Indo

Anthony Engelen: Topsport in Indonesie biedt mij kansen

Een bijdrage van Sabina de Rozario.

De 31-jarige Anthony Engelen maakt graag op gezette tijden voor geld zijn tegenstander een kopje kleiner. In de kooi wel te verstaan, als sport. Nu zit hij rustig tegenover me om met mij te sparren over onder andere zijn Indische identiteit en wonen en werken in Jakarta. ,,Een kantoorbaan is echt niks voor mij,” licht professioneel MMA fighter en derde generatie Indo toe.

anthony-med-portret-shirt-kl

Van kantoor naar ring

Weer ontmoet ik een Nederlander die als atleet in Indonesië woont en werkt en van Indische afkomst is (Zie artikelen over Martijn de Jong en Tiffany van Soest). Ik ben geïnteresseerd in zijn verhaal en maak een afspraak met hem in (mijn woonplaats) Canggu, waar hij momenteel aan het trainen is.

Het zou kunnen dat onze wegen zich eerder hebben gekruist, want Anthony is, net als ik, geboren en getogen in het  kleine Ermelo op de Veluwe. Ook zaten we op dezelfde middelbare school en judo dojo. Kleine kanttekening: onze leeftijd ligt iets uit elkaar, vandaar dat we elkaar nu pas voor het eerst ontmoeten. Ik vraag aan Anthony (Ermelo,1985) hoe hij is terechtgekomen in Indonesië:

,,Tijdens mijn studie kon ik stage lopen in Indonesië, het land waar mijn vader is geboren (1936, Menado). Sinds 2007 ben ik voor langere periodes in Indonesië voor vakantie of werk. Ooit ben ik begonnen op kantoor bij het familiebedrijf in thee in Jakarta, daarna stond ik voor de klas als leraar Engels. In 2014 heb ik een kleine dojo geopenend en een jaar later klopt de internationale MMA organisatie One Championship op mijn deur en ben ik professioneel fighter geworden.”

 

tatoeages-kl

Mijn Indisch-zijn uit zich ook in mijn tatoeages van Indonesische afbeeldingen: de barong, batik patronen, Arjuna en Garuda Visnu.

Door blauwe ogen schrijft over Indische identiteit, hoe zit dat bij jou?
,,Als Indische jongen kom ik uit voor mijn roots. In elk interview vertel ik dat m’n pa uit Menado komt. Gek genoeg herkennen mensen in Jakarta me niet als Indisch, dat blijf ik apart vinden. Het is een stukje onwetendheid, ze vinden me een bule (buitenlander) in Jakarta. Indonesische jongeren hebben geen flauw idee wat zich hier vroeger heeft afgespeeld. Toch is de hoofdstad echt mijn thuis. Ik hou van mijn buurt, mijn beste vrienden wonen daar ook. Ik heb geen enkele intentie om terug naar Nederland te gaan.”

Indisch-zijn was niet vreemd
Toch was ik vroeger niet bewust van mijn Indische afkomst, als kind zijnde dacht ik er niet over na. Ons gezin met een Indische vader en Britse moeder was normaal voor mij. Ook in het  traditionele Ermelo, waar niet veel Indische gezinnen woonden, vond niemand het vreemd.

Eenmaal op de middelbare school in Harderwijk ontmoet ik veel Indische leeftijdsgenoten. ‘Hé, je bent Indo toch?’, ik hoor er meteen bij. Met een grote groep Indische jongeren uit het hele land ga ik feesten af. Van hardcore house parties, tot Indo parties en natuurlijk pasar malams. We zijn elkaars beste vrienden.”

Nederlandse of toch Indonesische status?
Anthony’s vader vertrekt in 1949 als Indische Nederlander naar Nederland. Ter voorbereiding van dit interview vind ik een website over naturalisatie van Indonesiërs in Nederland waaruit blijkt dat de familie Engelen in 1974 de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Op het eerste gezicht vreemd, kloppen deze gegevens?

Anthony legt tijdens het gesprek een lijntje met zijn vader in Nederland die het ons uitlegt: ,,Toen opa Engelen met pensioen ging in 1974, hebben ambtenaren in zijn verleden gewroet. Volgens hen heeft zou mijn grootvader vroeger iets hebben verzuimd te doen, waardoor zijn kinderen nooit Nederlandse zijn geworden. Gek, want wij zijn dienstplichtig geweest en hebben met een Nederlands paspoort Indië verlaten. ‘Dat was dan jammer en een vergissing’, reageerden de betrokken ambtenaren toendertijd. De overheid voerde als goedmakertje voor onze familie de naturalisatie officieel door in 1974 en zo hebben we alsnog de Nederlanderse nationaliteit gekregen, ” aldus Anthony’s vader via de telefoon.

baard-kl

Confrontatie met Indisch verleden in pretpark
,,Indië en Indisch-zijn is altijd bespreekbaar geweest in ons gezin. Ik herinner me een confronterende situatie waarop het Indisch verleden van invloed is geweest. Op jonge leeftijd bezoeken mijn ouders, broertje en ik Disney World in Florida. In het pretpark zijn gedeelten ingericht als verschillende delen van de wereld. Als kind vind ik het maar wat interessant. Eenmaal aangekomen bij het Japanse gedeelte in het park gebeurt er iets geks, wat ik niet direct kan plaatsen. Mijn vaders houding verandert, hij weigert zelfs om ‘Japan’ binnen te gaan. Later deze vakantie valt bij mij het kwartje. Hij heeft een slecht gevoel bij dit  Aziatische land vanwege de Tweede Wereld Oorlog in Indië.”

Trainen en niet eten
Anthony’s 5e professionele gevecht is op 14 januari in Jakarta. Voorafgaand aan dit hoogtepunt traint hij twee keer per dag en volgt een strikt dieet. ,,Sport en eten zijn het belangrijkst voor me, dus niet kunnen eten wat ik wil is lastig.”

portret-kleur-kl

Toekomst
,,Ik heb altijd iets met sport willen doen. Vroeger tenniste ik op hoog niveau, maar al gauw zag ik in dat dat niet voldoende geld zou opleveren. Bezig zijn met MMA in Indonesie, waar de sport nog in de kinderschoenen staat, biedt kansen. Ik kan zeker tot mijn 36ste nog blijven vechten.”

Ik rond het gesprek af met de vraag wat er op zijn to-do-lijstje in de nabije toekomst staat. ,,Ik wil meer van Indonesië zien, zo ben ik nog nooit in Solo of Yogyakarta geweest. Verder komen er meer gevechten en open ik een nieuwe sportschool samen met mijn coach Martijn de Jong.

En wat is het eerste dat je gaat doen na jouw belangrijke gevecht? Daar hoeft hij niet lang over na te denken en zegt vastberaden: ,,Makan!”

 

Meer over Anthony Engelen:

One Championship 14 januari 2017 in Jakarta: http://onefc.com/events/75-one-championship.html

Instagram @Anthonyengelen

Copyright S. de Rozario. Rebloggen mag, maar let op de journalistieke etiquetten. Vermeld altijd de bron (website en auteur) en plaats de gehele originele tekst (dus niet knippen en plakken van tekstgedeelten). Plaats bij elke afbeelding de naam van de fotograaf! Bij vragen, graag mailen naar: doorblauweogen@gmail.com.

Beeld: Mark Thurman

Website Gelijkstellingen en naturalisaties: http://naturalisaties.decalonne.nl/

Advertenties

Door Blauwe Ogen onderzoekt verder

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Het laatste boek is verkocht vorige week. Het markeert een einde van mijn project waarmee ik mijn best heb gedaan om te laten zien hoe Indische nazaten zich voelen over het Indisch-zijn.

Collage DBO

Hier een aantal pagina’s uit het boek waarin de jonge Indischen zich uitspreekt over de Indische wortels. Van serieuze onderwerpen, de Herdenking, tot grappige Indischegebruiken zoals de botol tjebok.

Door Blauwe Ogen blijft onderzoeken
De boeken zijn op, maar dat wil niet zeggen dat Door Blauwe Ogen ophoudt. Sterker nog, Door Blauwe Ogen doet dat al een tijdje online.

Nieuwe groep
De tientallen Indische jongeren van de derde generatie die ik toen heb mogen interviewen waren allen op hun eigen manier interessant, aandoenlijk en vooral eerlijk. Nu is er een andere groep binnen deze generatie aan de beurt.

Collage DBO 2

Een tijdje geleden ben ik begonnen met het zoeken naar Indische nazaten die Indië nooit hebben verlaten. Voor degene die het niet weten, er zijn duizenden Indische mensen die niet op de boot naar Nederland konden of wilden stappen.

Generasi Ketiga
Door Blauwe Ogen blijft met name geïnteresseerd in de derde generatie, maar verplaatst de focus naar een andere locatie, namelijk Indonesië. Lees hier het eerste interview met een telg van de Generasi Ketiga.

Binnenkort hoop ik meer interviews van dit project te publiceren. En wie weet wordt het wel weer een boek. Wordt vervolgd!

Dichter bij Indië kan niet

Bijdrage van Sabina de Rozario

Naar aanleiding van mijn artikel over Indische jongeren naar Indonesië (lees hier het artikel Als een kind van de kolonie) is er een  vraag bij me opgekomen:

Wat is de motivatie voor Indische nazaten om Indonesië te bezoeken en om welke reden gaat men juist niet naar het land van herkomst?

Het is lastig om met recente cijfers te komen,  want die zijn er niet, maar ik weet dat van de 36 geïnterviewden van het boek Door blauwe ogen (2005), 75 procent niet naar Indonesië was geweest. Dat kan liggen aan de leeftijd van de ondervraagden, de helft ervan was onder de 30 jaar oud.

Op foto met toeristen

Op de foto met toeristen in Sanur

In mijn vriendenkring komt het cijfer veel hoger uit, van de Indische vrienden boven de 30 jaar oud, is slechts een klein deel nog niet naar Indonesië geweest. Ik zeg ‘nog niet’, want veel vrienden hebben wel de intentie om ooit te gaan. De reden dat ze nu nog niet zijn geweest komt door hun financiële situatie, een ticket kost nog steeds een hoop geld, laat staat voor een heel gezin. Het heeft ook met persoonlijke prioriteiten te maken. Men koopt  liever noodzakelijke dingen voor het levensonderhoud, heeft geen tijd of zegt het te ver te vinden.

Loyaal
Er zijn ook Indischen van de derde generatie die niet gaan vanwege de (groot)ouders. Als je bent opgegroeid met het verhaal dat jouw ouders niet goed zijn behandeld door de Indonesiërs in het verleden, dat het niet meer een land is waar je vrij en zonder gevaren kunt rondwandelen en dat je zelfs niet gewenst bent als Nederlander in het huidige Indonesië, dan denk je wel drie keer na voordat je besluit te vertrekken. Jongeren zijn vaak loyaal aan hun ouders en durven of willen vanwege de slechte ervaringen die hun (groot)ouders hebben gehad in Indië meestal niet naar Indonesië.

Shoppen op Bali

Shoppen in Bali met mijn vader (1995)

Waarom naar Indonesië?
Indonesie is een goed vakantieland, want vindt men: het eten is er lekker en goedkoop, het weer warm en de natuur is geweldig. Toch blijft de meest genoemde reden van de derde generatie om Indonesië te bezoeken te willen zien waar hun familie vandaan komt. Al blijkt het soms een hele onderneming om de geboortegrond van de (groot)ouders te bezoeken, die vaak op Java, Sulawesi of Sumatera is. Door de infrastructuur van Indonesië kost het soms veel tijd  om ergens te komen en daarbij weet niet iedereen de locatie van het ouderlijkhuis van de (groot)ouders. Om het makkelijk te houden, reizen de meesten rechtstreeks naar Bali om daar te genieten van alles wat het land te bieden heeft om zo toch de sfeer van het moeder- of vaderland te proeven.

Bij Bromo 1996

Poseren voor de Batok, links nog net Bromo te zien (1996)

Next best thing
Indonesië wordt ook gezien als the next best thing. Indië is niet meer, maar om de geuren en smaken te kunnen ervaren uit de verhalen over vroeger is Indonesië toch de plek waar dit kan. Zo heb ik het zelf ook ervaren. Eenmaal in Indonesië herkende ik de verhalen van Indië: over tjendol, warungs, straatverkopers, mystiek, sawahs en vulkanen. En dat is waar ik naar zocht en heb gevonden in het nieuwe Indonesië. Dichter bij Indië kon ik niet komen.

Tiffany van Soest: Bali is mijn geheime wapen

Bijdrage van Sabina de Rozario, April 2016

Als een professioneel martial arts beoefenaar naar het Indonesische eiland Bali verhuisd om daar te trainen, lijkt dat op het eerste gezicht niet logisch. Maar kansen voor haar carrière, de perfecte golven en de eilandmentaliteit maken de keuze voor de Amerikaanse Tiffany van Soest (27) makkelijk:,,Bali is het paradijs.”

Tiffany van Soest met belt kl

Tiffany van Soest

Een paar maanden geleden kiest Tiffany voor Bali als haar thuisbasis en voelt zich als een vis in het water. Ze is, als regerend wereldkampioen, elke dag intensief met Muay Thai bezig (trainen en training geven). In haar vrije tijd pakt ze graag een paar golven op haar surfboard.
Ik ontmoet haar bij haar favoriete restaurantje waar vooral niet-Indonesisch eten op de kaart staat. Of ze niet van Indonesisch eten houdt? ,,Zeker wel, ik ben zelfs opgegroeid met sambal! Mijn opa is geboren in Semarang, in het voormalige Nederlands-Indië.”

Tiffany van Soest last fight

Tiffany in actie tijdens haar laatste gevecht

Indische opa
Haar Indische opa migreert begin jaren ’50 naar Nederland. In Den Haag ontmoet hij zijn aanstaande bruid en vertrekt samen met haar naar Amerika, waar in 1957 de eerste zoon wordt geboren, de vader van Tiffany.

Tiffany (1989) heeft tijdens haar jeugd een sterke band met haar opa. Helaas overlijdt hij als Tiffany 10 jaar oud is. Hij leert haar alles over Nederlands voetbal (en indirect over Nederland), samen kijken zij naar wedstrijden op tv van zijn geliefde Ajax. Betrokken als hij is, sponsort opa haar voetbalelftal. Oma maakt nasi goreng voor alle speelsters voor na de wedstrijd. ,,Mijn oma is beroemd om haar nasi goreng. Ondanks dat ze Nederlandse is, heeft ze zich de Indonesische keuken eigengemaakt. Haar babi ketjap is mijn favoriete gerecht.”

Bewust van gemengde afkomst
,,Op 6-jarige leeftijd vertelden mijn ouders waar onze roots liggen. Opgewonden over het feit dat ik gemengd Pools en Oostenrijks van moederskant en Nederlands en Indonesisch van vaderskant ben, ging ik ermee aan de slag voor een schoolproject. Helaas wist ik niets over Indonesië toendertijd. Enkele jaren geleden ben ik gaan lezen over Nederlands-Indië, de Tweede Wereldoorlog en mijn afkomst.

,,Ik ben één keer in Nederland geweest voor een gevecht. Mijn oma had ongeveer 20 familieleden gevraagd om naar mij te komen kijken. Door het ontmoeten van mijn Nederlandse familie ervaarde ik een terug-naar-m’n-roots-gevoel.”

,,Mijn oma leest nog elke dag de Nederlandse kranten en ook met haar heb ik een speciale band. Door haar liefdevol bereide eten en omdat ik op haar lijk. In haar heldere blauwe ogen zie ik haar enorme kracht, haar mentaliteit van nooit opgeven, altijd blijven doorgaan. Dat heb ik van haar gekregen. Maar ik zie ook haar liefdevolle karakter, haar vrije geest, ze is zonder twijfel mijn grootste inspiratie.

Soccerfield Pererenan

Het voetvbalveld tussen de rijstvelden

De Bali connectie
,,Door het hebben van Indonesisch bloed voel ik me erg verbonden met de plek waar ik nu woon. Tijdens het voorbijrijden van een voetbalveld tussen de rijstvelden onlangs moest ik sterk denken aan mijn opa, die mij de liefde voor voetbal heeft bijgebracht. En nu ben ik hier voor mijn Muay Thai carrière. Het voetbalveld dat voor me lag, voelde als de schakel met waar ik nu sta in mijn leven.”

,,Op Bali  heerst rust, het is er makkelijker dan op andere plekken. Alles klopt hier voor mij, er staan grote dingen te gebeuren. Bali is mijn geheime wapen.”

Jongkok en kelapa muda kl

Nog even op de foto (Tiffany rechts) in jongkok met een kelapa muda

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Geduldige levenswijze

Bijdrage van Sabina de Rozario

Deze week een bijdrage van het blog Indo in Bali (het blog maakt deel uit van het online platform Door Blauwe Ogen). Een archief post van juli 2015 over het geduld dat je moet hebben als je als buitenlander in Indonesie, in dit geval Bali, woont.

Jonge rijst

Indonesiërs verschillen het meest van Westerse mensen als het gaat om geduld. Ik ben mijlenver verwijderd van mijn vrienden als zij mijn ongenoegen, een onenigheid of een probleem beantwoorden met de term sabar. Geduld. Helaas ben ik niet zo geduldig als de Balinezen zijn. Ik wil oplossen, het liefst meteen. Al kan ik wel veel beter de rust bewaren sinds ik hier woon.

Sabar
Ongeduldig zijn en in Bali wonen is geen goede match. Ik zie het hier bijna dagelijks; expats die bijvoorbeeld een meubelzaak binnenstormen en met de handen in de zij hun bestelling opeisen. ,,Het zou vandaag klaar zijn!” Waarop de verkoper slechts zijn schouders ophaalt. Tja, afspraak is hier niet altijd afspraak.

Je kunt dan
alleen maar je
schouders ophalen

Westerse mensen zijn meestal niet geduldig en dat merken ze vaak pas als ze in Azië zijn. Ik heb regelmatig bij de kledingmaker, meubelmaker en raaminzetter gestaan, terwijl het werk tegen de afspraak in nog niet af was. Je kunt dan alleen maar, net als zijzelf doen, je schouders ophalen. Boos worden zorgt er niet voor dat het werk sneller af komt en daarbij wil ik me achteraf niet slecht voelen, omdat ik onaardig ben geweest.

Geduld lost alles op
Op Bali is sabar het antwoord op alle problemen en situaties in het dagelijkse leven. Heb je een probleem met een jonger zusje, dan is het antwoord: sabar met haar, je bent ouder en je moet haar leren hoe met dingen om te gaan. Heb je onenigheid met je ouders dan zegt men dat je sabar moet zijn, ze zijn ten slotte oud dus jij moet het probleem met respect en geduld oplossen. Als je dat niet gewend bent, dat sta je af en toe wel eens met je oren te klapperen van verbazing dat sabar hier voor alles een oplossing lijkt.

Het kleine woordje
betekent
zoveel meer

Waar ik ben achtergekomen is dat sabar meer dan geduld betekent. Het staat niet alleen voor het moment dat je geduld dient op te kunnen brengen, maar omvat een hele boodschap. In het geval van ziek zijn, zegt men sabar en bedoelt men snel beter worden. In het geval met een familieprobleem betekent het geijkte woordje zorg dat je jouw familie met respect behandelt en het probleem zo geruisloos verdwijnt.

Levenswijze
Indonesiërs zeggen veel met weinig woorden. Het is een taal met gevoel, van tussen de regels lezen. Indien ik het advies van vrienden niet in een keer wil accepteren, dan herhalen zij het gewoon nog een keer. Alleen wordt de tweede lettergreep van het woord sabar (normaal sàbàr wordt sàbaar) iets langgerekter en de toon dwingender. Wat in dit geval betekent: Doe niet zo eigenwijs, geduld hebben is de oplossing. Einde gesprek.

Geduldig zijn
is een
filosofische manier
van benaderen

Sabar is geen eigenschap die je je van de ene dag op de andere kunt eigenmaken. Daarbij is het meer. Het is een filosofische manier van benaderen, een levenswijze die je ver zal brengen in het leven. En ik voel dat het zo werkt. Geduld bewaren en rustig nadenken hoe je een probleem aanpakt, geeft uiteindelijk het beste resultaat. Voorlopig oefen ik nog even flink door, met geduld hebben voor mezelf.

Geduldig kijken hoe de zon ondergaat. Je kunt de zon niet sneller laten zakken ook zou je dat willen

Geduldig kijken hoe de zon ondergaat. Je kunt de zon niet sneller laten zakken ook zou je dat willen

Dit is een bijdrage van Sabina. Meer lezen over haar leven in Bali? Klik hier: www.indoinbali.wordpress.com

‘Als een kind van de kolonie’

Bijdrage van Sabina de Rozario

Zon, strand, cultuur en heerlijk eten. Dit is zo’n beetje een vakantie naar Indonesië in een notendop. Of is het meer en kan een reis naar het geboorteland van de voorouders de gevoelens aardig in de war brengen?

Bovenstaande vraag houd me nog altijd bezig. Een vraag die past in het rijtje: Indonesië, Indische roots, identiteit, bewustzijn. En laten dat net de onderwerpen zijn waar Door blauwe ogen zich meebezighoudt. Ik maak een rondje bij een aantal jonge Indischen en vraag naar hun bezoek aan Indonesië.

Met eigen ogen
In afwachting van de antwoorden die ik per mail hoop binnen te krijgen, ga ik bij  mezelf te rade. Hoe ervaarde ik mijn eerste bezoek aan Indonesië? Ik kan stellen dat de vakantie naar het ‘vaderland’ grote impact op mij heeft gehad. De puzzlestukjes vielen tijdens deze reis voor mij in elkaar.
Met eigen ogen zien hoe de geboortegrond van mijn vader eruit zag, maakte me meer bewust van waar hij vandaan komt: het klimaat, de samenleving, de geuren en kleuren.
Ik kende Indië uit de verhalen, door er zelf rond te lopen werd het duidelijker voor me. Ik kreeg ook meer inzicht in hoe mijn familie moest hebben geleefd, hoe hun omgeving eruit zag en waarom ze vaak korte antwoorden geven. Zoals antwoorden met slechts ‘al’ in plaats van een hele zin. Iedereen bleek dat te doen in Indonesië, ‘sudah’.

In Toraja 1995 kl

Foto genomen tijdens mijn tweede vakantie in Indonesië. Toraja 1996.

Ik denk nog even door: Kan een vakantie aan het geboorteland van (een van) de ouders of grootouders, het Indische gevoel bij een persoon bevestigen? En kan het bezoek het bewustzijn van de Indische identiteit aanwakkeren? Allebei serieuze vragen waaraan je misschien niet denkt voor vertrek.

Kind van de kolonie
Ferdinand antwoordt hierop: ,,Ik voelde me als een vis in het water toen ik in Indonesië was. Ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mijn vader ben ik samen met hem naar Java gegaan. We hebben daar de familie en het ouderlijk huis bezocht. En ja, ik voelde me er Indisch, als een kind van de kolonie.” Als laatste voegt hij toe: ,,Tijdens mijn bezoek aan Indonesië merkte ik dat de Indische cultuur daar niet meer bestaat.”

En hierin moet ik Ferdinand gelijk geven, het Indische is bijna niet meer zichtbaar in het straatbeeld van Indonesië. Een paar gebouwen uit de tijd van de kolonie, wat Nederlandse naamborden hier en daar, maar dan houdt het wel op. Opvallend genoeg, vond ik mijn Indische vader erg passen in het Indonesië van nu. Hoe hij met de mensen sprak, grappen maakte en rondliep alsof hij nooit anders had gedaan. Hij had het zichtbaar naar zijn zin.

Niet anders
Maar er is ook een ander geluid dat mij bereikt. Zo schrijft Peggy over haar Indonesië-ervaring: ,,Ik kan niet echt zeggen dat ik me anders voel wat betreft mijn Indisch-zijn. Ik vond het er mooi en voelde me wel verbonden met hun manier van leven.”

Nathalie heeft een mening zoals vele van haar derde generatiegenoten. Zo valt bij haar ook ‘alles op z’n plek’ en voelt ze zich ‘meteen thuis’ in Indonesië. Als enige geinterviewde noemt zij haar uiterlijk, dat is namelijk hetzelfde als de Indonesiërs: ,,Groningen, waar ik woonde, was in die tijd nog erg licht. In Indonesië viel ik qua gezicht niet op,” verduidelijkt ze. Ook herkent zij de humor, gebruiken en waarden en normen van huis uit.

Huilend naar huis
Helaas komt aan een vakantie altijd een einde en wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Voor sommigen valt het niet mee.
Nathalie: ,,Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Nederland heb ik uren gehuild. Ik wilde niet meer naar huis. Terug in Nederland heb ik drie maanden nodig gehad om te acclimatiseren. Lang trok ik overal mijn schoenen uit, zelfs in de klas.”

Nathalie restaurant

De 11-jarige Nathalie (1988) met vakantie in Indonesie.

Eenmaal bezig aan dit artikel, vraag ik me af hoe het zit met degenen die nog nooit naar Indonesië zijn geweest. Wat zou voor hen een reden kunnen zijn om te gaan en wat verwachten ze van het land?

Gevoelsmatig
Ik besluit Herbert te mailen, want hij is nog niet in Indonesië geweest. Binnen vijf minuten komt zijn antwoord mijn mailbox binnen. Hij heeft er duidelijk al eens over nagedacht.
Herbert: ,,De reden voor mij is dat ik nieuwsgierig ben naar het land waar een gedeelte van mijn roots liggen. Mijn moeder, ze kwam op haar 21ste jaar naar Nederland, vertelt altijd vol trots over haar Indië en ik wil zelf ervaren welke impact een bezoek aan haar geboorteland op mij heeft en dan vooral gevoelsmatig.”

Als laatste vraag ik hem of hij bepaalde verwachtingen heeft. Herbert: ,,Ik verwacht een stuk herkenning aan te treffen van datgene wat ik van mijn moeder vanuit de verhalen heb meegekregen. Tegelijkertijd verwacht ik een land aan te treffen dat compleet anders is dan de periode van voor de dekolonisatie. Mijn moeder zegt eigenlijk altijd dat ‘haar’ land niet meer bestaat, dat was namelijk Indië.”

Ontdekken
En dat hoor ik vaker, de zin die niet anders dan met weemoed kan worden uitgesproken: ‘Indië is niet meer’. Toch heeft het nieuwe Indonesië een grote aantrekkingskracht op Indische jongeren. Wat je er kunt vinden en wat het gevoelsmatig teweeg kan brengen, is per individu verschillend. Mocht je nog niet zijn geweest, wellicht is het een idee om dat eens uit te vinden? En zelfs al heb je meerdere keren Indonesië bezocht, volgens mij valt er er elke keer wel iets te ontdekken van het land, over jouw achtergrond en familie.

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het artikel Geboortegrond in een fles, gebaseerd op interviews uit het boek Door blauwe ogen.

Dit is een bijdrage van Sabina.

De 3e generatie is zeker Indisch

Bijdrage van Sabina de Rozario

Er komt geen reactie op wat ik hem net heb verteld. De oude Indische man zegt niets meer en kijkt strak voor zich uit. Ik ken deze reactie. Ik heb het eerder meegemaakt dat men afwijzend is als ik vertel over mijn geschreven verhalen en boek over de 3e generatie Indischen in Nederland. De reden hiervoor is dat sommigen de nakomenlingen van de 2e generatie Indischen niet Indisch vinden.

Cover Door blauwe ogen

Ook een Belanda
Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat ik (en betrek hierbij de hele 3e generatie) niet al Indisch wordt gezien. Ik word voorgesteld aan een wat ouder Indisch gezelschap, waarvan een Nederlandse dame frivool uitroept: ,,Ik ben de enige Belanda hier hoor.” Gevolgd door een opmerking uit de groep in mijn richting door een Indisch dame die weet heeft van mijn Indische afkomst:,,Maar deze is ook een Belanda!” Ik haal mijn schouders op. Dat zij mij niet als Indisch ziet, dat mag. Al ben ik het wel.

Kijk, ik hoef me niet te verdedigen of mijn afkomst Indisch is. Het enige punt waarover te discussiëren valt, is of ik nu Indisch of Indo ben. De familie van mijn vaders kant is nagenoeg niet Nederlands en daarom zou de term Indo-Europees beter passen? Een kniesoor die daar op let maar geloof me, dat doen ze.

Geen twijfel over mijn identiteit
Indo of Indisch-zijn is meer dan alleen een afkomst. Het is een identiteit. En die is voor mij heel duidelijk. Ik ben vrouw, geboren in Nederland, houd van badminton en ben open-minded. Vertaal dit  naar identiteit dan ben ik: vrouw, Nederlander, badmintonner, een vrije geest en Indo. Daar twijfel ik nooit aan en waarom zou ik? Moet ik twijfelen aan mijn afkomst, omdat sommige Indischen mij niet als een Indisch willen zien? Claimen deze mensen het Indisch-zijn omdat zij in Indië zijn geboren? Vinden zij dat nakomelingen van de 2e generatie Indischen zich niet Indisch mogen voelen?Portret

Op mijn beurt stel ik de vraag aan deze mensen: Wat maakt een persoon Indisch? Als ik naar mezelf kijk, is de helft van alles om mij heen Indisch; de helft van mijn familie, de helft van mijn ouders, de helft van mijn opvoeding. Dat maakt dat een helft van mij Nederlands en een helft Indisch is. En als je zegt dat ik niet Indisch ben, dan besta ik dus uit een helft van…niks?

3e generatie Indisch? Ja!
Nogmaals, als mensen niet willen zien dat ik en mijn generatiegenoten Indisch zijn, dan is dat maar zo. Ik twijfel niet aan mijn afkomst en ik schrijf over mijn Indische cultuur en afkomst met een vernieuwde blik. Of die mening voldoende Indisch is, daar mag men over twijfelen. Maar wat ik ben en hoe ik me voel, in beide gevallen Indisch, daar is geen twijfel over mogelijk.

Dit is een bijdrage van Sabina, initiatiefnemer platform Door blauwe ogen en auteur Door blauwe ogen, Het Indo-gevoel van de 3e generatie in Nederland.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Achter de schermen bij Door blauwe ogen

Camera,lights, action! Alle interviews nemen we ook op. Wellicht verschijnt er ooit nog een docu?

Camera, lights, action! Hier wordt het interview, net als alle andere, opgenomen met camera. Wellicht verschijnt er ooit nog een docu?

Van idee naar dik salontafelboek
‘Even een boek maken’ betekent maanden van interviews houden, onderweg zijn en bovendien mooie ontmoetingen hebben. Alles met een lach en soms een traan. Ik vind het geweldig om te interviewen en bovendien gezellig om Indische generatiegenoten uit het hele land te ontmoeten. We zitten in een positieve flow tijdens deze ‘trip’ en ik realiseer me dat het een voorrecht is om op deze manier te kunnen werken.
Nu, 10 jaar na publicatie van het boek, ben ik nog blij dat ik dit project op mijn eigen manier heb mogen maken.  Het is een succes gebleken. De formule duikt regelmatig op, een compliment voor het creeerende team.

Expo Kanjil & de Tijger
In 2005 sieren de portretten van Door blauwe ogen de muren van restaurant Kanjil & de Tijger. Ook maken we nieuwe  portretten voor deze expositie van het toonaangevende restaurant in Amsterdam. De laatste foto van dit artikel is speciaal gemaakt voor deze tentoonstelling.

Achter de schermen
Hieronder een aantal foto’s van achter de schermen van Door blauwe ogen. Ik vind het leuk om onszelf te laten zien tijdens onze creatieve (road)trip.

Anouk doet haar schoen goed kl

Anouk  bereidt zich voor en doet haar schoen goed voordat haar portret wordt geschoten.

Maarten aan het werk kl

Maarten, de fotograaf, kijkt tevreden naar de foto’s van Fiona (links).

Fotograaf lokt reactie uit kl

De fotograaf lokt een reactie uit en die krijgt hij!

Ik wacht kl

Ik wacht geduldig tot het de fotograaf en de geinterviewde is geschoten en word dan zelf het slachtoffer.

Maarten in actie kl

Maarten in actie in ons kantoor. Meestal waren we op locatie ergens in het land.

Soms lang wachten kl

Hij wacht geduldig tot hij aan de beurt is of is hij al aan het poseren? Voor sommigen is het een natuurlijk iets.

Randy kijkt kritisch kl

De blik van de altijd kritische Randy spreekt boekdelen.

Thuis bij zijn oma kl

Thijs ontmoet ik in het huis van zijn oma. ik wilde hem perse fotograferen met het typisch Indische schilderij waar hij onder zit.

Oefenen met poseren kl

Wat heb ik gelachen tijdens de bezoeken,. Zo ook hier als het model ‘serieus’ oefent voor zijn coolste pose.

Werken in de sneeuw kl

Fotograferen in de sneeuw, wat een ontberingen hebben we doorstaan. Alles voor een mooi plaatje.

Lindsay kl

Deze foto is onderdeel van de expositie geweest bij Kantjil & de Tijger. Ik wilde een andere kant van het lieve mooie Indische meisje laten zien. Of dit is gelukt mag je zelf beoordelen.

Meer info over Door blauwe ogen vind je hier:

https://doorblauweogen.wordpress.com/boek-door-blauwe-ogen/

 

Generasi ketiga: ‘Maak ons beroemd’

Bijdrage Sabina de Rozario

Noemen de kinderen en kleinkinderen van de Indischen die in Indonesië zijn blijven wonen zich ook Indisch? Om antwoord te krijgen op mijn vraag besluit ik op zoek te gaan naar Indo’s van de derde generatie, die zijn geboren en getogen in Indonesië. Nu wonen er op Bali niet veel Indischen, of nazaten hiervan, daarvoor kan ik beter op Java gaan zoeken. Gelukkig heb ik snel ‘beet’.

Zo ontmoet ik Alfons. Hij is lang, heeft een redelijk lichte huidskleur, is begin 30, geboren in Solo en heeft een Indische vader en een Indonesische moeder. Tijdens ons gesprek hoop ik erachter te komen wat wij, beiden van de derde generatie, gemeen hebben, ondanks dat zijn wieg in Indonesië stond en die van mij in Nederland. Hij oogt als een Indische jongen vanwege zijn verschijning. Gevoelsmatig zou hij Nederlands moeten spreken, maar dat doet hij uiteraard niet. We vervolgen het gesprek in het Engels.

Nederlandse oma
Alfons vertelt dat hij Javaans is, maar met Nederlands bloed in zijn aderen. Hij behoort tot de ‘generasi ketiga’, de derde generatie van nazaten van de Indischen, sinds de afhankelijkheid van Indonesië. Zijn Nederlandse oma heeft hem op vroege leeftijd geleerd over de gemengde Nederlands Indische cultuur, maar op de vraag wat dit inhoudt, blijft Alfons mij het antwoord schuldig. En misschien geldt dat voor mij ook wel, want met hoeveel moeite beschrijf ik de Indische cultuur? En daar sta ik niet alleen in, ook binnen de Indische gemeenschap in Nederland zorgt het onderwerp ‘Wat is Indisch’ nu nog voor voldoende discussie.

Alfons (links) met zijn broertje en neefje en nichtjes eind jaren '80

Alfons (links) met zijn broertje en neefje en nichtjes

Mikpunt
Als ‘generasi ketiga’ is Alfons veel gepest. Door zijn blonde haar, was hij het mikpunt van de buurt, elke dag werden hij en zijn broertje nageroepen. Zelfs leraren op school vonden het nodig om hem vanwege zijn uiterlijk achter te stellen. Het resultaat hiervan is dat Alfons een hekel krijgt aan zijn Indische afkomst. Hij wenste in die tijd dat hij volledig Indonesisch was. Jaren later, wanneer hij verhuist naar Bali, verandert zijn gevoel. In zijn functie als manager van een hotel, reageren toeristen positief op zijn afwijkende verschijning, wat een weerslag heeft op de tevredenheid van zijn superieuren.

Alfons voor zijn huis (2012)

Alfons op zijn stoepje van zijn huis

Tot nu toe heb ik teleurstellend weinig raakvlakken met Alfons, wellicht omdat mijn verwachtingen hoog waren. Delen we dan slechts de gemengde genen van Europese met Aziatische afkomst? Zijn slechte ervaringen met leraren en buren in ieder geval niet.
Wat we beiden zeker gemeen hebben, is  onze gedrevenheid voor onze afkomst. We zijn trots op de Indische roots en manifesteren onszelf als Indo’s van de derde generatie. Allebei zijn we op zoek naar onze Indische identiteit met de bijbehorende drang naar erkenning voor de Indischen. Hij in Indonesië, ik in Nederland.

‘Maak ons beroemd’
Bij het weggaan geeft hij een hand en drukt me op het hart dat hij dit interview heel belangrijk vindt. Niet alleen voor hem, maar voor al onze leeftijdsgenoten van de ‘generasi ketiga.’ Terwijl hij wegloopt met een niet Indonesische tred, schrijf ik in mijn schrift de laatste woorden van het interview op. Met deze zinnen dringt zijn passie voor zijn afkomst pas echt tot me door: ,,Alsjeblieft, maak onze generatie beroemd. Ik wil dat iederéén in Indonesië komt te weten over onze Indische roots.”

Dit is een bijdrage van Sabina

Noot van de auteur: Dit artikel is een samenvatting van het interview met Alfons uit 2012, dat later in zijn geheel zal worden gepubliceerd.