Tweede Wereldoorlog

Bijeenkomst Dialoog Nederland-Japan-Indonesië: Positie van de vrouw tijdens de oorlog in Indië

Met de Indische herdenking op 15 augustus nog vers in het geheugen ben je misschien geinteresseerd geraakt naar verhalen over de periode 1942-1945 in Nederlands-Indië.

Stichting Dialoog Nederland – Japan – Indonesië organiseert een conferentie op  9 september waar je kunt luisteren naar interessante lezingen, in gesprek kunt gaan met Japanners en Indonesiërs en kunt luisteren naar persoonlijke verhalen van aanwezigen.

Tijdens de inspirerende bijeenkomst wordt gekeken vanuit Indonesisch perspectief en vooral vanuit de positie van de vrouw tijdens de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan.

Gastspreker tijdens de bijeenkomst is schrijver Reggie Baay. Hij en andere sprekers zullen lezingen geven over Indonesische  vrouwen.

Op de website vind je meer informatie en het registratieformulier om je aan te melden. De  kosten bedragen € 10,00 inclusief koffie /thee en een Indische maaltijd. De voertaal is Nederlands en Engels.

Dialoog Nederland – Japan – Indonesië, zaterdag 9 september in de Wilhelminakerk in Bussum. Website: http://www.dialoognji.org

Poster Dialoog

Advertenties

Update boek Tabé Java, tabé Indië van Ronald Nijboer

Een bijdrage van Sabina de Rozario

Vaste lezers herinneren zich vast het artikel van Ronald Nijboer over zijn opa die tijdens de koloniale oorlog heeft gediend in Indië (lees hier het hele artikel). In het artikel schrijft hij over de inhoud van een hutkoffer van zijn overleden opa met informatie over zijn verleden. Een dagboek en foto’s van eind jaren ’40 zijn voor Ronald de reden om onderzoek te doen naar de sporen van zijn opa.

Evert-Jan Nijboer

Onlangs heeft Door Blauwe Ogen weer contact met Ronald via e-mail en geeft hij een up-date over zijn onderzoek dat in augustus in boekvorm zal verschijnen. Ronald vertelt verheugd over de stand van zaken:

,,Momenteel ben ik druk bezig met de laatste loodjes. De eerste versie van mijn boek is bijna klaar en rond mei moet het echt definitief zijn. Binnenkort wordt de catalogus met de omslag en flaptekst naar de boekhandels gestuurd. Op 10 augustus ligt het boek ‘Tabé Java, tabé Indië. De koloniale oorlog van mijn opa’ in de winkels, vertelt Ronald.

Hoe ben je te werk gegaan met de gegevens die je eerder hebt gekregen van jouw opa?

,,Het afgelopen jaar heb ik het verhaal van mijn opa verder uitgezocht door de archieven in te duiken en mensen op te sporen die hem destijds nog gekend hebben. In beide gevallen was dat zeker niet makkelijk, maar wanneer dat wel lukte was dat zeer waardevol. Zo vond ik nog een vrouw terug waar hij in Batavia mee omging. Zij was toen een 16-jarig Indisch meisje, en hij kwam vaak bij haar en haar familie langs. Inmiddels is ze dus in de 80 en woont ze in Californië, maar ze kon me nog heel veel vertellen over die tijd en haar band met mijn opa. Ook zijn er enorm veel brieven van hen bewaard gebleven die ik allemaal heb gebruikt voor mijn boek. Ik vond het geweldig om al deze bronnen uiteindelijk te combineren in een mooi verhaal.”

Detail uit het dagboek van Evert-Jan Nijboer 2

Dit klinkt allemaal erg romantisch, maar er is ook een hele andere zijde om over te vertellen. Kun je hiervan een voorbeeld geven?

,,Naast die leuke verhalen stuitte ik ook op een paar vrij macabere foto’s uit zijn tijd als fotograaf bij de militaire politie. Mijn opa moest als fotograaf mee met recherche-onderzoeken, wat soms inhield dat ze lijkopgravingen of dode soldaten moesten fotograferen. Daar heeft hij er een aantal van bewaard. Ik onderzoek dus juist ook die donkere kant waar de soldaten mee te maken kregen.

Wat kan de lezer verwachten van jouw boek?

,,Mijn opa vertrok vol hoop naar dat ‘vreemde Indië’. Die eerste periode voelt avontuurlijk, haast als een jongensboek aan. Hij vindt het land ook prachtig en wil er aanvankelijk blijven. Maar al snel blijkt dat ze eigenlijk een kansloze oorlog vechten en gaat zijn gevoel over in cynisme en teleurstelling. In mijn boek beschrijf ik die ontwikkeling en probeer zo te begrijpen waarom hij er destijds heengegaan is en bij thuiskomst er altijd over heeft gezwegen.”

Wil je op de hoogte blijven van Ronald Nijboer, bezoek dan zijn website of Facebook-pagina. Hierop verschijnen regelmatig blogs over zijn werk in aanloop naar het boek dat uitkomt in de zomer van dit jaar.

Website Ronald Nijboer: tabejava.nl
Facebook: www.facebook.com/tabejava/

Lees hier het artikel van Ronald op Door blauwe ogen: ‘God geve dat het niet tevergeefs is geweest.’

Martijn de Jong: Van passie naar missie

 Bijdrage van Sabina de Rozario

Staren naar de wereldkaart, opzoeken waar Indonesië ligt. Als kleine jongen is hij altijd bezig met Indië en Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. Toen wist hij het al: Daar ga ik iets doen later.

De kleine dromer van toen is Martijn de Jong (Deventer, 17 juli 1974), inmiddels een volwassen man met nog steeds veel ideeën en plannen. Ik ontmoet hem bij een warung langs een drukke weg in Bali, hij is in goed gezelschap als ik aanschuif. Als de gerechten op tafel komen, volgt een inspirerend gesprek over zijn carrière in de vechtsport en zijn daaruit voortvloeiende ambitie in Azië.

‘Nare Japanners’
Martijns carrière in Mixed Martial Arts (MMA) neemt midden jaren ’90 een grote sprong als hij een gevecht heeft in Japan. Hij herinnert zich zijn eerste Japanse tegenstander nog goed: ,,De ervaringen van mijn Indische familie in de Japanse kampen maakt dat ik haatgevoelens voor mijn tegenstander heb. In minder dan 4 minuten versla ik hem. In de kleedkamer bedankt de Japanner me nederig voor het gevecht. Ik snap zijn houding niet. Japanners zijn toch nare mensen?”

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

De legendarische Paatje Pfefferkorn en Martijn de Jong

Schuldgevoel
,,Een jaar later ben ik voor een langere periode terug in Japan om te trainen. Ik word er goed opgevangen en verzorgd. Een reality check: De oorlog is verleden tijd, deze mensen om me heen zijn andere mensen dan ‘die slechte Japanners’. Meer dan 70 keer heb ik Japan bezocht en heb altijd een schuldgevoel gehad tegenover mijn Indische familie. Ik kreeg kans om Japans te leren, maar heb dat niet direct gedaan. Dat ik eerder Japans zou spreken dan Indonesisch kon ik niet rijmen met de geschiedenis van mijn familie.”

Je bent vaak in Indonesië, vroeger voor vakantie, nu vooral voor zaken. Hoe is het om in Indonesië te zijn?

,,Indischen hebben geen eigen land meer, maar in Indonesië voel ik me thuis. Toch hoor ik er niet helemaal. En dat geldt voor Nederland ook. Kijk, spekkoek is in Nederland Indische cake. In Indonesië noemt men het Nederlandse cake. En zo is het ook een beetje met de Indo. Soms voel ik me als een spekkoek!”

Tatsujin defence system

Martijn in actie op de advertentiefoto van zijn trainingsmethode bij Celebrity Fitness

Positief aanraken
Onlangs heeft Martijn zijn ontwikkelde Tatsujin Training System succesvol geintroduceerd bij een grote sportschoolketen in Indonesië, Maleisië en Singapore. Dit jaar opent hij zijn eigen sportschool in Jakarta en tevens gaat hij van start met een reallife programma op de Indonesische televisie. Een gedreven ex-topsporter die mensen positief wil aanraken waar ook ter wereld.

Waarom wil je juist jouw kennis delen in Indonesië? Zit er een dieper gevoel achter dan alleen succesvol zijn in jouw tak van sport?

,,Ik wil MMA, de snelst groeiende sport in de wereld, groot maken in Indonesië, want ik zie dat daar potentieel is. Met het reallife programma wil ik laten zien dat je door vechtsport zelfverzekerd en zelfs een held kunt worden. Van iets negatief positief maken.”

Teruggeven
,,Door mijn Indische roots en mijn ervaring, die ik overal heb mogen opdoen, wil ik mensen helpen in Indonesië. Mijn passie voor MMA is nu mijn missie geworden. Ik heb het gevoel dat ik iets kan teruggeven.”

 

Meer info over Martijn de Jong: http://www.tatsujindojo.nl

Een verloren familielid?

Het programma Spoorloos is een traantje laten om menselijk geluk dat vakkundig doch integer wordt weergegeven. De kijker voelt zich betrokken, maar denkt ook meteen: Gelukkig heb ik niet zo’n zoektocht naar een naaste familielid. Ook ik reageer zo als ik de laatste aflevering van Spoorloos bekijk, het programma gaat al meer dan 25 jaar mee op de buis.

Niemand is spoorloos in mijn familie. Dus ik ken niet het gemis van een verloren familielid. Maar waarom ben ik deze keer dan zo betrokken bij deze aflevering? Is het omdat het een Indonesische jongen betreft die als kind van een buitenechterlijke relatie ter adoptie moest worden gegeven? De familiehereniging is in Indonesië, ik herken veel van de beelden die voorbijkomen. Ik heb een band met dit land. Mijn vader is er geboren en zelf woon ik er alweer 5 jaar.

Nog familie in Indonesië?
Met Bali als standplaats, maak ik af en toe uitstapjes naar Jakarta, Jogjakarta en naar Makassar, de geboorteplaats van mijn vader. Ik zoek er geen familieleden, tenminste daar heb ik nog nooit aangedacht. Maar het programma Spoorloos, wat ik vanochtend heb gekeken, maakt me nieuwsgierig. Wat als er nog familieleden van mij in Indonesië wonen? Ik zou ze zomaar tegen het lijf kunnen lopen, zonder dat ik het weet. Een rare gedachte.

 

Gendro Spoorloos

Gendro zoekt zijn biologische ouders in het programma Spoorloos

Ik heb het ooit wel gevraagd aan mijn vader, maar volgens hem wonen er geen directe familieleden meer in Indonesië. ,,Allemaal netjes het land verlaten toen het moest.” Maar er moeten verre ooms, tantes, neven en nichten op Java wonen, want de Javaanse oma van mijn vader en haar kant van de familie, hebben Indië nooit verlaten. Ervan uitgaande dat deze oma ook nog andere familie had die niet gemengd was. Maar hoe vind ik die?

Zoeken naar één naam
Mijn vader heeft wel een poging gewaagd om familie van zijn oma te zoeken. Maar met slechts één naam, letterlijk had deze oma alleen een voornaam, is hij niet ver gekomen. Ik denk dat ik geen verloren nazaten ga tegenkomen in Indonesië, als ik niet weet hoe ik hen kan vinden. Zelfs Derk Bolt (presentator Spoorloos) kan me daar niet bij helpen.

Verscheurde familie
Ik denk dat er heel veel Indische mensen in Nederland zijn die hier en daar nog een ver familielid hebben wonen in Indonesië. Door de Tweede Wereldoorlog en de migratie naar Nederland zijn er veel families verscheurd. Iedereen kent wel zo’n verhaal van een moeder, tante, oom of zelfs een helft van de familie die de overtocht niet wilde of kon maken. Het zijn trieste verhalen die langzaamaan verdwijnen met de personen die ze hebben meegemaakt.

Look-a-like
Vooralsnog ga ik niet opzoek naar mogelijke verre familie. Ik laat het aan het toeval over. Mocht ik een persoon tegenkomen die een look-a-like van mijn vader is (dat is al heel vaak gebeurd trouwens), dan zal ik hem aanspreken. Al blijft het een speld in een hooiberg, maar dit heeft Derk Bolt ook vast eens gedacht. En heeft die ooit opgegeven? Nee, hij is nog nooit gestopt, zelfs niet na 25 jaar.

 

 

Voorwerpen uit Indië, deel 2

Bijdrage van Sabina de Rozario

In deze post het tweede deel van het artikel Voorwerpen uit Indië, het eerste deel is eerder gepubliceerd op deze site.
Als free-lance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Wellicht zijn ze voor sommigen herkenbaar. Wie droeg er niet zo’n matrozenpakje toen hij klein was? En wie herkent de pijama met tressen?

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

Oude dias kl

Matrozenpakje kl

Matrozenpakje voor en achter kl

Detail mouw kl

Tressen kl

Patroon voor pyama kl

Pyama kl

Schoenen kl

Voorwerpen uit Indië

Bijdrage van Sabina de Rozario

Als freelance fotograaf heb ik ooit bijzondere voorwerpen uit Indië mogen fotograferen. Over deze voorwerpen, waarvan de meeste in gevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt, heb ik toen ook een verhaal opgetekend. Helaas kan ik het complete verhaal niet delen, het staat niet meer in mijn laptop. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog.’

De meeste voorwerpen, zoals het pillendoosje en de broches, zijn handgemaakt van materialen, die voor handen waren in het kamp. De schil van een kokosnoot, een stukje hout, wat draadjes.
Uiteindelijk hebben de kleine zelfgemaakte bezittingen een lange weg afgelegd. Na de oorlog krijgen de gebruiksvoorwerpen een plekje ergens in een huis om vervolgens met de eigenaren mee naar Nederland af te reizen. Ruim 50 jaar later liggen ze in zeer goede staat voor de lens van mijn camera. Ik doe mijn best om de voorwerpen mooi in beeld te brengen.
De verhalen zijn verdwenen, maar dat is niet erg. Vroeg of laat zullen de vertelling zich weer bij de objecten voegen.

(Klik op de foto’s om ze te vergroten.)

 

Foto: S. de Rozario

Asbakje van kokosnoot kl

 

Broche kl

 

Houtsnijwerk kl

Voorwerpen uit het kamp kl

 

Identificatiekaart kl

Vlag kl

 

Voorwerpen gemaakt in het kamp

 

Dit is een bijdrage van Sabina. Meer over de auteurs van dit platform, klik hier.

Ik weet niet waar ik moet beginnen

Bijdrage E. Verhoeff

Wederom mocht Door blauwe ogen een mailtje van mevrouw Verhoeff ontvangen naar aanleiding van een gepubliceerd verhaal. Haar reactie is te mooi om onopgemerkt te blijven voor de lezers van Door blauwe ogen. Daarom plaatst dit platform hier, met haar goedkeuring, de zo prachtig omschreven ervaring van mevrouw Verhoeff als reactie op ‘Het Indisch zwijgen’ van Evert Mutter over het beantwoorden van vragen van het nageslacht.

Mw E. Verhoeff schrijft op 24 maart jl.:

Wat Evert vertelt ken ik en onderken ik. Zelf ben ik noch eerste, noch tweede generatie. De anderhalfste? Geboren in Nederlands-Indië en opgegroeid in Indonesië. De vooroorlogse tijd ken ik niet. Maar mijn ouders en grootouders hebben mij daar veel van verteld. Ik was twee jaar toen de oorlog begon. En van die twee vooroorlogse jaren zijn mij twee herinneringen bijgebleven.

De Ronggengs, waar ik helemaal gek van was. Als de ronggengs kwamen met hun dans en muziek was ik door het dolle. En de Japanse officieren die mij op de arm namen en tegelijkertijd opa’s auto en nog wat zaken vorderden. Daarna werd mijn herinnering blanco. En de bijbehorende emoties die ik meenam naar mijn volwassenheid, onderkende ik niet als horende bij deze tijd van mijn jeugd. Later pas. Veel later.

Tekening van Emmy Verhoeff

Tekening van Emmy Verhoeff uit het boekje Katek van Inge Dumpel *

Breek
Maar….wat wilde ik weten van mijn ouders? Van mijn grootouders? Wat zocht ik? Mijn vragen werden afgewimpeld.
Vage beelden die ik mij meende te herinneren, werden verwezen naar een rijke fantasie. Pas toen mijn stiefvader stierf en ik mijn moeder na de begrafenis in de keuken vond zitten. Ik wilde een arm om haar heen slaan. Zij weerde mij af. ,,Laat dat of ik breek…” ze snauwde bijna. Toen begreep ik dat er dingen waren die men niet in woorden kon en kan uitdrukken. Dat ik feiten kon achterhalen door er over te lezen en me in de geschiedenis te verdiepen.

Maar dat ik eigenlijk, diep in mijn hart wilde weten ,,Hoe voelde jij je in die tijd, mam?” ,,Hoe voelde jij je in die tijd Pap?” Pap kon ik het niet meer vragen. En mam zou breken als ze haar mond open deed en het onbenoembare benoemen. En als dat gebeurde, als ze zou breken…..hoe moest ze dan verder? Toen wist ik wat ik weten wilde.

Tekening van Emmy Verhoeff

Ronggengs (tekening van Emmy Verhoeff)

Wat wilden mijn kinderen weten? Ondanks dat ik dacht dat ik op alles een open antwoord gaf, schijnt dat toch niet zo geweest te zijn. Deels logisch omdat ik nauwelijks of geen herinnering had aan juist een invloedrijke tijd. Maar er was meer. En daar kon ik de vinger niet op leggen.

Waar te beginnen?
Later, veel later, toen ik een serie schilderijen maakte met een kind als onderwerp. Een kind in haar spel. Spelen met een vage ondertoon. “Spel is ernst” noemde ik deze serie. En zij werden door heel veel lotgenoten herkend. Niet zozeer het beeld, als wel de sfeer. En mijn oudste zoon zei: ,,Nu weet ik jouw verhaal.” Sommige dingen laten zich niet in woorden vertellen.
En misschien, als mijn kinderen dit lezen, is het best mogelijk dat dit niet is wat zij wil(d)len weten. Maar ze mogen vragen, omdat ik niet weet waar ik moet beginnen. En ik zal eerlijk antwoord geven.

Tekening van E. Verhoeff

Tekening zonder titel van E. Verhoeff

* = Comment van E. Verhoeff over Katek: Katek uit het boekje is een kuikentje met blauwe ogen. Wellicht ken je het gezegde van oudere generatie Indischen als ze willen aangeven dat je te verHollandst bent: Moh…je hebt al blauwe ogen seh.

(Dit is een bijdrage van mevrouw E. Verhoeff)

De kracht van verzoening

Dialoog Nederland-Japan-Indonesië nodigt u uit voor de conferentie op zaterdag 11 oktober. De 17e conferentie heeft het thema De kracht van verzoening.

Dialoog NJI richt zich op mensen die last hebben (gehad) van oorlogstrauma’s, maar ook op belangstellenden voor de geschiedenis in voormalig Indië respectievelijk Indonesië.

Logo Dialoog NJI

Eén van de gastsprekers tijdens de conferentie is de Amerikaanse schrijver Melinda Barnhardt. Zij schrijft momenteel een boek over de Nederlander Wim Lindeijer, één van de oprichters van Dialoog NJI. Lindeijer heeft zich naar aanleiding van het bestuderen van het kampdagboek van zijn vader (POW in Japan) vervolgens ook verzoend met zijn voormalige Japanse vijanden en heeft veel reizen naar Japan gemaakt. Spreekster Patty Buchel van Steenbergen zal spreken over het werkkamp Fukuoka 14.

Het programma biedt ook gelegenheid voor het verhaal van de aanwezigen. Persoonlijke verhalen kunnen worden gedeeld in speciale gespreksgroepen. Klik hier voor het programma-overzicht en overige informatie van de conferentie.

Dialoog NJI roept in het bijzonder ook jongeren op te komen. Heb je interesse in het Indische oorlogsverleden van jouw opa of oma,  dan wel vader of moeder, dan is deze bijzondere bijeenkomst een aanrader.

 

Website: http://www.dialoogNJI.org

 

 

 

Daarom die vlag

Bijdrage Patrick Wouters

Of zwarte piet racistisch is, heb ik hem nooit kunnen vragen. Wel legt de hele zwarte-piet-discussie in Nederland racistische tendensen bloot en merk je dat er nogal wat Nederlanders zijn die de eigen geschiedenis niet kennen of willen kennen. Of het nu gaat om het slavernijverleden of het koloniale verleden: aanpassen en muil houden lijkt ook anno 2014 het devies. Offline en online.

Daarom zal ik me nooit verontschuldigen als ik ‘weer eens’ schrijf over mijn Indische achtergrond: die verschijnt toch telkens om de hoek, ook als ik er niet mee bezig ben.

 

Deel van interneringskaart van de opa van Patrick

Deel van interneringskaart van de opa van Patrick

De 15e augustus

“Wie is er bij jullie jarig?” In de tien jaar dat ik in dit dorp woon, is deze vraag mij vaak gesteld als ik op 15 augustus de vlag uithang. Voor mij nog steeds dé datum om stil te staan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. Geduldig vertel ik aan de hand van mijn eigen familieverhaal over nut en noodzaak en dan blijkt men altijd zeer geïnteresseerd: “Nooit geweten buur.”

Puzzel

Mijn familiegeschiedenis is een oneindige puzzel. Dankzij het internet is het puzzelen wel stukken eenvoudiger geworden. Nog steeds doe ik nieuwe ontdekkingen en krijg ik verloren gewaande familiefoto’s in de schoot geworpen. Op Indischalbum.nl krijgen ze een plek.

De mooiste ontdekking blijft nog altijd de urn met de as van mijn opa, Schelte Wouters, op ereveld Menteng Pulo (Jakarta), een maand voor mijn tweede rootsreis naar Indonesië. Mijn familie heeft ruim vijftig jaar niet geweten wat er precies met hem was gebeurd in de periode 1942-1944. Met hulp van de Oorlogsgravenstichting, die mij ook aan (nooit aangekomen?) correspondentie met mijn oma hielp, kon ik weer een stukje toevoegen aan de familiegeschiedenis.

Later kwam ik via Moesson in contact met Dick Visker (1916-2013), oprichter van het Indisch familiearchief. Hij bleek de Nederlandse commandant te zijn van het Harimakamp nabij Osaka waar mijn opa was geïnterneerd. Zijn wedervaren en dat van zijn manschappen, heeft hij minutieus vastgelegd in verschillende publicaties, die het NIOD bewaart. Op een winteravond heeft hij mijn vader en ik uit de doeken gedaan wat er precies gebeurde na de capitulatie van het KNIL op 8 maart 1942, tot aan de dood van mijn opa in maart 1944. Ademloos hingen mijn vader en ik aan zijn lippen. Tijdens de Harimareünie in Bronbeek, die daarop volgde, maakten wij kennis met kampgenoten van mijn opa en hun nazaten. Een bijzonder mooie ervaring.

Interneringskaart

Vorig jaar (nog voor zijn plotselinge overlijden) heb ik mijn vader de Japanse interneringskaart van zijn vader kunnen laten zien. Het fascineerde hem hoe gedetailleerd de informatie was (en matchte met de informatie die we al hadden).

nt3

Ik bezat al het Nieuwe Testament met aantekeningen, dat mijn opa bij zich droeg die dagen. Het enige bezit dat de familie via het Rode Kruis terugkreeg. De interneringskaart is een mooie aanvulling erop. Samen met een handvol foto’s en verhalen uit de overlevering, vormen zij onze familiegeschiedenis.

En zo geef ik dat ook door: een kleine familiegeschiedenis tegen het decor van de grote geschiedenis van Nederlands-Indië. Mijn manier om kennisoverdracht, herinnering en herdenken te combineren.

 

Daarom die vlag is een bijdrage van Patrick Wouters

Verder lezen:
Een Indisch graf in het land achter de horizon (Link: http://senangproducties.wordpress.com/2014/08/06/een-indisch-graf-in-het-land-achter-de-horizon/ )

http://www.indischalbum.nl

 

 

Deuntjes uit mijn jeugd

Op 17 juli zat er een opmerkelijk mailtje in de mailbox naar aanleiding van het onlangs gepubliceerde verhaal Ik wil het delen van Evert. Lees hier het verhaal van mevrouw Verhoeff over haar oorlogsherinneringen.

Kleine waterdropplen
kleine korr’len zand
vormen saam
de trotse zee
en het
schone land

Kleine liefdedaden
woordjes teer en zacht
hebben vaak
in ‘t
kleinste huis
‘t grootst
geluk gebracht

Uit de bundel: “Kun je nog zingen, zing dan mee”

Het meest troostende liedje, dat ik ooit heb leren zingen, toen ik nog een kleuter was. In de oorlog. Nog voor ik de strekking van de tekst begreep, was de melodie met de woordklanken voor mij iets wiegend troostrijks. Een melodie en tekst om zacht voor je uit te kunnen zingen, maar ook om het luidkeels uit te schreeuwen. En ik blijf het mooi vinden.

Ik heb vele deuntjes in mijn hoofd meegenomen uit mijn jeugd. Elk liedje hangt samen met een ander verhaal uit mijn jeugd. Uit mijn leven. Dit is er één van.

Mijn vader, die bij de politie zat, moeder en ik, kwamen direct vanuit kamp en gevangenis op Java, naar Celebes. Pinrang. Het heette een samenwerkingsverband met de politie. Gewoon de Politionele actie dus. Wij woonden in Pinrang vlak bij de tangsi, waar ik graag speelde. Als ik terugdenk aan die korte tijd daar, verbaas ik me over de tegenstrijdigheid van alles. En hoe soepel een kind, dat ik was, daarmee om kan gaan. Of beter gezegd, het accepteert als normaal dagelijks leven.

De voortdurende alertheid en angst van de volwassenen. Ieder moment kon er iets gebeuren. Wat er kon gebeuren? Van alles. Een overval, infiltratie, snipers, noem maar op…het kon allemaal daar en toen. Ook als kind was je daarvan doordrongen.

Tegelijk was er de ruimte om te spelen. Spel-avontuur. Wij handjevol kinderen die daar rond de tangsi woonden, speelden ‘koboitje’. ‘lasso-den’ de Bengaalse geiten die daar rondliepen en probeerden er op te rijden. Spannend en blauwe plekken opleverend. Van wie die geiten waren? Geen idee. Maar het was wel oppassen voor de bok met zijn gedraaide horens.

De nachten dat wij niet sliepen, maar waakten en wachten. Omdat er onophoudelijk tegen een raam van ons huis werd getikt. En als mijn vader naar buiten ging om te kijken, was er niets. De nachten dat wij weer eens met een jeep vluchtten naar Pare-pare. Ik werd onder een deken op de bodem van de jeep verborgen. Er zou weer eens een overval van de extremisten op Pinrang gepland zijn.

De soldaten in de tangsi, waarvan ik vaak wat lekkers kreeg. Chocola, keiharde bittere chocola uit Amerikaanse voedselpakketten. Een aantal van hen hadden een aapje dat zij tam maakten. Zo lief, vond ik die aapjes.
Mijn vader had op de achter-èmpèr zelfgevangen Bètèts en een kakatoea, ieder op een eigen hangstok met een dunnen ketting aan hun pootje. Zodat zij niet weg konden vliegen.

Maar ook de van hun patrouille terugkerende mannen, soldaten en politie. En wij kinderen stonden op afstand te kijken. Angstig en toch spannend. Ik herinner me duidelijk nog de dode die daar toen op de aloon-aloon lag.

In 1946 stierf mijn vader. “Aan verwondingen opgelopen tijdens een treffen tussen extremisten en politie” zei het rapport. Een sniper, zei iemand. Hij werd gecin-canged, zei een ander. Mijn moeder zei niets. Ik wist van niets.

Wij gingen terug naar Java. Naar mijn oma en opa van vaders kant. Oma vertelde mij dat mijn vader dood was. Voor mijn gevoel was hij gewoon verdwenen. Ik was toen zeven.

Evert, dank voor het delen.

Emmy Verhoeff