Java

Kerkhof Tanah Abang: een begraafplaats zonder graven

Overzicht begraafplaats kl
Bijdrage van Sabina de Rozario
Maart 2018

Zoeken naar familie
De reden van mijn bezoek aan de oude begraafplaats Tanah Abang in Jakarta is het vinden van de grafstenen van mijn familie De Rozario. Ik weet sowieso van het bestaan van één grafsteen van een ver familielid aanwezig op deze bijzonder plek. Hopelijk kan ik meer graven van familieleden ontdekken.

Grafsteen bij de boom kl

Ter voorbereiding op mijn bezoek lees ik dat slechts 1302 van de 4000 grafstenen zijn behouden. Het complex waar sinds 1795 duizenden Europeanen zijn begraven heeft  in 1977 een grondige renovatie ondergaan. De gouveneur van Jakarta heeft eind jaren ‘70 ruiming kunnen voorkomen en doopte Tanah Abang om tot Museum Taman Prasasti.

Engel broken wing kl

Op Youtube vind ik sensationele filmpjes  over mysterieuze tekens op de grafstenen, bijzondere beelden van engelen en een oblisk. Tahan Abang lijkt me geen doorsnee begraafplaats, ik ben benieuwd wat ik er ga aantreffen.

Gebroken engelen
Het is nog ochtend en, hoe kan het ook anders, al erg warm als ik door de toegangspoort loop van de oude begraafplaats waar vooral inwoners van Europese afkomst liggen begraven. In de schaduw van de bomen zie ik graftombes en grafstenen, staand of liggend, en beelden van engelen met gebroken vleugels. Er heerst een serene rust, in tegenstelling tot wat er zich buiten de muren van dit museum afspeelt. Het is er netjes onderhouden, in een hoek zijn bouwvakkers in de weer met stenen en gereedschap.

Slechts stenen
Hoe de begraafplaats er nu bij ligt, is niet de originele setting, vertelt de museumgids. Het museum is een verzameling van grafstenen. Meerdere religies vertegenwoordigd, terwijl het kerkhof toebehoorde aan de Hervormde Kerk. Alle stoffelijke overschotten zijn tussen 1950 en 1970 herplaatst of geruimd. Wat ik hier zie, zijn dus slechts willekeurig geplaatste grafstenen en tombes. Op dit kerkhof is geen enkel graf aanwezig.

Gids mas Yudi neemt me mee langs de graven van de eerste vrouw van Raffles, een aantal hooggeplaatste militairen en dat van de heldhaftige Pieter Erberveld. Erberveld heeft geen graf, maar een heus monument met daar bovenop zijn hoofd op een spies. De vermoorde Euraziaat is lang geleden gevierendeeld en onthoofd door de VOC-autoriteiten, omdat hij een opstand zou hebben beraamd. Zijn geconserveerde hoofd-op-spies diende om rebellen af te schrikken, al is het schedel op dit monument is niet authentiek.

Hoofd op spies kl

Mas Yudi benadrukt maar al te graag de mysterieuze tekens en de obelisk die ik ook op Youtube had gezien. Lopend langs de graven met malteserkruizen, Davidsterren (één ster is tijdens de renovatie per ongeluk een slag gedraaid), slangen en een schedel met twee gekruisde botten, strooit hij terloops met termen als ‘Illuminati’, ‘Judaism’ en de ‘Holy Grail’. Vervolgens houdt hij zijn mond en kijkt me aan met een blik van ‘Nou, dan weet je het wel’.

Justinian de Rozario tekst naam kl

Ik laat de eigenaardige tekens voor wat ze zijn en begin met het zoeken naar mijn familienaam. Al snel zie ik de eerste De Rozario op een graftombe staan.

Meer familieleden
Op de zuil prijkt de naam van voorouder Justinian Joseph George, geboren 20 augustus 1857 te Malacca. De steen van Fertuliano George (geboren 1847  te Malacca, gestorven op 64 jarige leeftijd in 1912 te Batavia), de opa van mijn opa, is een tijdje geleden gebroken en wordt momenteel gerepareerd, aldus Mas Yudi. Het graf van de zoon van Fertuliano staat naast die van zijn broer Justinian: Antonio Cerilo de Rozario, geboren op 28 mei 1874.

Administratieboek kl

Fertuliano George de Rozario (derde naam van onder) staat genoteerd in de administratie, de steen is momenteel in reparatie.

In totaal heb ik drie gedenkplaten van mijn familie gevonden. Dat wil zeggen, 2 in het echt en 1 in ‘het boek’, de administratie van het museum. Deze voorvaders (van Portugese afkomst) uit Malacca hebben gezorgd dat familie De Rozario zich uiteindelijk in Indië heeft gevestigd.

Populair voor fotoshoots
Het ‘spookachtige’ imago van de begraafplaats heeft het museum van zich weten af te schudden door een naam te kiezen (Prasasti betekent opschrift of inscriptie) die niet doet denken aan de dood, begrafenis of geesten. De stenen buitenmuur is grotendeels vervangen door een hekwerk om de toegankelijkheid te bevorderen.

Al komen nog steeds niet veel bezoekers voor de grafstenen zelf, geeft Mas Yudi toe. Museum Taman Prasasti is vooral populair voor het schieten van bruidsreportages en muziekvideo’s vanwege de Europese sfeer die het uitstraalt.

Stukje Nederlands-Indië
Het openluchtmuseum ligt er mooi bij en het is absoluut een bezoekje waard. Eigenlijk is het een stukje behouden Nederlands-Indië. Ben je geïnteresseerd in jouw Indische roots, dan is het een must om hier de sfeer van vervlogen tijden te komen proeven. En wie weet, vind je er wel een familielid.

Jezus wakend over graven kl

Museum Taman Prasasti
Jalan Tanah Abang I No. 1 Jakarta Pusat
Dinsdag – zondag 09.00-15.00
Maandag en Nationale feestdagen gesloten
Entree: 5000 Rupiah

Advertenties

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Het land van afkomst

Een bijdrage van Patrick Wouters

Het is leuk om een reisverslag te ontvangen in de mailbox van Door Blauwe Ogen. Het is afkomstig van Patrick Wouters, mede-auteur van Platform Door Blauwe Ogen. Hij is net terug uit Suriname en inmiddels verknocht aan het land. De manier hoe hij het heeft beleefd vind ik (Sabina) zó leuk, dat ik het hier wil delen.

“En?”
Familie, vrienden en collega’s gebruiken niet veel woorden als ze informeren hoe ik het heb gehad in Suriname deze zomer, Sabina. Ik ben net terug en kan je vertellen: deze reis is er eentje voor in de boeken. In één woord: ge-wel-dig. Heb me zeer thuis gevoeld in Suriname. En de associatie met Indonesië is gauw gemaakt. Qua beleving identiek. I love SU.

Binnenlanden van Suriname: Menimi. © Patrick Wouters

Binnenlanden van Suriname: Menimi.
© Patrick Wouters

Ik ging vrij onbevangen en onbevooroordeeld op reis. Ik ken de geschiedenis, de meningen- en standpunten (de hardnekkigheid én de vastberadenheid daarvan ook). Sprak er met veel mensen en hoe je het wendt of keert, allen spraken heel liefdevol over het land dat momenteel de zoveelste crisis kent. Als buitenstaander zie ik veel kansen om dromen te realiseren. Wie weet… .

De binnenlanden van Suriname waar ik met reisgezel Scott was, deden me ontzettend aan Sumatra denken. De overweldigende mooie natuur hebben beide landen gemeen. In de jungle begroet worden met “Goedemiddag meneer”, blijft natuurlijk bijzonder. Als je mijn foto’s ziet, dan snap je wat ik bedoel met: de tijd staat stil.

ilovesu

Rootsreis
De Indonesische ambassade in Paramaribo organiseert in oktober 2016 een familytrip voor Javanen naar het land van hun voorouders.
“Met deze tour willen we de connectie maken, verhalen van de ouderen tot leven brengen en het persoonlijke familiegevoel geven met het land van afkomst”, aldus ambassadeur Dominicus Supratikto van Indonesië in gesprek met Charles Chang van De Ware Tijd. De focus van de reis ligt op Centraal-, Midden- en Oost-Java. Veel Javaanse immigranten kwamen 126 jaar geleden van Centraal-Java naar Suriname. Ze stapten op de boot in de haven van Semarang, maar ook in die van Surabaya.

Van Blommesteinmeer (stuwmeer, district Brokopondo). © Patrick Wouters

Van Blommesteinmeer (stuwmeer, district Brokopondo).
© Patrick Wouters

“Hoewel het geen zoektocht wordt naar verloren families, kan een trip naar het land van de voorouders een idee geven van hoe de mensen hebben geleefd”, schrijft Chang. Natuurlijk ontbreken de highlights van Java (en Bali) niet tijdens deze trip. Er is zeker belangstelling voor deze reis lees ik in De Ware Tijd. Ben benieuwd of mensen daadwerkelijk deze rootsreis gaan boeken. Naar verluidt is er veel belangstelling voor.

De moskee en synagoge gebroederlijk naast elkaar in Paramaribo

De moskee en synagoge gebroederlijk naast elkaar in Paramaribo

Wat Suriname aangaat: het toerisme kan zeker een impuls gebruiken. Zou me daarin best wel willen vastbijten.
Mocht je interesse hebben: Suriname, Reisgids Buitenkansjes, beschrijft de mooiste bestemmingen in Suriname in reportagevorm. Een geweldige gids qua toon en inhoud. Oh ja, last but not least Sabina: het eten. Je zult niet teleurgesteld raken. Goede warungs en restaurants in overvloed. En ook eerlijke en verantwoordelijke producten raken er steeds meer in zwang. Ik kom zeker terug.

 

Verder lezen over Suriname:

Dit is een bijdrage van Patrick Wouters©

Verfraaien van het verleden

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Portret van de Javaanse prinses Raden Ajeng Kartini, eigendom van Tropenmuseum

Naar aanleiding van mijn eerste artikel voor het blog Java Post (17 januari) over de interneringskaart van mijn opa, heb ik een aantal verzoeken gekregen. Vier vrienden vroegen of ik de interneringskaart van hun opa wilde laten vertalen. Zo gezegd, zo gedaan. Opmerkelijk was dat de informatie van twee van de vijf kaarten (inclusief die van ‘mij’) niet strookt met het verhaal zoals dat is verteld. In mijn artikel is te lezen dat mijn opa volgens de Japanse administratie helemaal niet in Thailand is geweest, terwijl ik toch altijd heb gedacht dat hij aan de Birma Spoorlijn heeft gewerkt. En de opa van de geïnteresseerde vriend vernam uit de vertaling dat zijn opa wel is geïnterneerd geweest, terwijl hij dacht dat opa wegens uitzonderlijke redenen buiten het kamp had verbleven. De overgeleverde verhalen kunnen soms anders zijn dan de feiten op papier. Wat klopt en wat klopt niet aan het verleden? Documentatie versus opwaardering van de feiten?

Het is een logische aanname dat familiegeschiedenis die van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven, verandert door de jaren heen. Door het afnemen van het geheugen, verwarring onder familieleden en het ontbreken van documentatie kunnen verhalen die uiteindelijk de jongste generatie bereiken, anders zijn dan de werkelijkheid. Per ongeluk anders of opzettelijk gekleurd?

Javaanse prinses

Vriend V. belde me onlangs met de vraag of ik hem kon helpen met het compleet maken van zijn stamboom. De grote onbekende is zijn oma, zij is de moeder van zijn vader en tweede vrouw van zijn opa. Volgens de verhalen die hem zijn verteld, is zijn oma een Javaanse prinses. Zijn hele stamboom is uitgewerkt, maar over deze mysterieuze prinses is niets te vinden. En dat is precies waar mijn eigen vader ook op stuitte toen hij zijn familiestamboom naging. Over zijn oma, een Javaanse vrouw (nee, geen prinses) met slechts een voornaam, is niets te vinden. In 2011 heeft hij haar graf en mogelijke nakomelingen gezocht in Jakarta en Bogor (haar woonplaats tot 1958), maar keerde zonder succes terug naar huis. Ik vermoed dat de oma van vriend V. niet van adel is, maar ‘slechts’ een Javaanse vrouw, net als vele andere oma’s en moeders.

Ik heb het vaak meegemaakt; de situatie waarin de werkelijkheid op het ongeloofwaardige af wordt verfraaid’. Je hoeft maar een paar gesprekken met Indischen te voeren en je krijgt minstens een keer te horen dat ze van adel zijn. Een heuse prinses is generaties terug in de familie gekomen. Als ik surf op internet, lees ik binnen vijf minuten dat het fenomeen Javaanse prinses vaak een mythe is. De zoektocht van vriend V. naar zijn oma is nog niet afgerond en het zou zo maar kunnen dat zij een echte Javaanse prinses is. Want het verweven van Indonesische adel in Indische of Hollandse families is niet uniek. Een Javaanse vorst had naast een of twee officiële vrouwen ook veel bijvrouwen en daardoor vele prinselijke nakomelingen. De uitkomst van het onderzoek, prinses of niet, hoop ik in een volgend verhaal te vervolgen.

Gebrek aan eigenwaarde

Een leugentje om bestwil, is zo gemaakt. Een inlandse slavin, ook wel bekend als njai, die na het verwekken van de kinderen bij haar man, voorgoed wordt teruggestuurd naar de kampong, is ook geen mooi verhaal om de nazaten te vertellen. Dat opa zijn Javaanse schone, aan het hof van de sultan heeft ontmoet, is wél een goed verhaal. Deze opwaardering van het verleden is een raar, maar voorkomend verschijnsel. Is het door gebrek aan eigenwaarde dat men het verleden graag mooier maakt dan die in werkelijkheid is?

Verzaakt

Het belang van het doorgeven van de juiste informatie is, overbodig om te melden, erg belangrijk. Met het verdwijnen van de eerste generatie Indischen, gaat een schat aan informatie verloren. Ik zet me in om de geschiedenis te onderzoeken waar nodig, zoals in het geval van mijn opa tijdens WOII. Als ik onze familiestamboom bekijk, is onze tak onvolledig ingevuld. De naam van de ‘inlandse’ vrouw Kanie is inmiddels toegevoegd. Mijn vader is al jaren opzoek naar familieleden in Nederland en Indonesië om de familiegegevens volledig te krijgen. Mocht hij ermee stoppen, dan zal ik het stokje overnemen. Uit plichtsbesef tegenover van mijn voorouders.

Ook het schrijven over de Indische cultuur gezien door de ogen van een Indo van de derde generatie doe ik omdat ‘het moet’. Niets moet natuurlijk, maar wanneer ik Indische generatiegenoten hoor spreken over kippensoep in plaats van soto, alles wat Indonesisch is, Indisch noemen of anders om en dat ‘de Nederlanders tijdens de Bersiap-periode de Japanners hebben verjaagd’, dan weet ik dat er nog genoeg werk aan de winkel is. Veel (voor)ouders hebben verzaakt om de Indische geschiedenis door te geven aan de jongeren. Ik mag mensen hiervoor geen verwijt maken, want ieder heeft hiervoor zijn of haar eigen gegronde redenen. Dat mensen hebben gezwegen, geeft mij juist enorme motivatie om te schrijven over de Indische cultuur, de geschiedenis en de toekomst. Wederom uit verantwoordelijkheidsgevoel voor de Indische ouderen, maar ook voor de nieuwe vierde generatie.

 

Dit verhaal, geschreven door S. de Rozario,  is op 3 februari 2014 geplaatst op Javapost.nl, hét online magazine over de geschiedenis van Nederlands-Indië.

Nederland redt Jakarta van zinken

Jakarta historisch museum

De echte titel van het artikel in de Jakarta Post is net iets anders, maar het is wel waar het op neer komt. Jakarta zinkt en Nederland gaat proberen dit te voorkomen. De Jakarta Post bericht op zaterdag 29 maart: ‘Een Nederlandse delegatie bezoekt Jakarta van 30 maart tot en met 4 april om concrete water- en havenprojecten te bespreken.’

‘De delegatie, aangevoerd door Minster Schultz van Haegen, bespreekt binnenkort met Indonesische ambtenaren een ‘master plan’ om de steden Jakarta en Surabaya  te beschermen tegen het water en kustontwikkeling mogelijk te maken.

‘Jakarta zinkt tussen de 4 en 10 centimeter per jaar. Ook brengt verstedelijking de drinkwatervoorziening in gevaar,’ verduidelijkt de krant.

De stad waar veel Indischen zijn geboren zal dus niet ‘van de kaart verdwijnen’, is de voorspelling.

Cafe Batavia in Jakarta

Cafe Batavia in Jakarta

Sommige Indischen die terugkeren naar de plek waar ooit hun wieg stond, herkennen er nog weinig. Er is teveel veranderd zeggen ze en dat is natuurlijk ook  niet zo gek. Jakarta is in de loop der jaren ontwikkeld tot een wereldstad met 29 miljoen inwoners.

De Kota, het oude gedeelte van de hoofdstad, ook wel oud Jakarta of oud Batavia genoemd, ademt hier en daar de oude sfeer van toen uit. Een aantal oude statige pakhuizen doet nog dienst als opslagruimte, maar verkeren in zwaar verwaarloosde staat. Het voorgenomen plan om het oude verloederde deel nieuw leven in te blazen en het wellicht tot een kunstcentrum om te toveren, is nog niet gestart.

Het voormalige economische hart van Nederlands-Indie is een redelijk interessante trekpleister. Met de taxi is het (buiten de spitsuren) aangenaam toeren door het oud Batavia. Het centraal gelegen Fatahillah plein is eigenlijke de enige rustige plek om te wandelen. In het oude stadhuisgebouw is het Jakarta historisch museum, ook wel Fatahillah museum genaamd, gevestigd. Ook huist aan het plein Cafe Batavia, een restaurant ingericht volgens koloniale stijl, die de bezoeker terugbrengt naar vervlogen tijden.

Lees hier het complete artikel van de Jakarta Post