Indie

Ander kleurtje

Lindsay,,Indisch-zijn is voor het gevoel dat je ergens bij hoort, dat je eigen gebruiken hebt en tussen twee culturen zit.”
(Lindsay, 28 jaar, Voormalig Miss Universe Nederland)

Lindsay legt uit dat Indisch-zijn voor haar betekent dat je niet altijd even lekker zit tussen twee culturen in. Haar foto en haar quotes zijn gepubliceerd in het boek Door blauwe ogen, het Indo-gevoel van de derde generatie Indo’s in Nederland (2005). Wellicht staat het boek bij je in de kast, voor degene die het niet hebben/kennen, publiceer ik wekelijks delen van hoofdstukken van Door blauwe ogen op dit blog.

Discriminatie
Het gevoel hebben dat je tussen twee culturen zit, wordt soms versterkt als je als individu wordt benadeeld vanwege jouw afkomst. Hoe denkt de derde generatie Indischen over discriminatie? Hier een selectie uit de interviews.

,,Gediscrimineerd worden is een bepaald iets waardoor je wordt geconfronteerd met dat je anders bent.” (Jackson, 24 jaar, drummer)

,,Mijn vader heeft al heel vroeg gezegd: ,,wees er bewust van dat je een ander kleurtje hebt. Je moet drie keer zo hard werken om hetzelfde te bereiken als een Nederlander.” (Michael, 32 jaar, PR-medewerker)

‘Anders zijn’ of een ‘ander kleurtje hebben’ wordt niet alleen door de omgeving benadrukt, maar wordt vooral door thuis meegeven, zo blijkt uit de interviews. Ouders die zelf discriminatie hebben meegemaakt, waarschuwen hun nakomelingen hiervoor. Kinderen begrijpen niet altijd direct waarom zij zouden worden achtergesteld vanwege hun afkomst, want zij zijn immers in Nederland geboren en getogen?

Eigen gemeenschap

Discriminatie is er ook in omgekeerde richting, Indischen tegenover Nederlanders, en zoals Iris het ervaart is het ook aanwezig binnen de eigen gemeenschap.

,,Hollanders noem ik altijd Belanda’s. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Het is meer als een grapje bedoeld.” (Anouk, 26 jaar, Docent)

De vooroordelen van Indischen tegenover anderen Indischen zijn vaak groter dan van Nederlandse mensen. Als Indische moet je vaak heel Indisch zijn, omdat je er zo uit ziet.” (Iris, 30 jaar, Grafisch vormgever)

Julian slaat de waarschuwingen van zijn vader in de wind. Hij ziet de toekomst niet zo somber in:

,,Mijn vader heeft me altijd gezegd dat ik me met Nederlanders moest bezighouden en dat ik me op het Nederlands-zijn moest richten. Zo zei hij vroeger: neem een Nederlandse vriendin, want later wordt je gediscrimineerd. Maar ik denk niet dat hij gelijk heeft. Uiteindelijk hou je maar een ras over dat zijn allemaal mixjes.” (Julian, 21 jaar, student)

Betrokkenheid
Het toekomstbeeld van Julian is reëel, maar zover is het nog lang niet. Dat iedereen is samengesteld uit gemengde genen op een gegeven moment, is opzich een oplossing voor discriminatie. Een positief bijverschijnsel van discriminatie kan zijn dat het verbind of betrokkenheid bij de ander aantoont, zoals Simone vertelt:

SIMONE,,Ik voel me sterk verwant met allochtonen door mijn Indische afkomst. Ik ben gevoelig voor discriminerende opmerkingen, ook al gaat het niet over mij. Toch ga ik vaak de discussie aan, omdat ik mij aangesproken voel.”
(Simone, 36 jaar, Manager)

Over het algemeen heeft de derde generatie niet veel last van discriminatie, althans zoals de situatie 10 jaar geleden was. Wellicht is het nu meer aan de orde van de dag? Daarvoor zou ik weer in gesprek moeten met de derde generatie om er achter te komen of zij zich tegenwoordig vaker voelen benadeeld vanwege hun afkomst. Wordt vervolgd dus!

Dit is een bijdrage van Sabina
Foto’s: M.Fleskens

 

Note: Alle quotes en foto’s uit dit artikel zijn afkomstig uit het boek Door blauwe ogen en/of het archief van de auteur. Bij gebruik van de content dient eerst toestemming te worden gevraagd via: doorblauweogen@gmail.com. Rebloggen mag, maar let op het juist vermelden van de bron!

Advertenties

Mijn Indische oma en ik

Ik groeide op in een dorpje aan de IJssel. Mijn donkere haren en getinte huid waren anders dan die van de meeste kinderen maar dat verschil voelde ik lange tijd niet.
Wat mij betreft was ik ‘normaal’. Totdat ik door een jongetje op de lagere school Turk werd genoemd. Ik weet dat ik heel verbaasd en boos was dat hij dat zei. Ik ben immers een Indo en daar ben ik trots op. Dus dat riep ik terug: ‘Ik ben een Indo, joh!’. Vanaf dat moment was ik me bewust van het ‘anders’ zijn en leek dat door mijn omgeving steeds meer te worden benadrukt. Of ik was er gevoeliger voor geworden, dat kan ook. In de puberteit kreeg ik opeens een bos woeste krullen.

Kleine Tjarda
Mijn moeder was verbaasd en concludeerde dat ik dat wel van mijn Indisch oma moest hebben. Zo groeide met mijn leeftijd ook mijn nieuwsgierigheid naar mijn Indische wortels en daarmee naar mijn Indische oma.

Geen foto’s
Mijn Indische oma Beijse overleed toen ik 3 jaar was. Ik heb haar dus niet bewust gekend. Een foto van haar heeft er, voor zover ik weet, nooit in huis gestaan.  En ook kan ik me niet herinneren dat ik foto’s bij mijn tantes heb gezien.  Waarom eigenlijk niet? Mijn onbekende grootmoeder waar ik al 28 jaar aan denk als ik mijn krullen weer eens probeer te temmen. Hoe deed zij dat toch?

Vragen
En nu weet ik eindelijk haar volledige naam en geboortedatum. Mijn vader vertelde het en ik schreef het op. Het staat op het papiertje dat voor mij ligt. Christina Fredrika Beijse, geboren in Soerabaja op 11 oktober 1916. Ik staar naar de letters op het papier. Vragen schieten door mijn hoofd. Hoezo heb ik haar volledige naam nooit gekend? Hoe werd ze door vriendinnen dan genoemd? Zou haar naam ergens te vinden zijn op de interneringskaarten van de Japanse kampen? Ze was rond mijn leeftijd toen ze in 1957 met 4 kinderen (verlaten door haar man) in het koude Nederland terecht kwam. Was zij, net als ik, trots op haar gemengde afkomst of praatte ze daar liever niet over? Kon ze lekker koken (toch ook een belangrijke vraag voor alle Indo’s;-))? Hoe zag ze er toen uit? Van mijn moeder weet ik dat ze net zo’n ster in het huishouden was als ik. Dat heb ik dus ook niet van een vreemde.

Op zoek naar oma’s verhaal
Voor de 2e generatie Indo’s is het niet makkelijk om te praten over vroeger.  Dat weet ik en dat voel ik ook als ik mijn vader en zijn (half) zus voorzichtig bevraag over Indië, de repatriëring en de tijden daarna in Nederland. Langzaam maar zeker komen de verhalen los en ik luister aandachtig. Van dit stukje verleden heb ik zo weinig meegekregen dat ik er graag meer over hoor. Helaas ontbreekt het aan tijd, want er staat een bezoek aan de Tong Tong Fair op het programma. Met mijn vader spreek ik af dat we snel op zoek gaan naar meer foto’s van en verhalen over zijn moeder. Wie weet wat ik allemaal nog ga ontdekken over mijn Indische oma. Ik hoop dat ik haar in de komende tijd, heel misschien, een beetje beter ga leren kennen.

 

Dit is een bijdrage van Tjarda

Voorwerpen uit Indië

Bijdrage van Sabina de Rozario

Als freelance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Over deze voorwerpen, waarvan de meeste in gevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt, heb ik toen ook een verhaal opgetekend. Helaas kan ik het complete verhaal niet delen, het staat niet meer in mijn laptop. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog.’

De meeste voorwerpen, zoals het pillendoosje en de broches, zijn handgemaakt van materialen, die voor handen waren in het kamp. De schil van een kokosnoot, een stukje hout, wat draadjes.
Uiteindelijk hebben de kleine zelfgemaakte bezittingen een lange weg afgelegd. Na de oorlog krijgen de gebruiksvoorwerpen een plekje ergens in een huis om vervolgens met de eigenaren mee naar Nederland af te reizen. Ruim 50 jaar later liggen ze in zeer goede staat voor de lens van mijn camera. Ik doe mijn best om de voorwerpen mooi in beeld te brengen.
De verhalen zijn verdwenen, maar dat is niet erg. Vroeg of laat zullen de vertelling zich weer bij de objecten voegen.

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

 

Foto: S. de Rozario

Asbakje van kokosnoot kl

 

Broche kl

 

Houtsnijwerk kl

Voorwerpen uit het kamp kl

 

Identificatiekaart kl

Vlag kl

 

Voorwerpen gemaakt in het kamp

 

Dit is een bijdrage van Sabina. Meer over de auteurs van dit platform, klik hier.

Mijmering

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indie, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Deze keer mailt Evert over de weemoed en verlangen van de Indo. Hij vraagt zich af wie zich nog bekommert over de oude Indo tegenwoordig:

Beste Sabina,

Ach het is al zo vaak gezegd. Het dreigt sleets te worden. Het begrip “Indisch” is nauwelijks of niet te omschrijven. Er past geen wetenschappelijke antropologischedefinitie bij. De enige zinnige, maar desondanks ongrijpbare omschrijving is dat Indisch een gevoel is. Het is een complex begrip dat alleen mede invoelbaar is door andereIndischen die het gevoel ook kennen en met wie je het soms zelfs woordloos kunt delen.

Gespletenheid
Het is een ervaring die verschillende aspecten in zich heeft. Een gevoel van trots op de tweezijdigheid van je culturele achtergrond, maar daardoor ook van een gevoel van gespletenheid. Soms een gevoel van weemoed en verlangen naar het land van herkomst, een gevoel van ontheemd zijn. Soms voel je je niet begrepen en hou je angstvallig emoties onuitgesproken.

Laatst reed ik met mijn vrouw naar de toko om onze wekelijkse voorraad Indische gerechten enzovoorts te halen. Mijn vrouw is na al die jaren goed op de hoogte van de Indische keuken en lekkernijen waar ze mij een plezier mee doet. Ze gaat dan ook alleen de toko in en ik blijf in de auto, gewoon omdat ik een hekel heb aan op mijn beurt wachten.

Berustende gelatenheid
Terwijl ik zat te wachten komt een oude Indo uit de toko met in elke hand een volle tas . Het was guur, het regende en er stond zo’n dunne wind. Dat typische Hollandse weer waar je je nauwelijks op kan kleden. De man bleef staan, zette zijn tassen neer en dook dieper in zijn kraag terwijl hij kouwelijk zijn smalle schouders optrok. Hij draaide een shagje in zo’n Indische torpedovorm en stak er met enige moeite de brand in. Je zag dat hij genoot van zijn rokertje.

Hij draaide zijn hoofd een kwartslag waardoor ik hem vol in het gelaat zag. Dat gelaat trof me diep. Een oud gebruind gezicht met donkere ogen waaruit een oneindige eenzaamheid sprak en een berustende gelatenheid. Een oude Indo, die vele jaren in het oude land heeft geleefd en noodgedwongen een nieuw leven moest opbouwen in een kil land dat hem vreemd was.

Nu zijn jaren ver gevorderd zijn bekruipt hem een diep en niet te vervullen verlangen naar zijn geboorteland. Straks zal hij rusten in vreemde grond. Hoeveel van deze eerste generatie ouderen zijn er nog? Wie trekt zich hun geschiedenis, hun lot aan?

Met groeten,
Evert

De kracht van verzoening

Dialoog Nederland-Japan-Indonesië nodigt u uit voor de conferentie op zaterdag 11 oktober. De 17e conferentie heeft het thema De kracht van verzoening.

Dialoog NJI richt zich op mensen die last hebben (gehad) van oorlogstrauma’s, maar ook op belangstellenden voor de geschiedenis in voormalig Indië respectievelijk Indonesië.

Logo Dialoog NJI

Eén van de gastsprekers tijdens de conferentie is de Amerikaanse schrijver Melinda Barnhardt. Zij schrijft momenteel een boek over de Nederlander Wim Lindeijer, één van de oprichters van Dialoog NJI. Lindeijer heeft zich naar aanleiding van het bestuderen van het kampdagboek van zijn vader (POW in Japan) vervolgens ook verzoend met zijn voormalige Japanse vijanden en heeft veel reizen naar Japan gemaakt. Spreekster Patty Buchel van Steenbergen zal spreken over het werkkamp Fukuoka 14.

Het programma biedt ook gelegenheid voor het verhaal van de aanwezigen. Persoonlijke verhalen kunnen worden gedeeld in speciale gespreksgroepen. Klik hier voor het programma-overzicht en overige informatie van de conferentie.

Dialoog NJI roept in het bijzonder ook jongeren op te komen. Heb je interesse in het Indische oorlogsverleden van jouw opa of oma,  dan wel vader of moeder, dan is deze bijzondere bijeenkomst een aanrader.

 

Website: http://www.dialoogNJI.org

 

 

 

Onderzoek zelf het verhaal

Bijdrage Sabina de Rozario

Als het laatste woord in de documentaire is gezegd, of eigenlijk was het de laatste noot van het pianospel, zet ik mijn laptop uit. Ik haal diep adem en laat alles wat me net onder ogen is gekomen in mijn hoofd nog eens voorbij komen. De documentaire Buitenkampers over de Tweede Wereldoorlog in Indië maakt diepe indruk op me, zeker zo vlak voor 15 augustus, de dag van de Indië herdenking.

Over de Tweede Wereldoorlog in Indie heb ik al veel gelezen in de talloze boeken die over dit onderwerp zijn verschenen. Om de mensen hun ervaringen voor de camera te  zien vertellen, maakt meer indruk. De emotionele en verschrikkelijke gebeurtenissen hebben bij hen zichtbaar diepe wonden geslagen.

Buitenkampers cover

De Indië herdenking op 15 augustus in Den Haag  is een gelegenheid om de gevallenen  in Indië te herdenken. Uit onderzoek weet ik dat niet veel jongeren zich bezighouden met ‘onze’ herdenking.

Weet je niets van de Tweede Wereldoorlog en zie je daarom geen reden om te herdenken in Den Haag of thuis, kijk dan de docu Buitenkampers. Hierin wordt uitlegd hoe de Indo is ontstaan, zich bewoog als aparte bevolkingsgroep in Indië en waarom zij zich in een précaire positie tijdens de oorlog bevonden.

Onderzoek zelf

Heb je op school nooit geleerd over de oorlog in Indië of heeft jouw familie  er altijd over gezwegen, surf dan eens online en je weet al snel meer.  Is het allemaal een ver-van-je-bed-show, dan is het een aanrader om zelf op onderzoek uit te gaan. Vraag binnen jouw familie naar verhalen en ervaringen van die tijd en maak deze periode voor jezelf compleet. En als je niet weet hoe je zo’n gesprek moet beginnen, gebruik je, heel makkelijk, de docu als aanleiding. Moet je ‘m nog wel even kijken natuurlijk.

Check de docu Buitenkampers op uitzendinggemist.nl/npo.nl of koop de dvd.

Meer informatie over de Indië Herdenking op 15 augustus vind je hier: http://www.indieherdenking.nl.

Heb je weinig tijd op 15 augustus, volg de herdenking dan live op tv.

Daarom die vlag

Bijdrage Patrick Wouters

Of zwarte piet racistisch is, heb ik hem nooit kunnen vragen. Wel legt de hele zwarte-piet-discussie in Nederland racistische tendensen bloot en merk je dat er nogal wat Nederlanders zijn die de eigen geschiedenis niet kennen of willen kennen. Of het nu gaat om het slavernijverleden of het koloniale verleden: aanpassen en muil houden lijkt ook anno 2014 het devies. Offline en online.

Daarom zal ik me nooit verontschuldigen als ik ‘weer eens’ schrijf over mijn Indische achtergrond: die verschijnt toch telkens om de hoek, ook als ik er niet mee bezig ben.

 

Deel van interneringskaart van de opa van Patrick

Deel van interneringskaart van de opa van Patrick

De 15e augustus

“Wie is er bij jullie jarig?” In de tien jaar dat ik in dit dorp woon, is deze vraag mij vaak gesteld als ik op 15 augustus de vlag uithang. Voor mij nog steeds dé datum om stil te staan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. Geduldig vertel ik aan de hand van mijn eigen familieverhaal over nut en noodzaak en dan blijkt men altijd zeer geïnteresseerd: “Nooit geweten buur.”

Puzzel

Mijn familiegeschiedenis is een oneindige puzzel. Dankzij het internet is het puzzelen wel stukken eenvoudiger geworden. Nog steeds doe ik nieuwe ontdekkingen en krijg ik verloren gewaande familiefoto’s in de schoot geworpen. Op Indischalbum.nl krijgen ze een plek.

De mooiste ontdekking blijft nog altijd de urn met de as van mijn opa, Schelte Wouters, op ereveld Menteng Pulo (Jakarta), een maand voor mijn tweede rootsreis naar Indonesië. Mijn familie heeft ruim vijftig jaar niet geweten wat er precies met hem was gebeurd in de periode 1942-1944. Met hulp van de Oorlogsgravenstichting, die mij ook aan (nooit aangekomen?) correspondentie met mijn oma hielp, kon ik weer een stukje toevoegen aan de familiegeschiedenis.

Later kwam ik via Moesson in contact met Dick Visker (1916-2013), oprichter van het Indisch familiearchief. Hij bleek de Nederlandse commandant te zijn van het Harimakamp nabij Osaka waar mijn opa was geïnterneerd. Zijn wedervaren en dat van zijn manschappen, heeft hij minutieus vastgelegd in verschillende publicaties, die het NIOD bewaart. Op een winteravond heeft hij mijn vader en ik uit de doeken gedaan wat er precies gebeurde na de capitulatie van het KNIL op 8 maart 1942, tot aan de dood van mijn opa in maart 1944. Ademloos hingen mijn vader en ik aan zijn lippen. Tijdens de Harimareünie in Bronbeek, die daarop volgde, maakten wij kennis met kampgenoten van mijn opa en hun nazaten. Een bijzonder mooie ervaring.

Interneringskaart

Vorig jaar (nog voor zijn plotselinge overlijden) heb ik mijn vader de Japanse interneringskaart van zijn vader kunnen laten zien. Het fascineerde hem hoe gedetailleerd de informatie was (en matchte met de informatie die we al hadden).

nt3

Ik bezat al het Nieuwe Testament met aantekeningen, dat mijn opa bij zich droeg die dagen. Het enige bezit dat de familie via het Rode Kruis terugkreeg. De interneringskaart is een mooie aanvulling erop. Samen met een handvol foto’s en verhalen uit de overlevering, vormen zij onze familiegeschiedenis.

En zo geef ik dat ook door: een kleine familiegeschiedenis tegen het decor van de grote geschiedenis van Nederlands-Indië. Mijn manier om kennisoverdracht, herinnering en herdenken te combineren.

 

Daarom die vlag is een bijdrage van Patrick Wouters

Verder lezen:
Een Indisch graf in het land achter de horizon (Link: http://senangproducties.wordpress.com/2014/08/06/een-indisch-graf-in-het-land-achter-de-horizon/ )

http://www.indischalbum.nl

 

 

Naar Indonesië is een lapmiddel

Project Tussen twee generaties

Sabina vroeg zich af  (zie publicatie  ,,Het land is deel van jou” ) of de tweede generatie nog wel naar Indonesië wil gaan. Lees hier het antwoord van Evert:

maart 2014

Beste Sabina,

Wat gebeurde er emotioneel met me als ik de foto zie van mijn huis in de wijk Menteng in het oude Batavia? Het is moeilijk om juist die gevoelens van een mengeling van heimwee en weemoed te verwoorden. Want die aanblik van dat huis en die wijk zijn alleen de sleutel die de poort van herinnering aan mijn jeugd daar ontsluit. Die herinnering overspoelt mij met heimwee.

Een huis in Menteng, een wijk in Jakarta

Een huis in Menteng, een wijk in Jakarta

Heimwee naar de tijd dat ik daar woonde en ondanks de gespannen politieke situatie, een onbezorgde jeugd doorbracht. Spelen met vriendjes en vriendinnetjes in de tuin. Kastie, gatrik, vliegeren en noem al die typische Indische spelletjes maar op.

Maar het was altijd eerst na het (warme) eten van een uur tot ongeveer drie uur siësta houden. Dat was door mijn ouders verplicht, want alleen de schoffies waren tijdens die warmste uren van de dag op straat aan het spelen. Dat was voor mij een temptatie, want je hoorde vaak de opgewonden stemmen van andere kinderen buiten en ik moest verplicht slapen.

Pisang goreng
Van slapen kwam natuurlijk niets. Stiekem lezen en om de haverklap zogenaamd naar het toilet. Maar dat was alleen maar om in de dapoer waar de kokkie de lekkernijen aan het klaarmaken was voor de thee, alvast een pisang goreng of iets anders mee te pikken, tot (gespeelde) ergernis van die goeie ouwe kokkie. Want het mensje gunde je dat van harte.

Om drie uur mochten we er dan eindelijk uit en dan was het baden. Als iedereen gebaad was gingen we gezamenlijk in de tuin aan de thee met allerlei lekkernijen. Vaak was er bezoek, maar ik mocht dan al snel toch gaan spelen. Dat ging door tot ongeveer half zes. Dan werd ik binnen geroepen om weer te baden, daarna zaten we met het hele gezin in de zij-of achtergalerij. Om zes uur was het bekende magrib (of zoals we op Batavia zeiden: mengerip). Die korte tropische schemering van een kwartier. Om zes uur nog klaarlichte dag en om kwart over zes nacht.

Die schemering ervoer ik met een dubbel gevoel. Het had iets beklemmends, met al die geluiden van jankriks en tonggerets, maar ik had ook een gevoel van geheimzinnigheid. Na weer een warme maaltijd moest je je dan voorbereiden op het naar bed gaan. Meestal zat je dan met je ouders op de galerij. Soms werd er een toekang aangeroepen met saté of andere lekkernijen. Ik weet nog dat ik stapel was op keraktelor. Zo verliep in die tijd een deel van de dag.

Dat leven bestaat niet meer
Wat is nou het verschil tussen mijn jeugdherinnering van de tijd die ik in Indië doorbracht en de jeugdherinnering van iemand die in Holland zijn jeugd doorbracht? Mijn herinnering gaat over een jeugd die ik doorbracht in een tropisch land en in een samenleving die teloor is gegaan. Dat leven en die samenleving bestaan gewoon niet meer. En het ergste is dat het leven en de samenleving waar wij als Indo van de eerste en tweede generatie zozeer naar terug verlangen, door de mensen in het hier en nu worden verketterd als een verwerpelijke koloniale samenleving, die we maar zo snel mogelijk moeten vergeten!

Bang voor teleurstelling
Naar Indonesië is eigenlijk een lapmiddel. Natuurlijk, je ziet dan weer het land waar je vandaan komt, het is hetzelfde land, maar niet meer de samenleving die je kende. Ik erken dat ik in mijn herinnering het verleden heb geïdealiseerd en dat ik dus altijd teleurgesteld zal zijn als ik nu de nieuwe situatie zou zien. Ik ben een beetje bang voor die teleurstelling. Maar er ligt nog een gevaar op de loer. Er is een kans dat ik, juist omdat ik van gemengd bloed ben, zo veel in Indonesië herken en me zo thuis voel dat ik gedesoriënteerd raak.

Zo is het aankloppen aan die poort van mijn Indische jeugd voor mij vaak een deceptie. Want die poort blijkt vergrendeld, ik kan er niet meer binnengaan. Ik blijf alleen en eenzaam, vervuld van weemoed, achter.

Groet,

Evert

,,Het land is een deel van jou”

Project Tussen twee generaties

De tweede generatie gaat niet graag terug naar Indonesië. Klopt dat eigenlijk wel? Als dat al zo is, waarom is dat zo? In een email vraag ik  aan Evert, een tweede generatie Indo, hoe hij dit ziet en voelt en leg ik hem uit waarom ik dit zo graag wil weten.

 maart, 2014

Beste Evert,

Soms lijkt het wel of de derde generatie onbevangen het vliegtuig richting Indonesië instapt. Zonder veel bijverschijnselen, zonder veel emotie. Ook ik deed dat. Van de tweede generatie kreeg ik reacties zoals; ,,Ik benijd je, je gaat zomaar die kant op.’’ Ik reageerde bijna geërgerd en vol onbegrip dat ,,ze zelf ook konden gaan.’’ ,,Elke dag zijn er vluchten naar Indonesië. Wat let je?’’

Nu weet ik dat ik slecht invoelend was toendertijd, voor hen bestaat ‘zomaar’ niet. Ik heb gemerkt dat iets hen weerhoudt om terug te gaan, maar ik kon me nooit voorstellen wat dat dan was. Daar stonden de ouderen dan, met weggestopte emotie, te luisteren naar een niet begrijpende ratelende derde generatie Indo. Wat onachtzaam van me, denk ik nu.

Van een aantal vrijwilligers van de Indische stichting waar ik voor werkte, kreeg ik voor vertrek naar ‘hun Indië’ een lijstje met gewenste boodschappen mee. Ze wilden ingrediënten en kruiden die niet in Nederland te koop zijn. Verlangden om weer iets tastbaars uit Indië in hun handen voelen, het te koesteren. Een lijstje met emotionele herinneringen dat ik als derde generatie aan hen kon bezorgen. Ik was geroerd door de mooie opdracht.

Kattebelletje van Ome Gerrit

Kattebelletje van Ome Gerrit

Ook kreeg ik opgekrabbelde adressen op een papiertje in de handen gedrukt. De oude school van Ome Gerrit was door hem tot in detail beschreven. ,,Zoek naar de rij palmbomen,’’ zei hij, ,,daarachter staat mijn oude school.’’ Tijdens de zoektocht kwam ik erachter dat die rij bomen na 60 jaar allang moest zijn verdwenen. De school stond er nog, een kleine renovatie ondergaand, moderne blauwe letters op de gevel.

De oude school van Ome Gerrit

De oude school van Ome Gerrit

Jij, Evert, verzocht om een foto van zijn voormalige ouderlijke huis in Menteng, Jakarta. Het huis stond exact op de beschreven plek. Helaas werd het huis verbouwd en was het hek op slot, zodat ik het erf niet kon betreden. Na mijn vakantie zijn de foto’s ervan door jou dankbaar in ontvangst genomen.

Nu wil ik toch weten wat er in je omging toen jij de foto’s van jouw verleden voor je had liggen. Voor mij was het maken van de foto’s een kleine moeite, al was het even zoeken, omdat de naambordjes onlogisch aan het begin van de straat stonden. Was het plezier van jouw kant groot of maakte het je verdrietig? Bracht het je terug naar vervlogen tijden?

Toen ik in jouw straatje liep zag ik je daar als jongetje, al spelend op de weg met de buurtkinderen. Hadden jullie altijd pret eigenlijk? Hoe vaak speelde je op straat of mocht je van je ouders niet te veel buiten hangen? Speelde je met andere Indische en Hollandse kinderen of ook met Indonesische? Als die laatste al bij je in de buurt woonden. En welke spelletjes deden jullie dan?

Misschien vind je het onbelangrijke vragen, maar ik wil alles weten over het leven in het voormalige Indië. Over het straatbeeld en hoe dat is veranderd na de oorlog. Ik wil gaan begrijpen waarom je mij benijd als ik weer eens naar Indonesië ga. Ik wil mijn uiterste best doen om met empathie te reageren als jij zegt dat je nu liever niet teruggaat naar jouw geliefde Indië.

Wil je mij daarbij helpen? Om minder onhandig te zijn tegenover de tweede generatie die alle redenen van de wereld heeft om nooit meer een voet te willen zetten in Indië? Dan ga ik mijn best doen om jullie toch over te halen om ooit nog een keer te genieten van het tropische land waar zoveel herinneringen van jullie bewaard zijn gebleven. Het land is een deel van jou en zij wacht met veel geduld tot je weer voet op haar grond zet.

Ik kijk uit naar jouw antwoord,

Sabina

 Het antwoord van Evert wordt binnenkort op dit platform  geplaatst.

Lancering nieuw project Tussen twee generaties

Enige tijd geleden zijn Evert Mutter en ik, Sabina de Rozario, begonnen onze ‘pikirans’ naar elkaar te emailen in de vorm van een column. Onlangs hebben we besloten onze persoonlijke verhalen op dit platform te publiceren.

Onze gedachten over de Indische cultuur en het Indisch-gevoel bereikten elkaar wekelijks via de electronische weg, elkaar treffen was toen niet meer mogelijk, aangezien ik al naar Bali was verhuisd. Evert beschrijft vanuit zijn beleving als tweede generatie Indo en ik vanzelfsprekend vanuit mijn derde generatie inzicht.

Het project heet Tussen twee generaties. Een eenvoudig gekozen naam, omdat het een dialoog tussen ons, elk van een andere generatie, is. In realiteit is het met de dialoog tussen de tweede en derde generatie niet altijd goed gesteld. De derde generatie heeft vragen, heel veel vragen, en wil daarop direct antwoorden ontvangen. De tweede generatie is terughoudender met vertellen over het Indische, de cultuur en de ervaringen die zij in Indië hebben opgedaan. Het resultaat is vaak frictie gevolgd door frustratie.

Met het project proberen we de dialoog tussen de generaties open te breken, mocht dat nog niet zijn gebeurd. Het eerste verhaal dat Evert naar mij mailde ging over het afkomstig zijn uit twee culturen. Mijn reactie op dit onderwerp staat eronder.

Everts pikiran over het leven met twee culturen:

Beste Sabina,

Natuurlijk ook ik als zoon van Indische ouders, nog in Indië geboren en tot mijn dertiende jaar daar gewoond en geleefd hebbend, ervaart een verdeeldheid van gevoelens. Die soms zo pijnlijke ervaring dat je op het snijvlak leeft van twee culturen. Je steeds de vraag stellend waar hoor ik of waar wil ik bij horen.

Omdat ik al veel langer in Nederland woon en leef dan ik ooit in Indië heb gewoond, zou het voor de hand liggen dat ik me zo aan de Nederlandse manier van leven heb geconformeerd dat die Indische aspecten langzaam maar zeker verdrongen zijn. Het tegendeel is waar.

Bij het klimmen van jaren is de heimwee alleen maar toegenomen. Hoewel, is het wel heimwee? Of is het meer? Het is dat gevoel waar ik zo moeizaam woorden voor kan vinden om het toegankelijk te maken.

Heimwee is een diep verlangen naar een land waar je gewoond hebt, maar het is meer dan dat. Het is niet alleen het diepe verlangen naar het land waar je geboren bent of gewoond hebt. Het is een terug verlangen naar een leven dat bepaald werd door dat land en door de omstandigheden. Namelijk dat typisch Indische, dat is voort gekomen uit de menging van rassen. Dat Indische gevoel dat niet of nauwelijks te omschrijven valt.

Mijn herinnering en mijn heimwee bestaat niet alleen uit gevoelens en beelden, maar ook uit geuren en geluiden. De geur van het strootje dat de kebon aanstak als hij mijmerend bij de achtergalerij op het stoepje gehurkt zat tijdens magrib. Het geluid dat hij maakte met zijn tondeldoos om dat strootje aan te steken. Tjik, tjik,tjik….en dan het aanblazen van het lontje om dan, eindelijk, de brand te steken in zijn strootje.

En dan die sfeer van die korte schemering, magrib, met die lading van magie en geheimzinnigheid die je als kind woordloos onderging.

Als ik hier ‘s zomers de warmte van de zon op mijn huid voel en de bomen hoor ruisen, ontstijg ik tijd en ruimte en ben ik terug in het Batavia van mijn jeugd.

Ik ben nog elke dag bezig met Indië. Ik heb de gewoonte meestal met drie boeken tegelijk bezig te zijn, maar er is altijd een boek over Indië bij.

Mijn zoektocht is niet geëindigd. Ik denk dat voor dubbelbloedigen die zoektocht nooit eindigt. Ze zullen altijd dat gevoel van verdeeldheid met zich dragen.

Evert

Sabina’s reactie over haar spagaat:

Beste Evert,

Ik heb vaak het gevoel gehad dat ik met één been in de Indische en met het andere in de Nederlandse cultuur stond. Staand in een aangename spreidstand als resultaat van een Indische vader en Nederlandse moeder. Geboren zijn en wonen in Nederland maakt mijn nieuwsgierigheid naar de Indische kant enorm. In het begin was het Indische mysterieus voor me. Om het ‘Indo vraagstuk’ op te lossen, ging ik, zodra de mogelijkheid zich aandiende, op onderzoek uit naar de roots van de familië in Indonesië.
 
Tijdens het eerste bezoek aan Indonesië loste het ‘Indische mysterie’ min of meer op door wat ik daar zag. Ik herkende daar de gedragingen van mijn vader, het Indische keuvelen van mijn oma en de verzamelwoede in de huiskamers met allerlei troep inclusief een brommer. De spreidstand verdween tijdens de reis en ik bevond me comfortabel in de Indische cultuur. Ik voelde me heerlijk Indisch.
 
Eenmaal weer thuis werd het verdeelde gevoel van het leven in beide culturen weer sterker. Aan de ene kant maakte het Nederlandse leven mij van streek, zoals dat voorheen ook deed, en aan de andere kant werd mijn spreidstand gevoed door nieuwe opgeborrelde vragen als gevolg van de antwoorden op mijn eerdere vragen. Ik stond inmiddels in een flinke spagaat, zo wijd dat het pijnlijk begon te worden. Hier moest wat aangedaan worden, maar wat? Daar bovenop kreeg ik, tegen mijn verwachting in, er een nieuw probleem bij.
 
Een verschrikkelijke heimwee overschaduwde de enorme spagaat van verdeeldheid en ik kon alleen maar denken: ik moet zo snel mogelijk terug naar dat land. Maar wat zocht ik precies in ‘dat land’? Al het Indische was meeverhuisd naar Nederland, dus dat kon ik daar niet vinden. Slechts het gevoel van herkenning kon ik daar ervaren. Ik wilde mijn onrustige gevoel geruststellen, in rustiger vaarwater komen en dat kon, dacht ik, alleen door weer naar Indonesië te gaan.
 
Jaren na het eerste bezoek aan de roots, heb ik gemerkt dat de antwoorden niet perse in een land hoeven te liggen. Gesprekken met familieleden, Indische mensen van de 2e generatie en ook leeftijdsgenoten maakten mijn spagaat langzaam aan minder pijnlijk. Na vele boeken te hebben gelezen is het leven in twee culteren minder zwaar geworden omdat ik antwoorden vond op mijn vragen die ik ooit had.

De onduidelijkheid over mijn afkomst is weg. Ik sta nu met beide benen netjes naast elkaar op een zelf gecreeerde Indische bodem. Een eigen Indische grond gebaseerd op wat is doorgegeven van de vorige generaties. Ik heb het gevoel dat ik een kant heb moeten kiezen om mijn onrustige gevoel te temperen.

Voor mij is de zoektocht klaar, voor zover dat mogelijk is. In alle rust heb ik geaccepteerd waar mijn roots liggen, het verleden in mij opgenomen, de pijn van de grootouders begrepen en het Indische gevoel omarmd. Wat dat Indische gevoel is, kan ik alleen voor mezelf bepalen, en het voelt goed. Ik ben een nieuwsgierige Indo die verder blijft kijken ook al weet ik waar ik sta. Het gevoel van verdeeldheid is gelukkig verleden tijd.

 Sabina