Indische jongeren

Blasteran, the photobook: Eenheid onder gemengden

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario, 26 mei 2017

Blasteran, The photobook Edition I & II van Anita Taylor (Denpasar, 1985) is afgelopen zondag 28 mei gepresenteerd in Indonesië. Het boek met de gewaagde titel, Blasteran betekent letterlijk kruisen maar wordt soms ten onrechte vertaald met bastaard, zou vroeger erg omstreden zijn geweest. Tegenwoordig is het een gangbaar woord met een nieuwe lading in Indonesië zoals Taylor zelf uitlegt.

Book launch banner 4

Wat kun je in dit boek lezen en vooral zien? Maar liefst 140 portretten van gemengd bloedigen van Indonesische afkomst en quotes over hun ‘mixed people problems’. Door blauwe ogen ontmoet fotografe en samensteller Anita Taylor voor een interview op Bali.

Waarom heb je gekozen om een fotoboek samen te stellen met portretten van gemixte kinderen met een ouder uit Indonesië?

Anita: “Ikzelf heb een Indonesische moeder en een vader uit Nieuw Zeeland. Geboren en getogen op Bali maakt niet direct dat mensen mij ook zien als een Indonesische. Veel vrienden van mij zijn ook van gemengde afkomst en worden net als ik in een hokje gestopt. Dat geeft niets, maar juist omdat we trots zijn op onze afkomst, heb ik behoefte om deze groep te laten zien.”

Social media uiting Blasteran kl

Een van de social media uitingen voor het boek

Wie heb je de afgelopen maanden voor de camera gehad? Indonesisch gemengd met welke afkomst?

Anita: “Het enige vereiste is dat de geïnterviewden ten minste één ouder uit Indonesië heeft. En natuurlijk dat ze graag gefotografeerd wilde worden. Ik heb ook een aantal celebrities benaderd, maar dat vind ik niet per se een meerwaarde voor het boek. Via sociaal media heb ik mensen uit Maleisië, Singapore, Australië, Nederland, Engeland en natuurlijk Indonesië ‘gestalkt’ en gelukkig waren de meesten geïnteresseerd.”

Er staan ook Indischen uit Nederland in het boek?

“Ik heb 45 mensen in Nederland geïnterviewd en gefotografeerd, waaronder veel Indischen,  zij zijn ten slotte ook van Indonesische afkomst. Het is me opgevallen dat zij er minder Indonesisch uitzien, bijvoorbeeld aan hun lichte huidskleur.”

Anita als model kl

De fotografe zelf als model

Wat hoop je met dit boek te bereiken, naast het laten zien hoe deze groep eruit ziet en omgaat met hun gemengde afkomst?

Anita: “Met dit boek hoop ik op erkenning, want gek genoeg ook in Indonesië kunnen mensen mij en mijn ‘lotgenoten’ ons maar moeilijk plaatsen. Terwijl ik in Indonesië ben geboren en getogen, vloeiend Bahasa en Javaans spreek, kijken mensen me toch nog met een vragende blik aan: ‘Maar waar kom je écht vandaan?’”

Blasteran boys on chair

Foto’s: A.Taylor

Waarom heb je gekozen voor de titel Blasteran? Is het niet meer een omstreden term zoals decennia geleden?

Anita: “Waarom ik heb gekozen voor deze titel? Om meerdere redenen. Ik heb gedacht aan Engelse titels zoals IndoNation en Mixed Nation, maar dat klinkt meer als een tv-serie ofzo. Eigenlijk is dit Indonesische woord precies wat we werkelijk zijn. Blasteran kan nog worden gezien als controversieel, maar zonder de betekenis van vernederend. Ik heb zo voorzichtig mogelijk proberen te zijn in mijn keuze. Veel mensen zijn bevooroordeeld over elkaar en ik hoop dat mijn gekozen titel voor mijn boekenserie dat niet is.”

Prefer nasi

Wat is jouw conclusie nu je 140 mensen van gemengde afkomst hebt gesproken over hun ‘mixed people problems’, zonder al teveel weg te geven aan de mensen die het boek nog moeten lezen?

Anita: “Veel mensen hebben me hun verhaal verteld en hun dankbaarheid geuit voor de erkenning die het boek hen geeft en de mogelijkheid te praten over de situaties die zich voor doen omdat zij gemengd zijn. Ze voelen zich niet meer alleen in hun dilemma’s waarmee zij elke dag worden geconfronteerd. Ik denk dat we ons graag verbonden voelen met elkaar, een eenheid te zijn of zelfs geborgenheid te voelen onder elkaar.”

Masuk angin

#MixedPeopleProblem

Hoe is jouw proces geweest als fotografe tijdens het maken van dit boek?

Anita: “Deze ervaring als fotograaf en regisseur heeft mijn gevoel van liefde voor de mensheid in het algemeen en in het bijzonder voor mijn ‘boers en zussen’ bevestigd. Ik heb gemerkt dat we met nadruk allemaal de Indonesische kenmerken en gewoontes delen, bijvoorbeeld gastvrijheid. Bij iedereen kreeg ik eten en drinken aangeboden, en laat ik de voorgeschotelde grappige verhalen niet vergeten!”

En tot slot, heb je onder de geïnterviewden waarmee je hebt gewerkt ook interessante verschillen in ervaring, houding of identiteit opgemerkt?
Anita: “Deze groep heeft weinig opvallende verschillen onder elkaar, ik zou eerder zeggen; Eenheid door diversiteit. Bijna iedereen deelt dezelfde ervaringen, soms positief, soms negatief,  een proces waarvan we kunnen leren. Hoewel, meisjes uiten zich wel iets anders dan de jongens. Ze houden meer van praten hè?”

Blasteran girls on chair

Foto’s: A.Taylor

Sneak peak van Blasteran, the photobook zien?
Ga naar de facebook pagina The blasteran photobook en check Instagram @Blasteranphotobook voor meer informatie over het boek.

Volgende maand een diepteinterview met de fotografe, onder meer over haar kennismaking met de Indische gemeenschap in Nederland en editie 3 en 4 van de serie Blasteran.

Advertenties

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Door Blauwe Ogen onderzoekt verder

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Het laatste boek is verkocht vorige week. Het markeert een einde van mijn project waarmee ik mijn best heb gedaan om te laten zien hoe Indische nazaten zich voelen over het Indisch-zijn.

Collage DBO

Hier een aantal pagina’s uit het boek waarin de jonge Indischen zich uitspreekt over de Indische wortels. Van serieuze onderwerpen, de Herdenking, tot grappige Indischegebruiken zoals de botol tjebok.

Door Blauwe Ogen blijft onderzoeken
De boeken zijn op, maar dat wil niet zeggen dat Door Blauwe Ogen ophoudt. Sterker nog, Door Blauwe Ogen doet dat al een tijdje online.

Nieuwe groep
De tientallen Indische jongeren van de derde generatie die ik toen heb mogen interviewen waren allen op hun eigen manier interessant, aandoenlijk en vooral eerlijk. Nu is er een andere groep binnen deze generatie aan de beurt.

Collage DBO 2

Een tijdje geleden ben ik begonnen met het zoeken naar Indische nazaten die Indië nooit hebben verlaten. Voor degene die het niet weten, er zijn duizenden Indische mensen die niet op de boot naar Nederland konden of wilden stappen.

Generasi Ketiga
Door Blauwe Ogen blijft met name geïnteresseerd in de derde generatie, maar verplaatst de focus naar een andere locatie, namelijk Indonesië. Lees hier het eerste interview met een telg van de Generasi Ketiga.

Binnenkort hoop ik meer interviews van dit project te publiceren. En wie weet wordt het wel weer een boek. Wordt vervolgd!

‘Als een kind van de kolonie’

Bijdrage van Sabina de Rozario

Zon, strand, cultuur en heerlijk eten. Dit is zo’n beetje een vakantie naar Indonesië in een notendop. Of is het meer en kan een reis naar het geboorteland van de voorouders de gevoelens aardig in de war brengen?

Bovenstaande vraag houd me nog altijd bezig. Een vraag die past in het rijtje: Indonesië, Indische roots, identiteit, bewustzijn. En laten dat net de onderwerpen zijn waar Door blauwe ogen zich meebezighoudt. Ik maak een rondje bij een aantal jonge Indischen en vraag naar hun bezoek aan Indonesië.

Met eigen ogen
In afwachting van de antwoorden die ik per mail hoop binnen te krijgen, ga ik bij  mezelf te rade. Hoe ervaarde ik mijn eerste bezoek aan Indonesië? Ik kan stellen dat de vakantie naar het ‘vaderland’ grote impact op mij heeft gehad. De puzzlestukjes vielen tijdens deze reis voor mij in elkaar.
Met eigen ogen zien hoe de geboortegrond van mijn vader eruit zag, maakte me meer bewust van waar hij vandaan komt: het klimaat, de samenleving, de geuren en kleuren.
Ik kende Indië uit de verhalen, door er zelf rond te lopen werd het duidelijker voor me. Ik kreeg ook meer inzicht in hoe mijn familie moest hebben geleefd, hoe hun omgeving eruit zag en waarom ze vaak korte antwoorden geven. Zoals antwoorden met slechts ‘al’ in plaats van een hele zin. Iedereen bleek dat te doen in Indonesië, ‘sudah’.

In Toraja 1995 kl

Foto genomen tijdens mijn tweede vakantie in Indonesië. Toraja 1996.

Ik denk nog even door: Kan een vakantie aan het geboorteland van (een van) de ouders of grootouders, het Indische gevoel bij een persoon bevestigen? En kan het bezoek het bewustzijn van de Indische identiteit aanwakkeren? Allebei serieuze vragen waaraan je misschien niet denkt voor vertrek.

Kind van de kolonie
Ferdinand antwoordt hierop: ,,Ik voelde me als een vis in het water toen ik in Indonesië was. Ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mijn vader ben ik samen met hem naar Java gegaan. We hebben daar de familie en het ouderlijk huis bezocht. En ja, ik voelde me er Indisch, als een kind van de kolonie.” Als laatste voegt hij toe: ,,Tijdens mijn bezoek aan Indonesië merkte ik dat de Indische cultuur daar niet meer bestaat.”

En hierin moet ik Ferdinand gelijk geven, het Indische is bijna niet meer zichtbaar in het straatbeeld van Indonesië. Een paar gebouwen uit de tijd van de kolonie, wat Nederlandse naamborden hier en daar, maar dan houdt het wel op. Opvallend genoeg, vond ik mijn Indische vader erg passen in het Indonesië van nu. Hoe hij met de mensen sprak, grappen maakte en rondliep alsof hij nooit anders had gedaan. Hij had het zichtbaar naar zijn zin.

Niet anders
Maar er is ook een ander geluid dat mij bereikt. Zo schrijft Peggy over haar Indonesië-ervaring: ,,Ik kan niet echt zeggen dat ik me anders voel wat betreft mijn Indisch-zijn. Ik vond het er mooi en voelde me wel verbonden met hun manier van leven.”

Nathalie heeft een mening zoals vele van haar derde generatiegenoten. Zo valt bij haar ook ‘alles op z’n plek’ en voelt ze zich ‘meteen thuis’ in Indonesië. Als enige geinterviewde noemt zij haar uiterlijk, dat is namelijk hetzelfde als de Indonesiërs: ,,Groningen, waar ik woonde, was in die tijd nog erg licht. In Indonesië viel ik qua gezicht niet op,” verduidelijkt ze. Ook herkent zij de humor, gebruiken en waarden en normen van huis uit.

Huilend naar huis
Helaas komt aan een vakantie altijd een einde en wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Voor sommigen valt het niet mee.
Nathalie: ,,Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Nederland heb ik uren gehuild. Ik wilde niet meer naar huis. Terug in Nederland heb ik drie maanden nodig gehad om te acclimatiseren. Lang trok ik overal mijn schoenen uit, zelfs in de klas.”

Nathalie restaurant

De 11-jarige Nathalie (1988) met vakantie in Indonesie.

Eenmaal bezig aan dit artikel, vraag ik me af hoe het zit met degenen die nog nooit naar Indonesië zijn geweest. Wat zou voor hen een reden kunnen zijn om te gaan en wat verwachten ze van het land?

Gevoelsmatig
Ik besluit Herbert te mailen, want hij is nog niet in Indonesië geweest. Binnen vijf minuten komt zijn antwoord mijn mailbox binnen. Hij heeft er duidelijk al eens over nagedacht.
Herbert: ,,De reden voor mij is dat ik nieuwsgierig ben naar het land waar een gedeelte van mijn roots liggen. Mijn moeder, ze kwam op haar 21ste jaar naar Nederland, vertelt altijd vol trots over haar Indië en ik wil zelf ervaren welke impact een bezoek aan haar geboorteland op mij heeft en dan vooral gevoelsmatig.”

Als laatste vraag ik hem of hij bepaalde verwachtingen heeft. Herbert: ,,Ik verwacht een stuk herkenning aan te treffen van datgene wat ik van mijn moeder vanuit de verhalen heb meegekregen. Tegelijkertijd verwacht ik een land aan te treffen dat compleet anders is dan de periode van voor de dekolonisatie. Mijn moeder zegt eigenlijk altijd dat ‘haar’ land niet meer bestaat, dat was namelijk Indië.”

Ontdekken
En dat hoor ik vaker, de zin die niet anders dan met weemoed kan worden uitgesproken: ‘Indië is niet meer’. Toch heeft het nieuwe Indonesië een grote aantrekkingskracht op Indische jongeren. Wat je er kunt vinden en wat het gevoelsmatig teweeg kan brengen, is per individu verschillend. Mocht je nog niet zijn geweest, wellicht is het een idee om dat eens uit te vinden? En zelfs al heb je meerdere keren Indonesië bezocht, volgens mij valt er er elke keer wel iets te ontdekken van het land, over jouw achtergrond en familie.

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het artikel Geboortegrond in een fles, gebaseerd op interviews uit het boek Door blauwe ogen.

Dit is een bijdrage van Sabina.

Lolo van Ruler: Toko Lo

Bijdrage van Sabina de Rozario

Kue pelangi Toko Lo

Kue pelangi van Toko Lo met op de achtergrond de foto’s van de opa en oma van Lola.

In de serie Indische jongeren, dit keer een sprankelende onderneemster die van haar hobby haar beroep heeft gemaakt. Lola van Ruler heeft onlangs haar eigen online winkeltje geopend, een reden om alles te vragen over haar Toko Lo.

Lola op event

Lola in haar stand

Als klein meisje is Lola altijd in de keuken van haar oma’s te vinden. Ze trekt zich liever terug naar de plek waar het eten wordt bereid dan zich te mengen in de drukke feestjes in de woonkamer. Hierdoor zit ze met haar neus overal bovenop en leert ze de speciale recepten van de familie kennen. Als haar oma’s overlijden, is de keuken van haar moeder haar leerschool.

Toko Lo
Lola is een bewuste 3e generatie Indische. Zo schrijft ze wekelijks voor de website Indo’s be like, reist regelmatig af naar Indonesië en heeft haar passie gevonden in de Indische keuken.

Lekker bakken in de keuken, recepten proberen, maar ook zelf nieuwe gerechten uitvinden, hele dagen kan Lola in haar keukentje doorbrengen. En dat is ook meteen haar kracht. Haar passie voor de Indische keuken heeft haar gemaakt tot wat ze nu doet. Of eigenlijk ís, want Lola is Toko Lo en Toko Lo is Lola.

Pretpakket Toko Lo

Meegaan in de flow
Inspiratie krijgt Lola onder andere tijdens haar verblijf in Indonesië. Jaren geleden staat haar eerste reis in het teken van zoeken van herkenning. De derde keer (2015) is het vooral om zich op te laden. Overgeven aan het tempo, loslaten van planning, meegaan in de flow en terug naar de oorsprong, zoals ze zelf mooi uitlegt. ,,Ik ga zeker naar huis met veel nieuwe recepten, smaken en ideeën. Van de kaki lima, warungs tot aan het schoteltje met een snoepje op de hotelkamer.”

Tokolo logo

Logo van Toko Lo

Unieke mix
Is Toko Lo nu nog te vinden op Pasar Malams en evenementen (check haar website waar en wanneer), de echte droom van deze ambitieuze onderneemster is om een fysieke winkel te openen.
De goedlachse Amerfoortse ziet het al helemaal voor zich. Haar plan is om binnen een jaar tijd een ‘vaste’ toko te openen. Toko Lo wordt een mix van een eethuis met kleine gerechten versus de kaki lima waar men zeker weet dat zij de authentieke snacks/zoetigheid kunnen halen. In de weekenden kunnen kleine gezelschappen reserveren om een rijsttafel te komen eten. Toko Lo moet ook als ontmoetingsplaats dienen.

Kleintje in de keuken
Ik vind het mooi om te zien wat een vakantie naar Indonesië voor mensen kan brengen. Is dat voor de één het heerlijke strand of het lekkere eten. Voor de ander is het het zoeken naar de Indische roots. Voor Lola zijn het grote dromen, het nodige geduld en uiteindelijk een eigen toko. Haar toko zal een plaats voor Indisch eten en cultuur overdracht worden. En dat laatste gebeurt zoals dat moet gebeuren. Want het is niet moeilijk voor te stellen dat in Lola’s keuken ook weer een kleintje met grote ogen zal meekijken.

Interview door Sabina. Beeld van Toko Lo en de Instagram account van Lola

Bekijk de website van Toko Lo voor meer informatie of als wil je proeven van de Indische snacks en gerechten van Toko Lo: http://www.TokoLo.nl