Indo-Europees

De 3e generatie is zeker Indisch

Bijdrage van Sabina de Rozario

Er komt geen reactie op wat ik hem net heb verteld. De oude Indische man zegt niets meer en kijkt strak voor zich uit. Ik ken deze reactie. Ik heb het eerder meegemaakt dat men afwijzend is als ik vertel over mijn geschreven verhalen en boek over de 3e generatie Indischen in Nederland. De reden hiervoor is dat sommigen de nakomenlingen van de 2e generatie Indischen niet Indisch vinden.

Cover Door blauwe ogen

Ook een Belanda
Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat ik (en betrek hierbij de hele 3e generatie) niet al Indisch wordt gezien. Ik word voorgesteld aan een wat ouder Indisch gezelschap, waarvan een Nederlandse dame frivool uitroept: ,,Ik ben de enige Belanda hier hoor.” Gevolgd door een opmerking uit de groep in mijn richting door een Indisch dame die weet heeft van mijn Indische afkomst:,,Maar deze is ook een Belanda!” Ik haal mijn schouders op. Dat zij mij niet als Indisch ziet, dat mag. Al ben ik het wel.

Kijk, ik hoef me niet te verdedigen of mijn afkomst Indisch is. Het enige punt waarover te discussiëren valt, is of ik nu Indisch of Indo ben. De familie van mijn vaders kant is nagenoeg niet Nederlands en daarom zou de term Indo-Europees beter passen? Een kniesoor die daar op let maar geloof me, dat doen ze.

Geen twijfel over mijn identiteit
Indo of Indisch-zijn is meer dan alleen een afkomst. Het is een identiteit. En die is voor mij heel duidelijk. Ik ben vrouw, geboren in Nederland, houd van badminton en ben open-minded. Vertaal dit  naar identiteit dan ben ik: vrouw, Nederlander, badmintonner, een vrije geest en Indo. Daar twijfel ik nooit aan en waarom zou ik? Moet ik twijfelen aan mijn afkomst, omdat sommige Indischen mij niet als een Indisch willen zien? Claimen deze mensen het Indisch-zijn omdat zij in Indië zijn geboren? Vinden zij dat nakomelingen van de 2e generatie Indischen zich niet Indisch mogen voelen?Portret

Op mijn beurt stel ik de vraag aan deze mensen: Wat maakt een persoon Indisch? Als ik naar mezelf kijk, is de helft van alles om mij heen Indisch; de helft van mijn familie, de helft van mijn ouders, de helft van mijn opvoeding. Dat maakt dat een helft van mij Nederlands en een helft Indisch is. En als je zegt dat ik niet Indisch ben, dan besta ik dus uit een helft van…niks?

3e generatie Indisch? Ja!
Nogmaals, als mensen niet willen zien dat ik en mijn generatiegenoten Indisch zijn, dan is dat maar zo. Ik twijfel niet aan mijn afkomst en ik schrijf over mijn Indische cultuur en afkomst met een vernieuwde blik. Of die mening voldoende Indisch is, daar mag men over twijfelen. Maar wat ik ben en hoe ik me voel, in beide gevallen Indisch, daar is geen twijfel over mogelijk.

Dit is een bijdrage van Sabina, initiatiefnemer platform Door blauwe ogen en auteur Door blauwe ogen, Het Indo-gevoel van de 3e generatie in Nederland.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Advertenties

Achter de schermen bij Door blauwe ogen

Camera,lights, action! Alle interviews nemen we ook op. Wellicht verschijnt er ooit nog een docu?

Camera, lights, action! Hier wordt het interview, net als alle andere, opgenomen met camera. Wellicht verschijnt er ooit nog een docu?

Van idee naar dik salontafelboek
‘Even een boek maken’ betekent maanden van interviews houden, onderweg zijn en bovendien mooie ontmoetingen hebben. Alles met een lach en soms een traan. Ik vind het geweldig om te interviewen en bovendien gezellig om Indische generatiegenoten uit het hele land te ontmoeten. We zitten in een positieve flow tijdens deze ‘trip’ en ik realiseer me dat het een voorrecht is om op deze manier te kunnen werken.
Nu, 10 jaar na publicatie van het boek, ben ik nog blij dat ik dit project op mijn eigen manier heb mogen maken.  Het is een succes gebleken. De formule duikt regelmatig op, een compliment voor het creeerende team.

Expo Kanjil & de Tijger
In 2005 sieren de portretten van Door blauwe ogen de muren van restaurant Kanjil & de Tijger. Ook maken we nieuwe  portretten voor deze expositie van het toonaangevende restaurant in Amsterdam. De laatste foto van dit artikel is speciaal gemaakt voor deze tentoonstelling.

Achter de schermen
Hieronder een aantal foto’s van achter de schermen van Door blauwe ogen. Ik vind het leuk om onszelf te laten zien tijdens onze creatieve (road)trip.

Anouk doet haar schoen goed kl

Anouk  bereidt zich voor en doet haar schoen goed voordat haar portret wordt geschoten.

Maarten aan het werk kl

Maarten, de fotograaf, kijkt tevreden naar de foto’s van Fiona (links).

Fotograaf lokt reactie uit kl

De fotograaf lokt een reactie uit en die krijgt hij!

Ik wacht kl

Ik wacht geduldig tot het de fotograaf en de geinterviewde is geschoten en word dan zelf het slachtoffer.

Maarten in actie kl

Maarten in actie in ons kantoor. Meestal waren we op locatie ergens in het land.

Soms lang wachten kl

Hij wacht geduldig tot hij aan de beurt is of is hij al aan het poseren? Voor sommigen is het een natuurlijk iets.

Randy kijkt kritisch kl

De blik van de altijd kritische Randy spreekt boekdelen.

Thuis bij zijn oma kl

Thijs ontmoet ik in het huis van zijn oma. ik wilde hem perse fotograferen met het typisch Indische schilderij waar hij onder zit.

Oefenen met poseren kl

Wat heb ik gelachen tijdens de bezoeken,. Zo ook hier als het model ‘serieus’ oefent voor zijn coolste pose.

Werken in de sneeuw kl

Fotograferen in de sneeuw, wat een ontberingen hebben we doorstaan. Alles voor een mooi plaatje.

Lindsay kl

Deze foto is onderdeel van de expositie geweest bij Kantjil & de Tijger. Ik wilde een andere kant van het lieve mooie Indische meisje laten zien. Of dit is gelukt mag je zelf beoordelen.

Meer info over Door blauwe ogen vind je hier:

https://doorblauweogen.wordpress.com/boek-door-blauwe-ogen/

 

Generasi ketiga: ‘Maak ons beroemd’

Bijdrage Sabina de Rozario

Noemen de kinderen en kleinkinderen van de Indischen die in Indonesië zijn blijven wonen zich ook Indisch? Om antwoord te krijgen op mijn vraag besluit ik op zoek te gaan naar Indo’s van de derde generatie, die zijn geboren en getogen in Indonesië. Nu wonen er op Bali niet veel Indischen, of nazaten hiervan, daarvoor kan ik beter op Java gaan zoeken. Gelukkig heb ik snel ‘beet’.

Zo ontmoet ik Alfons. Hij is lang, heeft een redelijk lichte huidskleur, is begin 30, geboren in Solo en heeft een Indische vader en een Indonesische moeder. Tijdens ons gesprek hoop ik erachter te komen wat wij, beiden van de derde generatie, gemeen hebben, ondanks dat zijn wieg in Indonesië stond en die van mij in Nederland. Hij oogt als een Indische jongen vanwege zijn verschijning. Gevoelsmatig zou hij Nederlands moeten spreken, maar dat doet hij uiteraard niet. We vervolgen het gesprek in het Engels.

Nederlandse oma
Alfons vertelt dat hij Javaans is, maar met Nederlands bloed in zijn aderen. Hij behoort tot de ‘generasi ketiga’, de derde generatie van nazaten van de Indischen, sinds de afhankelijkheid van Indonesië. Zijn Nederlandse oma heeft hem op vroege leeftijd geleerd over de gemengde Nederlands Indische cultuur, maar op de vraag wat dit inhoudt, blijft Alfons mij het antwoord schuldig. En misschien geldt dat voor mij ook wel, want met hoeveel moeite beschrijf ik de Indische cultuur? En daar sta ik niet alleen in, ook binnen de Indische gemeenschap in Nederland zorgt het onderwerp ‘Wat is Indisch’ nu nog voor voldoende discussie.

Alfons (links) met zijn broertje en neefje en nichtjes eind jaren '80

Alfons (links) met zijn broertje en neefje en nichtjes

Mikpunt
Als ‘generasi ketiga’ is Alfons veel gepest. Door zijn blonde haar, was hij het mikpunt van de buurt, elke dag werden hij en zijn broertje nageroepen. Zelfs leraren op school vonden het nodig om hem vanwege zijn uiterlijk achter te stellen. Het resultaat hiervan is dat Alfons een hekel krijgt aan zijn Indische afkomst. Hij wenste in die tijd dat hij volledig Indonesisch was. Jaren later, wanneer hij verhuist naar Bali, verandert zijn gevoel. In zijn functie als manager van een hotel, reageren toeristen positief op zijn afwijkende verschijning, wat een weerslag heeft op de tevredenheid van zijn superieuren.

Alfons voor zijn huis (2012)

Alfons op zijn stoepje van zijn huis

Tot nu toe heb ik teleurstellend weinig raakvlakken met Alfons, wellicht omdat mijn verwachtingen hoog waren. Delen we dan slechts de gemengde genen van Europese met Aziatische afkomst? Zijn slechte ervaringen met leraren en buren in ieder geval niet.
Wat we beiden zeker gemeen hebben, is  onze gedrevenheid voor onze afkomst. We zijn trots op de Indische roots en manifesteren onszelf als Indo’s van de derde generatie. Allebei zijn we op zoek naar onze Indische identiteit met de bijbehorende drang naar erkenning voor de Indischen. Hij in Indonesië, ik in Nederland.

‘Maak ons beroemd’
Bij het weggaan geeft hij een hand en drukt me op het hart dat hij dit interview heel belangrijk vindt. Niet alleen voor hem, maar voor al onze leeftijdsgenoten van de ‘generasi ketiga.’ Terwijl hij wegloopt met een niet Indonesische tred, schrijf ik in mijn schrift de laatste woorden van het interview op. Met deze zinnen dringt zijn passie voor zijn afkomst pas echt tot me door: ,,Alsjeblieft, maak onze generatie beroemd. Ik wil dat iederéén in Indonesië komt te weten over onze Indische roots.”

Dit is een bijdrage van Sabina

Noot van de auteur: Dit artikel is een samenvatting van het interview met Alfons uit 2012, dat later in zijn geheel zal worden gepubliceerd.

Verfraaien van het verleden

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Naar aanleiding van mijn eerste artikel voor het blog Java Post (17 januari) over de interneringskaart van mijn opa, heb ik een aantal verzoeken gekregen. Vier vrienden vroegen of ik de interneringskaart van hun opa wilde laten vertalen. Zo gezegd, zo gedaan. Opmerkelijk was dat de informatie van twee van de vijf kaarten (inclusief die van ‘mij’) niet strookt met het verhaal zoals dat is verteld. In mijn artikel is te lezen dat mijn opa volgens de Japanse administratie helemaal niet in Thailand is geweest, terwijl ik toch altijd heb gedacht dat hij aan de Birma Spoorlijn heeft gewerkt. En de opa van de geïnteresseerde vriend vernam uit de vertaling dat zijn opa wel is geïnterneerd geweest, terwijl hij dacht dat opa wegens uitzonderlijke redenen buiten het kamp had verbleven. De overgeleverde verhalen kunnen soms anders zijn dan de feiten op papier. Wat klopt en wat klopt niet aan het verleden? Documentatie versus opwaardering van de feiten?

Het is een logische aanname dat familiegeschiedenis die van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, verandert door de jaren heen. Door het afnemen van het geheugen, verwarring onder familieleden en het ontbreken van documentatie kunnen verhalen die uiteindelijk de jongste generatie bereiken, anders zijn dan de werkelijkheid. Per ongeluk anders of opzettelijk gekleurd?

Javaanse prinses

Vriend V. belde me onlangs met de vraag of ik hem kon helpen met het compleet maken van zijn stamboom. De grote onbekende is zijn oma, zij is de moeder van zijn vader en tweede vrouw van zijn opa. Volgens de verhalen die hem zijn verteld, is zijn oma een Javaanse prinses. Zijn hele stamboom is uitgewerkt, maar over deze mysterieuze prinses is niets te vinden. En dat is precies waar mijn eigen vader ook op stuitte toen hij zijn familiestamboom naging. Over zijn oma, een Javaanse vrouw (nee, geen prinses) met slechts een voornaam, is niets te vinden. In 2011 heeft hij haar graf en mogelijke nakomelingen gezocht in Jakarta en Bogor (haar woonplaats tot 1958), maar keerde zonder succes terug naar huis. Ik vermoed dat de oma van vriend V. niet van adel is, maar ‘slechts’ een Javaanse vrouw, net als vele andere oma’s en moeders.

Ik heb het vaak meegemaakt; de situatie waarin de werkelijkheid op het ongeloofwaardige af wordt verfraaid’. Je hoeft maar een paar gesprekken met Indischen te voeren en je krijgt minstens een keer te horen dat ze van adel zijn. Een heuse prinses is generaties terug in de familie gekomen. Als ik surf op internet, lees ik binnen vijf minuten dat het fenomeen Javaanse prinses vaak een mythe is. De zoektocht van vriend V. naar zijn oma is nog niet afgerond en het zou zo maar kunnen dat zij een echte Javaanse prinses is. Want het verweven van Indonesische adel in Indische of Hollandse families is niet uniek. Een Javaanse vorst had naast een of twee officiële vrouwen ook veel bijvrouwen en daardoor vele prinselijke nakomelingen. De uitkomst van het onderzoek, prinses of niet, hoop ik in een volgend verhaal te vervolgen.

Gebrek aan eigenwaarde

Een leugentje om bestwil, is zo gemaakt. Een inlandse slavin, ook wel bekend als njai, die na het verwekken van de kinderen bij haar man, voorgoed wordt teruggestuurd naar de kampong, is ook geen mooi verhaal om de nazaten te vertellen. Dat opa zijn Javaanse schone, aan het hof van de sultan heeft ontmoet, is wél een goed verhaal. Deze opwaardering van het verleden is een raar, maar voorkomend verschijnsel. Is het door gebrek aan eigenwaarde dat men het verleden graag mooier maakt dan die in werkelijkheid is?

Verzaakt

Het belang van het doorgeven van de juiste informatie is, overbodig om te melden, erg belangrijk. Met het verdwijnen van de eerste generatie Indischen, gaat een schat aan informatie verloren. Ik zet me in om de geschiedenis te onderzoeken waar nodig, zoals in het geval van mijn opa tijdens WOII. Als ik onze familiestamboom bekijk, is onze tak onvolledig ingevuld. De naam van de ‘inlandse’ vrouw Kanie is inmiddels toegevoegd. Mijn vader is al jaren opzoek naar familieleden in Nederland en Indonesië om de familiegegevens volledig te krijgen. Mocht hij ermee stoppen, dan zal ik het stokje overnemen. Uit plichtsbesef tegenover van mijn voorouders.

Ook het schrijven over de Indische cultuur gezien door de ogen van een Indo van de derde generatie doe ik omdat ‘het moet’. Niets moet natuurlijk, maar wanneer ik Indische generatiegenoten hoor spreken over kippensoep in plaats van soto, alles wat Indonesisch is, Indisch noemen of anders om en dat ‘de Nederlanders tijdens de Bersiap-periode de Japanners hebben verjaagd’, dan weet ik dat er nog genoeg werk aan de winkel is. Veel (voor)ouders hebben verzaakt om de Indische geschiedenis door te geven aan de jongeren. Ik mag mensen hiervoor geen verwijt maken, want ieder heeft hiervoor zijn of haar eigen gegronde redenen. Dat mensen hebben gezwegen, geeft mij juist enorme motivatie om te schrijven over de Indische cultuur, de geschiedenis en de toekomst. Wederom uit verantwoordelijkheidsgevoel voor de Indische ouderen, maar ook voor de nieuwe vierde generatie.

 

Dit verhaal, geschreven door S. de Rozario,  is op 3 februari 2014 geplaatst op Javapost.nl, hét online magazine over de geschiedenis van Nederlands-Indië.