Indische oma

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Advertenties

De sapu lidi móest mee

Bijdrage van Sabina de Rozario

Mijn verbazing over de sapu lidi, de handbezem meegenomen uit Indië naar Nederland, beschreef ik in april 2014: (klik hier voor het hele artikel)

Voor de migratie naar Nederland, werden alleen de belangrijkste spullen ingepakt, zo stel ik me voor. Het gezin van mijn vader vertrok  naar het nieuwe onbekende land in de jaren ’60 per vliegtuig, waardoor het aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen zag ik een sapu lidi in huis staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Sapu lidi tikar
Eindelijk een antwoord
Het antwoord waarom de sapu lidi is meegenomen naar Nederland, heb ik onlangs in Jakarta gekregen. ,,Eindelijk”, dacht ik en eigenlijk is het een logisch antwoord. Tante Martha, waar ik logeer tijdens mijn verblijf in de hoofdstad, vertelt me over bepaalde Indische gewoontes als men verhuist. Want daarmee heeft het te maken en niet omdat men dacht dat in Nederland geen bezems voorradig waren.

Ze hoort met interesse het verhaal over mijn ervaring met de bezem waar ik niet mocht aankomen. De ‘roe van Zwarte Piet’ had echter zo’n aantrekkingskracht op me als kind dat ik toch het risico nam. Dan maar een boze oma.
Voordat ik het antwoord geef, wil ik eerst iets over tante Martha vertellen: Ze is geboren in 1948 en is als Indo-Europeaan niet naar Nederland verhuisd, maar altijd in Indonesië blijven wonen. Ze heeft discriminatie en gevaarlijke tijden ervaren, maar heeft zich altijd staande weten te houden in de roerige tijden die Indonesië heeft gekend.

Sapu lidi, tikar en bantal
En dan hier de reden waarom de sapu lidi zo belangrijk is voor Indischen, in dit geval mijn oma, dat deze helemaal vanuit Indië naar Nederland is meegenomen.
Tante Martha vertelt dat als zij weer eens van huis verkaste (iets wat ze heel vaak heeft moeten doen), altijd een sapu lidi, bantal (hoofdkussen) en een tikar (mat om te zitten of slapen) vanuit het oude naar het nieuwe huis meenam. Het is een Indische gewoonte om dit te doen en dus deed mijn oma dit ook toen ze naar Nederland vertrok. Een nieuw huis moet worden ontdaan van stof en nog belangrijker, van ongewenste geesten. De vaste plek van een sapu lidi is vaak in de hoek van de woonkamer, om de slechte geesten buiten de deur te houden. En zie hier, het antwoord op mijn vraag omtrent de sapu lidi.

Sapu lidi, tikar en bantal
Nu begrijp ik eindelijk waarom de sapu lidi zo belangrijk is geweest voor Indische gezinnen, de sapu lidi is meer dan een bezem, het is een onderdeel van de cultuur. Voor mij is het voorwerp een van de eerste associaties die ik had met Indië. Ik ben heel blij met het antwoord dat ik heb gekregen, mijn vermoeden dat de sapu lidi meer was dan een eenvoudig voorwerp lijkt hiermee te kloppen.
Tante Martha heeft me nog meer verteld over de tijd in Indië. Geboren en getogen in Surabaya bevond ze zich temidden van het geweld tijdens de Onafhankelijkheidstrijd waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Deze verhalen komen een volgende keer aanbod.

 

Dit is een bijdrage van Sabina.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Lolo van Ruler: Toko Lo

Bijdrage van Sabina de Rozario

Kue pelangi Toko Lo

Kue pelangi van Toko Lo met op de achtergrond de foto’s van de opa en oma van Lola.

In de serie Indische jongeren, dit keer een sprankelende onderneemster die van haar hobby haar beroep heeft gemaakt. Lola van Ruler heeft onlangs haar eigen online winkeltje geopend, een reden om alles te vragen over haar Toko Lo.

Lola op event

Lola in haar stand

Als klein meisje is Lola altijd in de keuken van haar oma’s te vinden. Ze trekt zich liever terug naar de plek waar het eten wordt bereid dan zich te mengen in de drukke feestjes in de woonkamer. Hierdoor zit ze met haar neus overal bovenop en leert ze de speciale recepten van de familie kennen. Als haar oma’s overlijden, is de keuken van haar moeder haar leerschool.

Toko Lo
Lola is een bewuste 3e generatie Indische. Zo schrijft ze wekelijks voor de website Indo’s be like, reist regelmatig af naar Indonesië en heeft haar passie gevonden in de Indische keuken.

Lekker bakken in de keuken, recepten proberen, maar ook zelf nieuwe gerechten uitvinden, hele dagen kan Lola in haar keukentje doorbrengen. En dat is ook meteen haar kracht. Haar passie voor de Indische keuken heeft haar gemaakt tot wat ze nu doet. Of eigenlijk ís, want Lola is Toko Lo en Toko Lo is Lola.

Pretpakket Toko Lo

Meegaan in de flow
Inspiratie krijgt Lola onder andere tijdens haar verblijf in Indonesië. Jaren geleden staat haar eerste reis in het teken van zoeken van herkenning. De derde keer (2015) is het vooral om zich op te laden. Overgeven aan het tempo, loslaten van planning, meegaan in de flow en terug naar de oorsprong, zoals ze zelf mooi uitlegt. ,,Ik ga zeker naar huis met veel nieuwe recepten, smaken en ideeën. Van de kaki lima, warungs tot aan het schoteltje met een snoepje op de hotelkamer.”

Tokolo logo

Logo van Toko Lo

Unieke mix
Is Toko Lo nu nog te vinden op Pasar Malams en evenementen (check haar website waar en wanneer), de echte droom van deze ambitieuze onderneemster is om een fysieke winkel te openen.
De goedlachse Amerfoortse ziet het al helemaal voor zich. Haar plan is om binnen een jaar tijd een ‘vaste’ toko te openen. Toko Lo wordt een mix van een eethuis met kleine gerechten versus de kaki lima waar men zeker weet dat zij de authentieke snacks/zoetigheid kunnen halen. In de weekenden kunnen kleine gezelschappen reserveren om een rijsttafel te komen eten. Toko Lo moet ook als ontmoetingsplaats dienen.

Kleintje in de keuken
Ik vind het mooi om te zien wat een vakantie naar Indonesië voor mensen kan brengen. Is dat voor de één het heerlijke strand of het lekkere eten. Voor de ander is het het zoeken naar de Indische roots. Voor Lola zijn het grote dromen, het nodige geduld en uiteindelijk een eigen toko. Haar toko zal een plaats voor Indisch eten en cultuur overdracht worden. En dat laatste gebeurt zoals dat moet gebeuren. Want het is niet moeilijk voor te stellen dat in Lola’s keuken ook weer een kleintje met grote ogen zal meekijken.

Interview door Sabina. Beeld van Toko Lo en de Instagram account van Lola

Bekijk de website van Toko Lo voor meer informatie of als wil je proeven van de Indische snacks en gerechten van Toko Lo: http://www.TokoLo.nl