michael Maximus, Justinian Joseph, Manuel August, ik krijg er een romantisch beeld bij.

Cerilo Antonio de Rozario

Aan het hoofd staat stamvader Peter do Rozario. Hij is geboren in 1795 in Malakka, een belangrijke haven op een handelsroute naar China. De nazaten van de Portugezen die er begin 1500 voet aan wal zetten, worden Luso-Malays genoemd. De meeste Portugezen zijn kooplieden, vissers of werken voor de kerk. In 1642 pikken de Nederlanders Malakka in die het op hun beurt weer verliezen aan de Britten in 1819.

Vertrek naar Batavia
Uit de stamboom lees ik dat twee van de drie kleinkinderen van Peter do Rozario, Malakka inruilen voor Batavia. Zij stichten beiden een familie met een Europese  of Indische vrouwen. Economische overwegingen hebben hen waarschijnlijk naar Indië doen vertrekken. Van een onbekende verre oom hoor ik via email dat zijn opa (een nazaat van een van deze broers) een succesvol fruitverkoper is in Batavia.

Hij deelt een aantal familieverhalen, waarvan ik erg onder de indruk ben. Cijfers en geboorteplaatsen zijn interessant, maar het zijn de verhalen en persoonlijke ervaringen die er toe doen. Helaas zijn deze familieverhalen zeldzaam in onze tak.

Ik ga verder met speuren, want ik wil weten welke beroepen men vroeger uitvoerden. Stiekem hoop ik persoonlijke verhalen te ontdekken, maar eigenlijk mag ik dat niet verwachten.

Familienaam in boek
Dennis de Witt, onder meer auteur van History of the Dutch in Malaysia, schrijft in een bijdrage voor een ander boek over Malakka tot mijn grote verbazing over mijn familie. Als ik het lees, voel ik me even belangrijk. Ik ben nieuwsgierig om te weten waarom mijn verre familieleden worden genoemd, dat kan geen toeval zijn? Helaas ben ik blij om niets, onderzoeker De Witt noemt de migratie van de twee broers Furtiliano George en Justinian Joseph naar Batavia omstreeks 1900, omdat hij de informatie voor handen heeft, zo mailt hij.

Portugese gemeenschap in Malakka
Zelf zit ik al twee dagen te speuren naar documenten die online zijn gezet. Zo vind ik de naam Pedro do Rosairo, die trouwde met Hendrica Minjoot in 1817. Pedro is geen Rozario, maar toch denk ik dat er een link is met deze Do Rosairo. In het werk van De Witt lees ik dat de Portugese en Nederlandse gemeenschap in Malakka zich in het begin niet mengt, maar midden 1800 uiteindelijk door onder andere het overeenkomstige geloof met elkaar trouwen. Portugese heren trouwen vaker met Nederlandse dames dan andersom. Portugezen gaan zich door de vermenging met de Nederlanders meer en meer Nederlands voelen, misschien ook omdat Malakka een lange tijd onder Nederlands bestuur valt, waardoor de Nederlandse invloed groot is.

Do Rosairo verbastert
Zo veranderen Portugese namen naar meer Nederlands klinkende namen: Monteira wordt Monteiro,  Feixeria wordt Tissera en do Rosairo wordt de Rozario. En door dit laatste feit, denk ik dat Pedro do Rosairo dezelfde persoon is als Peter do Rozario (1795) uit onze stamboom. Namen veranderden in Nederlands klinkende namen en Portugezen vermengden zich met Nederlanders. Pedro do Rosairo verandert om deze redenen zijn voor- en achternaam: Pedro wordt Peter en Do Rosairo wordt Do Rozario. Do wordt nog even aangehouden, dat verandert pas een generatie later volgens de stamboom opgetekend door oom Wil.

Ik ga dit binnenkort nog verder onderzoeken, jammer is wel dat ik geen toegang heb tot de volledige familiestamboom. Al denk ik meer informatie te vergaren als ik oudere familieleden ontmoet die me het een en ander kunnen vertellen.
Een interessant verhaal om te onderzoeken is dat van familielid Anna, geboren in Batavia. Zij zou een vriendin zijn van Margareta Zelle, beter bekend als Mata Hari.

Anna Elisabeth kl

Anna Elisabeth

Ethnische percentages of liever familieverhalen?
En dan is er nog die Voorouder DNA-Test, die me veel meer kan vertellen over de bloedstromen. Maar zijn die feiten wel de dingen die ik wil weten? De resultaten uit de test zeggen me nog steeds niet hoe de voorvaderen hebben geleefd, laat staan krijg ik daarmee familieverhalen te horen.

Ik gok erop dat in mijn vaders familie er een klein percentage Nederlands en Maleisisch bloed aanwezig is, een betrekkelijk groot aandeel Indonesisch is, maar dat het merendeel Europees bloed, namelijk Portugees, is. Indisch-zijn staat sowieso gelijk aan een smeltkroes van ethniciteiten en of je nu de percentages ervan weet, is dat belangrijk? Ik bedoel ook te zeggen dat je geen kenmerken, rechten of plichten eraan kunt verbinden, een voorbeeld: Omdat ik Portugees bloed heb, houd ik van Fado muziek.

Avontuurlijk bloed
Ik denk dat ik van exacte percentages vooral in de war zou raken, want in het geval van de stamboom moet ik me ‘opeens’ verdiepen op de Portugese afkomst.
Ik richt mijn zoektocht nu vooral op de Aziatische afkomst, maar hoop eind dit jaar richting Malakka te vertrekken. Een bezoekje aan mijn Portugese wortels, zodat ik hopelijk meer kan ontdekken over mijn familieleden, die honderden jaren besloten in een bootje te stappen richting de Oost. Waarvan de nazaten weer richting Europa zijn vertrokken halverwege 1950 en vanuit daar naar andere delen van de wereld. Zou dat avontuurlijke in het Rozario-bloed zitten?

Klagen over Indisch zwijgen

Bijdrage van Sabina de Rozario

Overdracht van cultuur gebeurt vaak mondeling, van ouder op kinder of van grootouder op kleinkind. Binnen Indische gezinnen is spreken over Indië, de migratie en de eerste periode in Nederland niet altijd automatisch. Logisch, want waarom zou je uitgebreid praten over en vragen naar slechte ervaringen, opgelopen trauma’s en oorlogsverhalen?

Stapeltje boeken

Klagen over Indisch zwijgen

Nakomelingen, de derde en vierde generatie, klagen weleens over het ‘Indisch zwijgen’ van de voorgaande generaties. Opmerkingen zoals ,,Mij is nooit iets verteld over Indië of wat Indisch-zijn is” van deze generaties vind ik, heel eerlijk, storend om te horen. Waarom? Ik, als derde generatie, heb veel gevraagd en als ik geen antwoord kreeg of het was niet voor handen, dan ging ik zelf op onderzoek uit.

Geen excuus
Als volwassene zeggen dat je nooit iets is verteld, vind ik geen excuus dat je niets of niet genoeg weet over jouw Indische roots. Tegenwoordig is er zoveel informatie te vinden via internet (Youtube, blogs) en boeken, het lijkt me bijna niet eerlijk dat je je blijft verschuilen achter een excuus.

Daarom wil ik een aantal boeken uit mijn boekenkast noemen waarin ik als zoekende veel antwoorden heb kunnen vinden (en wellicht jij ook).

Uit Indië geboren
Het eerste in het rijtje van belangrijke boeken is Uit Indië geboren met onder meer bijdragen van Pamela Pattynama, Edy Seriese en Hans Meijer. De vormgeving motiveert eerlijk gezegd niet tot lezen, maar de inhoud is uiterst leerzaam.

Uit Indie geboren

Zo las ik in dit boek voor het eerst over slaven in Indië. Ook was de informatie over de Portugezen in de kolonie goed om te lezen, gezien mijn gedeeltelijke Portugese afkomst. De foto’s in dit naslagwerk zijn werkelijk prachtig, als je niet van lezen houdt, kun je altijd nog ‘plaatjes kijken’.

Alinea uit Uit Indie geboren

De zin ‘De meeste steden bestonden voor ongeveer 60 procent uit slaven’ vond ik schokkend. (Alinea uit Uit in Indië geboren).

De Njai
Meer over de Indische geschiedenis, en met name de positie van de vrouw in Indië, leerde ik van De Njai van Reggy Baay. Het boek beschrijft het verhaal van de njai: de Indonesische, Chinese of Japane vrouw met wie blanke mannen samenwoonden en kinderen kregen. Dit boek was voor mij een eye opener, het verklaarde die eenzame voornaam, zonder achternaam, in onze stamboom. Ze zou onze oermoeder kunnen zijn.

De Njai

Bladzijde 82 uit De NjaiUit de tekst hierboven uit De njai (blz 82), wordt duidelijk wat de positie van de njai was. In het boek van Baay zijn, naast zijn eigen familieverhaal, veel historische gegevens gebruikt. Heb je moeite met het lezen van geschiedenis verhalen, toch gewoon doorlezen, want het levert een schat aan informatie op over het Indische verleden (de informatie die je zocht, weet je nog?).

Goed, als je deze twee boeken heb gelezen, dan ben je al een heel veel te weten gekomen over het hoe en waarom van de Indischen.

Fat man in Nagasaki
Nog niet zo lang geleden heb ik ontdekt dat mijn opa als krijgsgevangene in het Japanse Fukuoka heeft gezeten. Het boek Fat man in Nagasaki (1980) van Dr. J. Stellingwerff beschrijft het verbazingwekkende verhaal van kamp Fukuoka 14 vlakbij Nagasaki (de stad waar de eerste atoombom is gevallen).

Fat man in Nagasaki

Wederom las ik met betraande ogen over de Indische geschiedenis, tegelijk was ik blij dat ik dit stukje geschiedenis te weten was gekomen. Het gaf me meer inzicht wat mijn opa heeft moeten doorstaan in het kamp, hoe hij is bevrijd en via de Filipijnen weer naar Indië is gebracht.

Lijst van overledenen Fukuoka 2

Deel van een lijst van Nederlandse overledenen van kamp Fukuoka 2 (blz 150 Fat man in Nagasaki), het kamp dat mijn opa heeft overleefd.

De Indische naoorlogse generatie
Het laatste boek dat ik wil noemen, is De Indische naoorlogse generatie van F.A. Begemann. Deze uitgave uit 2002 van Stichting Pelita en ZorgOnderzoek Nederland gaf mijn inzicht in de aanwezige trauma’s onder de naoorlogse generatie en de gevolgen hiervan voor het gezin.

De Indische naoorlogse generatie

Bovenstaand lijstje zijn voor mij de boeken, waarvan ik het meest heb geleerd. Misschien behoren ze niet tot jouw favoriete boeken top-10, echt gezellige boeken zijn het niet, maar de inhoud is erg leerzaam.

Zorg zelf voor overdracht
Ik kom weer terug op de excuses van het begin van het artikel, ‘Mij is niks verteld’. Dat de overdracht binnen jouw familie misschien niet is gegaan zoals je het wenste, dat is jammer, maar daar zullen vast redenen voor zijn. Mijn advies is: Bekijk, lees en eet, zou ik bijna willen zeggen, alle informatie met betrekking tot de Indische cultuur die je kunt vinden. Met jouw opgedane kennis, kun je straks zelf zorgen voor die overdracht die je zelf zo hebt gemist. Aan jou kan het dan niet meer liggen.

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

De favoriete boeken op een rijtje:
Uit Indië geboren, vier eeuwen familiegeschiedenis. Wim Willems, Remco Raben, Edy Seriese, Liane van der Linden en Ulbe Bosman. Waanders Uitgevers, Zwolle.

De njai, het concubinaat in Nederlands-Indië. Reggie Baay. Athenaeum-Polak & Van Gennnip.

Fat man in Nagasaki, Nederlandse krijgsgevangenen verleefden de atoombom. Dr. J. Stellingwerff. Uitgeverij T. Wever B.V.Franeker

De Indische naoorlogse generatie, herinnering, verhalen en analyse. F.A. Begemann. Uitgegeven door Stichting Pelita, ZorgOnderzoek Nederland.

 

Binnenkort deel 2 van mijn favoriete Indische boekenlijst!

Dichter bij Indië kan niet

Bijdrage van Sabina de Rozario

Naar aanleiding van mijn artikel over Indische jongeren naar Indonesië (lees hier het artikel Als een kind van de kolonie) is er een  vraag bij me opgekomen:

Wat is de motivatie voor Indische nazaten om Indonesië te bezoeken en om welke reden gaat men juist niet naar het land van herkomst?

Het is lastig om met recente cijfers te komen,  want die zijn er niet, maar ik weet dat van de 36 geïnterviewden van het boek Door blauwe ogen (2005), 75 procent niet naar Indonesië was geweest. Dat kan liggen aan de leeftijd van de ondervraagden, de helft ervan was onder de 30 jaar oud.

Op foto met toeristen

Op de foto met toeristen in Sanur

In mijn vriendenkring komt het cijfer veel hoger uit, van de Indische vrienden boven de 30 jaar oud, is slechts een klein deel nog niet naar Indonesië geweest. Ik zeg ‘nog niet’, want veel vrienden hebben wel de intentie om ooit te gaan. De reden dat ze nu nog niet zijn geweest komt door hun financiële situatie, een ticket kost nog steeds een hoop geld, laat staat voor een heel gezin. Het heeft ook met persoonlijke prioriteiten te maken. Men koopt  liever noodzakelijke dingen voor het levensonderhoud, heeft geen tijd of zegt het te ver te vinden.

Loyaal
Er zijn ook Indischen van de derde generatie die niet gaan vanwege de (groot)ouders. Als je bent opgegroeid met het verhaal dat jouw ouders niet goed zijn behandeld door de Indonesiërs in het verleden, dat het niet meer een land is waar je vrij en zonder gevaren kunt rondwandelen en dat je zelfs niet gewenst bent als Nederlander in het huidige Indonesië, dan denk je wel drie keer na voordat je besluit te vertrekken. Jongeren zijn vaak loyaal aan hun ouders en durven of willen vanwege de slechte ervaringen die hun (groot)ouders hebben gehad in Indië meestal niet naar Indonesië.

Shoppen op Bali

Shoppen in Bali met mijn vader (1995)

Waarom naar Indonesië?
Indonesie is een goed vakantieland, want vindt men: het eten is er lekker en goedkoop, het weer warm en de natuur is geweldig. Toch blijft de meest genoemde reden van de derde generatie om Indonesië te bezoeken te willen zien waar hun familie vandaan komt. Al blijkt het soms een hele onderneming om de geboortegrond van de (groot)ouders te bezoeken, die vaak op Java, Sulawesi of Sumatera is. Door de infrastructuur van Indonesië kost het soms veel tijd  om ergens te komen en daarbij weet niet iedereen de locatie van het ouderlijkhuis van de (groot)ouders. Om het makkelijk te houden, reizen de meesten rechtstreeks naar Bali om daar te genieten van alles wat het land te bieden heeft om zo toch de sfeer van het moeder- of vaderland te proeven.

Bij Bromo 1996

Poseren voor de Batok, links nog net Bromo te zien (1996)

Next best thing
Indonesië wordt ook gezien als the next best thing. Indië is niet meer, maar om de geuren en smaken te kunnen ervaren uit de verhalen over vroeger is Indonesië toch de plek waar dit kan. Zo heb ik het zelf ook ervaren. Eenmaal in Indonesië herkende ik de verhalen van Indië: over tjendol, warungs, straatverkopers, mystiek, sawahs en vulkanen. En dat is waar ik naar zocht en heb gevonden in het nieuwe Indonesië. Dichter bij Indië kon ik niet komen.

‘Als een kind van de kolonie’

Bijdrage van Sabina de Rozario

Zon, strand, cultuur en heerlijk eten. Dit is zo’n beetje een vakantie naar Indonesië in een notendop. Of is het meer en kan een reis naar het geboorteland van de voorouders de gevoelens aardig in de war brengen?

Bovenstaande vraag houd me nog altijd bezig. Een vraag die past in het rijtje: Indonesië, Indische roots, identiteit, bewustzijn. En laten dat net de onderwerpen zijn waar Door blauwe ogen zich meebezighoudt. Ik maak een rondje bij een aantal jonge Indischen en vraag naar hun bezoek aan Indonesië.

Met eigen ogen
In afwachting van de antwoorden die ik per mail hoop binnen te krijgen, ga ik bij  mezelf te rade. Hoe ervaarde ik mijn eerste bezoek aan Indonesië? Ik kan stellen dat de vakantie naar het ‘vaderland’ grote impact op mij heeft gehad. De puzzlestukjes vielen tijdens deze reis voor mij in elkaar.
Met eigen ogen zien hoe de geboortegrond van mijn vader eruit zag, maakte me meer bewust van waar hij vandaan komt: het klimaat, de samenleving, de geuren en kleuren.
Ik kende Indië uit de verhalen, door er zelf rond te lopen werd het duidelijker voor me. Ik kreeg ook meer inzicht in hoe mijn familie moest hebben geleefd, hoe hun omgeving eruit zag en waarom ze vaak korte antwoorden geven. Zoals antwoorden met slechts ‘al’ in plaats van een hele zin. Iedereen bleek dat te doen in Indonesië, ‘sudah’.

In Toraja 1995 kl

Foto genomen tijdens mijn tweede vakantie in Indonesië. Toraja 1996.

Ik denk nog even door: Kan een vakantie aan het geboorteland van (een van) de ouders of grootouders, het Indische gevoel bij een persoon bevestigen? En kan het bezoek het bewustzijn van de Indische identiteit aanwakkeren? Allebei serieuze vragen waaraan je misschien niet denkt voor vertrek.

Kind van de kolonie
Ferdinand antwoordt hierop: ,,Ik voelde me als een vis in het water toen ik in Indonesië was. Ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mijn vader ben ik samen met hem naar Java gegaan. We hebben daar de familie en het ouderlijk huis bezocht. En ja, ik voelde me er Indisch, als een kind van de kolonie.” Als laatste voegt hij toe: ,,Tijdens mijn bezoek aan Indonesië merkte ik dat de Indische cultuur daar niet meer bestaat.”

En hierin moet ik Ferdinand gelijk geven, het Indische is bijna niet meer zichtbaar in het straatbeeld van Indonesië. Een paar gebouwen uit de tijd van de kolonie, wat Nederlandse naamborden hier en daar, maar dan houdt het wel op. Opvallend genoeg, vond ik mijn Indische vader erg passen in het Indonesië van nu. Hoe hij met de mensen sprak, grappen maakte en rondliep alsof hij nooit anders had gedaan. Hij had het zichtbaar naar zijn zin.

Niet anders
Maar er is ook een ander geluid dat mij bereikt. Zo schrijft Peggy over haar Indonesië-ervaring: ,,Ik kan niet echt zeggen dat ik me anders voel wat betreft mijn Indisch-zijn. Ik vond het er mooi en voelde me wel verbonden met hun manier van leven.”

Nathalie heeft een mening zoals vele van haar derde generatiegenoten. Zo valt bij haar ook ‘alles op z’n plek’ en voelt ze zich ‘meteen thuis’ in Indonesië. Als enige geinterviewde noemt zij haar uiterlijk, dat is namelijk hetzelfde als de Indonesiërs: ,,Groningen, waar ik woonde, was in die tijd nog erg licht. In Indonesië viel ik qua gezicht niet op,” verduidelijkt ze. Ook herkent zij de humor, gebruiken en waarden en normen van huis uit.

Huilend naar huis
Helaas komt aan een vakantie altijd een einde en wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Voor sommigen valt het niet mee.
Nathalie: ,,Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Nederland heb ik uren gehuild. Ik wilde niet meer naar huis. Terug in Nederland heb ik drie maanden nodig gehad om te acclimatiseren. Lang trok ik overal mijn schoenen uit, zelfs in de klas.”

Nathalie restaurant

De 11-jarige Nathalie (1988) met vakantie in Indonesie.

Eenmaal bezig aan dit artikel, vraag ik me af hoe het zit met degenen die nog nooit naar Indonesië zijn geweest. Wat zou voor hen een reden kunnen zijn om te gaan en wat verwachten ze van het land?

Gevoelsmatig
Ik besluit Herbert te mailen, want hij is nog niet in Indonesië geweest. Binnen vijf minuten komt zijn antwoord mijn mailbox binnen. Hij heeft er duidelijk al eens over nagedacht.
Herbert: ,,De reden voor mij is dat ik nieuwsgierig ben naar het land waar een gedeelte van mijn roots liggen. Mijn moeder, ze kwam op haar 21ste jaar naar Nederland, vertelt altijd vol trots over haar Indië en ik wil zelf ervaren welke impact een bezoek aan haar geboorteland op mij heeft en dan vooral gevoelsmatig.”

Als laatste vraag ik hem of hij bepaalde verwachtingen heeft. Herbert: ,,Ik verwacht een stuk herkenning aan te treffen van datgene wat ik van mijn moeder vanuit de verhalen heb meegekregen. Tegelijkertijd verwacht ik een land aan te treffen dat compleet anders is dan de periode van voor de dekolonisatie. Mijn moeder zegt eigenlijk altijd dat ‘haar’ land niet meer bestaat, dat was namelijk Indië.”

Ontdekken
En dat hoor ik vaker, de zin die niet anders dan met weemoed kan worden uitgesproken: ‘Indië is niet meer’. Toch heeft het nieuwe Indonesië een grote aantrekkingskracht op Indische jongeren. Wat je er kunt vinden en wat het gevoelsmatig teweeg kan brengen, is per individu verschillend. Mocht je nog niet zijn geweest, wellicht is het een idee om dat eens uit te vinden? En zelfs al heb je meerdere keren Indonesië bezocht, volgens mij valt er er elke keer wel iets te ontdekken van het land, over jouw achtergrond en familie.

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het artikel Geboortegrond in een fles, gebaseerd op interviews uit het boek Door blauwe ogen.

Dit is een bijdrage van Sabina.

De sapu lidi móest mee

Bijdrage van Sabina de Rozario

Mijn verbazing over de sapu lidi, de handbezem meegenomen uit Indië naar Nederland, beschreef ik in april 2014: (klik hier voor het hele artikel)

Voor de migratie naar Nederland, werden alleen de belangrijkste spullen ingepakt, zo stel ik me voor. Het gezin van mijn vader vertrok  naar het nieuwe onbekende land in de jaren ’60 per vliegtuig, waardoor het aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen zag ik een sapu lidi in huis staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Sapu lidi tikar
Eindelijk een antwoord
Het antwoord waarom de sapu lidi is meegenomen naar Nederland, heb ik onlangs in Jakarta gekregen. ,,Eindelijk”, dacht ik en eigenlijk is het een logisch antwoord. Tante Martha, waar ik logeer tijdens mijn verblijf in de hoofdstad, vertelt me over bepaalde Indische gewoontes als men verhuist. Want daarmee heeft het te maken en niet omdat men dacht dat in Nederland geen bezems voorradig waren.

Ze hoort met interesse het verhaal over mijn ervaring met de bezem waar ik niet mocht aankomen. De ‘roe van Zwarte Piet’ had echter zo’n aantrekkingskracht op me als kind dat ik toch het risico nam. Dan maar een boze oma.
Voordat ik het antwoord geef, wil ik eerst iets over tante Martha vertellen: Ze is geboren in 1948 en is als Indo-Europeaan niet naar Nederland verhuisd, maar altijd in Indonesië blijven wonen. Ze heeft discriminatie en gevaarlijke tijden ervaren, maar heeft zich altijd staande weten te houden in de roerige tijden die Indonesië heeft gekend.

Sapu lidi, tikar en bantal
En dan hier de reden waarom de sapu lidi zo belangrijk is voor Indischen, in dit geval mijn oma, dat deze helemaal vanuit Indië naar Nederland is meegenomen.
Tante Martha vertelt dat als zij weer eens van huis verkaste (iets wat ze heel vaak heeft moeten doen), altijd een sapu lidi, bantal (hoofdkussen) en een tikar (mat om te zitten of slapen) vanuit het oude naar het nieuwe huis meenam. Het is een Indische gewoonte om dit te doen en dus deed mijn oma dit ook toen ze naar Nederland vertrok. Een nieuw huis moet worden ontdaan van stof en nog belangrijker, van ongewenste geesten. De vaste plek van een sapu lidi is vaak in de hoek van de woonkamer, om de slechte geesten buiten de deur te houden. En zie hier, het antwoord op mijn vraag omtrent de sapu lidi.

Sapu lidi, tikar en bantal
Nu begrijp ik eindelijk waarom de sapu lidi zo belangrijk is geweest voor Indische gezinnen, de sapu lidi is meer dan een bezem, het is een onderdeel van de cultuur. Voor mij is het voorwerp een van de eerste associaties die ik had met Indië. Ik ben heel blij met het antwoord dat ik heb gekregen, mijn vermoeden dat de sapu lidi meer was dan een eenvoudig voorwerp lijkt hiermee te kloppen.
Tante Martha heeft me nog meer verteld over de tijd in Indië. Geboren en getogen in Surabaya bevond ze zich temidden van het geweld tijdens de Onafhankelijkheidstrijd waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Deze verhalen komen een volgende keer aanbod.

 

Dit is een bijdrage van Sabina.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Voorwerpen uit Indië, deel 2

Bijdrage van Sabina de Rozario

In deze post het tweede deel van het artikel Voorwerpen uit Indië, het eerste deel is eerder gepubliceerd op deze site.
Als free-lance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Wellicht zijn ze voor sommigen herkenbaar. Wie droeg er niet zo’n matrozenpakje toen hij klein was? En wie herkent de pijama met tressen?

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

Oude dias kl

Matrozenpakje kl

Matrozenpakje voor en achter kl

Detail mouw kl

Tressen kl

Patroon voor pyama kl

Pyama kl

Schoenen kl