Migratie

De sapu lidi móest mee

Bijdrage van Sabina de Rozario

Mijn verbazing over de sapu lidi, de handbezem meegenomen uit Indië naar Nederland, beschreef ik in april 2014: (klik hier voor het hele artikel)

Voor de migratie naar Nederland, werden alleen de belangrijkste spullen ingepakt, zo stel ik me voor. Het gezin van mijn vader vertrok  naar het nieuwe onbekende land in de jaren ’60 per vliegtuig, waardoor het aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen zag ik een sapu lidi in huis staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Sapu lidi tikar
Eindelijk een antwoord
Het antwoord waarom de sapu lidi is meegenomen naar Nederland, heb ik onlangs in Jakarta gekregen. ,,Eindelijk”, dacht ik en eigenlijk is het een logisch antwoord. Tante Martha, waar ik logeer tijdens mijn verblijf in de hoofdstad, vertelt me over bepaalde Indische gewoontes als men verhuist. Want daarmee heeft het te maken en niet omdat men dacht dat in Nederland geen bezems voorradig waren.

Ze hoort met interesse het verhaal over mijn ervaring met de bezem waar ik niet mocht aankomen. De ‘roe van Zwarte Piet’ had echter zo’n aantrekkingskracht op me als kind dat ik toch het risico nam. Dan maar een boze oma.
Voordat ik het antwoord geef, wil ik eerst iets over tante Martha vertellen: Ze is geboren in 1948 en is als Indo-Europeaan niet naar Nederland verhuisd, maar altijd in Indonesië blijven wonen. Ze heeft discriminatie en gevaarlijke tijden ervaren, maar heeft zich altijd staande weten te houden in de roerige tijden die Indonesië heeft gekend.

Sapu lidi, tikar en bantal
En dan hier de reden waarom de sapu lidi zo belangrijk is voor Indischen, in dit geval mijn oma, dat deze helemaal vanuit Indië naar Nederland is meegenomen.
Tante Martha vertelt dat als zij weer eens van huis verkaste (iets wat ze heel vaak heeft moeten doen), altijd een sapu lidi, bantal (hoofdkussen) en een tikar (mat om te zitten of slapen) vanuit het oude naar het nieuwe huis meenam. Het is een Indische gewoonte om dit te doen en dus deed mijn oma dit ook toen ze naar Nederland vertrok. Een nieuw huis moet worden ontdaan van stof en nog belangrijker, van ongewenste geesten. De vaste plek van een sapu lidi is vaak in de hoek van de woonkamer, om de slechte geesten buiten de deur te houden. En zie hier, het antwoord op mijn vraag omtrent de sapu lidi.

Sapu lidi, tikar en bantal
Nu begrijp ik eindelijk waarom de sapu lidi zo belangrijk is geweest voor Indische gezinnen, de sapu lidi is meer dan een bezem, het is een onderdeel van de cultuur. Voor mij is het voorwerp een van de eerste associaties die ik had met Indië. Ik ben heel blij met het antwoord dat ik heb gekregen, mijn vermoeden dat de sapu lidi meer was dan een eenvoudig voorwerp lijkt hiermee te kloppen.
Tante Martha heeft me nog meer verteld over de tijd in Indië. Geboren en getogen in Surabaya bevond ze zich temidden van het geweld tijdens de Onafhankelijkheidstrijd waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Deze verhalen komen een volgende keer aanbod.

 

Dit is een bijdrage van Sabina.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Advertenties

Een verloren familielid?

Het programma Spoorloos is een traantje laten om menselijk geluk dat vakkundig doch integer wordt weergegeven. De kijker voelt zich betrokken, maar denkt ook meteen: Gelukkig heb ik niet zo’n zoektocht naar een naaste familielid. Ook ik reageer zo als ik de laatste aflevering van Spoorloos bekijk, het programma gaat al meer dan 25 jaar mee op de buis.

Niemand is spoorloos in mijn familie. Dus ik ken niet het gemis van een verloren familielid. Maar waarom ben ik deze keer dan zo betrokken bij deze aflevering? Is het omdat het een Indonesische jongen betreft die als kind van een buitenechterlijke relatie ter adoptie moest worden gegeven? De familiehereniging is in Indonesië, ik herken veel van de beelden die voorbijkomen. Ik heb een band met dit land. Mijn vader is er geboren en zelf woon ik er alweer 5 jaar.

Nog familie in Indonesië?
Met Bali als standplaats, maak ik af en toe uitstapjes naar Jakarta, Jogjakarta en naar Makassar, de geboorteplaats van mijn vader. Ik zoek er geen familieleden, tenminste daar heb ik nog nooit aangedacht. Maar het programma Spoorloos, wat ik vanochtend heb gekeken, maakt me nieuwsgierig. Wat als er nog familieleden van mij in Indonesië wonen? Ik zou ze zomaar tegen het lijf kunnen lopen, zonder dat ik het weet. Een rare gedachte.

 

Gendro Spoorloos

Gendro zoekt zijn biologische ouders in het programma Spoorloos

Ik heb het ooit wel gevraagd aan mijn vader, maar volgens hem wonen er geen directe familieleden meer in Indonesië. ,,Allemaal netjes het land verlaten toen het moest.” Maar er moeten verre ooms, tantes, neven en nichten op Java wonen, want de Javaanse oma van mijn vader en haar kant van de familie, hebben Indië nooit verlaten. Ervan uitgaande dat deze oma ook nog andere familie had die niet gemengd was. Maar hoe vind ik die?

Zoeken naar één naam
Mijn vader heeft wel een poging gewaagd om familie van zijn oma te zoeken. Maar met slechts één naam, letterlijk had deze oma alleen een voornaam, is hij niet ver gekomen. Ik denk dat ik geen verloren nazaten ga tegenkomen in Indonesië, als ik niet weet hoe ik hen kan vinden. Zelfs Derk Bolt (presentator Spoorloos) kan me daar niet bij helpen.

Verscheurde familie
Ik denk dat er heel veel Indische mensen in Nederland zijn die hier en daar nog een ver familielid hebben wonen in Indonesië. Door de Tweede Wereldoorlog en de migratie naar Nederland zijn er veel families verscheurd. Iedereen kent wel zo’n verhaal van een moeder, tante, oom of zelfs een helft van de familie die de overtocht niet wilde of kon maken. Het zijn trieste verhalen die langzaamaan verdwijnen met de personen die ze hebben meegemaakt.

Look-a-like
Vooralsnog ga ik niet opzoek naar mogelijke verre familie. Ik laat het aan het toeval over. Mocht ik een persoon tegenkomen die een look-a-like van mijn vader is (dat is al heel vaak gebeurd trouwens), dan zal ik hem aanspreken. Al blijft het een speld in een hooiberg, maar dit heeft Derk Bolt ook vast eens gedacht. En heeft die ooit opgegeven? Nee, hij is nog nooit gestopt, zelfs niet na 25 jaar.

 

 

Keuzes maken

Bijdrage Sabina de Rozario

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indië, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Hier het antwoord van Sabina op de mail van Evert (zie post Mijmering) waarin zij schrijft over het herkenbare beeld van de oude Indische man.

Vrouw aan het werk

Beste Evert,

Het is een mooie mijmering die jij beschreef en ik herken het beeld van de oude man waarvan het gevoel van zijn gezicht is af te lezen. Ik noem het zelf een afwijking, maar ik vertrouw het je graag toe: Ik kan uren kijken naar oude Indische oma’s en opa’s die ik tegenkom op straat of op een andere plek, ook al ken ik hen niet. Hoe ze bewegen, keuvelen of juist hard werken, het pakt mijn aandacht en laat me niet meer los.

Op het strand van Kuta, waar ik voorheen veel dagen heb doorgebracht, lopen veel verkopers die inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt. Ik kijk naar hun monden half gevuld met tanden, de gerimpelde huid die door de zon lederachtig is geworden. Ik bestudeer hun knokkels, de zichtbare aderen op de handen, de karakteristieke groeven in het gelaat, de zware spullen op het hoofd dragend.

Waarom kijk ik met zoveel aandacht naar deze oudere verkopers? Heb ik medelijden met hen? Ja, dat heb ik en daarom probeer hen te steunen door iets van hen te kopen. Maar medelijden niet is het enige, het gaat verder. Ik zie mijn eigen oma in de oude Indonesiërs die op het hete strand hun waren proberen te slijten. Mijn grootouders zouden zomaar één van hen kunnen zijn, als ze een andere keuze hadden gemaakt. Maar zij maakten  de ‘juiste’ keuze en vertrokken in 1961 vanuit Makassar naar Nederland.

Hoeveel Indischen, die als eerste in Nederland aankwamen, zijn er nog, vraag jij je af. Waarschijnlijk een flink aantal, al moeten ze minstens 90 jaar oud. Ik wil vooral weten of ze ooit hebben kunnen wennen aan het nieuwe land.

Wij, de nazaten van deze generaties, hebben de taak om ons te bekommeren over deze generatie. De ‘oudjes’ waar ik uiterst veel respect voor heb, ik koester hen en hun afkomst, hun strijd die zij hebben geleverd om onze toekomst veilig te stellen door te vertrekken uit hun moederland. Hoe vaak zullen zij hebben teruggedacht aan het moment dat zij de beslissing namen om huis en haard achter te laten? Momenten van spijt, hebben zij die ook gehad? Berusten ze echt in gelatenheid, zoals vaak van de buitenkant lijkt?

Deze vragen heb ik mijn eigen oma weleens gesteld. Door haar antwoorden realiseerde ik me dat de keuze weleenswaar vrijwillig was, al was het kiezen uit twee kwaden. Ze hebben in Nederland een betere financiele situatie proberen te creëren, door alles wat hen lief was achter te laten. Evert, wat ik graag wil weten, heb jij, als tweede generatie Indo, aan jouw ouders ooit vragen durfen stellen over de beslissing die zij lang geleden hebben moeten nemen?

Met groeten,
Sabina

 

 

Naar Indonesië is een lapmiddel

Project Tussen twee generaties

Sabina vroeg zich af  (zie publicatie  ,,Het land is deel van jou” ) of de tweede generatie nog wel naar Indonesië wil gaan. Lees hier het antwoord van Evert:

maart 2014

Beste Sabina,

Wat gebeurde er emotioneel met me als ik de foto zie van mijn huis in de wijk Menteng in het oude Batavia? Het is moeilijk om juist die gevoelens van een mengeling van heimwee en weemoed te verwoorden. Want die aanblik van dat huis en die wijk zijn alleen de sleutel die de poort van herinnering aan mijn jeugd daar ontsluit. Die herinnering overspoelt mij met heimwee.

Een huis in Menteng, een wijk in Jakarta

Een huis in Menteng, een wijk in Jakarta

Heimwee naar de tijd dat ik daar woonde en ondanks de gespannen politieke situatie, een onbezorgde jeugd doorbracht. Spelen met vriendjes en vriendinnetjes in de tuin. Kastie, gatrik, vliegeren en noem al die typische Indische spelletjes maar op.

Maar het was altijd eerst na het (warme) eten van een uur tot ongeveer drie uur siësta houden. Dat was door mijn ouders verplicht, want alleen de schoffies waren tijdens die warmste uren van de dag op straat aan het spelen. Dat was voor mij een temptatie, want je hoorde vaak de opgewonden stemmen van andere kinderen buiten en ik moest verplicht slapen.

Pisang goreng
Van slapen kwam natuurlijk niets. Stiekem lezen en om de haverklap zogenaamd naar het toilet. Maar dat was alleen maar om in de dapoer waar de kokkie de lekkernijen aan het klaarmaken was voor de thee, alvast een pisang goreng of iets anders mee te pikken, tot (gespeelde) ergernis van die goeie ouwe kokkie. Want het mensje gunde je dat van harte.

Om drie uur mochten we er dan eindelijk uit en dan was het baden. Als iedereen gebaad was gingen we gezamenlijk in de tuin aan de thee met allerlei lekkernijen. Vaak was er bezoek, maar ik mocht dan al snel toch gaan spelen. Dat ging door tot ongeveer half zes. Dan werd ik binnen geroepen om weer te baden, daarna zaten we met het hele gezin in de zij-of achtergalerij. Om zes uur was het bekende magrib (of zoals we op Batavia zeiden: mengerip). Die korte tropische schemering van een kwartier. Om zes uur nog klaarlichte dag en om kwart over zes nacht.

Die schemering ervoer ik met een dubbel gevoel. Het had iets beklemmends, met al die geluiden van jankriks en tonggerets, maar ik had ook een gevoel van geheimzinnigheid. Na weer een warme maaltijd moest je je dan voorbereiden op het naar bed gaan. Meestal zat je dan met je ouders op de galerij. Soms werd er een toekang aangeroepen met saté of andere lekkernijen. Ik weet nog dat ik stapel was op keraktelor. Zo verliep in die tijd een deel van de dag.

Dat leven bestaat niet meer
Wat is nou het verschil tussen mijn jeugdherinnering van de tijd die ik in Indië doorbracht en de jeugdherinnering van iemand die in Holland zijn jeugd doorbracht? Mijn herinnering gaat over een jeugd die ik doorbracht in een tropisch land en in een samenleving die teloor is gegaan. Dat leven en die samenleving bestaan gewoon niet meer. En het ergste is dat het leven en de samenleving waar wij als Indo van de eerste en tweede generatie zozeer naar terug verlangen, door de mensen in het hier en nu worden verketterd als een verwerpelijke koloniale samenleving, die we maar zo snel mogelijk moeten vergeten!

Bang voor teleurstelling
Naar Indonesië is eigenlijk een lapmiddel. Natuurlijk, je ziet dan weer het land waar je vandaan komt, het is hetzelfde land, maar niet meer de samenleving die je kende. Ik erken dat ik in mijn herinnering het verleden heb geïdealiseerd en dat ik dus altijd teleurgesteld zal zijn als ik nu de nieuwe situatie zou zien. Ik ben een beetje bang voor die teleurstelling. Maar er ligt nog een gevaar op de loer. Er is een kans dat ik, juist omdat ik van gemengd bloed ben, zo veel in Indonesië herken en me zo thuis voel dat ik gedesoriënteerd raak.

Zo is het aankloppen aan die poort van mijn Indische jeugd voor mij vaak een deceptie. Want die poort blijkt vergrendeld, ik kan er niet meer binnengaan. Ik blijf alleen en eenzaam, vervuld van weemoed, achter.

Groet,

Evert