Tussen twee generaties

Indische identiteit met diepgang

Bijdrage van Evert Mutter

Het project Tussen twee generaties is een emailwisseling tussen een 2e en een 3e generatie Indo over Indisch-zijn. Lees hier het antwoord van Evert op de laatste post (9 sept) van Sabina met de titel ‘De 3e generatie is zeker Indisch.’ Klik op de titel om haar artikel te lezen.

Beste Sabina,

Ik heb met meer dan normale belangstelling jouw blog ‘De 3e generatie is zeker Indisch’, gelezen. Ik beschouw het een beetje als een hartenkreet. De ongefundeerde opmerking van die oudere Indische dame dat jij, als derde generatie een blanda zou zijn, raakt je meer dan je wil doen voorkomen. En ik kan me dat heel erg goed voorstellen. Nogmaals de opmerking van die mevrouw was erg ongenuanceerd.

Een gevoel dat je woordloos kunt delen
Ik wil als vertegenwoordiger van de tweede generatie, nog geboren en deels getogen in Indië, mijn visie geven. Zoals je weet ben ik nog dagelijks bezig met de geschiedenis van de oude kolonie en met het de vraag wat dat ‘Indisch’ nou eigenlijk is. In andere verhalen heb ik al eens aangegeven dat het begrip vrij complex is en dat er nauwelijks een wetenschappelijk definitie voor is te formuleren. Misschien moeten we het houden bij de diffuse constatering dat ‘Indisch een gevoel is dat je woordloos met de andere kunt delen, die de dezelfde herkomst heeft.’ Een wetenschapper zou met zo’n constatering natuurlijk geen steek verder komen. Maar in de context van deze blogs zullen het er toch mee moeten doen.

Benaderen en meten van Indisch-zijn
Wat mij betreft kan je dat Indisch zijn op verschillende manieren benaderen. In de eerste plaats, en dat is redelijk meetbaar, ben je Indisch als een van je ouders of voorouders van Indonesische oorsprong is. Het Indisch-zijn is dan gewoon genetisch bepaald. Bij vele Indo’s is het zo dat een van de ouders of grootouders al van gemengd bloed is. Ondanks het feit dat het percentage van Indonesische genen dus sterk kan variëren, voelen de Indo’s die nog in Indië geboren en getogen zijn, zich nog steeds echt Indisch.

Na de noodgedwongen vestiging van vrijwel alle Indo’s in Nederland ontstaat er een derde generatie Indo’s die in Nederland geboren en getogen is. Van deze groep kunnen de beide ouders Indisch zijn of van gemengd Indische/Hollandse oorsprong. Blijkbaar stellen velen zich de vraag of deze derde generatie nog als Indisch kan of mag worden aangemerkt. Nogmaals als een van de ouders of beide ouders van Indische origine zijn, zijn deze nakomelingen dus Indisch. Verder is het echter afhankelijk van hun omgeving en hun persoonlijkheid in welke mate zij zich bewust zijn van die specifieke Indische identiteit. Hebben ze van hun ouders in de opvoeding het een en ander meegekregen? En zelfs als dat het geval zou zijn, hebben ze daar als individu iets mee gedaan?

Indisch-zijn is meer dan soto ayam
Ik lees wel eens interviews met derde generatie Indo’s in de Moesson die tot de (semi) BN-ers horen. Velen van deze groep ontlenen hun Indische identiteit uitsluitend aan hun meer dan gemiddelde bekendheid met de Indische keuken. Niet beseffend dat het Indisch zijn schier oneindig veel meer is dan weten wat soto ayam is. Kortom hun Indische identiteit heeft de diepgang van een oud Hollands dubbeltje. Wat mij betreft zijn dit genetisch gezien Indo’s maar qua identiteit is de term Indisch nauwelijks van toepassing.

Maar gelukkig zijn er ook Indo’s van de derde generatie, dus in Nederland geboren en getogen, die van huis uit die Indische identiteit met de paplepel ingegoten hebben gekregen en die er ook bewust iets mee gedaan hebben. Die zich verdiept hebben in de oorsprong van die identiteit. Die interesse tonen in de gebruiken, de tradities, de opvattingen etc. van de Indo. Die trachten zich te verdiepen in het gevoelsleven van die typische mesties. Om de zaak nog complexer te maken zou je dezelfde vragen kunnen stellen over de derde generatie Indo’s van de mensen die in de jaren 50 geëmigreerd zij naar, voornamelijk, de VS. Maar misschien kunnen anderen daarover uitweiden.

Nog een slot opmerking. Vele blanda’s, wier families generaties lang in Indië gewoond en geleefd hebben, maar die zich nooit vermengd hebben met de inheemse bevolking, noemen zich tegenwoordig ook graag ‘Indisch’. Ik wens die term echter slechts te reserveren voor de groep die van gemengd bloed is. De blanda’s uit Indië noem ik Indischgasten. Net zoals de peranakan Chinezen, zich ook consequent zo noemen en zich dus niet Indisch noemen.

Je bent op en top Indo
En dan echt tenslotte. Die Indische mevrouw die jou dus een blanda noemde, heeft in tweeërlei zin ongelijk. Je bent immers dochter van een Indische vader en je hebt je meer dan verdiept in de Indische identiteit. Je bent wat mij betreft op en top Indo, in meer dan een opzicht. En ik denk dat jij, net als ik trouwens, dat Indisch-zijn koestert en er trots op bent.

Evert Mutter

Advertenties

Het Indisch zwijgen

Bijdrage Evert Mutter

Tussen twee generatie volgt de mailwisselingen tussen twee leden van verschillende Indische generaties. Hier het antwoord van Evert op de prangende vragen van Sabina (zie post van 26 januari) over hoe te vragen naar het Indische verleden.
Beste Sabina,
Ik zal proberen een antwoord te geven op jouw vraag hoe de derde generatie om moet gaan met het zwijgen van de eerste en tweede generatie.
Zoals je weet behoor ik tot de generatie die het oude Indië nog heeft meegemaakt. Ik was 13 jaar toen ik Indië verliet . Ik heb dus nog herinneringen aan het koloniale leven.

De vraag is nu wat de derde generatie eigenlijk precies wil weten. Zijn hun vragen gericht op het leven in Indië van voor de oorlog, dus van voor maart 1942, of wil men meer weten over wat hun ouders en grootouders hebben meegemaakt tijdens de Japanse bezetting en de turbulente tijd van de bersiap? En misschien ook nog hoe de vorige generaties het gedwongen vertrek uit Indië en de opvang in Nederland hebben ervaren.

Verzwegen geschiedenissen
Over de periode van voor de oorlog kent men al de vele verhalen hoe goed het leven toen was. Het zijn de bekende verhalen vol nostalgie en heimwee naar dat goede leven in dat prachtige onvergetelijke land van herkomst. Maar ook over deze periode zijn er verzwegen geschiedenissen. Ik zal je een aantal voorbeelden noemen.

Bij al die verhalen werd en wordt zelden of nooit gesproken over de oermoeder van elke Indo: de njai. Voor de Indo die in de kolonie enigszins mee wilde tellen in die kenmerkende gelaagde koloniale samenleving was dit een taboe onderwerp. Immers ons referentiekader was die blanke totok. En de Europese voorzaten van de Indo telden alleen. Over onze Inlandse voormoeders werd niet gesproken, ze werden verzwegen of, erger nog, verloochend.

In die gelaagde samenleving keek de Indo neer op de Inlander. Sterker nog in hele families schaamde men zich soms voor de wat donkerder uitgevallen familieleden.
Hoe hard de totoks die nu in Nederland wonen ook mogen roepen dat zij ook Indisch zijn, feit blijft dat zij in de koloniale samenleving de Indo toch met een zeker dedain hebben behandeld.
Dit zijn slechts enkele negatieve punten Sabina, die ook aan de Indische samenleving kleefden en waar niet of slechts schoorvoetend in de verhalen aan onze kinderen en kleinkinderen over wordt gerept.

Weinig interesse
Ik denk dat vele ouderen na aankomst in Nederland wel degelijk geprobeerd hebben om in hun omgeving te vertellen over de verschrikkingen, de vernederingen en de wanhoop tijdens de Japanse bezetting en het verdriet de angst, de dreiging en de teleurstelling tijdens de bersiap. Maar ze stootten al snel hun neus toen ze ontdekten dat de gemiddelde Nederlander daar weinig interesse en begrip, laat staan empathie voor kon opbrengen. Ze waren zelf de ellende van de Duitse bezetting nauwelijks te boven gekomen en vaak wist men weinig over de kolonie. Dit heeft de oudere Indo’s niet gemotiveerd om hun verhalen te vertellen.

Bovendien waren het natuurlijk geen opbeurende verhalen. Vertellen dat jouw bevolkingsgroep niet voor vol wordt aangezien, door de vijand werd vernederd etc. doet afbreuk aan je imago. En wij moesten toch om ons te handhaven laten zien dat we iets konden! Dat we een trotse bevolkingsgroep waren.

Vraag!
Ik heb zelf altijd om me heen vragen gesteld over bepaalde zaken uit onze geschiedenis die me niet duidelijk waren of waarvan ik vermoedde dat men er uit een bepaalde gêne liever over zweeg. Maar, nogmaals, ik was al wat ouder en was van jongs af aan geïnteresseerd in de politieke ontwikkelingen en luisterde in Indië al gesprekken af (honi soit qui mal y pense!) die mijn pa had met familie, vrienden en kennissen had over de situatie in Indie.

Als de derde en misschien latere generaties dus oprechte interesse hebben voor de Indo en zijn geschiedenis, schroom niet en vraag. Krijg je niet voldoende antwoord, vraag door en laat niet af!
Ik denk trouwens dat de oudere generatie nu veel eerder bereid is om ook de donkere kant van de Indische geschiedenis te belichten.

Evert