Interneringskaart

Daarom die vlag

Bijdrage Patrick Wouters

Of zwarte piet racistisch is, heb ik hem nooit kunnen vragen. Wel legt de hele zwarte-piet-discussie in Nederland racistische tendensen bloot en merk je dat er nogal wat Nederlanders zijn die de eigen geschiedenis niet kennen of willen kennen. Of het nu gaat om het slavernijverleden of het koloniale verleden: aanpassen en muil houden lijkt ook anno 2014 het devies. Offline en online.

Daarom zal ik me nooit verontschuldigen als ik ‘weer eens’ schrijf over mijn Indische achtergrond: die verschijnt toch telkens om de hoek, ook als ik er niet mee bezig ben.

 

Deel van interneringskaart van de opa van Patrick

Deel van interneringskaart van de opa van Patrick

De 15e augustus

“Wie is er bij jullie jarig?” In de tien jaar dat ik in dit dorp woon, is deze vraag mij vaak gesteld als ik op 15 augustus de vlag uithang. Voor mij nog steeds dé datum om stil te staan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. Geduldig vertel ik aan de hand van mijn eigen familieverhaal over nut en noodzaak en dan blijkt men altijd zeer geïnteresseerd: “Nooit geweten buur.”

Puzzel

Mijn familiegeschiedenis is een oneindige puzzel. Dankzij het internet is het puzzelen wel stukken eenvoudiger geworden. Nog steeds doe ik nieuwe ontdekkingen en krijg ik verloren gewaande familiefoto’s in de schoot geworpen. Op Indischalbum.nl krijgen ze een plek.

De mooiste ontdekking blijft nog altijd de urn met de as van mijn opa, Schelte Wouters, op ereveld Menteng Pulo (Jakarta), een maand voor mijn tweede rootsreis naar Indonesië. Mijn familie heeft ruim vijftig jaar niet geweten wat er precies met hem was gebeurd in de periode 1942-1944. Met hulp van de Oorlogsgravenstichting, die mij ook aan (nooit aangekomen?) correspondentie met mijn oma hielp, kon ik weer een stukje toevoegen aan de familiegeschiedenis.

Later kwam ik via Moesson in contact met Dick Visker (1916-2013), oprichter van het Indisch familiearchief. Hij bleek de Nederlandse commandant te zijn van het Harimakamp nabij Osaka waar mijn opa was geïnterneerd. Zijn wedervaren en dat van zijn manschappen, heeft hij minutieus vastgelegd in verschillende publicaties, die het NIOD bewaart. Op een winteravond heeft hij mijn vader en ik uit de doeken gedaan wat er precies gebeurde na de capitulatie van het KNIL op 8 maart 1942, tot aan de dood van mijn opa in maart 1944. Ademloos hingen mijn vader en ik aan zijn lippen. Tijdens de Harimareünie in Bronbeek, die daarop volgde, maakten wij kennis met kampgenoten van mijn opa en hun nazaten. Een bijzonder mooie ervaring.

Interneringskaart

Vorig jaar (nog voor zijn plotselinge overlijden) heb ik mijn vader de Japanse interneringskaart van zijn vader kunnen laten zien. Het fascineerde hem hoe gedetailleerd de informatie was (en matchte met de informatie die we al hadden).

nt3

Ik bezat al het Nieuwe Testament met aantekeningen, dat mijn opa bij zich droeg die dagen. Het enige bezit dat de familie via het Rode Kruis terugkreeg. De interneringskaart is een mooie aanvulling erop. Samen met een handvol foto’s en verhalen uit de overlevering, vormen zij onze familiegeschiedenis.

En zo geef ik dat ook door: een kleine familiegeschiedenis tegen het decor van de grote geschiedenis van Nederlands-Indië. Mijn manier om kennisoverdracht, herinnering en herdenken te combineren.

 

Daarom die vlag is een bijdrage van Patrick Wouters

Verder lezen:
Een Indisch graf in het land achter de horizon (Link: http://senangproducties.wordpress.com/2014/08/06/een-indisch-graf-in-het-land-achter-de-horizon/ )

http://www.indischalbum.nl

 

 

Advertenties

Hoe ga jij om met vroeger?

Tussen twee generaties

Sabina, derde generatie Indo, schrijft in een email aan Evert, tweede generatie, over hoe zij zich voelde toen zij de interneringskaart van haar opa voor zich zag. Ze vraagt Evert hoe hij omgaat met het oorlogsverleden. Deze email is de verkorte versie van het artikel De sporen van opa, eerder gepubliceerd op dit platform en Javapost.nl.

Bovenkant interneringskaart

Deel van interneringskaart van mijn opa

Beste Evert,

Voor een artikel voor Javapost en het platform ben ik opzoek gegaan naar de interneringskaart van mijn opa. Op de kaart is bijgehouden waar hij tijdens de Tweede Wereld Oorlog is geinterneerd geweest. Ik wil je vertellen over de bijzondere ontdekking die ik deed.

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Doordat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.

Cornelis de Rozario, jaartal onbekend

Cornelis de Rozario, jaartal onbekend

Leed op papier

Via de site Gahetna.nl zocht ik de interneringskaart van mijn opa op. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier.

Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen. Ik werd er onrustig van. Het vertalen van de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin vertaalde de tekst voor me. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki. Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nogmaals of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.

De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, eerst werken aan de Birmaspoorlijn en daarna naar Japan. Veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me.

Het gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krijgsgevangenen via de Filipijnen naar het land van afkomst.

Opa Cor de Rozario, linksonder

Opa Cor de Rozario, linksonder

Leeftijdsgenoten

In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is.

Evert, heb je ook de interneringskaart van jouw vader ooit opgezocht? Of weet je de exacte verblijfplaats van hem tijdens de oorlog? Heb het nog weleens over ’42-’45? Wat ik graag wil weten, wat ervaar jij bij het zien van zijn interneringskaart?

Hopelijk mail je me snel terug,

Sabina

De sporen van opa

bovenkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Mijn oma zelf heeft in een interneringskamp gezeten samen met haar zus en diens kinderen. Toen haar zus ziek werd, zorgde mijn oma voor het kroost, zelf had zij nog geen kinderen. Omdat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Zo denken mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt, waarvan ik als derde generatie Indische er een van ben. De oorlog voelt voor buitenstaanders als een film waarin erge dingen gebeuren, maar echt vreselijke wreedheden niet voorkomen, want dat zou te erg zijn. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.

C.W. de Rozario

Interneringskaart
Ongeveer een week geleden ben ik begonnen met het lezen van de site Javapost.nl. De verhalen over de Tweede Wereld Oorlog grepen me enorm aan, ik kon gewoon niet stoppen met lezen. Dagen achtereen nam ik alle artikelen uit het archief dat in 2010 begon, gretig tot me. Een artikel over het Nationaal Archief vertelde me dat interneringskaarten digitaal zijn op te zoeken via de site gahetna.nl. Twee jaar lang hebben ze over dit klusje gedaan, waardoor nu meer dan 28.700 kaarten in de database zijn op te zoeken.

Met een klik op de link zat ik op de zoekfunctie van de site waar de gevens van Marine en KNIL-ers zorgvuldig zijn vereeuwigd. Ik bedacht me dat mijn opa geen KNIL-er was, hij werkte immers bij de KPM en zou hij niet zijn te vinden in dit systeem. Toch maar eens proberen, nieuwsgierig als ik ben. Na het intikken van de familienaam verschenen er prompt drie zoekresultaten. Mijn hart ging voelbaar sneller kloppen en ik klikte op de weergegeven naam van mijn opa met zijn geboortedatum.

Stap naar het verleden
Ik nam een slok van mijn koffie en voordat ik mijn kopje kon neergezetten, verscheen de interneringskaart van mijn opa al op mijn scherm. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier. De kaarten zijn altijd opvraagbaar geweest bij het Nationaal Archief, zo las ik op de website. Gelukkig is door internet de stap naar het verleden makkelijk gemaakt, anders had ik misschien nooit dit document opgevraagd.

Voorkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn ‘ontdekking’ verstuurde ik dezelfde dag per mail aan mijn vader en vroeg hem meteen waarom opa in dit bestand stond. Opa maakte na mijn weten geen deel uit van het KNIL, de aanwezigheid in dit bestand verwarde me. Mijn vader antwoordde per omgaande dat opa voor en tijdens de oorlog wel degelijk als militair heeft gediend. Hij voegde er aan toe dat opa ook in kampen in Japan en Manilla heeft verbleven. Ook nog in Manilla in de Filipijnen? Ik begon te begrijpen dat de Japanners aardig hebben ‘gezeuld’ met hun krijgsgevangenen.

Eerder huwelijk?
De scan van de interneringskaart liet zien dat mijn opa is opgepakt in zijn woonplaats Makassar, Celebes. Als correspondentieadres stond de naam van een vrouw genoteerd die ik niet kon plaatsen. Ik schrok eigenlijk bij het lezen ervan, want zo ver ik wist, was mijn opa ongehuwd tijdens de oorlog. Zou de naam zijn eerste vrouw vertegenwoordigen? Zo ja, had hij hier dan ook kinderen bij? Het verhaal dat mijn oma mij jaren geleden had verteld, begon voor mijn gevoel nu te rammelen. En dat allemaal na een eenvoudige zoektocht naar een document op internet. Mijn vader hielp mij gelukkig snel uit de brand over de vrouwelijke naam, het bleek de zus van opa. Eerlijk gezegd was ik hier blij om, er was geen sprake van een eerder huwelijk en mogelijke nakomelingen hieruit. Mijn vragen naar aanleiding van de genoemde vrouw kon ik wegstrepen.

Ontcijferen
Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen, ik werd er onrustig van. Het vertalen van de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin kon de tekst vertalen, al had ze moeite met sommige verouderde tekens die erop stonden. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki.

Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nog of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.
Onder het kopje Beroep stond manager en dat klopte niet met wat ik eerder van mijn vader had gehoord. Mijn opa was dus geen KNIL-er voor het uitbreken van de oorlog volgens dit document. De datum van gevangenneming stond genoteerd 3 maart 1942. Mijn vader had onlangs gezegd dat zijn vader in 1940 al ter werk zou zijn gesteld aan de Birma Spoorlijn. Ik wist uit de geschiedenisboeken dat de bezetting pas in 1942 in Indie was. Daarbij leerde een snelle online ‘search’ dat de bouw van de Birma spoorlijn in dat zelfde jaar is begonnen en niet eerder. Wat betreft het jaar 1940 liep ik vast. Ik ging opzoek naar een lijst van gevangenen in Thailand.

Fukuoka 2
De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Achter de notitie stond na een spatie het getal 17, wat kon duiden op een eenheid binnen dit kamp of wellicht een later transfer naar kamp 17? Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me. Ook verkondigde een site dat ‘slechts’ 10 procent van de gevangenen niet meer levend terugkeerden naar het land van herkomst. De overledenen, meestal door ziekte en honger, werden na de crematie bij een boedistische tempel bewaard.

Mijn gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krjigsgevangenen via de Filipijnen naar het land van afkomst. Helaas brak niet de tijd aan om bij te komen. De mannen moesten de wapens weer oppakken, want de voormalige kolonie was nog lang niet veilig.

Weinig interesse
In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Voor de generatie die de tweede wereldoorlog niet heeft meegemaakt zijn de verhalen slechts verhalen. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is. Tuurlijk, het is allemaal al lang geleden, maar de invloed van de oorlog zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Dat je dat als derde generatie ongemerkt voorbij kan laten gaan, kan ik me niet indenken.

Of mijn opa ook is opgeroepen tijdens de politionele acties, heb ik nog niet kunnen achterhalen. Na 1945 is hij met mijn oma getrouwd en zijn zij weer in Makassar gaan wonen. Op dat moment waren de zuiveringsacties van Westerling volop in gang op Sulawesi. In maart 1947, net voor het begin van de eerste officiele politionele actie onder leiding van de inmiddels omstreden Westerling, kwam mijn vader ter wereld.

(Dit artikel is eerder op 17 januari 2014 gepubliceerd op Javapost.nl)