Makassar

Pulang kampung

De geboortegrond is voor Indonesiërs de belangrijkste plek die er is. Je bent er geboren, getogen en je gaat er ook weer dood. Al is dit laatste een beetje sentimenteel, maar zo voelen velen het wel. Mocht je door omstandigheden niet meer in het ouderlijk huis wonen, vanwege werk, ruimtegebrek of zelfs ruzie met de familie, dan is het tijdelijk terugkeren nog altijd een belangrijke gebeurtenis. De term Pulang kampung (oude spelling: poelang kampoeng) heeft ook een populaire versie: Pulkam.

De grote pulkam-uittocht uit Bali is jaarlijks vlak voor de Ramadan eindigt, als de migranten, de meeste komen van Java, verplicht naar huis gaan. Op de straten op Bali heerst een opvallende stilte voor een week of twee. De Balinees gaat ook regelmatig pulang kampung, hij gaat dan naar zijn ouderlijk huis of het familiehuis van moederskant. Pulang kampung klinkt in mijn oren altijd als een grote onderneming, waarbij tassen vol kadootjes en eten worden meegenomen, die honderden zo niet duizenden kilometers moeten afleggen voordat ze het einddoel bereiken.

Romantisch beeld
Toen ik begin vorig jaar het plan had opgepakt om naar de geboortestad van mijn vader af te reizen, begonnen bij mij de verwachtingen te groeien. Romantische beelden van een spelende vader in de straat, een oma zittend op de veranda kwamen in mijn hoofd voorbij. 20 jaar geleden ben ik voor het eerst in Makassar op Sulawesi geweest, maar door een voedselvergiftiging heb ik het uitje naar het huis en school van mijn vader moeten missen.

Ik kondigde bij mijn vrienden aan dat ik pulang kampung ging, iets waar de terugreis meebegint, de voorpret. Iedereen vroeg of ik naar Nederland ging. Nee, ik ga naar Makassar, het geboortehuis van mijn vader bezoeken, pulkam! Heb je er nog familie wonen? Nee, het huis is niet meer in het bezit van de familie en verder ken ik niemand die in Makassar woont. Een gegeven dat veel vragende blikken opleverden.

Eenmaal in Makassar, kon ik niet wachten om door de straten uit de tienerjaren van mijn vader te slenteren, zijn school te bezoeken en het huis waar hij al die jaren had gewoond te bezoeken. Ik kende de plekken slechts van foto’s. Zijn in de stad van mijn vader, maakte me opgewonden, en tegelijk vond ik het jammer dat hij er niet bij was.

Fruitverkoper

De volgende dag vertrokken mijn man en ik richting de oude buurt van mijn grootouders en mijn vader. Per becak (oude spelling: betjak), zo idylisch ook, lieten we ons vervoeren naar de juiste straat. De becakrijder was al aardig op leeftijd en mede daardoor ging het voortbewegen niet zo snel. Het ritje voerde de spanning aardig op en bij elke straathoek dacht ik dat we er waren.

School
Bij het inrijden van een kleiner straatje blokkeerden schoolkinderen halverwege onze doorgang. Ze hadden pauze en kochten bij een stalletje een drankje en snoep. De papiertjes gooiden ze op de grond. Achteloos keek ik naar het bord waar de naam van de school op stond. SMP Frater las ik en laat dat nu de school van mijn vader zijn geweest! We stapten uit het nauwe zitje van de becak en gingen het gebouw binnen. Ik heb leuke foto’s kunnen maken van kinderen, ze speelden op dezelfde plek als mijn vader deed, bijna 60 jaar geleden.

Schoolkinderen van de SD

SMP Frater

Op slot
Uit de verhalen van mijn vader over vroeger wist ik dat zijn huis vlakbij de school moest staan. De straat was inmiddels van naam veranderd, twee keer zelfs, gelukkig had ik het nieuwe adres. Binnen vijf minuten na het verlaten van de school, stonden we voor het bescheiden huisje waar mijn grootouders met de familie van oma’s zus hebben gewoond. De groene luiken waren gesloten, de veranda werd bewaakt door een hond aan een ketting. Een dik slot aan het hek hield mensen van het erf waar ook een auto stond geparkeerd. Er zou zomaar iemand thuis kunnen zijn. De achterzijde van het huis, het leek een nieuw aangebouwd stuk, was wel toegankelijk. Er was een verfwinkeltje gevestigd. Op de vraag of we het huis van binnen mochten bekijken, verdween een winkelmedewerker door een deur achter in de winkel.

Het ouderlijk huis op de hoek van de straat

Het ouderlijk huis op de hoek van de straat

Mijn pulang kampung was nu een feit, ik was teruggekeerd naar de geboortegrond van mijn vader. Of het me iets deed, terwijl ik daar zo stond te wachten? Jazeker. Tijdens het wachten herinnerde ik me het verhaal dat mijn vader ‘s avonds thuiskwam maar dat hij niet naar binnen kon, het hek zat, net als nu, op slot. Hij riep de bewaker in dienst, maar die ‘lag natuurlijk weer te slapen.’ Het duurde even voordat het hek open ging. Ik zie hem daar zo staan, ook al ben ik er niet bij geweest, wachtend en roepend met zijn fiets in de hand.

De winkelbediende kwam na een tijdje terug. ,,Maaf ibu, de eigenaar is niet thuis en de pembantu wil u niet binnenlaten.” De teleurstelling was van mijn gezicht af te lezen, want ze stelde direct voor om morgen terug te komen, dan zou de eigenaar wellicht thuis zijn. Helaas zouden we dan de stad al hebben verlaten, richting Menado. De vlucht was al geboekt.

Een gewoon huis
Slenterend door de oude Nederlandse wijk, voelde ik niks meer van het gevoel dat ik eerder had. Ik realiseerde dat de aanwezigheid van mijn vader vandaag een must was om het verleden terug te halen naar het heden. Pulang kampung was uitgelopen op een tegenvaller, ook omdat ik teveel verwachting had gehad. Zonder mijn vader was dit huis maar gewoon een huis. Met een nieuwe bewoner, een waakhond en een gesloten hek. Vroeger bleef vroeger en ik kwam niets te weten van de sfeer waar mijn vader in heeft gewoond en gespeeld.

Ik ben er achter gekomen dat Pulang kampung meer is  dan teruggaan naar het familiehuis. Het is teruggaan naar de veilige plek, de warmte, het nest. En dat nest is pas compleet met ouders en familie en de bijbehorende verhalen. ,,Pap, ga je volgende keer mee, om het plaatje volledig te maken?”

(Dit is een verkorte versie van het complete verhaal Pulang Kampung geschreven door Sabina de Rozario.

Advertenties

De sporen van opa

bovenkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Mijn oma zelf heeft in een interneringskamp gezeten samen met haar zus en diens kinderen. Toen haar zus ziek werd, zorgde mijn oma voor het kroost, zelf had zij nog geen kinderen. Omdat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Zo denken mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt, waarvan ik als derde generatie Indische er een van ben. De oorlog voelt voor buitenstaanders als een film waarin erge dingen gebeuren, maar echt vreselijke wreedheden niet voorkomen, want dat zou te erg zijn. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.

C.W. de Rozario

Interneringskaart
Ongeveer een week geleden ben ik begonnen met het lezen van de site Javapost.nl. De verhalen over de Tweede Wereld Oorlog grepen me enorm aan, ik kon gewoon niet stoppen met lezen. Dagen achtereen nam ik alle artikelen uit het archief dat in 2010 begon, gretig tot me. Een artikel over het Nationaal Archief vertelde me dat interneringskaarten digitaal zijn op te zoeken via de site gahetna.nl. Twee jaar lang hebben ze over dit klusje gedaan, waardoor nu meer dan 28.700 kaarten in de database zijn op te zoeken.

Met een klik op de link zat ik op de zoekfunctie van de site waar de gevens van Marine en KNIL-ers zorgvuldig zijn vereeuwigd. Ik bedacht me dat mijn opa geen KNIL-er was, hij werkte immers bij de KPM en zou hij niet zijn te vinden in dit systeem. Toch maar eens proberen, nieuwsgierig als ik ben. Na het intikken van de familienaam verschenen er prompt drie zoekresultaten. Mijn hart ging voelbaar sneller kloppen en ik klikte op de weergegeven naam van mijn opa met zijn geboortedatum.

Stap naar het verleden
Ik nam een slok van mijn koffie en voordat ik mijn kopje kon neergezetten, verscheen de interneringskaart van mijn opa al op mijn scherm. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier. De kaarten zijn altijd opvraagbaar geweest bij het Nationaal Archief, zo las ik op de website. Gelukkig is door internet de stap naar het verleden makkelijk gemaakt, anders had ik misschien nooit dit document opgevraagd.

Voorkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn ‘ontdekking’ verstuurde ik dezelfde dag per mail aan mijn vader en vroeg hem meteen waarom opa in dit bestand stond. Opa maakte na mijn weten geen deel uit van het KNIL, de aanwezigheid in dit bestand verwarde me. Mijn vader antwoordde per omgaande dat opa voor en tijdens de oorlog wel degelijk als militair heeft gediend. Hij voegde er aan toe dat opa ook in kampen in Japan en Manilla heeft verbleven. Ook nog in Manilla in de Filipijnen? Ik begon te begrijpen dat de Japanners aardig hebben ‘gezeuld’ met hun krijgsgevangenen.

Eerder huwelijk?
De scan van de interneringskaart liet zien dat mijn opa is opgepakt in zijn woonplaats Makassar, Celebes. Als correspondentieadres stond de naam van een vrouw genoteerd die ik niet kon plaatsen. Ik schrok eigenlijk bij het lezen ervan, want zo ver ik wist, was mijn opa ongehuwd tijdens de oorlog. Zou de naam zijn eerste vrouw vertegenwoordigen? Zo ja, had hij hier dan ook kinderen bij? Het verhaal dat mijn oma mij jaren geleden had verteld, begon voor mijn gevoel nu te rammelen. En dat allemaal na een eenvoudige zoektocht naar een document op internet. Mijn vader hielp mij gelukkig snel uit de brand over de vrouwelijke naam, het bleek de zus van opa. Eerlijk gezegd was ik hier blij om, er was geen sprake van een eerder huwelijk en mogelijke nakomelingen hieruit. Mijn vragen naar aanleiding van de genoemde vrouw kon ik wegstrepen.

Ontcijferen
Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen, ik werd er onrustig van. Het vertalen van de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin kon de tekst vertalen, al had ze moeite met sommige verouderde tekens die erop stonden. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki.

Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nog of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.
Onder het kopje Beroep stond manager en dat klopte niet met wat ik eerder van mijn vader had gehoord. Mijn opa was dus geen KNIL-er voor het uitbreken van de oorlog volgens dit document. De datum van gevangenneming stond genoteerd 3 maart 1942. Mijn vader had onlangs gezegd dat zijn vader in 1940 al ter werk zou zijn gesteld aan de Birma Spoorlijn. Ik wist uit de geschiedenisboeken dat de bezetting pas in 1942 in Indie was. Daarbij leerde een snelle online ‘search’ dat de bouw van de Birma spoorlijn in dat zelfde jaar is begonnen en niet eerder. Wat betreft het jaar 1940 liep ik vast. Ik ging opzoek naar een lijst van gevangenen in Thailand.

Fukuoka 2
De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Achter de notitie stond na een spatie het getal 17, wat kon duiden op een eenheid binnen dit kamp of wellicht een later transfer naar kamp 17? Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me. Ook verkondigde een site dat ‘slechts’ 10 procent van de gevangenen niet meer levend terugkeerden naar het land van herkomst. De overledenen, meestal door ziekte en honger, werden na de crematie bij een boedistische tempel bewaard.

Mijn gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krjigsgevangenen via de Filipijnen naar het land van afkomst. Helaas brak niet de tijd aan om bij te komen. De mannen moesten de wapens weer oppakken, want de voormalige kolonie was nog lang niet veilig.

Weinig interesse
In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Voor de generatie die de tweede wereldoorlog niet heeft meegemaakt zijn de verhalen slechts verhalen. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is. Tuurlijk, het is allemaal al lang geleden, maar de invloed van de oorlog zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Dat je dat als derde generatie ongemerkt voorbij kan laten gaan, kan ik me niet indenken.

Of mijn opa ook is opgeroepen tijdens de politionele acties, heb ik nog niet kunnen achterhalen. Na 1945 is hij met mijn oma getrouwd en zijn zij weer in Makassar gaan wonen. Op dat moment waren de zuiveringsacties van Westerling volop in gang op Sulawesi. In maart 1947, net voor het begin van de eerste officiele politionele actie onder leiding van de inmiddels omstreden Westerling, kwam mijn vader ter wereld.

(Dit artikel is eerder op 17 januari 2014 gepubliceerd op Javapost.nl)