Naar Indonesië is een lapmiddel

Dit artikel (maart 2014) van Evert is uit het archief van Door Blauwe Ogen.

Wat gebeurde er emotioneel met me als ik de foto zie van mijn huis in de wijk Menteng in het oude Batavia? Het is moeilijk om juist die gevoelens van een mengeling van heimwee en weemoed te verwoorden. Want die aanblik van dat huis en die wijk zijn alleen de sleutel die de poort van herinnering aan mijn jeugd daar ontsluit. Die herinnering overspoelt mij met heimwee.

Heimwee naar de tijd dat ik in Indië woonde en ondanks de gespannen politieke situatie, een onbezorgde jeugd doorbracht. Spelen met vriendjes en vriendinnetjes in de tuin. Kastie, gatrik, vliegeren en noem al die typische Indische spelletjes maar op.

Maar het was altijd eerst na het (warme) eten van een uur tot ongeveer drie uur siësta houden. Dat was door mijn ouders verplicht, want alleen de schoffies waren tijdens die warmste uren van de dag op straat aan het spelen. Dat was voor mij een temptatie, want je hoorde vaak de opgewonden stemmen van andere kinderen buiten en ik moest verplicht slapen.

Pisang goreng
Van slapen kwam natuurlijk niets. Stiekem lezen en om de haverklap zogenaamd naar het toilet. Maar dat was alleen maar om in de dapoer waar de kokkie de lekkernijen aan het klaarmaken was voor de thee, alvast een pisang goreng of iets anders mee te pikken, tot (gespeelde) ergernis van die goeie ouwe kokkie. Want het mensje gunde je dat van harte.

Om drie uur mochten we er dan eindelijk uit en dan was het baden. Als iedereen gebaad was gingen we gezamenlijk in de tuin aan de thee met allerlei lekkernijen. Vaak was er bezoek, maar ik mocht dan al snel toch gaan spelen. Dat ging door tot ongeveer half zes. Dan werd ik binnen geroepen om weer te baden, daarna zaten we met het hele gezin in de zij-of achtergalerij. Om zes uur was het bekende magrib (of zoals we op Batavia zeiden: mengerip). Die korte tropische schemering van een kwartier. Om zes uur nog klaarlichte dag en om kwart over zes nacht.

Die schemering ervoer ik met een dubbel gevoel. Het had iets beklemmends, al die geluiden van jankriks en tonggerets, maar ik had ook een gevoel van geheimzinnigheid. Na weer een warme maaltijd moest je je dan voorbereiden op het naar bed gaan. Meestal zat je dan met je ouders op de galerij. Soms werd er een toekang aangeroepen met saté of andere lekkernijen. Ik weet nog dat ik stapel was op keraktelor. Zo verliep in die tijd een deel van de dag.

Dat leven bestaat niet meer
Wat is nou het verschil tussen mijn jeugdherinnering van de tijd die ik in Indië doorbracht en de jeugdherinnering van iemand die in Holland zijn jeugd doorbracht? Mijn herinnering gaat over een jeugd die ik doorbracht in een tropisch land en in een samenleving die teloor is gegaan. Dat leven en die samenleving bestaan gewoon niet meer. En het ergste is dat het leven en de samenleving waar wij als Indo van de eerste en tweede generatie zozeer naar terug verlangen, door de mensen in het hier en nu worden verketterd als een verwerpelijke koloniale samenleving, die we maar zo snel mogelijk moeten vergeten!

Bang voor teleurstelling
Naar Indonesië is eigenlijk een lapmiddel. Natuurlijk, je ziet dan weer het land waar je vandaan komt, het is hetzelfde land, maar niet meer de samenleving die je kende. Ik erken dat ik in mijn herinnering het verleden heb geïdealiseerd en dat ik dus altijd teleurgesteld zal zijn als ik nu de nieuwe situatie zou zien. Ik ben een beetje bang voor die teleurstelling. Maar er ligt nog een gevaar op de loer. Er is een kans dat ik, juist omdat ik van gemengd bloed ben, zo veel in Indonesië herken en me zo thuis voel dat ik gedesoriënteerd raak.

Zo is het aankloppen aan die poort van mijn Indische jeugd voor mij vaak een deceptie. Want die poort blijkt vergrendeld, ik kan er niet meer binnengaan. Ik blijf alleen en eenzaam, vervuld van weemoed, achter.

Evert, maart 2014

Dit artikel is een onderdeel van het project Tussen twee generaties.

Bovenstaande brief van Evert is een reactie op de brief van Sabina, die je hier kunt lezen.

Filmproject Kinderkampen nu online

6 januari, 2022

,,Moeders hebben de kinderen door de oorlogstijd moeten slepen met enorm veel improvisatievermogen en zelfopoffering. Zij zijn erg ondergewaardeerd.”

Bovenstaande is een quote van Evert Mutter (1938) uit het filmproject Kampkinderen van Stichting Gastdocenten. Het interview met Evert, mede-auteur van het blog Door Blauwe Ogen, staat nu online (klik hier om de registratie te bekijken).

Boven: Stills van Evert Mutter, Thea Meulders en Ton Stephan tijdens het interview en gastles (eigendom van Stichting Gastdocenten)

In Kinderkampen vertellen de kinderen van toen over hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Bersiap-tijd in voormalig Nederlands-Indië.

Evert die als kind de oorlog doorbracht buiten het kamp is één van de drie gastdocenten die zijn bijdrage heeft geleverd aan dit project.

Stichting Gastdocenten WO II Zuid-Oost Azië geeft gastlessen waarbij de docenten hun persoonlijke- of voorouder verhaal vertellen over de oorlogsperiode in voormalig Nederlands-Indië. Bekijk hier de website voor meer informatie en persoonlijke verhalen van gastdocenten.

Ambarawa: ruines van een Japans kamp

Ambarawa, ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Semarang op het eiland Java, is de plaats waar 15.000 Europeanen zijn vastgehouden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dit kamp was gelegen in de kazerne van een oud KNIL-kampement in Ambarawa, direct ten westen van Fort Willem I.

Fort Willem I (voltooid in 1845) is onderdeel van het huidige Ambarawa Class II Penitentiary-complex (gevangenis) en hoe raar het ook klinkt, een bezienswaardigheid voor toeristen.

Als toerist betaal je een kleine bijdrage om het complex te bezoeken en kun je extra informatie krijgen van de medewerkers. Opmerkelijk is dat er ook mensen wonen in het complex en de gevangenis nog steeds in gebruik is.

Meer informatie over het Japanse burgerkamp in Ambarawa lees je op: http://www.japanseburgerkampen.nl/

Achter de glans van koloniaal Semarang

Het ministerie van Educatie en Cultuur in Indonesië heeft onlangs 4 wijken in de oude gerenoveerde stadskern van Semarang tot Nationaal cultureel erfgoed verklaard. Maar wat is er aan de achterkant van deze koloniale pracht en praal te zien?

De foto’s zijn gemaakt in oktober 2019 door Sabina de Rozario.

De achterkant van Kota Lama

Hier een aantal foto’s van Kota Lama, één van de vier gerenoveerde wijken, van de panden achter de pracht en praal. De herstelde koloniale panden met winkels en restaurantjes trekken de toeristen aan, terwijl daar achter de armsten van de stad wonen in de zwaar verwaarloosde gebouwen die tot op heden geen functie hebben.

Transformatie van koloniaal erfgoed

Al sinds 2017 hoopt de Semarang Oldtown Management Board op een felbegeerd plekje op de UNESCO erfgoedlijst. Met het ontwikkelen van de koloniale panden hoopt de board de status van Wereld erfgoed te krijgen. Met veel succes is de koloniale erfenis commercieel ingezet en getransformeerd tot de nummer-1 toeristische attractie van Semarang.

Nieuw: De bijbel van de Indonesische keuken

Van sate kambing tot gado gado en van soto tot rendang; een ondertitel om trek van te krijgen!

Meer dan 230 authentieke recepten zijn gebundeld in het nieuwe kookboek van schrijfster Maureen Tan: ,,Recepten uit de eilandkeukens van de hele Indonesische archipel. Met veel recepten van mijn moeder.”

Naast prachtige foto’s, vind je in dit dikke boek een uitgebreide uitleg over bijzondere ingredienten, heldere how-to’s en technieken. Met zowel een Nederlands als een Indonesische register en ook een register op type gerecht.

Maureen Tan is geboren in Nederland en is de jongste van drie dochters, van een Chinese vader (Peranakan) geboren in Surabaya en Indische moeder geboren in Semarang.

In de zomer van 2019 is ze begonnen om het receptenboekvan haar moeder te herschrijven. Maureen: ,,Bij een aantal recepten stonden de hoeveelheden niet goed omschreven. Echt op zijn Indisch zeg maar, een snufje van dit en een beetje van dat.”

Om het culinaire overzicht compleet te maken is de Amsterdamse foodlover ook naar Indonesie afgereisd. Vooral Jakarta en Semarang op Java hebben haar geinspireerd. Op het eiland Bali heeft zij van een Balinese chef het recept voor de authentieke Balinese Base Genep oftewel Bumbu Bali geleerd.

Na deze reis volgden maanden van online research om uit te vinden welk gerecht specifiek is voor welke streek of eiland. En zo is het een compleet overzicht geworden van de Indonesische keuken met in totaal 230 heerijke recepten.

Informatie:

De Bijbel van de Indonesische keuken

ISBN nummer 9 789048 853816. Prijs €31,99

Volg Maureen op Instagram: @anakbungsuamsterdam.

Review: Pinda* magazine is eigenlijk heel Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario, november 2019

De eenmalige glossy Pinda* is een regelrechte hit volgens de gepubliceerde verkoopcijfers. Op veel plekken is het magazine, sinds de lancering in half September, niet meer te krijgen, terwijl er 30.000 exemplaren zijn gedrukt. Geen nood, de stapels op de planken zijn weer aangevuld met maar liefst 20.000 stuks.

Ricci Scheldwacht, creatief brein en hoofdredacteur van het magazine heeft 13 jaar kunnen broeden op zijn idee, voordat zijn droom in glossyformat werkelijkheid werd. Een mooi initiatief waarop Indisch Nederland met zekerheid op zat te wachten. Over de gekozen titel is al voldoende geschreven in de media, kom er later even op terug, in deze review wordt vooral gekeken naar de inhoud van de artikelen van ‘de gids van Indisch Nederland’; hebben ze voldoende pindapower? En voldoet Pinda* als gids?

Goed Indisch

Bladerend door het magazine valt direct iets op. De glossy staat vol met glossywaardige (=goeduitziende, ambitieuze en bekende) Indische mensen die, zoals hoofdredacteur Scheldwacht in het voorwoord toelicht, ‘de verborgen Indische schatten vertegenwoordigen’.

Indische topcriminelen, die ooit de Nederlandse pers hebben gehaald, krijgen geen aandacht in Pinda*. Waarom eigenlijk niet, zij zijn niet ‘goed Indisch’?

Mierzoet

Pinda* lijkt te staan voor personen die bekend zijn geworden met bijvoorbeeld schrijven, zingen en acteren met de Indische afkomst in het achterhoofd. Gelukkig zorgen de onmisbare artikelen over de Indische cultuur en geschiedenis, zoals de migratie, de njai en Tjalie Robinson voor enig evenwicht met de interviews van de bekende Indischen, die mierzoet zijn en bovendien extra worden besprekeld met pindapower.
Waar is de kritische noot in dit magazine? Nergens. De kritiekloze inhoud van de artikelen maken van Pinda* een people pleaser of zoals je wilt: een pinda pleaser.

Waar is het pindanieuws?

Helaas staat er weinig nieuws in Pinda*, iets dat wel mag worden verwacht in een glossymagazine. En dat geldt ook voor het beeldmateriaal. Naast geweldig nieuw geschoten materiaal is regelmatig gekozen voor archieffoto’s, al dan niet opgesierd  met oude quotes (tijdgebrek?). Een nieuwe column van  Alfred Birney zou veel hebben toegevoegd, (had hij geen zin?), er is gekozen voor een  oudje van zijn hand. Nog meer oud nieuws: Boekbesprekingen over een lang verschenen boeken (terwijl de nog te verschijnen boeken van Ellen Deckwitz, Sarah Sluimer en Marion Bloem niet worden behandeld) of De Indie Monologen, een toneelstuk dat niet eens meer op de planken staat, bevatten geen nieuwswaarde. En artikelen zonder nieuws horen niet thuis in een magazine.

Glossy of gids?

Oké, het blad kan ook als een gids van Indisch Nederland worden gezien, zie hierover in het voorwoord van Scheldwacht, dan zouden niet alle artikelen aan het criterium van nieuwswaarde hoeven te voldoen. Echter, de kritische lezer mist een flink aantal boeken en films in Pinda* om een compleet beeld van Indisch Nederland te krijgen. Als gids volstaat het magazine zeker niet.

Gemiste kans

De samenstellers van het magazine hebben uiteraard het recht om alleen de goede appels uit de schaal te etaleren, maar wie bepaalt wat en wie goed of slecht is? Neem  Wilders, zijn ideeën zijn vaak wat ‘minder’, waarom heeft hij wel een podium gekregen en andere beruchte Indo’s niet?

Een onbetwiste parel uit het schaaltje met succesvolle Pinda’s is met stip Marion Bloem. Helaas geeft ze geen interview, maar bespreekt haar interessante boekenreeks over Indonesië uit 2012 alweer. Juist omdat deze schrijfster vaak interessante Indische onderwerpen weet aan te snijden, (zie artikel in De Groene Amsterdammer ‘Het trapjesdenken leeft voort’ dat een week na Pinda* verscheen), dat de vraag rijst waarom zij niet binnenstebuiten is gekeerd over haar nog te verschijnen boek? Een gemist kans, de makers hadden hiermee het magazine een ander geluid kunnen geven.

‘Als maar geef geluid’

Over geluid gesproken, nog even iets over de titel, die voor voldoende reuring heeft gezorgd. De titel zou voor complete mata gelap zorgen of juist als liefkozend worden beschouwd, de media heeft dit in iedergeval voldoende opgepikt. Een goed beargumenteerd artikel over de titel verscheen in Parool: ‘Geuzennaam of niet Pinda glossy kan niet’

De titel Pinda is marketingtechnisch erg sterk, want gewaagd, brutaal, eigenlijk ook provocerend.  Zo’n titel belooft wat! Maar is het spektakel wat de lezer krijgt voorgeschoteld? Helaas. Pinda* heeft geen kritiek, geen rebelse invalshoek en originaliteit. Pinda* vertoont gewenst gedrag. En dat is dan eigenlijk heel Indisch.

Filmreview: Aarde der mensen

Bijdrage van Sabina de Rozario
oktober, 2019

Het toneel van de film Bumi Manusia, ofwel Aarde der mensen, is Nederlands-Indië aan het eind van de 20-ste eeuw. Deze 3-uur durende film, voor een deel in het Nederlands gesproken, is de verfilming van het gelijknamige boek van schrijver Pramoedya Ananta Toer en draait sinds 15 augustus in de Indonesische bioskopen.

Bumi manusia filmposter (Falcon Pictures)
Volkslied
Onlangs had ik de eer om deze film te zien tijdens de Balinale op Bali. Een bijzonder jaarlijks filmfestival dat het publiek op de wenken bedient met meer dan 100 artistieke films en documentaires. De producent van Bumi Manusia, aanwezig tijdens de bijzondere vertoning, hoopt dat de film ook in Nederland te zien zal zijn.

Voordat de film begint, moet het publiek verplicht opstaan en meezingen met het volkslied dat door de geluidsinstallatie klinkt. Ook al is dit normaal bij grote events in Indonesië, een deel van het publiek zal ongetwijfeld de wenkbrauwen hebben opgetrokken toen iedereen uit volle borst het Indonesia Raya meezong.

Romantisch Indië
Een indrukwekkende stoomtrein, een school met ambitieuze leerlingen, het levendige straatleven en Hollandse families in prachtige kleding op de voorgalerij. Kleurrijke beelden van het normale leven in Surabaya in 1898 introduceren het verhaal terwijl de voice-over vraagt of het modeniseren van Java naar Europees voorbeeld de oorspronkelijke bewoners eigenlijk wel ten goede komt. De Westerse kijker gaat van een romantische kolonie-beleving naar een gevoel van bewustwording en (eventueel) schuld over het verleden binnen 5 minuten! Deze regisseur weet de kijker wakker te schudden.

Bumi manusia scene Falcon Pictures
Wat hierna volgt is het liefdesverhaal tussen Minke, zoon van een Indonesische regent en de Indische schone Annelies Mellema, dochter van een koloniaal en een nyai. De tortelduifjes is weinig rust gegund als de regent zijn zoon opdraagt de relatie te verbreken, een gemengd huwelijk is niet gewenst. Echter, vaders eis weerhoudt de twee niet en zij trouwen op traditionele wijze.

Felle strijd
Als blijkt dat de Europese wetgeving hun huwelijk niet erkent en Annelies na de dood van haar vader door haar familie in Nederland wordt opgeeist, trekt Minke fel ten strijde. Het liefdesverhaal verandert in een politiek drama, waarbij onder meer het rechtenloze bestaan van de nyai als de oorspronkelijke bewoners wordt onderstreept. Is Minkes onuitputtelijke kracht voldoende, zodat hij en zijn Annelies samen een toekomst kunnen delen in het moderne Indië?

Bumi manusia scene 2 Falcon Pictures
Bumi Manusia is een liefdesverhaal in een romantisch historisch decor of een politieke strijd waarbij min of meer geen winnaars zijn. De keuze is aan de geduldige kijker wat hij of zij wil zien.

Pramoedya Ananta Toer
Schrijver Pramoedya Ananta Toer (1925 – 2006) heeft met zijn boek (1981) enkele gevoelige onderwerpen bloot gelegd, zoals de rechten van de vrouw en in het bijzonder die van de nyaj. De schrijver van Javaanse afkomst wordt gezien als een van de vooraanstaande schrijvers in de archipel. Door zijn politieke betrokkenheid is Pramoedya Ananta Toer meerdere malen in gevangenschap genomen.

Zoeken naar het Indische leven

Paatje Phefferkorn Foto: S.de Rozario

Bijdrage van Sabina de Rozario
januari, 2019

Een t-shirt met het woord Indo erop, Indisch koken, naar Indonesië met vakantie gaan, allemaal manieren hoe je je Indische afkomst kunt definieren. Wat en hoe men de Indische identiteit invult is voor iedereen verschillend. Maar een t-shirt met het woord Indo er op, zul je mij nooit zien dragen.

Den Haag: de Weduwe van Indië?
Al zo lang ik me kan herinneren ben ik geïnteresseerd in mijn afkomst, lees ik alles wat vast en los zit, heb zelf een boek over Indische jongeren gemaakt en woon nu in Indonesie om daar de roots te onderzoeken. Als ik terug ga naar Nederland voor een vakantie, zoek ik bewust altijd naar het Indische leven in Nederland. Net als de identiteit van een persoon, verandert de identiteit van een stad ook. Ik vraag me dan ook af of Den Haag nog kan worden gezien als de Weduwe van Indië? Drijft de Indische identiteit nog aan de oppervlakte in deze multi-culturele stad?

Afgelopen zomer (juni 2018) was ik in Den Haag, maar zag het Indische leven niet direct in de straten van de stad waar ik ooit heb gewoond. Ook in het Indisch Herinneringscentrum aan de statige Sophialaan, kon ik het niet vinden. Geen tjendol of risoles te krijgen, 4 op ééngestapelde koffers in de gang en een paar portretten van Indische mensen wakkerde mijn Indo-gevoel niet aan.

‘Mampirren’ bij Paatje

Toen gebeurde er iets moois.  Een goede kennis nodigt mij uit voor een bezoek aan Paatje Phefferkorn. Even ‘mampir’ bij Paatje, veel Indischer dan hij kan het niet worden. Ik vind het een eer dat de legendarische pentjak silat leraar ons wil ontvangen in zijn nieuwe onderkomen in Bussum. Ik kijk uit naar de ontmoeting.

Als we het Indische tehuis binnenlopen, speur ik enthousiast en ook kritisch wat dit Indisch tehuis Indisch maakt. Ten eerste zie ik Indische bewoners, ze zijn er volop. Ten tweede zie ik Indische/Indonesische meubelstukken en prenten van rijstvelden aan de muren die inderdaad zorgen voor een Indisch sfeer, al verdoezelen de schilderijen ook zeker de vervallen staat van het gebouw.

Prachtige verhalen doordrenkt met verdriet
En daar zit hij dan, de 96-jarige Paatje Phefferkorn, de legende die ik in een  eerder artikel beschreef ik als een van de laatste Indische iconen. Hij verwelkomt ons hartelijk en is zichtbaar blij met het stuk spekkoek dat we hebben meegenomen.

2018-06-12 20.40.46 cr kl

Paatje Phefferkorn praat honderduit over zijn aankomst in Nederland, zijn ontwerp van de Indische vlag en de gesprekken met Indische jongeren die hij vroeger al te graag vertelde (lees: voorlichtte) over hun Indische afkomst. Het zijn prachtige verhalen, doordrenkt met verdriet, maar ook met trots. We hebben elkaar al vaker gesproken, ook nu weer geeft het een bijzonder gevoel om tegenover hem te zitten.

Paatje spreekt zijn verbazing uit dat niet iedereen weet wat Indisch-zijn betekent, zelfs sommige Indischen niet. Ook praat hij over de toekomst van de Indische cultuur. Als toegift strooit hij met wijsheden zoals  ‘Leven is bewegen’ en ik kan niet anders dan instemmend knikken. Ook drukt hij zijn bezoekers op het hart dat ‘wij, Indischen trots moeten zijn op onze Indische afkomst.’ Ik neem alles wat hij zegt met genoegen tot me en geniet van zijn glimlach die verschijnt als hij vooruitblikt naar komende week. Dan gaat bij een pasar malam in Zeist bezoeken. Still going strong denk ik.

Indischer dan Paatje is….

Bij Paatje, daar in het Indische tehuis, vind ik waar ik deze vakantie naar heb gezocht. Paatje Phefferkorn, de onmisbare schakel in het overdragen van de Indische cultuur. Jarenlang stond hij met zijn pentjak silat leerlingen op bijna elke pasar malam in het land. Zijn Indische vlag, wie heeft ‘m niet? Paatje behoort tot de eerste generatie Indischen die naar Nederland kwam, zoals ik al eerder zei; Indischer dan hij, is er niet. Tevreden sluit ik mijn vakantie af met dit bezoek. Indisch Nederland, het bestaat nog, maar ik moest wel goed zoeken.

Pascal Jalhay: Koken is het delen van de Indische erfenis

Een bijdrage van Sabina de Rozario
25 september, 2018

Indonesië bezoeken voor een welverdiende vakantie én om inspiratie op te doen voor een nieuw idee. Dat is precies wat culinair talent Pascal Jalhay onlangs heeft gedaan ter voorbereiding van zijn nieuwe boek.

Hij wisselde liggen bij het zwembad af met het onderzoeken van de Indonesische keuken samen met zijn gezin. Door Blauwe Ogen sprak met de gepassioneerde kok in het populaire en zonovergoten Kuta op Bali.

portretten reeks 1

Foto: Door blauwe ogen

Ondanks dat Pascal Jalhay (1969, Weert) zich vroeger nooit een Indische jongen heeft gevoeld, is hij nu echter een persoon die eindeloos kan praten over de Indische keuken.
Ruim zeven jaar geleden nam zijn vader hem voor het eerst mee naar Indonesië. Dat was het keerpunt in zijn Indische beleving en werd de liefde voor de Indonesische eetcultuur aangewakkerd. Hij raakte betoverd.

Meer dan draadjesvlees
Eenmaal in Bandung, de stad waar zijn vader is geboren, ontdekte Pascal de authentiek Indonesische smaak. Pascal: Gado-gado uit de meest eenvoudige warung smaakte zó puur,daar wilde ik meer van wetenen horen. En ook het gerecht rendang werd meer dan ‘gewoon draadjes vlees van oma’ voor me.”
De reden dat het Indonesische eten hem opeens veel beter smaakte, kwam door de veelbetekenende  verhalen die men erbij vertelden. ,,Net als de oorlogservaringen van mijn vader, de verhalen over Indië die ik altijd heb geslikt voor zoete koek,  kregen vorm tijdens een bezoek aan het oude kamp in Indonesië.”

,,Na terugkeer van die bijzondere eerste reis, heb ik alle Indische kookboeken gekocht om kennis van de Indische keuken te vergaren. Al snel vroeg SIR (Selected Indonesian Restaurants) mijn visie over het vernieuwen van de Indonesische keuken en ben ik workshops over culinair Indisch koken gaan geven” somt Pascal op.

portretten reeks 2

Foto: Door blauwe ogen

Boek met jonge ‘Indo-koks’
Het nieuwe boek van Pascal (publicatie in februari 2019) wordt geen receptenboek. De verhalen achter de gerechten, dáár is het hem om te doen. Voor het boek zijn jonge talentvolle koks met Indische roots, zoals Jamie van Heije, Jermain de Rozario en Syrco Bakker, uitgenodigd om een eigen recept met bijbehorend verhaal te delen. Ook komen autoriteiten zoals Lonny (D’Roemah, Bali), Anita Boerenkamp (Spandershoeve, Hilversum) en Frank Deuning (The Raffles,Den Haag) aan bod.

Delen van de Indische cultuur
Pascal voegt toe:,,Veel Indische koks van de oude stempel willen vaak de (familie)recepten geheim houden, ‘het is toch van mij?’. Ik zie het delen van recepten als het doorgeven van de Indische erfenis. Daarom maak ik juist dit boek, zodat de jonge generatie kan kennismaken met de nieuwe manier van Indisch koken.”

Het mooie gesprek, waarbij de passie voor de keuken er afspat, loopt ten einde als de regen met bakken tegelijk uit de lucht komt vallen. Van praten over eten, krijgt men trek. Gelukkig is een bordje tahu telor snel besteld. Laat die regen maar vallen.

 

Volg Pascal Jalhay via Instagram: @Barubelanda

Copyright tekst en beeld: Sabina de Rozario. Overnemen van deze tekst alléén in overleg, mail naar: doorblauweogen@gmail.com.

 

Recensie: Daar werd wat groots verricht

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Familiefoto Jacobus van Vleuten

Jacobus Hendrik Adolf van Vleuten (1882-1942), alias oom Henk met zijn gezin. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek heeft dezelfde titel als het theaterstuk, waarmee Diederik van Vleuten (Den Haag 1961) enkele jaren geleden volle zalen trok en lovende kritieken kreeg. Het theaterstuk zowel als het boek zijn gebaseerd op het Indische familiearchief dat de schrijver van zijn vader in zeven dozen overhandigd kreeg. Die dozen zaten vol met brieven, documenten, dagboeken, aantekeningen en fotoalbums waarin de oudoom van de schrijver de familiegeschiedenis van drie generaties van Vleutens in het voormalig Nederlands-Indië had verzameld.

Jan en Aukje

Jan en Aukje in de tuin van Kataboemi. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek verschijnt in een periode dat in Nederland politieke groeperingen de kop op steken die de eis stellen dat alles wat doet denken aan de koloniale geschiedenis en die periode verheerlijkt, geëlimineerd dient te worden. Bij deze groepen zal de titel Daar werd wat groots verricht natuurlijk verkeerd vallen, dat is immers een tekst die aan Jan Pietersz. Coen is ontleend. Maar ik verwacht niet dat er onder die groeperingen veel lezers van dit boek zullen zijn. Het is een verademing dat de schrijver juist in deze tijd zich niet laat weerhouden om de koloniale terminologie die zijn oudoom Jan hanteert, ongekuist over te nemen. Daardoor wint het verhaal van oudoom Jan aan authenticiteit en is de herkenbaarheid des te groter.

De familiegeschiedenis van drie generaties die ‘in de Oost’ hebben gewoond, gewerkt en geleefd geeft aan de lezers een prachtig inzicht in de koloniale geschiedenis tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis in twintigste eeuw. En voor mensen die het voormalig Nederlands-Indië nog gekend hebben is deze geschiedenis een feest van herkenning en nostalgie.

Oudoom Jan is een scherp observator en gevoelig mens die in zijn dagboeken verslag doet over zijn onbezorgde en gelukkige kinderjaren op Java waar zijn vader een suikerfabriek heeft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brengt hij zijn studietijd in patria door om vervolgens aan een landbouwschool in Zuid-Afrika te gaan studeren. In 1930 keert Jan terug naar zijn geliefde Indië, waar hij als planter werkt en vervolgens opklimt tot administrateur op verschillende thee-en rubberondernemingen. Hij ontmoet Aukje en trouwt met haar. Dan komt helaas de grote ommekeer in zijn leven. In maart 1942 wordt de kolonie bezet door de Japanners en Jan en zijn vrouw belandden in verschillende kampen.

Patrouille tijdens politionele acties

Patrouille tijdens politionele acties. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

De bezettingsperiode blijkt de opmaat te vormen voor de teloorgang van de kolonie. Twee dagen na de Japanse capitulatie proclameren Soekarno en Hatta de republiek en daarmee neemt de strijd tegen de Indonesische vrijheidsstrijders een aanvang. Jan neemt deel aan de politionele acties. De verdere loop van de geschiedenis is bekend. Nederland draagt op 27 december 1949 de soevereiniteit over aan de Republik Indonesia. Evenals zo vele anderen keert Jan gedesillusioneerd terug naar Nederland.

De loop van deze geschiedenis heeft consequenties voor Jan, na de dood van zijn vrouw wordt bij hem een kampsyndroom gediagnostiseerd. Bij wijze van therapie besluit hij zijn herinneringen op papier te zetten. Deze memoires vertellen de geschiedenis van kolonie Nederlands-Indië, maar dan door de ogen van een totok, een blanke Nederlander.

Het directiepaviljoen

Het directiepaviljoen van Sindoe Agung, hier hoorden Jan en Aukje het nieuws van de Duitse inval in Nederland. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Die geschiedenis loopt natuurlijk niet helemaal synchroon met de geschiedenis en het leven van de Indische Nederlander, de Indo, in de voormalige kolonie. Toch blijft het verhaal ook voor velen van hen herkenbaar. Niet alleen door de nostalgie en de sfeer van tempo doeloe, maar ook door het superioriteitsgevoel van de totok en het racisme en de klassenverschillen. Was er dan in Indië geen sprake van een colourbar, er was zeker een shadebar.

Vele Indo’s kennen het leven op de ondernemingen en zoals al opgemerkt de dagboeken van oom Jan zijn vrij gedetailleerd en Diederik van Vleuten is een geboren verteller. De beschrijving van het dagelijks leven en de tropische natuur roepen beelden vol herinnering op. Hij weet in het verhaal een sfeer op te roepen die bij de lezer en zeker bij de lezer die het leven in Indië hebben gekend, warme gevoelens van herkenning, herinneringen en herbelevingen oproepen.

Het boek is prachtig uitgevoerd en voorzien van vele foto’s uit de familiealbums. Deze publicatie is in alle opzichten een lust voor het oog en alleszins de moeite meer dan waard.

Cover  Diederik van Vleuten

Cover Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Copyright tekst: Door blauwe ogen. Copyright beeld: Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren.