Indische cultuur

Pascal Jalhay: Koken is het delen van de Indische erfenis

Een bijdrage van Sabina de Rozario
25 september, 2018

Indonesië bezoeken voor een welverdiende vakantie én om inspiratie op te doen voor een nieuw idee. Dat is precies wat culinair talent Pascal Jalhay onlangs heeft gedaan ter voorbereiding van zijn nieuwe boek.

Hij wisselde liggen bij het zwembad af met het onderzoeken van de Indonesische keuken samen met zijn gezin. Door Blauwe Ogen sprak met de gepassioneerde kok in het populaire en zonovergoten Kuta op Bali.

portretten reeks 1

Foto: Door blauwe ogen

Ondanks dat Pascal Jalhay (1969, Weert) zich vroeger nooit een Indische jongen heeft gevoeld, is hij nu echter een persoon die eindeloos kan praten over de Indische keuken.
Ruim zeven jaar geleden nam zijn vader hem voor het eerst mee naar Indonesië. Dat was het keerpunt in zijn Indische beleving en werd de liefde voor de Indonesische eetcultuur aangewakkerd. Hij raakte betoverd.

Meer dan draadjesvlees
Eenmaal in Bandung, de stad waar zijn vader is geboren, ontdekte Pascal de authentiek Indonesische smaak. Pascal: Gado-gado uit de meest eenvoudige warung smaakte zó puur,daar wilde ik meer van wetenen horen. En ook het gerecht rendang werd meer dan ‘gewoon draadjes vlees van oma’ voor me.”
De reden dat het Indonesische eten hem opeens veel beter smaakte, kwam door de veelbetekenende  verhalen die men erbij vertelden. ,,Net als de oorlogservaringen van mijn vader, de verhalen over Indië die ik altijd heb geslikt voor zoete koek,  kregen vorm tijdens een bezoek aan het oude kamp in Indonesië.”

,,Na terugkeer van die bijzondere eerste reis, heb ik alle Indische kookboeken gekocht om kennis van de Indische keuken te vergaren. Al snel vroeg SIR (Selected Indonesian Restaurants) mijn visie over het vernieuwen van de Indonesische keuken en ben ik workshops over culinair Indisch koken gaan geven” somt Pascal op.

portretten reeks 2

Foto: Door blauwe ogen

Boek met jonge ‘Indo-koks’
Het nieuwe boek van Pascal (publicatie in februari 2019) wordt geen receptenboek. De verhalen achter de gerechten, dáár is het hem om te doen. Voor het boek zijn jonge talentvolle koks met Indische roots, zoals Jamie van Heije, Jermain de Rozario en Syrco Bakker, uitgenodigd om een eigen recept met bijbehorend verhaal te delen. Ook komen autoriteiten zoals Lonny (D’Roemah, Bali), Anita Boerenkamp (Spandershoeve, Hilversum) en Frank Deuning (The Raffles,Den Haag) aan bod.

Delen van de Indische cultuur
Pascal voegt toe:,,Veel Indische koks van de oude stempel willen vaak de (familie)recepten geheim houden, ‘het is toch van mij?’. Ik zie het delen van recepten als het doorgeven van de Indische erfenis. Daarom maak ik juist dit boek, zodat de jonge generatie kan kennismaken met de nieuwe manier van Indisch koken.”

Het mooie gesprek, waarbij de passie voor de keuken er afspat, loopt ten einde als de regen met bakken tegelijk uit de lucht komt vallen. Van praten over eten, krijgt men trek. Gelukkig is een bordje tahu telor snel besteld. Laat die regen maar vallen.

 

Volg Pascal Jalhay via Instagram: @Barubelanda

Copyright tekst en beeld: Sabina de Rozario. Overnemen van deze tekst alléén in overleg, mail naar: doorblauweogen@gmail.com.

 

Advertenties

De sapu lidi móest mee

Bijdrage van Sabina de Rozario

Mijn verbazing over de sapu lidi, de handbezem meegenomen uit Indië naar Nederland, beschreef ik in april 2014: (klik hier voor het hele artikel)

Voor de migratie naar Nederland, werden alleen de belangrijkste spullen ingepakt, zo stel ik me voor. Het gezin van mijn vader vertrok  naar het nieuwe onbekende land in de jaren ’60 per vliegtuig, waardoor het aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen zag ik een sapu lidi in huis staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Sapu lidi tikar
Eindelijk een antwoord
Het antwoord waarom de sapu lidi is meegenomen naar Nederland, heb ik onlangs in Jakarta gekregen. ,,Eindelijk”, dacht ik en eigenlijk is het een logisch antwoord. Tante Martha, waar ik logeer tijdens mijn verblijf in de hoofdstad, vertelt me over bepaalde Indische gewoontes als men verhuist. Want daarmee heeft het te maken en niet omdat men dacht dat in Nederland geen bezems voorradig waren.

Ze hoort met interesse het verhaal over mijn ervaring met de bezem waar ik niet mocht aankomen. De ‘roe van Zwarte Piet’ had echter zo’n aantrekkingskracht op me als kind dat ik toch het risico nam. Dan maar een boze oma.
Voordat ik het antwoord geef, wil ik eerst iets over tante Martha vertellen: Ze is geboren in 1948 en is als Indo-Europeaan niet naar Nederland verhuisd, maar altijd in Indonesië blijven wonen. Ze heeft discriminatie en gevaarlijke tijden ervaren, maar heeft zich altijd staande weten te houden in de roerige tijden die Indonesië heeft gekend.

Sapu lidi, tikar en bantal
En dan hier de reden waarom de sapu lidi zo belangrijk is voor Indischen, in dit geval mijn oma, dat deze helemaal vanuit Indië naar Nederland is meegenomen.
Tante Martha vertelt dat als zij weer eens van huis verkaste (iets wat ze heel vaak heeft moeten doen), altijd een sapu lidi, bantal (hoofdkussen) en een tikar (mat om te zitten of slapen) vanuit het oude naar het nieuwe huis meenam. Het is een Indische gewoonte om dit te doen en dus deed mijn oma dit ook toen ze naar Nederland vertrok. Een nieuw huis moet worden ontdaan van stof en nog belangrijker, van ongewenste geesten. De vaste plek van een sapu lidi is vaak in de hoek van de woonkamer, om de slechte geesten buiten de deur te houden. En zie hier, het antwoord op mijn vraag omtrent de sapu lidi.

Sapu lidi, tikar en bantal
Nu begrijp ik eindelijk waarom de sapu lidi zo belangrijk is geweest voor Indische gezinnen, de sapu lidi is meer dan een bezem, het is een onderdeel van de cultuur. Voor mij is het voorwerp een van de eerste associaties die ik had met Indië. Ik ben heel blij met het antwoord dat ik heb gekregen, mijn vermoeden dat de sapu lidi meer was dan een eenvoudig voorwerp lijkt hiermee te kloppen.
Tante Martha heeft me nog meer verteld over de tijd in Indië. Geboren en getogen in Surabaya bevond ze zich temidden van het geweld tijdens de Onafhankelijkheidstrijd waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Deze verhalen komen een volgende keer aanbod.

 

Dit is een bijdrage van Sabina.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Lolo van Ruler: Toko Lo

Bijdrage van Sabina de Rozario

Kue pelangi Toko Lo

Kue pelangi van Toko Lo met op de achtergrond de foto’s van de opa en oma van Lola.

In de serie Indische jongeren, dit keer een sprankelende onderneemster die van haar hobby haar beroep heeft gemaakt. Lola van Ruler heeft onlangs haar eigen online winkeltje geopend, een reden om alles te vragen over haar Toko Lo.

Lola op event

Lola in haar stand

Als klein meisje is Lola altijd in de keuken van haar oma’s te vinden. Ze trekt zich liever terug naar de plek waar het eten wordt bereid dan zich te mengen in de drukke feestjes in de woonkamer. Hierdoor zit ze met haar neus overal bovenop en leert ze de speciale recepten van de familie kennen. Als haar oma’s overlijden, is de keuken van haar moeder haar leerschool.

Toko Lo
Lola is een bewuste 3e generatie Indische. Zo schrijft ze wekelijks voor de website Indo’s be like, reist regelmatig af naar Indonesië en heeft haar passie gevonden in de Indische keuken.

Lekker bakken in de keuken, recepten proberen, maar ook zelf nieuwe gerechten uitvinden, hele dagen kan Lola in haar keukentje doorbrengen. En dat is ook meteen haar kracht. Haar passie voor de Indische keuken heeft haar gemaakt tot wat ze nu doet. Of eigenlijk ís, want Lola is Toko Lo en Toko Lo is Lola.

Pretpakket Toko Lo

Meegaan in de flow
Inspiratie krijgt Lola onder andere tijdens haar verblijf in Indonesië. Jaren geleden staat haar eerste reis in het teken van zoeken van herkenning. De derde keer (2015) is het vooral om zich op te laden. Overgeven aan het tempo, loslaten van planning, meegaan in de flow en terug naar de oorsprong, zoals ze zelf mooi uitlegt. ,,Ik ga zeker naar huis met veel nieuwe recepten, smaken en ideeën. Van de kaki lima, warungs tot aan het schoteltje met een snoepje op de hotelkamer.”

Tokolo logo

Logo van Toko Lo

Unieke mix
Is Toko Lo nu nog te vinden op Pasar Malams en evenementen (check haar website waar en wanneer), de echte droom van deze ambitieuze onderneemster is om een fysieke winkel te openen.
De goedlachse Amerfoortse ziet het al helemaal voor zich. Haar plan is om binnen een jaar tijd een ‘vaste’ toko te openen. Toko Lo wordt een mix van een eethuis met kleine gerechten versus de kaki lima waar men zeker weet dat zij de authentieke snacks/zoetigheid kunnen halen. In de weekenden kunnen kleine gezelschappen reserveren om een rijsttafel te komen eten. Toko Lo moet ook als ontmoetingsplaats dienen.

Kleintje in de keuken
Ik vind het mooi om te zien wat een vakantie naar Indonesië voor mensen kan brengen. Is dat voor de één het heerlijke strand of het lekkere eten. Voor de ander is het het zoeken naar de Indische roots. Voor Lola zijn het grote dromen, het nodige geduld en uiteindelijk een eigen toko. Haar toko zal een plaats voor Indisch eten en cultuur overdracht worden. En dat laatste gebeurt zoals dat moet gebeuren. Want het is niet moeilijk voor te stellen dat in Lola’s keuken ook weer een kleintje met grote ogen zal meekijken.

Interview door Sabina. Beeld van Toko Lo en de Instagram account van Lola

Bekijk de website van Toko Lo voor meer informatie of als wil je proeven van de Indische snacks en gerechten van Toko Lo: http://www.TokoLo.nl

Voorwerpen uit Indië, deel 2

Bijdrage van Sabina de Rozario

In deze post het tweede deel van het artikel Voorwerpen uit Indië, het eerste deel is eerder gepubliceerd op deze site.
Als free-lance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Wellicht zijn ze voor sommigen herkenbaar. Wie droeg er niet zo’n matrozenpakje toen hij klein was? En wie herkent de pijama met tressen?

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

Oude dias kl

Matrozenpakje kl

Matrozenpakje voor en achter kl

Detail mouw kl

Tressen kl

Patroon voor pyama kl

Pyama kl

Schoenen kl

Ander kleurtje

Lindsay,,Indisch-zijn is voor het gevoel dat je ergens bij hoort, dat je eigen gebruiken hebt en tussen twee culturen zit.”
(Lindsay, 28 jaar, Voormalig Miss Universe Nederland)

Lindsay legt uit dat Indisch-zijn voor haar betekent dat je niet altijd even lekker zit tussen twee culturen in. Haar foto en haar quotes zijn gepubliceerd in het boek Door blauwe ogen, het Indo-gevoel van de derde generatie Indo’s in Nederland (2005). Wellicht staat het boek bij je in de kast, voor degene die het niet hebben/kennen, publiceer ik wekelijks delen van hoofdstukken van Door blauwe ogen op dit blog.

Discriminatie
Het gevoel hebben dat je tussen twee culturen zit, wordt soms versterkt als je als individu wordt benadeeld vanwege jouw afkomst. Hoe denkt de derde generatie Indischen over discriminatie? Hier een selectie uit de interviews.

,,Gediscrimineerd worden is een bepaald iets waardoor je wordt geconfronteerd met dat je anders bent.” (Jackson, 24 jaar, drummer)

,,Mijn vader heeft al heel vroeg gezegd: ,,wees er bewust van dat je een ander kleurtje hebt. Je moet drie keer zo hard werken om hetzelfde te bereiken als een Nederlander.” (Michael, 32 jaar, PR-medewerker)

‘Anders zijn’ of een ‘ander kleurtje hebben’ wordt niet alleen door de omgeving benadrukt, maar wordt vooral door thuis meegeven, zo blijkt uit de interviews. Ouders die zelf discriminatie hebben meegemaakt, waarschuwen hun nakomelingen hiervoor. Kinderen begrijpen niet altijd direct waarom zij zouden worden achtergesteld vanwege hun afkomst, want zij zijn immers in Nederland geboren en getogen?

Eigen gemeenschap

Discriminatie is er ook in omgekeerde richting, Indischen tegenover Nederlanders, en zoals Iris het ervaart is het ook aanwezig binnen de eigen gemeenschap.

,,Hollanders noem ik altijd Belanda’s. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Het is meer als een grapje bedoeld.” (Anouk, 26 jaar, Docent)

De vooroordelen van Indischen tegenover anderen Indischen zijn vaak groter dan van Nederlandse mensen. Als Indische moet je vaak heel Indisch zijn, omdat je er zo uit ziet.” (Iris, 30 jaar, Grafisch vormgever)

Julian slaat de waarschuwingen van zijn vader in de wind. Hij ziet de toekomst niet zo somber in:

,,Mijn vader heeft me altijd gezegd dat ik me met Nederlanders moest bezighouden en dat ik me op het Nederlands-zijn moest richten. Zo zei hij vroeger: neem een Nederlandse vriendin, want later wordt je gediscrimineerd. Maar ik denk niet dat hij gelijk heeft. Uiteindelijk hou je maar een ras over dat zijn allemaal mixjes.” (Julian, 21 jaar, student)

Betrokkenheid
Het toekomstbeeld van Julian is reëel, maar zover is het nog lang niet. Dat iedereen is samengesteld uit gemengde genen op een gegeven moment, is opzich een oplossing voor discriminatie. Een positief bijverschijnsel van discriminatie kan zijn dat het verbind of betrokkenheid bij de ander aantoont, zoals Simone vertelt:

SIMONE,,Ik voel me sterk verwant met allochtonen door mijn Indische afkomst. Ik ben gevoelig voor discriminerende opmerkingen, ook al gaat het niet over mij. Toch ga ik vaak de discussie aan, omdat ik mij aangesproken voel.”
(Simone, 36 jaar, Manager)

Over het algemeen heeft de derde generatie niet veel last van discriminatie, althans zoals de situatie 10 jaar geleden was. Wellicht is het nu meer aan de orde van de dag? Daarvoor zou ik weer in gesprek moeten met de derde generatie om er achter te komen of zij zich tegenwoordig vaker voelen benadeeld vanwege hun afkomst. Wordt vervolgd dus!

Dit is een bijdrage van Sabina
Foto’s: M.Fleskens

 

Note: Alle quotes en foto’s uit dit artikel zijn afkomstig uit het boek Door blauwe ogen en/of het archief van de auteur. Bij gebruik van de content dient eerst toestemming te worden gevraagd via: doorblauweogen@gmail.com. Rebloggen mag, maar let op het juist vermelden van de bron!

Geboortegrond in een fles

Bijdrage van Sabina de Rozario
Hoofdstuk Terug naar Indonesie

Meer dan 10 jaar geleden heb ik een aantal Indische jongeren gevraagd naar hun ervaringen met Indonesië. Ze vertelden uiteenlopenden verhalen over hun vakanties naar het land waar hun (groot)ouders  zijn geboren. Over het algemeen sprak deze derde generatie positief over het (be)zoeken van/naar de roots. Deze interviews zijn  opgenomen in het boek Door blauwe ogen (2005). Onlangs las ik een interessant blog van een Indisch meisje over het ‘teruggaan naar het vaderland’.  Het onderwerp waar ik toen in was geïnteresseerd, speelt nog steeds bij de derde generatie blijkt uit het artikel. Dit is voor mij een reden om er weer aandacht aan te geven.

Quote Bobby

Genetisch doorgegeven
Om met bovenstaande quote uit het boek te beginnen: Bobby spreekt over herkenning als hij voor het eerst Indonesië bezoekt. Maar hoe kun je iets herkennen als je er nog nooit bent geweest? Zijn verklaring is dat de ervaringen van zijn moeder genetisch aan hem zijn doorgegeven. En daar geloof ik wel in, als ouder geef je onbewust emoties door, en in zijn geval zijn dat de ervaringen over Indië.

Opmerkelijk genoeg spreekt hij in het interview over de term ‘teruggaan’ en dat zeggen meerdere Indische jongeren tijdens de gesprekken. Teruggaan naar het land van de ouder(s), vind ik mooi gezegd, bijna romantisch eigenlijk. Technisch gezien is er geen sprake van teruggaan als je voor de eerste keer naar Indonesië afreist. Ervan uitgaan dat herinneringen worden doorgegeven, voelt afreizen naar Indonesië als teruggaan, ook al is men er nog nooit geweest.

Quote Zender

Geboortegrond
Waar zoeken de nakomelingen van Indische ouders naar als ze eenmaal zijn in het land dat vroeger Nederland-Indie was? Vaak hoopt men het ouderlijk huis te kunnen vinden of de oude school waar hun vader of moeder op zat. Sommigen bezoeken begraafplaatsen zoals het bekende ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Een enkeling neemt aarde mee van de plek waar vader of moeder ter wereld is gekomen,  geboortegrond in een fles dat meegaat naar Nederland.
Ook al vindt men niet altijd waar men naar zoekt, uit de antwoorden van de geïnterviewden blijkt dat het bezoeken van de oude woonplaats van ouders of grootouders altijd grote indruk maakt.
Het antwoord van Michael (zie hieronder), gaf me een nieuw inzicht. Een verbinding met de plek voelen, maar niet persé met Indonesië zelf. Dat gevoel had ik toen ik vorig jaar het ouderlijk huis van mijn vader in Makassar bezocht. Ik vond het bijzonder om het huis te zien, maar had verder niks met de stad waar hij is geboren en getogen.

Quote Michael

Zelf kijken
Nieuwsgierigheid naar de Indische cultuur is een belangrijke reden om naar Indonesië te vertrekken. Niet iedereen kan de Indische cultuur duidelijk verwoorden, omdat men er niet genoeg over weet. Zelfs al weet je als Indische jongere genoeg over de afkomst, omdat je dit is verteld of je de roots zelf hebt onderzocht op internet, een reisje naar Indonesië blijft trekken. Zelf wilde ik ook zien waar mijn roots liggen. Door alle verhalen was Indonesië inmiddels zo mysterieus geworden, daar moést ik heen. Ik wilde zélf de geuren en kleuren van Indonesië ervaren en op deze manier invulling geven aan mijn Indische afkomst.

Ik heb me vaak afgevraagd of men fysiek naar Indonesië moet om de Indische cultuur te leren kennen. Indische jongeren kennen de verhalen over Indië van de familieleden toch, is dat niet voldoende? Het oude Indië is er niet meer, dus wat gaan we daar vinden? We treffen er zeker geen Tempo doeloe aan, de oude Indische tijd uit de vaak geromantiseerde verhalen die ons zijn doorgegeven. Ook is de Indische cultuur niet meer aanwezig in Indonesië, want die is met de Indischen meegereisd naar Nederland, toch?

Ontheemd
Voelen we ons als derde generatie dan ontheemd, zou dat de keuze van teruggaan verklaren? Zijn we niet 100% senang in Nederland of voelen we een gemis dat we opzoek gaan naar een stukje van de puzzel in Indonesië? Voor velen geldt dat vragen worden beantwoord. Zo herkennen ze in Indonesië gebruiken en trekjes van hun Indische ouders die het beeld compleet maken.

Uit de interviews blijkt dat niet alle Indische jongeren afreizen naar Indonesië. Sommige noemen de hoge kosten een bezwaar of ze zijn er gevoelsmatig nog niet aan toe. Voor Mirona (36 jaar) komt zoeken naar haar roots in Indonesië absoluut niet ter sprake:

Copyright Door blauwe ogen. Foto: M. Fleskens

Foto: M. Fleskens

,,Ik ben nog nooit in Indonesië geweest, wel in Azië, dat is mijn grote voorliefde. Misschien heeft het ook te maken met thuis, dat mijn ouders ook nooit zijn teruggeweest. Niemand van mijn familie is teruggegaan, niemand had het er ook over.”

Bewijs
Of de interesse en zelfs drang om naar Indonesië te gaan, genetisch is doorgegeven of wellicht is aangepraat door de omgeving, feit is dat Indonesië vaak in trek is bij de derde generatie Indischen. De bezoeken zijn soms teleurstellend, omdat niet aan de volwachtingen wordt voldaan, maar laten altijd wel een grote indruk achter. De Indische nakomelingen spreken van teruggaan naar het land van de voorouders, ook al zijn ze er nog nooit geweest. En met de term teruggaan wordt voor mij de band met Indië (of Indonesië) en de Indische afkomst bevestigd, een bewijs dat het Indisch-zijn en het Indische gevoel niet is gestopt na de tweede generatie Indischen.

Ik weet niet waar ik moet beginnen

Bijdrage E. Verhoeff

Wederom mocht Door blauwe ogen een mailtje van mevrouw Verhoeff ontvangen naar aanleiding van een gepubliceerd verhaal. Haar reactie is te mooi om onopgemerkt te blijven voor de lezers van Door blauwe ogen. Daarom plaatst dit platform hier, met haar goedkeuring, de zo prachtig omschreven ervaring van mevrouw Verhoeff als reactie op ‘Het Indisch zwijgen’ van Evert Mutter over het beantwoorden van vragen van het nageslacht.

Mw E. Verhoeff schrijft op 24 maart jl.:

Wat Evert vertelt ken ik en onderken ik. Zelf ben ik noch eerste, noch tweede generatie. De anderhalfste? Geboren in Nederlands-Indië en opgegroeid in Indonesië. De vooroorlogse tijd ken ik niet. Maar mijn ouders en grootouders hebben mij daar veel van verteld. Ik was twee jaar toen de oorlog begon. En van die twee vooroorlogse jaren zijn mij twee herinneringen bijgebleven.

De Ronggengs, waar ik helemaal gek van was. Als de ronggengs kwamen met hun dans en muziek was ik door het dolle. En de Japanse officieren die mij op de arm namen en tegelijkertijd opa’s auto en nog wat zaken vorderden. Daarna werd mijn herinnering blanco. En de bijbehorende emoties die ik meenam naar mijn volwassenheid, onderkende ik niet als horende bij deze tijd van mijn jeugd. Later pas. Veel later.

Tekening van Emmy Verhoeff

Tekening van Emmy Verhoeff uit het boekje Katek van Inge Dumpel *

Breek
Maar….wat wilde ik weten van mijn ouders? Van mijn grootouders? Wat zocht ik? Mijn vragen werden afgewimpeld.
Vage beelden die ik mij meende te herinneren, werden verwezen naar een rijke fantasie. Pas toen mijn stiefvader stierf en ik mijn moeder na de begrafenis in de keuken vond zitten. Ik wilde een arm om haar heen slaan. Zij weerde mij af. ,,Laat dat of ik breek…” ze snauwde bijna. Toen begreep ik dat er dingen waren die men niet in woorden kon en kan uitdrukken. Dat ik feiten kon achterhalen door er over te lezen en me in de geschiedenis te verdiepen.

Maar dat ik eigenlijk, diep in mijn hart wilde weten ,,Hoe voelde jij je in die tijd, mam?” ,,Hoe voelde jij je in die tijd Pap?” Pap kon ik het niet meer vragen. En mam zou breken als ze haar mond open deed en het onbenoembare benoemen. En als dat gebeurde, als ze zou breken…..hoe moest ze dan verder? Toen wist ik wat ik weten wilde.

Tekening van Emmy Verhoeff

Ronggengs (tekening van Emmy Verhoeff)

Wat wilden mijn kinderen weten? Ondanks dat ik dacht dat ik op alles een open antwoord gaf, schijnt dat toch niet zo geweest te zijn. Deels logisch omdat ik nauwelijks of geen herinnering had aan juist een invloedrijke tijd. Maar er was meer. En daar kon ik de vinger niet op leggen.

Waar te beginnen?
Later, veel later, toen ik een serie schilderijen maakte met een kind als onderwerp. Een kind in haar spel. Spelen met een vage ondertoon. “Spel is ernst” noemde ik deze serie. En zij werden door heel veel lotgenoten herkend. Niet zozeer het beeld, als wel de sfeer. En mijn oudste zoon zei: ,,Nu weet ik jouw verhaal.” Sommige dingen laten zich niet in woorden vertellen.
En misschien, als mijn kinderen dit lezen, is het best mogelijk dat dit niet is wat zij wil(d)len weten. Maar ze mogen vragen, omdat ik niet weet waar ik moet beginnen. En ik zal eerlijk antwoord geven.

Tekening van E. Verhoeff

Tekening zonder titel van E. Verhoeff

* = Comment van E. Verhoeff over Katek: Katek uit het boekje is een kuikentje met blauwe ogen. Wellicht ken je het gezegde van oudere generatie Indischen als ze willen aangeven dat je te verHollandst bent: Moh…je hebt al blauwe ogen seh.

(Dit is een bijdrage van mevrouw E. Verhoeff)

Als je het voelt, ben je overtuigd

Bijdrage Sabina de Rozario

Feedback krijgen op stukken die verschijnen op dit platform is erg prettig. Evert en ik ontvingen onlangs woorden van waardering op ons nieuwe project Tussen twee generaties. We zijn hier heel dankbaar voor, we worden dus gelezen en dat is een reden om energie te blijven steken in dit project. Na de waardering volgt regelmatig de vraag, persoonlijk of per mail, waarom we dit eigenlijk doen, wat is het nut van schrijven over de Indische cultuur? Op deze vraag wil ik graag een antwoord proberen te geven.

Copyright S. de Rozario

Vulkanen, een bekend beeld (van schilderijen) uit Indie

Toen ik een aantal jaar geleden in het huwelijk trad, werd trouwen door mijn leeftijdsgenoten als bijna ouderwets gezien. Een vriend vroeg mij zelfs  waarom wij in het huwelijksbootje stapten. ,,Omdat we het willen” wist ik te produceren. Na een tijdje erover te hebben nagedacht, had ik een beter antwoord gevonden dat ik hem had kunnen geven: ,,Je stelt me deze vraag omdat je het gevoel nog niet kent waarom je zelf zou willen trouwen. Anders zou je deze vraag niet stellen.” Trouwen gaat om gevoel van verbinding, van diepe liefde, een kroon op de relatie tussen twee mensen en bij wie een dergelijk gevoel niet aanwezig is, zal de reden van trouwen niet begrijpen. Zo is het ook met behoud van de Indische cultuur. Als je de noodzaak niet voelt om de Indische cultuur te behouden, dan kan ik je ook niet overtuigen van het nut ervan. Zodra je hetzelf voelt, ben je overtuigd van het belang.

Door mijn eigen ervaringen te publiceren en projecten te bedenken die bijvoorbeeld een brug slaan tussen verschillende generaties, hoop ik dat mensen gaan begrijpen waarom de eigen cultuur zo belangrijk is voor hen en de Indische gemeenschap. Aan de andere kant wil ik ook graag weten hoe anderen over het Indisch-zijn denken, wat mij weer nieuwe inzichten kan bieden, wat leidt tot nieuwe artikelen.

Tussen de regels door

Een gehoord commentaar is dat men praktische antwoorden verwacht van een platform als Door blauwe ogen. Het platform is niet opgezet om als handleiding te fungeren hoe om te gaan met jouw eigen Indische identiteit. Een streven is wel om hiermee te helpen, maar uiteindelijk geef je het zelf vorm. De auteurs beschrijven uit eigen ervaring en authentieke herinneringen over hun Indo-gevoel en wat de lezer daarmee doet, is voor iedereen verschillend. Cultuur, als gegeven, is natuurlijk niet zoals wiskunde waarbij een concreet antwoord uit een rekenmachine rolt. Ik heb ervoor gekozen om niet op belerende toon te schrijven dat we over Indisch-zijn moeten praten of dat men moet vinden dat cultuurbehoud een noodzaak is. Een eventuele boodschap in een artikel lezen de lezer tussen de regels door.

Vertrouwen

Wie er klaar voor is, zal begrijpen dat ons werk voor Door blauwe ogen, van belang kan zijn. Men kan leren van artikelen, een dialoog  beginnen met naasten of zelfs een eigen zoektocht naar de roots beginnen. Het is aan de lezer om interesse te hebben in hun geschiedenis en toekomst. Ik ben ervan overtuigd dat veel Indischen gaan inzien dat onze cultuur elke dag om ons heen is (en zou moeten blijven), en daar een steentje aan willen bijdragen. De Indische cultuur zal op die manier blijven voortleven op wat voor manier dan ook. En ons zal de vraag waarom we schrijven over het Indische niet meer worden gesteld, daar heb ik alle vertrouwen in. Vertrouwen net als in die vriend die mij vroeg waarom ik ging trouwen. Eind deze maand treedt hij, na een verkeringsperiode van 10 jaar, in het huwelijk met zijn verloofde. Hij voelt het nu zelf ook.

Sabina

Initiatiefnemer Door blauwe ogen