Indonesië

Pascal Jalhay: Koken is het delen van de Indische erfenis

Een bijdrage van Sabina de Rozario
25 september, 2018

Indonesië bezoeken voor een welverdiende vakantie én om inspiratie op te doen voor een nieuw idee. Dat is precies wat culinair talent Pascal Jalhay onlangs heeft gedaan ter voorbereiding van zijn nieuwe boek.

Hij wisselde liggen bij het zwembad af met het onderzoeken van de Indonesische keuken samen met zijn gezin. Door Blauwe Ogen sprak met de gepassioneerde kok in het populaire en zonovergoten Kuta op Bali.

portretten reeks 1

Foto: Door blauwe ogen

Ondanks dat Pascal Jalhay (1969, Weert) zich vroeger nooit een Indische jongen heeft gevoeld, is hij nu echter een persoon die eindeloos kan praten over de Indische keuken.
Ruim zeven jaar geleden nam zijn vader hem voor het eerst mee naar Indonesië. Dat was het keerpunt in zijn Indische beleving en werd de liefde voor de Indonesische eetcultuur aangewakkerd. Hij raakte betoverd.

Meer dan draadjesvlees
Eenmaal in Bandung, de stad waar zijn vader is geboren, ontdekte Pascal de authentiek Indonesische smaak. Pascal: Gado-gado uit de meest eenvoudige warung smaakte zó puur,daar wilde ik meer van wetenen horen. En ook het gerecht rendang werd meer dan ‘gewoon draadjes vlees van oma’ voor me.”
De reden dat het Indonesische eten hem opeens veel beter smaakte, kwam door de veelbetekenende  verhalen die men erbij vertelden. ,,Net als de oorlogservaringen van mijn vader, de verhalen over Indië die ik altijd heb geslikt voor zoete koek,  kregen vorm tijdens een bezoek aan het oude kamp in Indonesië.”

,,Na terugkeer van die bijzondere eerste reis, heb ik alle Indische kookboeken gekocht om kennis van de Indische keuken te vergaren. Al snel vroeg SIR (Selected Indonesian Restaurants) mijn visie over het vernieuwen van de Indonesische keuken en ben ik workshops over culinair Indisch koken gaan geven” somt Pascal op.

portretten reeks 2

Foto: Door blauwe ogen

Boek met jonge ‘Indo-koks’
Het nieuwe boek van Pascal (publicatie in februari 2019) wordt geen receptenboek. De verhalen achter de gerechten, dáár is het hem om te doen. Voor het boek zijn jonge talentvolle koks met Indische roots, zoals Jamie van Heije, Jermain de Rozario en Syrco Bakker, uitgenodigd om een eigen recept met bijbehorend verhaal te delen. Ook komen autoriteiten zoals Lonny (D’Roemah, Bali), Anita Boerenkamp (Spandershoeve, Hilversum) en Frank Deuning (The Raffles,Den Haag) aan bod.

Delen van de Indische cultuur
Pascal voegt toe:,,Veel Indische koks van de oude stempel willen vaak de (familie)recepten geheim houden, ‘het is toch van mij?’. Ik zie het delen van recepten als het doorgeven van de Indische erfenis. Daarom maak ik juist dit boek, zodat de jonge generatie kan kennismaken met de nieuwe manier van Indisch koken.”

Het mooie gesprek, waarbij de passie voor de keuken er afspat, loopt ten einde als de regen met bakken tegelijk uit de lucht komt vallen. Van praten over eten, krijgt men trek. Gelukkig is een bordje tahu telor snel besteld. Laat die regen maar vallen.

 

Volg Pascal Jalhay via Instagram: @Barubelanda

Copyright tekst en beeld: Sabina de Rozario. Overnemen van deze tekst alléén in overleg, mail naar: doorblauweogen@gmail.com.

 

Advertenties

Bijeenkomst Dialoog Nederland-Japan-Indonesië: Positie van de vrouw tijdens de oorlog in Indië

Met de Indische herdenking op 15 augustus nog vers in het geheugen ben je misschien geinteresseerd geraakt naar verhalen over de periode 1942-1945 in Nederlands-Indië.

Stichting Dialoog Nederland – Japan – Indonesië organiseert een conferentie op  9 september waar je kunt luisteren naar interessante lezingen, in gesprek kunt gaan met Japanners en Indonesiërs en kunt luisteren naar persoonlijke verhalen van aanwezigen.

Tijdens de inspirerende bijeenkomst wordt gekeken vanuit Indonesisch perspectief en vooral vanuit de positie van de vrouw tijdens de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan.

Gastspreker tijdens de bijeenkomst is schrijver Reggie Baay. Hij en andere sprekers zullen lezingen geven over Indonesische  vrouwen.

Op de website vind je meer informatie en het registratieformulier om je aan te melden. De  kosten bedragen € 10,00 inclusief koffie /thee en een Indische maaltijd. De voertaal is Nederlands en Engels.

Dialoog Nederland – Japan – Indonesië, zaterdag 9 september in de Wilhelminakerk in Bussum. Website: http://www.dialoognji.org

Poster Dialoog

Indischen in Indonesie: Niet altijd Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
29 juni 2017.

Het is al een tijdje geleden dat ik via de Facebookpagina van Door Blauwe Ogen een speciale  oproep heb geplaats, een enkele lezer weet het misschien nog. In 2015 was ik op zoek naar jonge Indischen die zijn geboren en getogen in Indonesië.

Oproep 3e generatie Indos

Screenshot van Facebook pagina Door Blauwe Ogen

Volledig Indonesisch
Het artikel onder de oproep (zie foto) gaat over Alfons, een derde generatie Indische geboren in Indonesië. Hij voelt zich Indisch, omdat hij met verschillende Indische of Europese waarden en normen is groot gebracht (lees hier het hele artikel). Na Alfons heb ik meer personen gevonden met deze gemengde achtergrond, maar zij hebben niet de ervaring zich Indisch te noemen of voelen, zelfs niet een beetje.
Zij voelen zich volledig Indonesisch en niet Indisch of gemengd en daarmee houdt het gesprek min of meer op. Pogingen van mijn kant ‘dat het ook deel is van hun geschiedenis’ of dat ‘het belangrijk is te weten waar je vandaan komt’ ten spijt.

Generasi Ketiga
Uiteraard staak ik niet met mijn zoektoch naar Indischen uit Indonesië voor mijn project ‘Generasi Ketiga’, de lezer kan nog  altijd mailen indien zij iemand kennen die hierover wilt vertellen.

Ik vind het erg interessant om te onderzoeken waarom de betreffende groep zich niet Indisch noemt, want ze zijn het ergens wel. Om een vergelijking te maken met jonge Indischen in Nederland, ook al is een opa en oma (of ouders daarvan) voor een klein deel gemengd bloedig, dan noemen ze zich, met trots, Indisch. Dit is vaak in Indonesië niet zo, uitzonderingen zoals Alfons daar gelaten.

Weinig interesse in gemengdheid
Een ander aspect over gemengd bloedigen, Europees met Indisch/Indonesisch of Indonesisch met een andere nationaliteit, is dat men zich hiervoor in Indonesië nauwelijks interesseert. Onlangs liet ik een Balinese dame het boek Door blauwe ogen, portretten van de derde generatie Indischen in Nederland, zien. Daarnaast legde ik het boek Blasteran van Anita Taylor, 140 fotoportretten van gemengde Indonesiërs (lees hier meer over dit boek). De reactie was opmerkelijk, of eigenlijk de reactie die uitbleef. Ze haalde lichtjes haar schouders op, ze zag de noodzaak van beide boeken niet in. En die reactie heb ik vaker meegemaakt, niet alleen in Indonesie, maar óók in Nederland.

Blasteran girls on chair

Portretten uit het boek Blasteran. Photocredits: A.Taylor

Exotische naam en donker haar
Mensen zonder gemengde afkomst, zoals deze Balinese dame, zijn zich vaak niet bewust van de complexiteit van gemengde wortels en doen boeken, documentaries of films over dit onderwerp af als oninteressant of zelfs overbodig. Ik snap deze reactie, want ‘we zijn ten slotte allemaal mens en dus allemaal hetzelfde.’

Maar als de omgeving keer op keer vraagt hoe je komt aan die exotische naam, dat donkere haar of de voorkeur hebt voor bijvoorbeeld Indisch eten, dan wordt je gedwongen om hier een voor hen gewenst antwoord op te geven. Namelijk dat je gemengd bloedig bent en, als je dat wilt, hier ook nog trots op bent.

Kleine maar belangrijke groep
De doelgroep waarvoor ik schrijf, de lezers van deze website, Indisch of niet, oud of jong, ik ben me ervan bewust dat het, in marketingtermen, een niche markt is. Weinig zullen echt in dit onderwerp zijn geïnteresseerd, als men al van lezen houdt. Maar ik blijf toch doorgaan met onderzoeken en hierover schrijven, omdat het de overdracht naar de volgende generaties zou kunnen helpen.

Een overdracht van herinneringen, ervaringen en waarden en normen als onderdeel van de Indische cultuur die langzaam van het toneel dreigen te verdwijnen. En dat is wat we als Indische gemeenschap niet wensen, lijkt me.

Om terug te komen op de desinteresse van mensen in de Indische nazaten, geschiedenis en cultuur, dit hoeft niet van belang te zijn. Als de Indische gemeenschap hiervoor maar interesse blijft houden. Dan is er in iedergeval een goed begin voor een goede overdracht binnen de eigen groep.

Mocht je dit een interessant onderwerp vinden, volgende keer ga ik dieper in op uiterlijke kenmerken en opportunisme in relatie tot afkomst.

Wil je reageren, dat kan onder dit artikel door op de button ‘Plaats een reactie’ te klikken.

Als de iconen verdwijnen

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
Juni 2017

Met interesse kijk ik naar de prachtige foto’s heb ik binnenkrijg van een vriend die onlangs de Tong Tong Fair heeft bezocht. Op het grote podium, een kleiner podium zou hem niet waardig zijn, zie ik Paatje Phefferkorn staan zoals hij elk jaar doet op deze grootste pasar malam. ‘The living legend’, met deze titel zal iedereen het eens zijn.

Paatjeop het podium

En levend is hij, al wankelt hij soms, dansen doet hij nog als de beste en laat ik het charmeren van de dames, jong en oud, vooral niet vergeten. Een opmerkelijke Indische man (1922, Bandung): Zijn passie voor Pencak Silat, de vaantjes met zijn eigen gemaakte Indo logo bij zijn standje en zijn gedrevenheid om de Indische symbolen van zijn vlag aan iedereen die het maar horen wil, te verkondigen. En wie heeft er geen foto met hem genomen, altijd met zijn jempol omhoog?

De rolmodellen zijn belangrijk
De iconen in de Indische wereld zijn langzamerhand aan het verdwijnen, best een beladen onderwerp dat ik bespreek met de betreffende vriend van de foto’s naar aanleiding van het optreden van Paatje. We beëindigen het gesprek met de conclusie dat deze voorbeelden binnen de Indische gemeenschap erg belangrijk zijn.

Paatje legt uit

De strijd van Sandra
Als donderslag bij heldere hemel volgt die middag het nieuws over het overlijden van Sandra Reemer (1950, Bandung). Ook zij was een icoon, niet alleen bekend als zangeres en presentatrice, maar ook van haar verhalen over haar Indische identiteit waarvan zij zich naar eigen zeggen bewust werd op latere leeftijd. Haar verschijning in het programma ‘Gouden jaren: Indonesië’ van Omroep Max en haar vechtlust voor de Indische backpay kwestie kunnen worden gezien als een bevestiging van haar betrokkenheid bij het Indie waar zij is geboren.

Gemis van de iconen
Het aantal toonaangevende Indische iconen die zich inzetten voor de Indische gemeenschap zijn op een hand te tellen. Zij die in Indië zijn geboren, de geur van de gordel van Smaragd zo goed kennen, zullen over een aantal decennia niet meer van zich laten horen. En dat zal een gemis zijn.

Een goede overdracht
Wie neemt straks het stokje over? Wie is kundig genoeg om zonder authentieke herinneringen aan Indië, verder te gaan waar anderen het zullen moeten laten liggen? Humor is een Indisch gemeengoed, de culinaire keuken ook, maar is dat voldoende om de overdracht naar de volgende generaties die de wortels, al is het inmiddels al ver, in Indië hebben liggen?

Indische strijders
Natuurlijk zijn daar nog Reggie Baay, Griselda Molemans, Alfred Birney en Wieteke van Dort. Stuk voor stuk zelfstandige strijders van hele grote waarde voor de overdracht van de Indische cultuur, ieder op zijn of haar eigen manier. Lieve mensen; Ga vooralhiermee nog even door. Natuurlijk zijn er heel veel onbekende personen die zich met hart en ziel inzetten op het Indische vlak, ook voor deze mensen geldt uiteraard laatst genoemde oproep.

Sandra Reemer Foto Jan Vis

Sandra Reemer Foto: Jan Vis

Met het overlijden van Sandra Reemer, het kroepoekje van wijlen Jos Brink, is een interessante persoon van de Indische gemeenschap verdwenen. Ze had nog zoveel kunnen betekenen. En nu is Sandra Reemer er niet meer. Naar wie gaan we de volgende pasar kijken en luisteren?


Selamat jalan Sandra Reemer

Georges Hilaul: ‘Ik wil impact maken.’

Een bijdrage van Sabina de Rozario

BBS banner

Je eigen goede leventje verruillen om kinderen te helpen in een drukke miljoenenstad als Jakarta. En niet zo maar helpen, zelfs dromen helpen te vervullen. Daarvoor moet je ambitieus zijn en bovendien positief en energiek en o, ja gepassioneerd en vechtlustig. Georges Hilaul (21 mei 1985, Spijkenisse) is zo iemand.

Ooit begon Georges met een klas ‘probleem gevallen’; jongens en meisjes van 10 tot 12 jaar wonend onder een viaduct in Jakarta. Hij gaf hen elke week les en zag al snel hun houding en vaardigheden positief veranderden. Wat kleinschalig begint, is uitgegroeid tot werkzaamheden op verschillende locaties in Jakarta met werknemers en heel veel vrijwilligers.

Georges-Jenny- Tennant Lim Photography

De founders, Jenny en Georges. Foto: Tennant Lim Photography

Met zijn non-profit organisatie, de Inspiration Factory Foundation die hij samen met Jenny Tjoa heeft opgericht, ontwikkelt hij het uitgebreide DreamProgram, waardoor kansarme kinderen weer durven dromen van een betere toekomst. Het programma (geadviseerd door  Unicef Indonesia) richt zich op kinderen van 6 tot 12 jaar, omdat dit de belangrijkste fase is om aan het zelfvertrouwen te werken en de toegang tot een mindset verandering goed mogelijk is.

Georges licht toe: ‘Kinderen jonger dan 6 jaar zijn nog te jong en kinderen boven de 12 hebben al een mindset die soort van ‘fixed’ is.  Gebaseerd op ervaring, is dit een extreem moeilijke doelgroep die lastig is te benaderen.’

De stichting draait al enige jaren succesvol, al gaat dat niet zonder moeite. Geld is met name altijd welkom. Alle beetjes helpen, maar om de doelen te kunnen behalen is veel geld nodig. Hoe komt de stichting aan de middelen om alles te bekostigen?

Georges: ’Alles wordt volledig gefinancieerd door sponsors en partners. De helft van de donaties komt uit Nederland en de andere helft uit Indonesië. Zo is Rabobank Nederland samen met het Indonesische BCA  de grootste sponsor, aangevuld met individuele donaties en fundraise acties van bedrijven. Op dit moment maken 11 locaties en 1000 kinderen deel uit van ons programma. Dit jaar komen er nog 1000 kinderen bij. Het programma kost per kind 70 euro, dus reken maar uit hoeveel we nodig hebben!’

Jembatan-Tiga-Pluit Tennant Lim Photography

Tennant Lim Photography

Van een klasje onder een viaduct naar het leiden van een grote stichting met veel verantwoordelijkheden. Is dit een grote verandering voor je geweest?

‘Het is natuurlijk wel jammer dat het directe contact met de kinderen minder is geworden, omdat dit natuurlijk de eerste reden was om hier wat te doen en naar Indonesië te verhuizen. Als je wilt groeien, moet je delegeren en veel uit handen geven. Samen met mijn stichting partner – en beste vriendin- Jenny, leiden we het team op kantoor, zodat alle locaties draaien met het juiste programma, met genoeg vrijwilligers en volgens onze vereiste standaard. Wij zijn dagelijks bezig met het verder ontwikkelen van het progamma, besprekingen met partners en donateurs en het uitdenken van nieuwe concepten en promotiecampagnes. Jenny en ik bezoeken nog wel de locaties om te kijken hoe alles gaat, dus zien het effect bij de kinderen en dat geeft energie.’

Belajar-Bersama-Sjors-Library-Day Tennant Lim Photography

Tennant Lim Photography

The Inspiration Factory

Tot slot, waar droomt de Inspiration Factory Foundation zelf van in de toekomst?

‘Over een paar maanden starten we met de eerste reeks Inspiration Factories op Bali, waarbij een aantal  street kids shelters en weeshuizen ons DreamProgram , als eerste op Bali, zullen gaan implementeren. Dit is de start van de uitbreiding. Tegen het einde van 2020 willen we Inspiration Factories starten door het hele land, zodat we duizenden kansarme kinderen dichterbij hun dromen kunnen brengen. Niet meer een schattig projectje zijn, maar echt impact maken, levens veranderen en het land vooruit helpen.’

Meer info:
Bekijk de website http://www.inspirationfactory.org voor meer informatie (statistieken, locaties en beeldmateriaal). Daar lees je ook hoe je een donatie kunt geven of als vrijwillger aan de slag kunt.

Beeldmateriaal: Tennant Lim Photography en Facebookpagina van de Inspiration Factory Foundation.

‘Pechtold raakt een open zenuw’

Bijdrage lezer Door blauwe ogen.

Vanaf het moment dat de heer Pechtold de fout maakt door Indonesiërs te zeggen in plaats van Indisch mensen tijdens Pauw & Jinek, ontpoft social media. Een deel van de Indische gemeenschap is woedend vanwege de ‘verspreking’. Ook de mailbox van Door blauwe ogen kreeg het nodige leesvoer hierover toegezonden.

Voor wie de ophef rondom de partijleider van D66 niet begrijpt en zijn verspreking afdoet met ‘tómato, tomáto, wat is het verschil?’, moet onderstaand mailtje maar lezen. Wellicht krijgt het woord Indisch wel een andere lading door dit mailtje toegestuurd door lezer Andy.

Beste Door blauwe ogen,
Wat mij heeft beroerd is het feit dat de pijnlijke Indische geschiedenis inhoudelijk wederom niet juist wordt benoemd, met name door de heer Pechtold.
Indonesiërs zeggen, maar Indische Nederlanders bedoelen; Hij had met zijn ervaring en gezien zijn Indische partijgenoten bterer moeten weten!
Terugkijkend naar de tijd waar de heer Pechtold aan refereerde, dient te worden benadrukt dat wij, de Indische gemeenschap, geen Indonesische immigranten zijn, het beeld wordt misvormd tot in de kern. Wij zijn de slachtoffers van het beleid van de belanda’s van toen en beslissingen van Soekarno. 
Ons mengbloedig zijn (met de Nederlandse nationaliteit) was een criterium om weggezet te worden, verbannen te worden uit Nederlands(!)-Indië. Wij waren niet de pelopors die vanwege de revolutie mengbloedigen bewust verminkt en vermoord hebben. 
Als de heer Pechtold even een minuut de moeite had genomen het woordje “deels” te gebruiken vóór Indonesisch en expliciet de daaraan gerelateerde reden/noodzaak van “immigratie” had benoemd, was hij nu wellicht de held van de Indo’s geweest en zelfs zetels kunnen winnen. Echter, door zijn uitspraak blijkt nu zijn gebrek aan kennis en enig historisch besef.
Zijn masker is gevallen en een officieel excuus blijf achterwege. Hieruit blijkt weer dat hij het wellicht ‘peanuts’ vindt? Wederom selectieve desinteresse, van een persoon die premier voor Alle Nederlanders wilt zijn.
Ik vermoed dat wat ik zojuist heb beschreven, momenteel de beroering in de een deel van de Indische gemeenschap veroorzaakt. Wederom genegeerd en met minachting benaderd.
Dat doet pijn, heel veel pijn… De heer Pechtold raakt een open zenuw.

Met groeten,
Andy

Reggie Baay brengt hidden legacy tot leven tijdens Ubud festival

Een bijdrage van Sabina de Rozario

In oktober van dit jaar is het Ubud Writers and Readers Festival gehouden op Bali. Een uniek evenement voor internationale schrijvers en geïnteresseerden. Ik bezoek het artistieke Ubud om het programma-onderdeel Hidden Legacy van Reggie Baay bij te wonen.

ubud-writers-festival-header

Koloniale geschiedenis
De voormalige kolonie Nederlands-Indië, is in Nederland momenteel een veelbesproken onderwerp. Dit in tegenstelling tot Indonesië waar de koloniale geschiedenis niet of nauwelijks wordt aangeroerd. De redenen: Indonesië laat de bezetting achter zich en brengt de periode van onderdrukking liever niet ter sprake, bovendien zijn er andere issues waar men zich meebezig moet houden. Opvallend is wel het Nationale Archief dat tot de nok toe is gevuld met  archieven van de V.O.C. in het Nederlands, een erfenis die weleens waar wordt bewaard achter gesloten deuren.

Schrijver Reggie Baay begint de avond op het festival met het uitleggen ‘Wat is Indisch (of eigenlijk wat is Euroasian, want de voertaal is Engels)?’ om zo tot de gezamelijke geschiedenis van Indonesië en Nederland uit te leggen: de kolonie en de gevolgen ervan.

foto-wirasatha-darmaja

Reggie Baay tijdens het Writers Festival. Foto: Wirasatha Darmaja

Slavernij in de Oost
Met name het laatste boek van Reggie Baay, Daar werd wat gruwelijks verricht, gaat over slavernij tijdens het koloniale tijdperk. Niet veel mensen weten over slavenij in ‘de Oost’, een reden voor de Indische Baay om hierover te schrijven en te vertellen tijdens het Writers Festival: Het onthullen van de negatieve kant van kolonialisme heeft invloed op de relatie met Nederland en Indonesië, zodat obstakels uit de weg worden geruimd, zo legt de schrijver uit. Aan de andere kant is het van belang voor de identiteit van Nederland. Een land moet haar geschiedenis kennen om te weten wie zij is. Ontkenning creërt een verkeerde identiteit, aldus de schrijver.

Uiteraard zijn er die avond meer onderwerpen aangesneden, maar bovenstaande informatie alleen al is veel om te behappen, zeker voor de aanwezige Nederlanders bij dit event in Indonesië. Belangrijk om toe te voegen is dat het gaat niet over het hebben van een schuldgevoel als Nederlander, maar over de noodzaak om de slavernij te erkennen.

Baays missie
De door het publiek gerespecteerde spreker, ondanks dat de meerderheid hem niet kent in Ubud, drukt aan het eind van avond de mensen nog maar eens op het hart dat het zijn missie is om over deze gezamelijke geschiedenis te vertellen aan alle lagen van de bevolking van Nederland en Indonesië.

Na afloop spreek ik met Reggie. Ik ben niet de enige die dat wil, het is mooi om te zien hoe populair hij is, zelfs buiten Nederland. Ik krijg zijn laatste boek voorzien van een handtekening, terwijl mijn man een foto van mijn voorbeeld en mij maakt. Het is altijd inspirerend om met hem te spreken, ik ben blij dat hij even tijd voor me heeft. Eenmaal thuis ben ik nog vol van wat ik die avond allemaal heb gehoord en besproken met de kenner zelf.

met-reggie-baay-in-ubud-kl

Support en bespreek!
Vol met ideeën met betrekking tot mijn eigen onderzoek naar Indische roots in Indonesië, bedenk ik dat een schrijver het niet alleen kan vertellen. Als alle kanten van het koloniale tijdperk moeten worden besproken, beschreven en laten zien, hoe pijnlijk ook, dan is daar support voor nodig.
Zou het niet mooi zijn als we, en daarmee bedoel ik met name de Indische gemeenschap, de mensen steunen die zich daar hard maken om over de koloniale geschiedenis te schrijven? Kijk, lees en spreek over wat in Indië is gebeurd en erken het verleden. Wees betrokken want, om de titel van Baays boek te gebruiken, ‘daar werd wat gruwelijks verricht.’

Martijn de Jong: Van passie naar missie

 Bijdrage van Sabina de Rozario

Staren naar de wereldkaart, opzoeken waar Indonesië ligt. Als kleine jongen is hij altijd bezig met Indië en Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. Toen wist hij het al: Daar ga ik iets doen later.

De kleine dromer van toen is Martijn de Jong (Deventer, 17 juli 1974), inmiddels een volwassen man met nog steeds veel ideeën en plannen. Ik ontmoet hem bij een warung langs een drukke weg in Bali, hij is in goed gezelschap als ik aanschuif. Als de gerechten op tafel komen, volgt een inspirerend gesprek over zijn carrière in de vechtsport en zijn daaruit voortvloeiende ambitie in Azië.

‘Nare Japanners’
Martijns carrière in Mixed Martial Arts (MMA) neemt midden jaren ’90 een grote sprong als hij een gevecht heeft in Japan. Hij herinnert zich zijn eerste Japanse tegenstander nog goed: ,,De ervaringen van mijn Indische familie in de Japanse kampen maakt dat ik haatgevoelens voor mijn tegenstander heb. In minder dan 4 minuten versla ik hem. In de kleedkamer bedankt de Japanner me nederig voor het gevecht. Ik snap zijn houding niet. Japanners zijn toch nare mensen?”

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Schuldgevoel
,,Een jaar later ben ik voor een langere periode terug in Japan om te trainen. Ik word er goed opgevangen en verzorgd. Een reality check: De oorlog is verleden tijd, deze mensen om me heen zijn andere mensen dan ‘die slechte Japanners’. Meer dan 70 keer heb ik Japan bezocht en heb altijd een schuldgevoel gehad tegenover mijn Indische familie. Ik kreeg kans om Japans te leren, maar heb dat niet direct gedaan. Dat ik eerder Japans zou spreken dan Indonesisch kon ik niet rijmen met de geschiedenis van mijn familie.”

Je bent vaak in Indonesië, vroeger voor vakantie, nu vooral voor zaken. Hoe is het om in Indonesië te zijn?

,,Indischen hebben geen eigen land meer, maar in Indonesië voel ik me thuis. Toch hoor ik er niet helemaal. En dat geldt voor Nederland ook. Kijk, spekkoek is in Nederland Indische cake. In Indonesië noemt men het Nederlandse cake. En zo is het ook een beetje met de Indo. Soms voel ik me als een spekkoek!”

Tatsujin defence system

Martijn in actie op de advertentiefoto van zijn trainingsmethode bij Celebrity Fitness

Positief aanraken
Onlangs heeft Martijn zijn ontwikkelde Tatsujin Training System succesvol geintroduceerd bij een grote sportschoolketen in Indonesië, Maleisië en Singapore. Dit jaar opent hij zijn eigen sportschool in Jakarta en tevens gaat hij van start met een reallife programma op de Indonesische televisie. Een gedreven ex-topsporter die mensen positief wil aanraken waar ook ter wereld.

Waarom wil je juist jouw kennis delen in Indonesië? Zit er een dieper gevoel achter dan alleen succesvol zijn in jouw tak van sport?

,,Ik wil MMA, de snelst groeiende sport in de wereld, groot maken in Indonesië, want ik zie dat daar potentieel is. Met het reallife programma wil ik laten zien dat je door vechtsport zelfverzekerd en zelfs een held kunt worden. Van iets negatief positief maken.”

Teruggeven
,,Door mijn Indische roots en mijn ervaring, die ik overal heb mogen opdoen, wil ik mensen helpen in Indonesië. Mijn passie voor MMA is nu mijn missie geworden. Ik heb het gevoel dat ik iets kan teruggeven.”

 

Meer info over Martijn de Jong: http://www.tatsujindojo.nl

Dichter bij Indië kan niet

Bijdrage van Sabina de Rozario

Naar aanleiding van mijn artikel over Indische jongeren naar Indonesië (lees hier het artikel Als een kind van de kolonie) is er een  vraag bij me opgekomen:

Wat is de motivatie voor Indische nazaten om Indonesië te bezoeken en om welke reden gaat men juist niet naar het land van herkomst?

Het is lastig om met recente cijfers te komen,  want die zijn er niet, maar ik weet dat van de 36 geïnterviewden van het boek Door blauwe ogen (2005), 75 procent niet naar Indonesië was geweest. Dat kan liggen aan de leeftijd van de ondervraagden, de helft ervan was onder de 30 jaar oud.

Op foto met toeristen

Op de foto met toeristen in Sanur

In mijn vriendenkring komt het cijfer veel hoger uit, van de Indische vrienden boven de 30 jaar oud, is slechts een klein deel nog niet naar Indonesië geweest. Ik zeg ‘nog niet’, want veel vrienden hebben wel de intentie om ooit te gaan. De reden dat ze nu nog niet zijn geweest komt door hun financiële situatie, een ticket kost nog steeds een hoop geld, laat staat voor een heel gezin. Het heeft ook met persoonlijke prioriteiten te maken. Men koopt  liever noodzakelijke dingen voor het levensonderhoud, heeft geen tijd of zegt het te ver te vinden.

Loyaal
Er zijn ook Indischen van de derde generatie die niet gaan vanwege de (groot)ouders. Als je bent opgegroeid met het verhaal dat jouw ouders niet goed zijn behandeld door de Indonesiërs in het verleden, dat het niet meer een land is waar je vrij en zonder gevaren kunt rondwandelen en dat je zelfs niet gewenst bent als Nederlander in het huidige Indonesië, dan denk je wel drie keer na voordat je besluit te vertrekken. Jongeren zijn vaak loyaal aan hun ouders en durven of willen vanwege de slechte ervaringen die hun (groot)ouders hebben gehad in Indië meestal niet naar Indonesië.

Shoppen op Bali

Shoppen in Bali met mijn vader (1995)

Waarom naar Indonesië?
Indonesie is een goed vakantieland, want vindt men: het eten is er lekker en goedkoop, het weer warm en de natuur is geweldig. Toch blijft de meest genoemde reden van de derde generatie om Indonesië te bezoeken te willen zien waar hun familie vandaan komt. Al blijkt het soms een hele onderneming om de geboortegrond van de (groot)ouders te bezoeken, die vaak op Java, Sulawesi of Sumatera is. Door de infrastructuur van Indonesië kost het soms veel tijd  om ergens te komen en daarbij weet niet iedereen de locatie van het ouderlijkhuis van de (groot)ouders. Om het makkelijk te houden, reizen de meesten rechtstreeks naar Bali om daar te genieten van alles wat het land te bieden heeft om zo toch de sfeer van het moeder- of vaderland te proeven.

Bij Bromo 1996

Poseren voor de Batok, links nog net Bromo te zien (1996)

Next best thing
Indonesië wordt ook gezien als the next best thing. Indië is niet meer, maar om de geuren en smaken te kunnen ervaren uit de verhalen over vroeger is Indonesië toch de plek waar dit kan. Zo heb ik het zelf ook ervaren. Eenmaal in Indonesië herkende ik de verhalen van Indië: over tjendol, warungs, straatverkopers, mystiek, sawahs en vulkanen. En dat is waar ik naar zocht en heb gevonden in het nieuwe Indonesië. Dichter bij Indië kon ik niet komen.

Geduldige levenswijze

Bijdrage van Sabina de Rozario

Deze week een bijdrage van het blog Indo in Bali (het blog maakt deel uit van het online platform Door Blauwe Ogen). Een archief post van juli 2015 over het geduld dat je moet hebben als je als buitenlander in Indonesie, in dit geval Bali, woont.

Jonge rijst

Indonesiërs verschillen het meest van Westerse mensen als het gaat om geduld. Ik ben mijlenver verwijderd van mijn vrienden als zij mijn ongenoegen, een onenigheid of een probleem beantwoorden met de term sabar. Geduld. Helaas ben ik niet zo geduldig als de Balinezen zijn. Ik wil oplossen, het liefst meteen. Al kan ik wel veel beter de rust bewaren sinds ik hier woon.

Sabar
Ongeduldig zijn en in Bali wonen is geen goede match. Ik zie het hier bijna dagelijks; expats die bijvoorbeeld een meubelzaak binnenstormen en met de handen in de zij hun bestelling opeisen. ,,Het zou vandaag klaar zijn!” Waarop de verkoper slechts zijn schouders ophaalt. Tja, afspraak is hier niet altijd afspraak.

Je kunt dan
alleen maar je
schouders ophalen

Westerse mensen zijn meestal niet geduldig en dat merken ze vaak pas als ze in Azië zijn. Ik heb regelmatig bij de kledingmaker, meubelmaker en raaminzetter gestaan, terwijl het werk tegen de afspraak in nog niet af was. Je kunt dan alleen maar, net als zijzelf doen, je schouders ophalen. Boos worden zorgt er niet voor dat het werk sneller af komt en daarbij wil ik me achteraf niet slecht voelen, omdat ik onaardig ben geweest.

Geduld lost alles op
Op Bali is sabar het antwoord op alle problemen en situaties in het dagelijkse leven. Heb je een probleem met een jonger zusje, dan is het antwoord: sabar met haar, je bent ouder en je moet haar leren hoe met dingen om te gaan. Heb je onenigheid met je ouders dan zegt men dat je sabar moet zijn, ze zijn ten slotte oud dus jij moet het probleem met respect en geduld oplossen. Als je dat niet gewend bent, dat sta je af en toe wel eens met je oren te klapperen van verbazing dat sabar hier voor alles een oplossing lijkt.

Het kleine woordje
betekent
zoveel meer

Waar ik ben achtergekomen is dat sabar meer dan geduld betekent. Het staat niet alleen voor het moment dat je geduld dient op te kunnen brengen, maar omvat een hele boodschap. In het geval van ziek zijn, zegt men sabar en bedoelt men snel beter worden. In het geval met een familieprobleem betekent het geijkte woordje zorg dat je jouw familie met respect behandelt en het probleem zo geruisloos verdwijnt.

Levenswijze
Indonesiërs zeggen veel met weinig woorden. Het is een taal met gevoel, van tussen de regels lezen. Indien ik het advies van vrienden niet in een keer wil accepteren, dan herhalen zij het gewoon nog een keer. Alleen wordt de tweede lettergreep van het woord sabar (normaal sàbàr wordt sàbaar) iets langgerekter en de toon dwingender. Wat in dit geval betekent: Doe niet zo eigenwijs, geduld hebben is de oplossing. Einde gesprek.

Geduldig zijn
is een
filosofische manier
van benaderen

Sabar is geen eigenschap die je je van de ene dag op de andere kunt eigenmaken. Daarbij is het meer. Het is een filosofische manier van benaderen, een levenswijze die je ver zal brengen in het leven. En ik voel dat het zo werkt. Geduld bewaren en rustig nadenken hoe je een probleem aanpakt, geeft uiteindelijk het beste resultaat. Voorlopig oefen ik nog even flink door, met geduld hebben voor mezelf.

Geduldig kijken hoe de zon ondergaat. Je kunt de zon niet sneller laten zakken ook zou je dat willen

Geduldig kijken hoe de zon ondergaat. Je kunt de zon niet sneller laten zakken ook zou je dat willen

Dit is een bijdrage van Sabina. Meer lezen over haar leven in Bali? Klik hier: www.indoinbali.wordpress.com