Indische identiteit

Martijn de Jong: Van passie naar missie

 Bijdrage van Sabina de Rozario

Staren naar de wereldkaart, opzoeken waar Indonesië ligt. Als kleine jongen is hij altijd bezig met Indië en Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. Toen wist hij het al: Daar ga ik iets doen later.

De kleine dromer van toen is Martijn de Jong (Deventer, 17 juli 1974), inmiddels een volwassen man met nog steeds veel ideeën en plannen. Ik ontmoet hem bij een warung langs een drukke weg in Bali, hij is in goed gezelschap als ik aanschuif. Als de gerechten op tafel komen, volgt een inspirerend gesprek over zijn carrière in de vechtsport en zijn daaruit voortvloeiende ambitie in Azië.

‘Nare Japanners’
Martijns carrière in Mixed Martial Arts (MMA) neemt midden jaren ’90 een grote sprong als hij een gevecht heeft in Japan. Hij herinnert zich zijn eerste Japanse tegenstander nog goed: ,,De ervaringen van mijn Indische familie in de Japanse kampen maakt dat ik haatgevoelens voor mijn tegenstander heb. In minder dan 4 minuten versla ik hem. In de kleedkamer bedankt de Japanner me nederig voor het gevecht. Ik snap zijn houding niet. Japanners zijn toch nare mensen?”

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Schuldgevoel
,,Een jaar later ben ik voor een langere periode terug in Japan om te trainen. Ik word er goed opgevangen en verzorgd. Een reality check: De oorlog is verleden tijd, deze mensen om me heen zijn andere mensen dan ‘die slechte Japanners’. Meer dan 70 keer heb ik Japan bezocht en heb altijd een schuldgevoel gehad tegenover mijn Indische familie. Ik kreeg kans om Japans te leren, maar heb dat niet direct gedaan. Dat ik eerder Japans zou spreken dan Indonesisch kon ik niet rijmen met de geschiedenis van mijn familie.”

Je bent vaak in Indonesië, vroeger voor vakantie, nu vooral voor zaken. Hoe is het om in Indonesië te zijn?

,,Indischen hebben geen eigen land meer, maar in Indonesië voel ik me thuis. Toch hoor ik er niet helemaal. En dat geldt voor Nederland ook. Kijk, spekkoek is in Nederland Indische cake. In Indonesië noemt men het Nederlandse cake. En zo is het ook een beetje met de Indo. Soms voel ik me als een spekkoek!”

Tatsujin defence system

Martijn in actie op de advertentiefoto van zijn trainingsmethode bij Celebrity Fitness

Positief aanraken
Onlangs heeft Martijn zijn ontwikkelde Tatsujin Training System succesvol geintroduceerd bij een grote sportschoolketen in Indonesië, Maleisië en Singapore. Dit jaar opent hij zijn eigen sportschool in Jakarta en tevens gaat hij van start met een reallife programma op de Indonesische televisie. Een gedreven ex-topsporter die mensen positief wil aanraken waar ook ter wereld.

Waarom wil je juist jouw kennis delen in Indonesië? Zit er een dieper gevoel achter dan alleen succesvol zijn in jouw tak van sport?

,,Ik wil MMA, de snelst groeiende sport in de wereld, groot maken in Indonesië, want ik zie dat daar potentieel is. Met het reallife programma wil ik laten zien dat je door vechtsport zelfverzekerd en zelfs een held kunt worden. Van iets negatief positief maken.”

Teruggeven
,,Door mijn Indische roots en mijn ervaring, die ik overal heb mogen opdoen, wil ik mensen helpen in Indonesië. Mijn passie voor MMA is nu mijn missie geworden. Ik heb het gevoel dat ik iets kan teruggeven.”

 

Meer info over Martijn de Jong: http://www.tatsujindojo.nl

‘Als een kind van de kolonie’

Bijdrage van Sabina de Rozario

Zon, strand, cultuur en heerlijk eten. Dit is zo’n beetje een vakantie naar Indonesië in een notendop. Of is het meer en kan een reis naar het geboorteland van de voorouders de gevoelens aardig in de war brengen?

Bovenstaande vraag houd me nog altijd bezig. Een vraag die past in het rijtje: Indonesië, Indische roots, identiteit, bewustzijn. En laten dat net de onderwerpen zijn waar Door blauwe ogen zich meebezighoudt. Ik maak een rondje bij een aantal jonge Indischen en vraag naar hun bezoek aan Indonesië.

Met eigen ogen
In afwachting van de antwoorden die ik per mail hoop binnen te krijgen, ga ik bij  mezelf te rade. Hoe ervaarde ik mijn eerste bezoek aan Indonesië? Ik kan stellen dat de vakantie naar het ‘vaderland’ grote impact op mij heeft gehad. De puzzlestukjes vielen tijdens deze reis voor mij in elkaar.
Met eigen ogen zien hoe de geboortegrond van mijn vader eruit zag, maakte me meer bewust van waar hij vandaan komt: het klimaat, de samenleving, de geuren en kleuren.
Ik kende Indië uit de verhalen, door er zelf rond te lopen werd het duidelijker voor me. Ik kreeg ook meer inzicht in hoe mijn familie moest hebben geleefd, hoe hun omgeving eruit zag en waarom ze vaak korte antwoorden geven. Zoals antwoorden met slechts ‘al’ in plaats van een hele zin. Iedereen bleek dat te doen in Indonesië, ‘sudah’.

In Toraja 1995 kl

Foto genomen tijdens mijn tweede vakantie in Indonesië. Toraja 1996.

Ik denk nog even door: Kan een vakantie aan het geboorteland van (een van) de ouders of grootouders, het Indische gevoel bij een persoon bevestigen? En kan het bezoek het bewustzijn van de Indische identiteit aanwakkeren? Allebei serieuze vragen waaraan je misschien niet denkt voor vertrek.

Kind van de kolonie
Ferdinand antwoordt hierop: ,,Ik voelde me als een vis in het water toen ik in Indonesië was. Ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mijn vader ben ik samen met hem naar Java gegaan. We hebben daar de familie en het ouderlijk huis bezocht. En ja, ik voelde me er Indisch, als een kind van de kolonie.” Als laatste voegt hij toe: ,,Tijdens mijn bezoek aan Indonesië merkte ik dat de Indische cultuur daar niet meer bestaat.”

En hierin moet ik Ferdinand gelijk geven, het Indische is bijna niet meer zichtbaar in het straatbeeld van Indonesië. Een paar gebouwen uit de tijd van de kolonie, wat Nederlandse naamborden hier en daar, maar dan houdt het wel op. Opvallend genoeg, vond ik mijn Indische vader erg passen in het Indonesië van nu. Hoe hij met de mensen sprak, grappen maakte en rondliep alsof hij nooit anders had gedaan. Hij had het zichtbaar naar zijn zin.

Niet anders
Maar er is ook een ander geluid dat mij bereikt. Zo schrijft Peggy over haar Indonesië-ervaring: ,,Ik kan niet echt zeggen dat ik me anders voel wat betreft mijn Indisch-zijn. Ik vond het er mooi en voelde me wel verbonden met hun manier van leven.”

Nathalie heeft een mening zoals vele van haar derde generatiegenoten. Zo valt bij haar ook ‘alles op z’n plek’ en voelt ze zich ‘meteen thuis’ in Indonesië. Als enige geinterviewde noemt zij haar uiterlijk, dat is namelijk hetzelfde als de Indonesiërs: ,,Groningen, waar ik woonde, was in die tijd nog erg licht. In Indonesië viel ik qua gezicht niet op,” verduidelijkt ze. Ook herkent zij de humor, gebruiken en waarden en normen van huis uit.

Huilend naar huis
Helaas komt aan een vakantie altijd een einde en wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Voor sommigen valt het niet mee.
Nathalie: ,,Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Nederland heb ik uren gehuild. Ik wilde niet meer naar huis. Terug in Nederland heb ik drie maanden nodig gehad om te acclimatiseren. Lang trok ik overal mijn schoenen uit, zelfs in de klas.”

Nathalie restaurant

De 11-jarige Nathalie (1988) met vakantie in Indonesie.

Eenmaal bezig aan dit artikel, vraag ik me af hoe het zit met degenen die nog nooit naar Indonesië zijn geweest. Wat zou voor hen een reden kunnen zijn om te gaan en wat verwachten ze van het land?

Gevoelsmatig
Ik besluit Herbert te mailen, want hij is nog niet in Indonesië geweest. Binnen vijf minuten komt zijn antwoord mijn mailbox binnen. Hij heeft er duidelijk al eens over nagedacht.
Herbert: ,,De reden voor mij is dat ik nieuwsgierig ben naar het land waar een gedeelte van mijn roots liggen. Mijn moeder, ze kwam op haar 21ste jaar naar Nederland, vertelt altijd vol trots over haar Indië en ik wil zelf ervaren welke impact een bezoek aan haar geboorteland op mij heeft en dan vooral gevoelsmatig.”

Als laatste vraag ik hem of hij bepaalde verwachtingen heeft. Herbert: ,,Ik verwacht een stuk herkenning aan te treffen van datgene wat ik van mijn moeder vanuit de verhalen heb meegekregen. Tegelijkertijd verwacht ik een land aan te treffen dat compleet anders is dan de periode van voor de dekolonisatie. Mijn moeder zegt eigenlijk altijd dat ‘haar’ land niet meer bestaat, dat was namelijk Indië.”

Ontdekken
En dat hoor ik vaker, de zin die niet anders dan met weemoed kan worden uitgesproken: ‘Indië is niet meer’. Toch heeft het nieuwe Indonesië een grote aantrekkingskracht op Indische jongeren. Wat je er kunt vinden en wat het gevoelsmatig teweeg kan brengen, is per individu verschillend. Mocht je nog niet zijn geweest, wellicht is het een idee om dat eens uit te vinden? En zelfs al heb je meerdere keren Indonesië bezocht, volgens mij valt er er elke keer wel iets te ontdekken van het land, over jouw achtergrond en familie.

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het artikel Geboortegrond in een fles, gebaseerd op interviews uit het boek Door blauwe ogen.

Dit is een bijdrage van Sabina.