tweede generatie

Reggie Baay brengt hidden legacy tot leven tijdens Ubud festival

Een bijdrage van Sabina de Rozario

In oktober van dit jaar is het Ubud Writers and Readers Festival gehouden op Bali. Een uniek evenement voor internationale schrijvers en geïnteresseerden. Ik bezoek het artistieke Ubud om het programma-onderdeel Hidden Legacy van Reggie Baay bij te wonen.

ubud-writers-festival-header

Koloniale geschiedenis
De voormalige kolonie Nederlands-Indië, is in Nederland momenteel een veelbesproken onderwerp. Dit in tegenstelling tot Indonesië waar de koloniale geschiedenis niet of nauwelijks wordt aangeroerd. De redenen: Indonesië laat de bezetting achter zich en brengt de periode van onderdrukking liever niet ter sprake, bovendien zijn er andere issues waar men zich meebezig moet houden. Opvallend is wel het Nationale Archief dat tot de nok toe is gevuld met  archieven van de V.O.C. in het Nederlands, een erfenis die weleens waar wordt bewaard achter gesloten deuren.

Schrijver Reggie Baay begint de avond op het festival met het uitleggen ‘Wat is Indisch (of eigenlijk wat is Euroasian, want de voertaal is Engels)?’ om zo tot de gezamelijke geschiedenis van Indonesië en Nederland uit te leggen: de kolonie en de gevolgen ervan.

foto-wirasatha-darmaja

Reggie Baay tijdens het Writers Festival. Foto: Wirasatha Darmaja

Slavernij in de Oost
Met name het laatste boek van Reggie Baay, Daar werd wat gruwelijks verricht, gaat over slavernij tijdens het koloniale tijdperk. Niet veel mensen weten over slavenij in ‘de Oost’, een reden voor de Indische Baay om hierover te schrijven en te vertellen tijdens het Writers Festival: Het onthullen van de negatieve kant van kolonialisme heeft invloed op de relatie met Nederland en Indonesië, zodat obstakels uit de weg worden geruimd, zo legt de schrijver uit. Aan de andere kant is het van belang voor de identiteit van Nederland. Een land moet haar geschiedenis kennen om te weten wie zij is. Ontkenning creërt een verkeerde identiteit, aldus de schrijver.

Uiteraard zijn er die avond meer onderwerpen aangesneden, maar bovenstaande informatie alleen al is veel om te behappen, zeker voor de aanwezige Nederlanders bij dit event in Indonesië. Belangrijk om toe te voegen is dat het gaat niet over het hebben van een schuldgevoel als Nederlander, maar over de noodzaak om de slavernij te erkennen.

Baays missie
De door het publiek gerespecteerde spreker, ondanks dat de meerderheid hem niet kent in Ubud, drukt aan het eind van avond de mensen nog maar eens op het hart dat het zijn missie is om over deze gezamelijke geschiedenis te vertellen aan alle lagen van de bevolking van Nederland en Indonesië.

Na afloop spreek ik met Reggie. Ik ben niet de enige die dat wil, het is mooi om te zien hoe populair hij is, zelfs buiten Nederland. Ik krijg zijn laatste boek voorzien van een handtekening, terwijl mijn man een foto van mijn voorbeeld en mij maakt. Het is altijd inspirerend om met hem te spreken, ik ben blij dat hij even tijd voor me heeft. Eenmaal thuis ben ik nog vol van wat ik die avond allemaal heb gehoord en besproken met de kenner zelf.

met-reggie-baay-in-ubud-kl

Support en bespreek!
Vol met ideeën met betrekking tot mijn eigen onderzoek naar Indische roots in Indonesië, bedenk ik dat een schrijver het niet alleen kan vertellen. Als alle kanten van het koloniale tijdperk moeten worden besproken, beschreven en laten zien, hoe pijnlijk ook, dan is daar support voor nodig.
Zou het niet mooi zijn als we, en daarmee bedoel ik met name de Indische gemeenschap, de mensen steunen die zich daar hard maken om over de koloniale geschiedenis te schrijven? Kijk, lees en spreek over wat in Indië is gebeurd en erken het verleden. Wees betrokken want, om de titel van Baays boek te gebruiken, ‘daar werd wat gruwelijks verricht.’

Advertenties

Indische roots in Nederland

 

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

Dit artikel is eerder gepost op het blog Indo in Bali in mei 2014.

Boedhabeeld onder de Balinese parasol

Boedhabeeld onder de Balinese parasol

Is het waarschijnlijk dat er Indische elementen in het Nederlandse straatbeeld aanwezig zijn? Alleen al doordat Nederland honderden jaren met Indië is verbonden geweest en er veel Indischen in Nederland wonen, zou je denken van wel.

Ik ben twee weken met vakantie in Nederland en ik ga kijken hoe het met de Indische aanwezigheid, op straat of waar dan ook, staat.

Indisch in de straat
Wat kom ik tegen wat kan worden bestempeld als Indisch in het Nederlandse straatbeeld? Al lopend in het centrum van een middelgrote stad in Nederland vind ik een ‘tokootje’ met Indisch en Indonesisch eten. De Indonesische producten staan torenhoog opgestapeld. Het is er druk, zou het de enige toko zijn? Op straat denk ik af en toe een persoon van Indische afkomst tegen te komen. Ik vraag niet naar hun afkomst, maar geef een knik. Er is geen blik van herkenning terug. In de boekhandel zie ik één magazine voor de Indische gemeenschap liggen. Helaas kom ik niet veel verder dan dit.

Veel vragen komen bij me op: Waarop heeft de Indo zijn invloed gehad binnen de Nederlandse cultuur? Die paar sporadische Maleisische woorden die in het dagelijkse leven worden gebruikt (senang, pasar malam, nasi rames), zijn die voldoende om het Indische in Nederland levendig te houden? Is de Indische cultuur in Nederland aan het verdwijnen?

Indisch in huis
Ik ga met goede moed de situatie in de huiskamer van mijn ouderlijk huis bekijken. En die Indische sfeer, die is hier inderdaad.  Er staan en hangen veel beelden en accessoires van Indische dan wel Indonesische of Aziatische oorsprong. Het antiek uit Tana Toraja dat we ooit hebben gekregen van onze gids toen we in Sulawesi waren, de net geoogste rijst die we van een rijstboer hebben ontvangen en natuurlijk ontbreekt de lap van batik niet.

Het is allemaal betrekkelijk standaard, die Indische sfeer in huis. Als het er niet zou zijn, zou het worden gemist. Hieronder een aantal foto’s, wellicht herkenbaar?

Antiek uit Tana Toraja, Sulawesi

Antiek uit Tana Toraja, Sulawesi

 

Jonge rijst (beras) in huis brengt voorspoed

Jonge rijst (beras) in huis brengt voorspoed

 

Beeld van een karbauw met boer is een klassieker

Beeld van een karbauw met boer is een klassieker

 

Er is altijd iets van batikstof aanwezig, bijvoorbeeld een tafelkleed

Er is altijd iets van batikstof aanwezig, bijvoorbeeld een tafelkleed

 

De Fender van mijn Indo-rockende vader

De Fender van mijn Indo-rockende vader

De sapu lidi móest mee

Bijdrage van Sabina de Rozario

Mijn verbazing over de sapu lidi, de handbezem meegenomen uit Indië naar Nederland, beschreef ik in april 2014: (klik hier voor het hele artikel)

Voor de migratie naar Nederland, werden alleen de belangrijkste spullen ingepakt, zo stel ik me voor. Het gezin van mijn vader vertrok  naar het nieuwe onbekende land in de jaren ’60 per vliegtuig, waardoor het aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen zag ik een sapu lidi in huis staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Sapu lidi tikar
Eindelijk een antwoord
Het antwoord waarom de sapu lidi is meegenomen naar Nederland, heb ik onlangs in Jakarta gekregen. ,,Eindelijk”, dacht ik en eigenlijk is het een logisch antwoord. Tante Martha, waar ik logeer tijdens mijn verblijf in de hoofdstad, vertelt me over bepaalde Indische gewoontes als men verhuist. Want daarmee heeft het te maken en niet omdat men dacht dat in Nederland geen bezems voorradig waren.

Ze hoort met interesse het verhaal over mijn ervaring met de bezem waar ik niet mocht aankomen. De ‘roe van Zwarte Piet’ had echter zo’n aantrekkingskracht op me als kind dat ik toch het risico nam. Dan maar een boze oma.
Voordat ik het antwoord geef, wil ik eerst iets over tante Martha vertellen: Ze is geboren in 1948 en is als Indo-Europeaan niet naar Nederland verhuisd, maar altijd in Indonesië blijven wonen. Ze heeft discriminatie en gevaarlijke tijden ervaren, maar heeft zich altijd staande weten te houden in de roerige tijden die Indonesië heeft gekend.

Sapu lidi, tikar en bantal
En dan hier de reden waarom de sapu lidi zo belangrijk is voor Indischen, in dit geval mijn oma, dat deze helemaal vanuit Indië naar Nederland is meegenomen.
Tante Martha vertelt dat als zij weer eens van huis verkaste (iets wat ze heel vaak heeft moeten doen), altijd een sapu lidi, bantal (hoofdkussen) en een tikar (mat om te zitten of slapen) vanuit het oude naar het nieuwe huis meenam. Het is een Indische gewoonte om dit te doen en dus deed mijn oma dit ook toen ze naar Nederland vertrok. Een nieuw huis moet worden ontdaan van stof en nog belangrijker, van ongewenste geesten. De vaste plek van een sapu lidi is vaak in de hoek van de woonkamer, om de slechte geesten buiten de deur te houden. En zie hier, het antwoord op mijn vraag omtrent de sapu lidi.

Sapu lidi, tikar en bantal
Nu begrijp ik eindelijk waarom de sapu lidi zo belangrijk is geweest voor Indische gezinnen, de sapu lidi is meer dan een bezem, het is een onderdeel van de cultuur. Voor mij is het voorwerp een van de eerste associaties die ik had met Indië. Ik ben heel blij met het antwoord dat ik heb gekregen, mijn vermoeden dat de sapu lidi meer was dan een eenvoudig voorwerp lijkt hiermee te kloppen.
Tante Martha heeft me nog meer verteld over de tijd in Indië. Geboren en getogen in Surabaya bevond ze zich temidden van het geweld tijdens de Onafhankelijkheidstrijd waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Deze verhalen komen een volgende keer aanbod.

 

Dit is een bijdrage van Sabina.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Mijn Indische oma en ik

Ik groeide op in een dorpje aan de IJssel. Mijn donkere haren en getinte huid waren anders dan die van de meeste kinderen maar dat verschil voelde ik lange tijd niet.
Wat mij betreft was ik ‘normaal’. Totdat ik door een jongetje op de lagere school Turk werd genoemd. Ik weet dat ik heel verbaasd en boos was dat hij dat zei. Ik ben immers een Indo en daar ben ik trots op. Dus dat riep ik terug: ‘Ik ben een Indo, joh!’. Vanaf dat moment was ik me bewust van het ‘anders’ zijn en leek dat door mijn omgeving steeds meer te worden benadrukt. Of ik was er gevoeliger voor geworden, dat kan ook. In de puberteit kreeg ik opeens een bos woeste krullen.

Kleine Tjarda
Mijn moeder was verbaasd en concludeerde dat ik dat wel van mijn Indisch oma moest hebben. Zo groeide met mijn leeftijd ook mijn nieuwsgierigheid naar mijn Indische wortels en daarmee naar mijn Indische oma.

Geen foto’s
Mijn Indische oma Beijse overleed toen ik 3 jaar was. Ik heb haar dus niet bewust gekend. Een foto van haar heeft er, voor zover ik weet, nooit in huis gestaan.  En ook kan ik me niet herinneren dat ik foto’s bij mijn tantes heb gezien.  Waarom eigenlijk niet? Mijn onbekende grootmoeder waar ik al 28 jaar aan denk als ik mijn krullen weer eens probeer te temmen. Hoe deed zij dat toch?

Vragen
En nu weet ik eindelijk haar volledige naam en geboortedatum. Mijn vader vertelde het en ik schreef het op. Het staat op het papiertje dat voor mij ligt. Christina Fredrika Beijse, geboren in Soerabaja op 11 oktober 1916. Ik staar naar de letters op het papier. Vragen schieten door mijn hoofd. Hoezo heb ik haar volledige naam nooit gekend? Hoe werd ze door vriendinnen dan genoemd? Zou haar naam ergens te vinden zijn op de interneringskaarten van de Japanse kampen? Ze was rond mijn leeftijd toen ze in 1957 met 4 kinderen (verlaten door haar man) in het koude Nederland terecht kwam. Was zij, net als ik, trots op haar gemengde afkomst of praatte ze daar liever niet over? Kon ze lekker koken (toch ook een belangrijke vraag voor alle Indo’s;-))? Hoe zag ze er toen uit? Van mijn moeder weet ik dat ze net zo’n ster in het huishouden was als ik. Dat heb ik dus ook niet van een vreemde.

Op zoek naar oma’s verhaal
Voor de 2e generatie Indo’s is het niet makkelijk om te praten over vroeger.  Dat weet ik en dat voel ik ook als ik mijn vader en zijn (half) zus voorzichtig bevraag over Indië, de repatriëring en de tijden daarna in Nederland. Langzaam maar zeker komen de verhalen los en ik luister aandachtig. Van dit stukje verleden heb ik zo weinig meegekregen dat ik er graag meer over hoor. Helaas ontbreekt het aan tijd, want er staat een bezoek aan de Tong Tong Fair op het programma. Met mijn vader spreek ik af dat we snel op zoek gaan naar meer foto’s van en verhalen over zijn moeder. Wie weet wat ik allemaal nog ga ontdekken over mijn Indische oma. Ik hoop dat ik haar in de komende tijd, heel misschien, een beetje beter ga leren kennen.

 

Dit is een bijdrage van Tjarda

Geboortegrond in een fles

Bijdrage van Sabina de Rozario
Hoofdstuk Terug naar Indonesie

Meer dan 10 jaar geleden heb ik een aantal Indische jongeren gevraagd naar hun ervaringen met Indonesië. Ze vertelden uiteenlopenden verhalen over hun vakanties naar het land waar hun (groot)ouders  zijn geboren. Over het algemeen sprak deze derde generatie positief over het (be)zoeken van/naar de roots. Deze interviews zijn  opgenomen in het boek Door blauwe ogen (2005). Onlangs las ik een interessant blog van een Indisch meisje over het ‘teruggaan naar het vaderland’.  Het onderwerp waar ik toen in was geïnteresseerd, speelt nog steeds bij de derde generatie blijkt uit het artikel. Dit is voor mij een reden om er weer aandacht aan te geven.

Quote Bobby

Genetisch doorgegeven
Om met bovenstaande quote uit het boek te beginnen: Bobby spreekt over herkenning als hij voor het eerst Indonesië bezoekt. Maar hoe kun je iets herkennen als je er nog nooit bent geweest? Zijn verklaring is dat de ervaringen van zijn moeder genetisch aan hem zijn doorgegeven. En daar geloof ik wel in, als ouder geef je onbewust emoties door, en in zijn geval zijn dat de ervaringen over Indië.

Opmerkelijk genoeg spreekt hij in het interview over de term ‘teruggaan’ en dat zeggen meerdere Indische jongeren tijdens de gesprekken. Teruggaan naar het land van de ouder(s), vind ik mooi gezegd, bijna romantisch eigenlijk. Technisch gezien is er geen sprake van teruggaan als je voor de eerste keer naar Indonesië afreist. Ervan uitgaan dat herinneringen worden doorgegeven, voelt afreizen naar Indonesië als teruggaan, ook al is men er nog nooit geweest.

Quote Zender

Geboortegrond
Waar zoeken de nakomelingen van Indische ouders naar als ze eenmaal zijn in het land dat vroeger Nederland-Indie was? Vaak hoopt men het ouderlijk huis te kunnen vinden of de oude school waar hun vader of moeder op zat. Sommigen bezoeken begraafplaatsen zoals het bekende ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Een enkeling neemt aarde mee van de plek waar vader of moeder ter wereld is gekomen,  geboortegrond in een fles dat meegaat naar Nederland.
Ook al vindt men niet altijd waar men naar zoekt, uit de antwoorden van de geïnterviewden blijkt dat het bezoeken van de oude woonplaats van ouders of grootouders altijd grote indruk maakt.
Het antwoord van Michael (zie hieronder), gaf me een nieuw inzicht. Een verbinding met de plek voelen, maar niet persé met Indonesië zelf. Dat gevoel had ik toen ik vorig jaar het ouderlijk huis van mijn vader in Makassar bezocht. Ik vond het bijzonder om het huis te zien, maar had verder niks met de stad waar hij is geboren en getogen.

Quote Michael

Zelf kijken
Nieuwsgierigheid naar de Indische cultuur is een belangrijke reden om naar Indonesië te vertrekken. Niet iedereen kan de Indische cultuur duidelijk verwoorden, omdat men er niet genoeg over weet. Zelfs al weet je als Indische jongere genoeg over de afkomst, omdat je dit is verteld of je de roots zelf hebt onderzocht op internet, een reisje naar Indonesië blijft trekken. Zelf wilde ik ook zien waar mijn roots liggen. Door alle verhalen was Indonesië inmiddels zo mysterieus geworden, daar moést ik heen. Ik wilde zélf de geuren en kleuren van Indonesië ervaren en op deze manier invulling geven aan mijn Indische afkomst.

Ik heb me vaak afgevraagd of men fysiek naar Indonesië moet om de Indische cultuur te leren kennen. Indische jongeren kennen de verhalen over Indië van de familieleden toch, is dat niet voldoende? Het oude Indië is er niet meer, dus wat gaan we daar vinden? We treffen er zeker geen Tempo doeloe aan, de oude Indische tijd uit de vaak geromantiseerde verhalen die ons zijn doorgegeven. Ook is de Indische cultuur niet meer aanwezig in Indonesië, want die is met de Indischen meegereisd naar Nederland, toch?

Ontheemd
Voelen we ons als derde generatie dan ontheemd, zou dat de keuze van teruggaan verklaren? Zijn we niet 100% senang in Nederland of voelen we een gemis dat we opzoek gaan naar een stukje van de puzzel in Indonesië? Voor velen geldt dat vragen worden beantwoord. Zo herkennen ze in Indonesië gebruiken en trekjes van hun Indische ouders die het beeld compleet maken.

Uit de interviews blijkt dat niet alle Indische jongeren afreizen naar Indonesië. Sommige noemen de hoge kosten een bezwaar of ze zijn er gevoelsmatig nog niet aan toe. Voor Mirona (36 jaar) komt zoeken naar haar roots in Indonesië absoluut niet ter sprake:

Copyright Door blauwe ogen. Foto: M. Fleskens

Foto: M. Fleskens

,,Ik ben nog nooit in Indonesië geweest, wel in Azië, dat is mijn grote voorliefde. Misschien heeft het ook te maken met thuis, dat mijn ouders ook nooit zijn teruggeweest. Niemand van mijn familie is teruggegaan, niemand had het er ook over.”

Bewijs
Of de interesse en zelfs drang om naar Indonesië te gaan, genetisch is doorgegeven of wellicht is aangepraat door de omgeving, feit is dat Indonesië vaak in trek is bij de derde generatie Indischen. De bezoeken zijn soms teleurstellend, omdat niet aan de volwachtingen wordt voldaan, maar laten altijd wel een grote indruk achter. De Indische nakomelingen spreken van teruggaan naar het land van de voorouders, ook al zijn ze er nog nooit geweest. En met de term teruggaan wordt voor mij de band met Indië (of Indonesië) en de Indische afkomst bevestigd, een bewijs dat het Indisch-zijn en het Indische gevoel niet is gestopt na de tweede generatie Indischen.

Dialoog NJI: Verzoening is het ultieme doel

Het is nog lang geen september, maar zet dit vast in de agenda:

Zaterdag 5 september 2015: De 18e Dialoog Conferentie plaats in Voorburg.

Deze conferentie biedt de gelegenheid aan Nederlanders, Japanners en Indonesiërs om elkaar te ontmoeten en een dialoog te voeren over onze gemeenschappelijke geschiedenis, aldus de aankondiging die onlangs mijn mailbox binnenkwam.

Bij het lezen van de informatie over deze jaarlijkse conferentie, bedenk ik me dat dit niet alleen interessant is voor de 1e en 2e generatie Indischen, maar ook voor de 3e generatie. Ik mail Rob Sipkens van Dialoog NJI (Nederland Japan Indonesie) met de vraag waarom deze bijeenkomst interessant voor de jongere Indische generaties kan zijn. Per mail volgt een lang antwoord waar uit blijkt dat aanwezigheid van jongeren op prijs wordt gesteld. Na het lezen van het antwoord vind ik het erg jammer dat ik er zelf niet bij kan zijn.

Mondelinge overdracht
De toelichting van de heer Sipkens over de conferentie en Indische jongeren, hier samengevat: De verhalen van de 1e generatie Indische mensen, verteld tijdens eerdere conferenties, gaan veelal over de worsteling die ze hebben doorgemaakt aan gaande van de oorlogstrauma’s. De enorme fysieke en geestelijke ontberingen, de onmenselijkheid waarmee ze zijn behandeld en de dood van dierbaren hebben geresulteerd in (soms) levenslange verbittering en haat jegens de Japanners, de voormalige bezetters en vijanden.
Door het luisteren naar de verhalen van hun grootouders en ouders en de verhalen van diens voormalige vijanden kan de 3e generatie kennis nemen van een stuk geschiedenis uit en over Nederlands Indie. De geschiedenis van hun (groot-)ouders vervat in verhalen die ze wellicht niet eerder hebben gehoord, omdat er thuis nooit over werd/wordt gesproken, maar die de 3e generatie wel degelijk interesseert.
De meerwaarde voor de 3e generatie bestaat dus uit vernemen van een positieve boodschap in de vorm van mondelinge overdracht van de geschiedenis. Verzoening is het ultieme doel dat wordt nagestreefd door de organisatie.

Oproep aan Indische jongeren
Aan de uitleg van de heer Sipkens kan ik niet meer toevoegen, het is een duidelijk verhaal. Dus, beste Indische jongeren, hierbij roep ik jullie op te gaan luisteren naar de sprekers en hun leerzame verhalen op 5 september. Het is Indisch-zijn beleven op een manier die je wellicht nog niet hebt ervaren. Daarbij wordt jouw aanwezigheid zeker gewaardeerd.
Dialoog NJI is momenteel hard bezig om de editie van dit jaar vorm te geven, het programma zal later worden bekendgemaakt.

Bezoek de website: www.dialoognji.org

Voor vragen: dialoguenji@gmail.com

Het Indisch zwijgen

Bijdrage Evert Mutter

Tussen twee generatie volgt de mailwisselingen tussen twee leden van verschillende Indische generaties. Hier het antwoord van Evert op de prangende vragen van Sabina (zie post van 26 januari) over hoe te vragen naar het Indische verleden.
Beste Sabina,
Ik zal proberen een antwoord te geven op jouw vraag hoe de derde generatie om moet gaan met het zwijgen van de eerste en tweede generatie.
Zoals je weet behoor ik tot de generatie die het oude Indië nog heeft meegemaakt. Ik was 13 jaar toen ik Indië verliet . Ik heb dus nog herinneringen aan het koloniale leven.

De vraag is nu wat de derde generatie eigenlijk precies wil weten. Zijn hun vragen gericht op het leven in Indië van voor de oorlog, dus van voor maart 1942, of wil men meer weten over wat hun ouders en grootouders hebben meegemaakt tijdens de Japanse bezetting en de turbulente tijd van de bersiap? En misschien ook nog hoe de vorige generaties het gedwongen vertrek uit Indië en de opvang in Nederland hebben ervaren.

Verzwegen geschiedenissen
Over de periode van voor de oorlog kent men al de vele verhalen hoe goed het leven toen was. Het zijn de bekende verhalen vol nostalgie en heimwee naar dat goede leven in dat prachtige onvergetelijke land van herkomst. Maar ook over deze periode zijn er verzwegen geschiedenissen. Ik zal je een aantal voorbeelden noemen.

Bij al die verhalen werd en wordt zelden of nooit gesproken over de oermoeder van elke Indo: de njai. Voor de Indo die in de kolonie enigszins mee wilde tellen in die kenmerkende gelaagde koloniale samenleving was dit een taboe onderwerp. Immers ons referentiekader was die blanke totok. En de Europese voorzaten van de Indo telden alleen. Over onze Inlandse voormoeders werd niet gesproken, ze werden verzwegen of, erger nog, verloochend.

In die gelaagde samenleving keek de Indo neer op de Inlander. Sterker nog in hele families schaamde men zich soms voor de wat donkerder uitgevallen familieleden.
Hoe hard de totoks die nu in Nederland wonen ook mogen roepen dat zij ook Indisch zijn, feit blijft dat zij in de koloniale samenleving de Indo toch met een zeker dedain hebben behandeld.
Dit zijn slechts enkele negatieve punten Sabina, die ook aan de Indische samenleving kleefden en waar niet of slechts schoorvoetend in de verhalen aan onze kinderen en kleinkinderen over wordt gerept.

Weinig interesse
Ik denk dat vele ouderen na aankomst in Nederland wel degelijk geprobeerd hebben om in hun omgeving te vertellen over de verschrikkingen, de vernederingen en de wanhoop tijdens de Japanse bezetting en het verdriet de angst, de dreiging en de teleurstelling tijdens de bersiap. Maar ze stootten al snel hun neus toen ze ontdekten dat de gemiddelde Nederlander daar weinig interesse en begrip, laat staan empathie voor kon opbrengen. Ze waren zelf de ellende van de Duitse bezetting nauwelijks te boven gekomen en vaak wist men weinig over de kolonie. Dit heeft de oudere Indo’s niet gemotiveerd om hun verhalen te vertellen.

Bovendien waren het natuurlijk geen opbeurende verhalen. Vertellen dat jouw bevolkingsgroep niet voor vol wordt aangezien, door de vijand werd vernederd etc. doet afbreuk aan je imago. En wij moesten toch om ons te handhaven laten zien dat we iets konden! Dat we een trotse bevolkingsgroep waren.

Vraag!
Ik heb zelf altijd om me heen vragen gesteld over bepaalde zaken uit onze geschiedenis die me niet duidelijk waren of waarvan ik vermoedde dat men er uit een bepaalde gêne liever over zweeg. Maar, nogmaals, ik was al wat ouder en was van jongs af aan geïnteresseerd in de politieke ontwikkelingen en luisterde in Indië al gesprekken af (honi soit qui mal y pense!) die mijn pa had met familie, vrienden en kennissen had over de situatie in Indie.

Als de derde en misschien latere generaties dus oprechte interesse hebben voor de Indo en zijn geschiedenis, schroom niet en vraag. Krijg je niet voldoende antwoord, vraag door en laat niet af!
Ik denk trouwens dat de oudere generatie nu veel eerder bereid is om ook de donkere kant van de Indische geschiedenis te belichten.

Evert

Keuzes maken

Bijdrage Sabina de Rozario

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indië, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Hier het antwoord van Sabina op de mail van Evert (zie post Mijmering) waarin zij schrijft over het herkenbare beeld van de oude Indische man.

Vrouw aan het werk

Beste Evert,

Het is een mooie mijmering die jij beschreef en ik herken het beeld van de oude man waarvan het gevoel van zijn gezicht is af te lezen. Ik noem het zelf een afwijking, maar ik vertrouw het je graag toe: Ik kan uren kijken naar oude Indische oma’s en opa’s die ik tegenkom op straat of op een andere plek, ook al ken ik hen niet. Hoe ze bewegen, keuvelen of juist hard werken, het pakt mijn aandacht en laat me niet meer los.

Op het strand van Kuta, waar ik voorheen veel dagen heb doorgebracht, lopen veel verkopers die inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt. Ik kijk naar hun monden half gevuld met tanden, de gerimpelde huid die door de zon lederachtig is geworden. Ik bestudeer hun knokkels, de zichtbare aderen op de handen, de karakteristieke groeven in het gelaat, de zware spullen op het hoofd dragend.

Waarom kijk ik met zoveel aandacht naar deze oudere verkopers? Heb ik medelijden met hen? Ja, dat heb ik en daarom probeer hen te steunen door iets van hen te kopen. Maar medelijden niet is het enige, het gaat verder. Ik zie mijn eigen oma in de oude Indonesiërs die op het hete strand hun waren proberen te slijten. Mijn grootouders zouden zomaar één van hen kunnen zijn, als ze een andere keuze hadden gemaakt. Maar zij maakten  de ‘juiste’ keuze en vertrokken in 1961 vanuit Makassar naar Nederland.

Hoeveel Indischen, die als eerste in Nederland aankwamen, zijn er nog, vraag jij je af. Waarschijnlijk een flink aantal, al moeten ze minstens 90 jaar oud. Ik wil vooral weten of ze ooit hebben kunnen wennen aan het nieuwe land.

Wij, de nazaten van deze generaties, hebben de taak om ons te bekommeren over deze generatie. De ‘oudjes’ waar ik uiterst veel respect voor heb, ik koester hen en hun afkomst, hun strijd die zij hebben geleverd om onze toekomst veilig te stellen door te vertrekken uit hun moederland. Hoe vaak zullen zij hebben teruggedacht aan het moment dat zij de beslissing namen om huis en haard achter te laten? Momenten van spijt, hebben zij die ook gehad? Berusten ze echt in gelatenheid, zoals vaak van de buitenkant lijkt?

Deze vragen heb ik mijn eigen oma weleens gesteld. Door haar antwoorden realiseerde ik me dat de keuze weleenswaar vrijwillig was, al was het kiezen uit twee kwaden. Ze hebben in Nederland een betere financiele situatie proberen te creëren, door alles wat hen lief was achter te laten. Evert, wat ik graag wil weten, heb jij, als tweede generatie Indo, aan jouw ouders ooit vragen durfen stellen over de beslissing die zij lang geleden hebben moeten nemen?

Met groeten,
Sabina

 

 

Mijmering

Het project Tussen twee generaties volgt de mailwisseling tussen Evert, 2e generatie Indo, en Sabina, 3e generatie Indo. Zij bespreken Indie, Indisch-zijn en de Indische cultuur om te zien hoe de ander hierover denkt.
Deze keer mailt Evert over de weemoed en verlangen van de Indo. Hij vraagt zich af wie zich nog bekommert over de oude Indo tegenwoordig:

Beste Sabina,

Ach het is al zo vaak gezegd. Het dreigt sleets te worden. Het begrip “Indisch” is nauwelijks of niet te omschrijven. Er past geen wetenschappelijke antropologischedefinitie bij. De enige zinnige, maar desondanks ongrijpbare omschrijving is dat Indisch een gevoel is. Het is een complex begrip dat alleen mede invoelbaar is door andereIndischen die het gevoel ook kennen en met wie je het soms zelfs woordloos kunt delen.

Gespletenheid
Het is een ervaring die verschillende aspecten in zich heeft. Een gevoel van trots op de tweezijdigheid van je culturele achtergrond, maar daardoor ook van een gevoel van gespletenheid. Soms een gevoel van weemoed en verlangen naar het land van herkomst, een gevoel van ontheemd zijn. Soms voel je je niet begrepen en hou je angstvallig emoties onuitgesproken.

Laatst reed ik met mijn vrouw naar de toko om onze wekelijkse voorraad Indische gerechten enzovoorts te halen. Mijn vrouw is na al die jaren goed op de hoogte van de Indische keuken en lekkernijen waar ze mij een plezier mee doet. Ze gaat dan ook alleen de toko in en ik blijf in de auto, gewoon omdat ik een hekel heb aan op mijn beurt wachten.

Berustende gelatenheid
Terwijl ik zat te wachten komt een oude Indo uit de toko met in elke hand een volle tas . Het was guur, het regende en er stond zo’n dunne wind. Dat typische Hollandse weer waar je je nauwelijks op kan kleden. De man bleef staan, zette zijn tassen neer en dook dieper in zijn kraag terwijl hij kouwelijk zijn smalle schouders optrok. Hij draaide een shagje in zo’n Indische torpedovorm en stak er met enige moeite de brand in. Je zag dat hij genoot van zijn rokertje.

Hij draaide zijn hoofd een kwartslag waardoor ik hem vol in het gelaat zag. Dat gelaat trof me diep. Een oud gebruind gezicht met donkere ogen waaruit een oneindige eenzaamheid sprak en een berustende gelatenheid. Een oude Indo, die vele jaren in het oude land heeft geleefd en noodgedwongen een nieuw leven moest opbouwen in een kil land dat hem vreemd was.

Nu zijn jaren ver gevorderd zijn bekruipt hem een diep en niet te vervullen verlangen naar zijn geboorteland. Straks zal hij rusten in vreemde grond. Hoeveel van deze eerste generatie ouderen zijn er nog? Wie trekt zich hun geschiedenis, hun lot aan?

Met groeten,
Evert

Ik wil het delen

Tussen twee generaties

Hier het antwoord van Evert op de vraag hoe hij met het verleden omgaat nav de email van Sabina (zie vorige publicatie). Bij het zien van de interneringskaart van zijn vader doet Evert een opmerkelijke ontdekking.

Beste Sabina,

De inhoud en de toon van je overpeinzing hebben me getroffen.

Het is volkomen begrijpelijk dat voor Indo’s van jouw generatie de oorlog in Indië en ook de bersiap ervaren wordt als een afschuwelijke tijd in het verre verleden. Dat afstandelijke besef wordt soms doorbroken door de confrontatie met authentieke verhalen van mensen die onder de bezetting geleden hebben en de verschrikkingen, de wanhoop en het verdriet van de bersiap aan den lijve hebben ondervonden. Toch blijft het vaak moeilijk om je in die tijd te verplaatsen.

Ik was tijdens de Japanse bezetting tussen de 4 en 7 jaar oud. Erg jong dus. Toch weet ik me zaken te herinneren. Ik voelde de angst van mijn moeder en grootmoeder die bij ons in huis was, als de Jap met veel misbaar weer huiszoeking kwam doen. Ik herinner me de ontreddering als ze gedwongen werden de gehate vlag met de rode bol in de tuin te hijsen of als de Jap met de punt van de bajonet op het lichaam gericht vroeg of ze pro of contra Japan waren….

Zo zijn er veel herinneringen die ik nog heb kunnen verifiëren en die in overeenstemming zijn met wat er gebeurd was. De tijd van de bersiap kan ik me veel scherper herinneren omdat ik toen ouder was. Ik herinner me zelfs flarden van politieke discussies die mij vader met familie en vrienden voerde over de heersende situaties. Ik was nu eenmaal erg nieuwsgierig naar dat soort zaken. Maar over mijn herinneringen van de bezetting en de bersiap later misschien meer als je dat interesseert.

Deel interneringskaart de heer Mutter

Deel interneringskaart de heer Mutter met de data en kampen waar hij verbleef. Op de onderste regel staat vermeld dat hij op 15 september 1945 naar de haven van Nagasaki is overgebracht waarna de bevrijding volgde.

Ontdekking

Terug naar jouw verhaal over de sporen van jouw opa. Ik ben door jouw mail en de confrontatie met de interneringskaart van mijn vader in een soort van rollercoaster van herinneringen en emoties geraakt. De ontdekking dat mijn vader en jouw opa in Fukuoka en Manilla hebben gezeten, maakte bij mij weer alle herinneringen los over de tijd dat wij op Celebes waar wij van 1945 tot 1947 de bersiap meemaakten. Er kwamen weer namen boven en gebeurtenissen en verhalen. In Het Indisch Huis ben ik een aantal oude mannen tegen gekomen die ik nog kenden uit die tijd. Ze waren erg verbaasd dat ik me de namen nog wist te herinneren van mensen en plaatsen die zij alweer vergeten waren. Ook bij hen heb ik veel van wat ik nog wist kunnen verifiëren om te kijken of mijn herinneringen klopten.

De confrontatie met de interneringskaart maakte emoties los. Natuurlijk wist ik dat hij in Fukuoka had gezeten, de bom had meegemaakt en in de mijnen te werk was gesteld. Ik kende de afschrikwekkende verhalen, hoe hij kou en honger gelden had. De wreedheid van de Jap en het gevoel van machteloosheid en onzekerheid over het lot van vrouw en kinderen. Helaas is mijn vader, mede omdat zijn gezondheid na zijn krijgsgevangenschap erg te wensen overliet, in Nederland op 45-jarige leeftijd overleden. Ik was toen 13 jaar oud.

Tabaksblik

Door het zien van de interneringskaart leek het net of al die verhalen in eens bijna concreet werden. Ik zag zijn naam, de naam van mijn moeder en het adres in Batavia waar we toen woonden. Dat zal ook het adres zijn geweest waar ik geboren werd. Ik herinner me ook dat mijn vader uit krijgsgevangenschap zijn tabaksblik had meegenomen. Dat was zo’n tinkleurige plat blikje. Op het deksel had hij, zeer primitief, met een scherp voorwerp een aantal krijgsgevangenen in hun pendek en broodmager, ingekrast. En op de bodem van het blikje het aandoenlijk gedichtje: Kleine liefde daden, woordjes teer en zacht, hebben vaak in het kleinste huis, het grootste geluk gebracht.

Nogmaals erg aandoenlijk en misschien wel lamentabel, maar het laat wel zien hoe de mensen zich vaak voelden in die hopeloze situatie. Al deze herinneringen en gevoelens kwamen weer boven en ook ik had de behoefte om ze met iemand te delen. Ik stuurde een enthousiaste mail naar een jongere zuster en een neef die meestal wel interesse heeft in dit soort zaken , maar ik heb geen reactie terug ontvangen. Jouw verzuchting geldt helaas blijkbaar niet alleen voor de derde generatie maar ook voor vertegenwoordigers van de tweede.

Dat stemt me wel pessimistisch. Of ben ik een overgevoelig type dat bij de aanblik van een simpele interneringskaart en dan nog wel op internet, emotioneel wordt? Dit soort ervaringen weerhouden mij ook vaak van om zaken te bespreken of op papier te zetten.

Met groeten,
Evert