Koloniaal

Recensie: Daar werd wat groots verricht

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Familiefoto Jacobus van Vleuten

Jacobus Hendrik Adolf van Vleuten (1882-1942), alias oom Henk met zijn gezin. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek heeft dezelfde titel als het theaterstuk, waarmee Diederik van Vleuten (Den Haag 1961) enkele jaren geleden volle zalen trok en lovende kritieken kreeg. Het theaterstuk zowel als het boek zijn gebaseerd op het Indische familiearchief dat de schrijver van zijn vader in zeven dozen overhandigd kreeg. Die dozen zaten vol met brieven, documenten, dagboeken, aantekeningen en fotoalbums waarin de oudoom van de schrijver de familiegeschiedenis van drie generaties van Vleutens in het voormalig Nederlands-Indië had verzameld.

Jan en Aukje

Jan en Aukje in de tuin van Kataboemi. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek verschijnt in een periode dat in Nederland politieke groeperingen de kop op steken die de eis stellen dat alles wat doet denken aan de koloniale geschiedenis en die periode verheerlijkt, geëlimineerd dient te worden. Bij deze groepen zal de titel Daar werd wat groots verricht natuurlijk verkeerd vallen, dat is immers een tekst die aan Jan Pietersz. Coen is ontleend. Maar ik verwacht niet dat er onder die groeperingen veel lezers van dit boek zullen zijn. Het is een verademing dat de schrijver juist in deze tijd zich niet laat weerhouden om de koloniale terminologie die zijn oudoom Jan hanteert, ongekuist over te nemen. Daardoor wint het verhaal van oudoom Jan aan authenticiteit en is de herkenbaarheid des te groter.

De familiegeschiedenis van drie generaties die ‘in de Oost’ hebben gewoond, gewerkt en geleefd geeft aan de lezers een prachtig inzicht in de koloniale geschiedenis tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis in twintigste eeuw. En voor mensen die het voormalig Nederlands-Indië nog gekend hebben is deze geschiedenis een feest van herkenning en nostalgie.

Oudoom Jan is een scherp observator en gevoelig mens die in zijn dagboeken verslag doet over zijn onbezorgde en gelukkige kinderjaren op Java waar zijn vader een suikerfabriek heeft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brengt hij zijn studietijd in patria door om vervolgens aan een landbouwschool in Zuid-Afrika te gaan studeren. In 1930 keert Jan terug naar zijn geliefde Indië, waar hij als planter werkt en vervolgens opklimt tot administrateur op verschillende thee-en rubberondernemingen. Hij ontmoet Aukje en trouwt met haar. Dan komt helaas de grote ommekeer in zijn leven. In maart 1942 wordt de kolonie bezet door de Japanners en Jan en zijn vrouw belandden in verschillende kampen.

Patrouille tijdens politionele acties

Patrouille tijdens politionele acties. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

De bezettingsperiode blijkt de opmaat te vormen voor de teloorgang van de kolonie. Twee dagen na de Japanse capitulatie proclameren Soekarno en Hatta de republiek en daarmee neemt de strijd tegen de Indonesische vrijheidsstrijders een aanvang. Jan neemt deel aan de politionele acties. De verdere loop van de geschiedenis is bekend. Nederland draagt op 27 december 1949 de soevereiniteit over aan de Republik Indonesia. Evenals zo vele anderen keert Jan gedesillusioneerd terug naar Nederland.

De loop van deze geschiedenis heeft consequenties voor Jan, na de dood van zijn vrouw wordt bij hem een kampsyndroom gediagnostiseerd. Bij wijze van therapie besluit hij zijn herinneringen op papier te zetten. Deze memoires vertellen de geschiedenis van kolonie Nederlands-Indië, maar dan door de ogen van een totok, een blanke Nederlander.

Het directiepaviljoen

Het directiepaviljoen van Sindoe Agung, hier hoorden Jan en Aukje het nieuws van de Duitse inval in Nederland. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Die geschiedenis loopt natuurlijk niet helemaal synchroon met de geschiedenis en het leven van de Indische Nederlander, de Indo, in de voormalige kolonie. Toch blijft het verhaal ook voor velen van hen herkenbaar. Niet alleen door de nostalgie en de sfeer van tempo doeloe, maar ook door het superioriteitsgevoel van de totok en het racisme en de klassenverschillen. Was er dan in Indië geen sprake van een colourbar, er was zeker een shadebar.

Vele Indo’s kennen het leven op de ondernemingen en zoals al opgemerkt de dagboeken van oom Jan zijn vrij gedetailleerd en Diederik van Vleuten is een geboren verteller. De beschrijving van het dagelijks leven en de tropische natuur roepen beelden vol herinnering op. Hij weet in het verhaal een sfeer op te roepen die bij de lezer en zeker bij de lezer die het leven in Indië hebben gekend, warme gevoelens van herkenning, herinneringen en herbelevingen oproepen.

Het boek is prachtig uitgevoerd en voorzien van vele foto’s uit de familiealbums. Deze publicatie is in alle opzichten een lust voor het oog en alleszins de moeite meer dan waard.

Cover  Diederik van Vleuten

Cover Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Copyright tekst: Door blauwe ogen. Copyright beeld: Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren.

Advertenties

Nederland redt Jakarta van zinken

Jakarta historisch museum

De echte titel van het artikel in de Jakarta Post is net iets anders, maar het is wel waar het op neer komt. Jakarta zinkt en Nederland gaat proberen dit te voorkomen. De Jakarta Post bericht op zaterdag 29 maart: ‘Een Nederlandse delegatie bezoekt Jakarta van 30 maart tot en met 4 april om concrete water- en havenprojecten te bespreken.’

‘De delegatie, aangevoerd door Minster Schultz van Haegen, bespreekt binnenkort met Indonesische ambtenaren een ‘master plan’ om de steden Jakarta en Surabaya  te beschermen tegen het water en kustontwikkeling mogelijk te maken.

‘Jakarta zinkt tussen de 4 en 10 centimeter per jaar. Ook brengt verstedelijking de drinkwatervoorziening in gevaar,’ verduidelijkt de krant.

De stad waar veel Indischen zijn geboren zal dus niet ‘van de kaart verdwijnen’, is de voorspelling.

Cafe Batavia in Jakarta

Cafe Batavia in Jakarta

Sommige Indischen die terugkeren naar de plek waar ooit hun wieg stond, herkennen er nog weinig. Er is teveel veranderd zeggen ze en dat is natuurlijk ook  niet zo gek. Jakarta is in de loop der jaren ontwikkeld tot een wereldstad met 29 miljoen inwoners.

De Kota, het oude gedeelte van de hoofdstad, ook wel oud Jakarta of oud Batavia genoemd, ademt hier en daar de oude sfeer van toen uit. Een aantal oude statige pakhuizen doet nog dienst als opslagruimte, maar verkeren in zwaar verwaarloosde staat. Het voorgenomen plan om het oude verloederde deel nieuw leven in te blazen en het wellicht tot een kunstcentrum om te toveren, is nog niet gestart.

Het voormalige economische hart van Nederlands-Indie is een redelijk interessante trekpleister. Met de taxi is het (buiten de spitsuren) aangenaam toeren door het oud Batavia. Het centraal gelegen Fatahillah plein is eigenlijke de enige rustige plek om te wandelen. In het oude stadhuisgebouw is het Jakarta historisch museum, ook wel Fatahillah museum genaamd, gevestigd. Ook huist aan het plein Cafe Batavia, een restaurant ingericht volgens koloniale stijl, die de bezoeker terugbrengt naar vervlogen tijden.

Lees hier het complete artikel van de Jakarta Post