De sporen van opa

bovenkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn oma vertelde mij al op vroege leeftijd dat mijn opa als krijgsgevangenene tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Birma spoorlijn heeft gewerkt. Ik was nog te jong om deze kennis met me mee te dragen, maar ik had geen keuze, het werd me gewoon verteld. Mijn oma zelf heeft in een interneringskamp gezeten samen met haar zus en diens kinderen. Toen haar zus ziek werd, zorgde mijn oma voor het kroost, zelf had zij nog geen kinderen. Omdat ik mijn opa nooit heb gekend, bleven zijn gruwelijke ervaringen op een bepaalde afstand van mijn gevoel.

Jaren later vertelde oma, zonder aanleiding, dat opa vroeger ook naar Japan is gezonden om in de mijnen te werken. Ik hoorde dit verhaal aan, maar dacht dat het misschien niet waar kon zijn. Oma was al oud, wellicht vergiste zij zich. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat krijgsgevangenen die Thailand hebben overleefd ook nog eens naar Japan werden gestuurd. Zo denken mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt, waarvan ik als derde generatie Indische er een van ben. De oorlog voelt voor buitenstaanders als een film waarin erge dingen gebeuren, maar echt vreselijke wreedheden niet voorkomen, want dat zou te erg zijn. Voor mij was het verhaal over de Birma Spoorlijn al erg genoeg, daar paste niet nog eens een interneringskamp in Japan bij.

C.W. de Rozario

Interneringskaart
Ongeveer een week geleden ben ik begonnen met het lezen van de site Javapost.nl. De verhalen over de Tweede Wereld Oorlog grepen me enorm aan, ik kon gewoon niet stoppen met lezen. Dagen achtereen nam ik alle artikelen uit het archief dat in 2010 begon, gretig tot me. Een artikel over het Nationaal Archief vertelde me dat interneringskaarten digitaal zijn op te zoeken via de site gahetna.nl. Twee jaar lang hebben ze over dit klusje gedaan, waardoor nu meer dan 28.700 kaarten in de database zijn op te zoeken.

Met een klik op de link zat ik op de zoekfunctie van de site waar de gevens van Marine en KNIL-ers zorgvuldig zijn vereeuwigd. Ik bedacht me dat mijn opa geen KNIL-er was, hij werkte immers bij de KPM en zou hij niet zijn te vinden in dit systeem. Toch maar eens proberen, nieuwsgierig als ik ben. Na het intikken van de familienaam verschenen er prompt drie zoekresultaten. Mijn hart ging voelbaar sneller kloppen en ik klikte op de weergegeven naam van mijn opa met zijn geboortedatum.

Stap naar het verleden
Ik nam een slok van mijn koffie en voordat ik mijn kopje kon neergezetten, verscheen de interneringskaart van mijn opa al op mijn scherm. Op de voorkant van de kaart stond informatie in het Japans en Engels, op de achterkant alleen in het Japans. Mijn ademhaling stokte bij het zien van zijn gegevens, ik vond dat enorm confronterend. Dit betekende dat mijn opa echt in een interneringskamp heeft gezeten. Natuurlijk heb ik nooit getwijfeld aan dit verhaal, maar het zien van het bewijs zeventig jaar na dato maakte het echt. Het maakte het leed, waarover ik had gehoord, emotioneler. Wat voor me lag was leed op een stukje papier. De kaarten zijn altijd opvraagbaar geweest bij het Nationaal Archief, zo las ik op de website. Gelukkig is door internet de stap naar het verleden makkelijk gemaakt, anders had ik misschien nooit dit document opgevraagd.

Voorkant Interneringskaart C.W. de Rozario

Mijn ‘ontdekking’ verstuurde ik dezelfde dag per mail aan mijn vader en vroeg hem meteen waarom opa in dit bestand stond. Opa maakte na mijn weten geen deel uit van het KNIL, de aanwezigheid in dit bestand verwarde me. Mijn vader antwoordde per omgaande dat opa voor en tijdens de oorlog wel degelijk als militair heeft gediend. Hij voegde er aan toe dat opa ook in kampen in Japan en Manilla heeft verbleven. Ook nog in Manilla in de Filipijnen? Ik begon te begrijpen dat de Japanners aardig hebben ‘gezeuld’ met hun krijgsgevangenen.

Eerder huwelijk?
De scan van de interneringskaart liet zien dat mijn opa is opgepakt in zijn woonplaats Makassar, Celebes. Als correspondentieadres stond de naam van een vrouw genoteerd die ik niet kon plaatsen. Ik schrok eigenlijk bij het lezen ervan, want zo ver ik wist, was mijn opa ongehuwd tijdens de oorlog. Zou de naam zijn eerste vrouw vertegenwoordigen? Zo ja, had hij hier dan ook kinderen bij? Het verhaal dat mijn oma mij jaren geleden had verteld, begon voor mijn gevoel nu te rammelen. En dat allemaal na een eenvoudige zoektocht naar een document op internet. Mijn vader hielp mij gelukkig snel uit de brand over de vrouwelijke naam, het bleek de zus van opa. Eerlijk gezegd was ik hier blij om, er was geen sprake van een eerder huwelijk en mogelijke nakomelingen hieruit. Mijn vragen naar aanleiding van de genoemde vrouw kon ik wegstrepen.

Ontcijferen
Hoe meer ik naar de kaart keek, des te meer vragen er rezen, ik werd er onrustig van. Het vertalen van de Japanse tekst zou mij meer inzicht geven in de reis die mijn opa heeft afgelegd en wat er onder het geheimzinnige kopje ‘other information’ zou staan. Een vriendin kon de tekst vertalen, al had ze moeite met sommige verouderde tekens die erop stonden. De eerste regel van de kaart las zij hardop voor: 1942 oktober 24 kamp in Nagasaki.

Ik dacht: dit is een slecht begin. Nagasaki was zeker niet de plek waar je moest zijn gezien de atoombom die er jaren later zou gaan vallen. Ik vroeg nog of het klopte, maar het kon niet missen dat er Nagasaki stond.
Onder het kopje Beroep stond manager en dat klopte niet met wat ik eerder van mijn vader had gehoord. Mijn opa was dus geen KNIL-er voor het uitbreken van de oorlog volgens dit document. De datum van gevangenneming stond genoteerd 3 maart 1942. Mijn vader had onlangs gezegd dat zijn vader in 1940 al ter werk zou zijn gesteld aan de Birma Spoorlijn. Ik wist uit de geschiedenisboeken dat de bezetting pas in 1942 in Indie was. Daarbij leerde een snelle online ‘search’ dat de bouw van de Birma spoorlijn in dat zelfde jaar is begonnen en niet eerder. Wat betreft het jaar 1940 liep ik vast. Ik ging opzoek naar een lijst van gevangenen in Thailand.

Fukuoka 2
De informatie op de achterkant van de interneringskaart meldde een verplaatsing naar een nieuw kamp op 21 juni 1945, dit maal Fukuoka 2. Achter de notitie stond na een spatie het getal 17, wat kon duiden op een eenheid binnen dit kamp of wellicht een later transfer naar kamp 17? Door onderzoek kwam ik te weten dat in kamp Fukuoka 2 ook gevangenen zaten die eerder in Thailand waren geweest. Het was dus toch mogelijk, veel mensen is niets bespaard gebleven tijdens deze oorlog bedacht ik me. Ook verkondigde een site dat ‘slechts’ 10 procent van de gevangenen niet meer levend terugkeerden naar het land van herkomst. De overledenen, meestal door ziekte en honger, werden na de crematie bij een boedistische tempel bewaard.

Mijn gevoel wat ik had bij het begin van het ontcijferen van de kaart, bleek gegrond. Nog geen twee maanden nadat mijn opa in kamp Fukuoka aankwam, viel enkele kilometers verder op in Nagasaki de atoombom. Hij was daar dus, op de meest slechte plek waar men op dat moment maar zijn kon. Dit feit vond ik de ergste ontdekking. Het maakte de oorlog erger dan erg en eindelijk kwam het verhaal tot me.

Het raadsel over een transfer naar een kamp in Manilla loste tijdens het lezen op verschillende websites vanzelf op. De geallieerden vervoerden na de bevrijding de voormalige krjigsgevangenen via de Filipijnen naar het land van afkomst. Helaas brak niet de tijd aan om bij te komen. De mannen moesten de wapens weer oppakken, want de voormalige kolonie was nog lang niet veilig.

Weinig interesse
In al mijn enthousiasme heb ik mijn ‘ontdekking’ met mijn Indische generatiegenoten gedeeld. Gek genoeg, was ik eenzaam in mijn passie die ik had om de interneringskaart op te zoeken en te vertalen. Ik begreep niet waarom mijn vrienden geen interesse hadden in hun grootouders en in de oorlogsgeschiedenis die zo bepalend is geweest voor onze Indische gemeenschap. Voor de generatie die de tweede wereldoorlog niet heeft meegemaakt zijn de verhalen slechts verhalen. Enkele uitzonderingen daar gelaten, want er zijn jongeren die wel interesse hebben. Die wel voelen dat die oorlog ook een deel van hen is. Tuurlijk, het is allemaal al lang geleden, maar de invloed van de oorlog zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Dat je dat als derde generatie ongemerkt voorbij kan laten gaan, kan ik me niet indenken.

Of mijn opa ook is opgeroepen tijdens de politionele acties, heb ik nog niet kunnen achterhalen. Na 1945 is hij met mijn oma getrouwd en zijn zij weer in Makassar gaan wonen. Op dat moment waren de zuiveringsacties van Westerling volop in gang op Sulawesi. In maart 1947, net voor het begin van de eerste officiele politionele actie onder leiding van de inmiddels omstreden Westerling, kwam mijn vader ter wereld.

(Dit artikel is eerder op 17 januari 2014 gepubliceerd op Javapost.nl)

Achter de glans van koloniaal Semarang

Het ministerie van Educatie en Cultuur in Indonesië heeft onlangs 4 wijken in de oude gerenoveerde stadskern van Semarang tot Nationaal cultureel erfgoed verklaard. Maar wat is er aan de achterkant van deze koloniale pracht en praal te zien?

De foto’s zijn gemaakt in oktober 2019 door Sabina de Rozario.

De achterkant van Kota Lama

Hier een aantal foto’s van Kota Lama, één van de vier gerenoveerde wijken, van de panden achter de pracht en praal. De herstelde koloniale panden met winkels en restaurantjes trekken de toeristen aan, terwijl daar achter de armsten van de stad wonen in de zwaar verwaarloosde gebouwen die tot op heden geen functie hebben.

Transformatie van koloniaal erfgoed

Al sinds 2017 hoopt de Semarang Oldtown Management Board op een felbegeerd plekje op de UNESCO erfgoedlijst. Met het ontwikkelen van de koloniale panden hoopt de board de status van Wereld erfgoed te krijgen. Met veel succes is de koloniale erfenis commercieel ingezet en getransformeerd tot de nummer-1 toeristische attractie van Semarang.

Nieuw: De bijbel van de Indonesische keuken

Van sate kambing tot gado gado en van soto tot rendang; een ondertitel om trek van te krijgen!

Meer dan 230 authentieke recepten zijn gebundeld in het nieuwe kookboek van schrijfster Maureen Tan: ,,Recepten uit de eilandkeukens van de hele Indonesische archipel. Met veel recepten van mijn moeder.”

Naast prachtige foto’s, vind je in dit dikke boek een uitgebreide uitleg over bijzondere ingredienten, heldere how-to’s en technieken. Met zowel een Nederlands als een Indonesische register en ook een register op type gerecht.

Maureen Tan is geboren in Nederland en is de jongste van drie dochters, van een Chinese vader (Peranakan) geboren in Surabaya en Indische moeder geboren in Semarang.

In de zomer van 2019 is ze begonnen om het receptenboekvan haar moeder te herschrijven. Maureen: ,,Bij een aantal recepten stonden de hoeveelheden niet goed omschreven. Echt op zijn Indisch zeg maar, een snufje van dit en een beetje van dat.”

Om het culinaire overzicht compleet te maken is de Amsterdamse foodlover ook naar Indonesie afgereisd. Vooral Jakarta en Semarang op Java hebben haar geinspireerd. Op het eiland Bali heeft zij van een Balinese chef het recept voor de authentieke Balinese Base Genep oftewel Bumbu Bali geleerd.

Na deze reis volgden maanden van online research om uit te vinden welk gerecht specifiek is voor welke streek of eiland. En zo is het een compleet overzicht geworden van de Indonesische keuken met in totaal 230 heerijke recepten.

Informatie:

De Bijbel van de Indonesische keuken

ISBN nummer 9 789048 853816. Prijs €31,99

Volg Maureen op Instagram: @anakbungsuamsterdam.

Review: Pinda* magazine is eigenlijk heel Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario, november 2019

De eenmalige glossy Pinda* is een regelrechte hit volgens de gepubliceerde verkoopcijfers. Op veel plekken is het magazine, sinds de lancering in half September, niet meer te krijgen, terwijl er 30.000 exemplaren zijn gedrukt. Geen nood, de stapels op de planken zijn weer aangevuld met maar liefst 20.000 stuks.

Ricci Scheldwacht, creatief brein en hoofdredacteur van het magazine heeft 13 jaar kunnen broeden op zijn idee, voordat zijn droom in glossyformat werkelijkheid werd. Een mooi initiatief waarop Indisch Nederland met zekerheid op zat te wachten. Over de gekozen titel is al voldoende geschreven in de media, kom er later even op terug, in deze review wordt vooral gekeken naar de inhoud van de artikelen van ‘de gids van Indisch Nederland’; hebben ze voldoende pindapower? En voldoet Pinda* als gids?

Goed Indisch

Bladerend door het magazine valt direct iets op. De glossy staat vol met glossywaardige (=goeduitziende, ambitieuze en bekende) Indische mensen die, zoals hoofdredacteur Scheldwacht in het voorwoord toelicht, ‘de verborgen Indische schatten vertegenwoordigen’.

Indische topcriminelen, die ooit de Nederlandse pers hebben gehaald, krijgen geen aandacht in Pinda*. Waarom eigenlijk niet, zij zijn niet ‘goed Indisch’?

Mierzoet

Pinda* lijkt te staan voor personen die bekend zijn geworden met bijvoorbeeld schrijven, zingen en acteren met de Indische afkomst in het achterhoofd. Gelukkig zorgen de onmisbare artikelen over de Indische cultuur en geschiedenis, zoals de migratie, de njai en Tjalie Robinson voor enig evenwicht met de interviews van de bekende Indischen, die mierzoet zijn en bovendien extra worden besprekeld met pindapower.
Waar is de kritische noot in dit magazine? Nergens. De kritiekloze inhoud van de artikelen maken van Pinda* een people pleaser of zoals je wilt: een pinda pleaser.

Waar is het pindanieuws?

Helaas staat er weinig nieuws in Pinda*, iets dat wel mag worden verwacht in een glossymagazine. En dat geldt ook voor het beeldmateriaal. Naast geweldig nieuw geschoten materiaal is regelmatig gekozen voor archieffoto’s, al dan niet opgesierd  met oude quotes (tijdgebrek?). Een nieuwe column van  Alfred Birney zou veel hebben toegevoegd, (had hij geen zin?), er is gekozen voor een  oudje van zijn hand. Nog meer oud nieuws: Boekbesprekingen over een lang verschenen boeken (terwijl de nog te verschijnen boeken van Ellen Deckwitz, Sarah Sluimer en Marion Bloem niet worden behandeld) of De Indie Monologen, een toneelstuk dat niet eens meer op de planken staat, bevatten geen nieuwswaarde. En artikelen zonder nieuws horen niet thuis in een magazine.

Glossy of gids?

Oké, het blad kan ook als een gids van Indisch Nederland worden gezien, zie hierover in het voorwoord van Scheldwacht, dan zouden niet alle artikelen aan het criterium van nieuwswaarde hoeven te voldoen. Echter, de kritische lezer mist een flink aantal boeken en films in Pinda* om een compleet beeld van Indisch Nederland te krijgen. Als gids volstaat het magazine zeker niet.

Gemiste kans

De samenstellers van het magazine hebben uiteraard het recht om alleen de goede appels uit de schaal te etaleren, maar wie bepaalt wat en wie goed of slecht is? Neem  Wilders, zijn ideeën zijn vaak wat ‘minder’, waarom heeft hij wel een podium gekregen en andere beruchte Indo’s niet?

Een onbetwiste parel uit het schaaltje met succesvolle Pinda’s is met stip Marion Bloem. Helaas geeft ze geen interview, maar bespreekt haar interessante boekenreeks over Indonesië uit 2012 alweer. Juist omdat deze schrijfster vaak interessante Indische onderwerpen weet aan te snijden, (zie artikel in De Groene Amsterdammer ‘Het trapjesdenken leeft voort’ dat een week na Pinda* verscheen), dat de vraag rijst waarom zij niet binnenstebuiten is gekeerd over haar nog te verschijnen boek? Een gemist kans, de makers hadden hiermee het magazine een ander geluid kunnen geven.

‘Als maar geef geluid’

Over geluid gesproken, nog even iets over de titel, die voor voldoende reuring heeft gezorgd. De titel zou voor complete mata gelap zorgen of juist als liefkozend worden beschouwd, de media heeft dit in iedergeval voldoende opgepikt. Een goed beargumenteerd artikel over de titel verscheen in Parool: ‘Geuzennaam of niet Pinda glossy kan niet’

De titel Pinda is marketingtechnisch erg sterk, want gewaagd, brutaal, eigenlijk ook provocerend.  Zo’n titel belooft wat! Maar is het spektakel wat de lezer krijgt voorgeschoteld? Helaas. Pinda* heeft geen kritiek, geen rebelse invalshoek en originaliteit. Pinda* vertoont gewenst gedrag. En dat is dan eigenlijk heel Indisch.

Filmreview: Aarde der mensen

Bijdrage van Sabina de Rozario
oktober, 2019

Het toneel van de film Bumi Manusia, ofwel Aarde der mensen, is Nederlands-Indië aan het eind van de 20-ste eeuw. Deze 3-uur durende film, voor een deel in het Nederlands gesproken, is de verfilming van het gelijknamige boek van schrijver Pramoedya Ananta Toer en draait sinds 15 augustus in de Indonesische bioskopen.

Bumi manusia filmposter (Falcon Pictures)
Volkslied
Onlangs had ik de eer om deze film te zien tijdens de Balinale op Bali. Een bijzonder jaarlijks filmfestival dat het publiek op de wenken bedient met meer dan 100 artistieke films en documentaires. De producent van Bumi Manusia, aanwezig tijdens de bijzondere vertoning, hoopt dat de film ook in Nederland te zien zal zijn.

Voordat de film begint, moet het publiek verplicht opstaan en meezingen met het volkslied dat door de geluidsinstallatie klinkt. Ook al is dit normaal bij grote events in Indonesië, een deel van het publiek zal ongetwijfeld de wenkbrauwen hebben opgetrokken toen iedereen uit volle borst het Indonesia Raya meezong.

Romantisch Indië
Een indrukwekkende stoomtrein, een school met ambitieuze leerlingen, het levendige straatleven en Hollandse families in prachtige kleding op de voorgalerij. Kleurrijke beelden van het normale leven in Surabaya in 1898 introduceren het verhaal terwijl de voice-over vraagt of het modeniseren van Java naar Europees voorbeeld de oorspronkelijke bewoners eigenlijk wel ten goede komt. De Westerse kijker gaat van een romantische kolonie-beleving naar een gevoel van bewustwording en (eventueel) schuld over het verleden binnen 5 minuten! Deze regisseur weet de kijker wakker te schudden.

Bumi manusia scene Falcon Pictures
Wat hierna volgt is het liefdesverhaal tussen Minke, zoon van een Indonesische regent en de Indische schone Annelies Mellema, dochter van een koloniaal en een nyai. De tortelduifjes is weinig rust gegund als de regent zijn zoon opdraagt de relatie te verbreken, een gemengd huwelijk is niet gewenst. Echter, vaders eis weerhoudt de twee niet en zij trouwen op traditionele wijze.

Felle strijd
Als blijkt dat de Europese wetgeving hun huwelijk niet erkent en Annelies na de dood van haar vader door haar familie in Nederland wordt opgeeist, trekt Minke fel ten strijde. Het liefdesverhaal verandert in een politiek drama, waarbij onder meer het rechtenloze bestaan van de nyai als de oorspronkelijke bewoners wordt onderstreept. Is Minkes onuitputtelijke kracht voldoende, zodat hij en zijn Annelies samen een toekomst kunnen delen in het moderne Indië?

Bumi manusia scene 2 Falcon Pictures
Bumi Manusia is een liefdesverhaal in een romantisch historisch decor of een politieke strijd waarbij min of meer geen winnaars zijn. De keuze is aan de geduldige kijker wat hij of zij wil zien.

Pramoedya Ananta Toer
Schrijver Pramoedya Ananta Toer (1925 – 2006) heeft met zijn boek (1981) enkele gevoelige onderwerpen bloot gelegd, zoals de rechten van de vrouw en in het bijzonder die van de nyaj. De schrijver van Javaanse afkomst wordt gezien als een van de vooraanstaande schrijvers in de archipel. Door zijn politieke betrokkenheid is Pramoedya Ananta Toer meerdere malen in gevangenschap genomen.

Zoeken naar het Indische leven

Bijdrage van Sabina de Rozario
januari, 2019

Een t-shirt met het woord Indo erop, Indisch koken, naar Indonesië met vakantie gaan, allemaal manieren hoe je je Indische afkomst kunt definieren. Wat en hoe men de Indische identiteit invult is voor iedereen verschillend. Maar een t-shirt met het woord Indo er op, zul je mij nooit zien dragen.

Den Haag: de Weduwe van Indië?
Al zo lang ik me kan herinneren ben ik geïnteresseerd in mijn afkomst, lees ik alles wat vast en los zit, heb zelf een boek over Indische jongeren gemaakt en woon nu in Indonesie om daar de roots te onderzoeken. Als ik terug ga naar Nederland voor een vakantie, zoek ik bewust altijd naar het Indische leven in Nederland. Net als de identiteit van een persoon, verandert de identiteit van een stad ook. Ik vraag me dan ook af of Den Haag nog kan worden gezien als de Weduwe van Indië? Drijft de Indische identiteit nog aan de oppervlakte in deze multi-culturele stad?

Afgelopen zomer (juni 2018) was ik in Den Haag, maar zag het Indische leven niet direct in de straten van de stad waar ik ooit heb gewoond. Ook in het Indisch Herinneringscentrum aan de statige Sophialaan, kon ik het niet vinden. Geen tjendol of risoles te krijgen, 4 op ééngestapelde koffers in de gang en een paar portretten van Indische mensen wakkerde mijn Indo-gevoel niet aan.

‘Mampirren’ bij Paatje

Toen gebeurde er iets moois.  Een goede kennis nodigt mij uit voor een bezoek aan Paatje Phefferkorn. Even ‘mampir’ bij Paatje, veel Indischer dan hij kan het niet worden. Ik vind het een eer dat de legendarische pentjak silat leraar ons wil ontvangen in zijn nieuwe onderkomen in Bussum. Ik kijk uit naar de ontmoeting.

Als we het Indische tehuis binnenlopen, speur ik enthousiast en ook kritisch wat dit Indisch tehuis Indisch maakt. Ten eerste zie ik Indische bewoners, ze zijn er volop. Ten tweede zie ik Indische/Indonesische meubelstukken en prenten van rijstvelden aan de muren die inderdaad zorgen voor een Indisch sfeer, al verdoezelen de schilderijen ook zeker de vervallen staat van het gebouw.

Prachtige verhalen doordrenkt met verdriet
En daar zit hij dan, de 96-jarige Paatje Phefferkorn, de legende die ik in een  eerder artikel beschreef ik als een van de laatste Indische iconen. Hij verwelkomt ons hartelijk en is zichtbaar blij met het stuk spekkoek dat we hebben meegenomen.

2018-06-12 20.40.46 cr kl

Paatje Phefferkorn praat honderduit over zijn aankomst in Nederland, zijn ontwerp van de Indische vlag en de gesprekken met Indische jongeren die hij vroeger al te graag vertelde (lees: voorlichtte) over hun Indische afkomst. Het zijn prachtige verhalen, doordrenkt met verdriet, maar ook met trots. We hebben elkaar al vaker gesproken, ook nu weer geeft het een bijzonder gevoel om tegenover hem te zitten.

Paatje spreekt zijn verbazing uit dat niet iedereen weet wat Indisch-zijn betekent, zelfs sommige Indischen niet. Ook praat hij over de toekomst van de Indische cultuur. Als toegift strooit hij met wijsheden zoals  ‘Leven is bewegen’ en ik kan niet anders dan instemmend knikken. Ook drukt hij zijn bezoekers op het hart dat ‘wij, Indischen trots moeten zijn op onze Indische afkomst.’ Ik neem alles wat hij zegt met genoegen tot me en geniet van zijn glimlach die verschijnt als hij vooruitblikt naar komende week. Dan gaat bij een pasar malam in Zeist bezoeken. Still going strong denk ik.

Indischer dan Paatje is….

Bij Paatje, daar in het Indische tehuis, vind ik waar ik deze vakantie naar heb gezocht. Paatje Phefferkorn, de onmisbare schakel in het overdragen van de Indische cultuur. Jarenlang stond hij met zijn pentjak silat leerlingen op bijna elke pasar malam in het land. Zijn Indische vlag, wie heeft ‘m niet? Paatje behoort tot de eerste generatie Indischen die naar Nederland kwam, zoals ik al eerder zei; Indischer dan hij, is er niet. Tevreden sluit ik mijn vakantie af met dit bezoek. Indisch Nederland, het bestaat nog, maar ik moest wel goed zoeken.

Pascal Jalhay: Koken is het delen van de Indische erfenis

Een bijdrage van Sabina de Rozario
25 september, 2018

Indonesië bezoeken voor een welverdiende vakantie én om inspiratie op te doen voor een nieuw idee. Dat is precies wat culinair talent Pascal Jalhay onlangs heeft gedaan ter voorbereiding van zijn nieuwe boek.

Hij wisselde liggen bij het zwembad af met het onderzoeken van de Indonesische keuken samen met zijn gezin. Door Blauwe Ogen sprak met de gepassioneerde kok in het populaire en zonovergoten Kuta op Bali.

portretten reeks 1

Foto: Door blauwe ogen

Ondanks dat Pascal Jalhay (1969, Weert) zich vroeger nooit een Indische jongen heeft gevoeld, is hij nu echter een persoon die eindeloos kan praten over de Indische keuken.
Ruim zeven jaar geleden nam zijn vader hem voor het eerst mee naar Indonesië. Dat was het keerpunt in zijn Indische beleving en werd de liefde voor de Indonesische eetcultuur aangewakkerd. Hij raakte betoverd.

Meer dan draadjesvlees
Eenmaal in Bandung, de stad waar zijn vader is geboren, ontdekte Pascal de authentiek Indonesische smaak. Pascal: Gado-gado uit de meest eenvoudige warung smaakte zó puur,daar wilde ik meer van wetenen horen. En ook het gerecht rendang werd meer dan ‘gewoon draadjes vlees van oma’ voor me.”
De reden dat het Indonesische eten hem opeens veel beter smaakte, kwam door de veelbetekenende  verhalen die men erbij vertelden. ,,Net als de oorlogservaringen van mijn vader, de verhalen over Indië die ik altijd heb geslikt voor zoete koek,  kregen vorm tijdens een bezoek aan het oude kamp in Indonesië.”

,,Na terugkeer van die bijzondere eerste reis, heb ik alle Indische kookboeken gekocht om kennis van de Indische keuken te vergaren. Al snel vroeg SIR (Selected Indonesian Restaurants) mijn visie over het vernieuwen van de Indonesische keuken en ben ik workshops over culinair Indisch koken gaan geven” somt Pascal op.

portretten reeks 2

Foto: Door blauwe ogen

Boek met jonge ‘Indo-koks’
Het nieuwe boek van Pascal (publicatie in februari 2019) wordt geen receptenboek. De verhalen achter de gerechten, dáár is het hem om te doen. Voor het boek zijn jonge talentvolle koks met Indische roots, zoals Jamie van Heije, Jermain de Rozario en Syrco Bakker, uitgenodigd om een eigen recept met bijbehorend verhaal te delen. Ook komen autoriteiten zoals Lonny (D’Roemah, Bali), Anita Boerenkamp (Spandershoeve, Hilversum) en Frank Deuning (The Raffles,Den Haag) aan bod.

Delen van de Indische cultuur
Pascal voegt toe:,,Veel Indische koks van de oude stempel willen vaak de (familie)recepten geheim houden, ‘het is toch van mij?’. Ik zie het delen van recepten als het doorgeven van de Indische erfenis. Daarom maak ik juist dit boek, zodat de jonge generatie kan kennismaken met de nieuwe manier van Indisch koken.”

Het mooie gesprek, waarbij de passie voor de keuken er afspat, loopt ten einde als de regen met bakken tegelijk uit de lucht komt vallen. Van praten over eten, krijgt men trek. Gelukkig is een bordje tahu telor snel besteld. Laat die regen maar vallen.

 

Volg Pascal Jalhay via Instagram: @Barubelanda

Copyright tekst en beeld: Sabina de Rozario. Overnemen van deze tekst alléén in overleg, mail naar: doorblauweogen@gmail.com.

 

Recensie: Daar werd wat groots verricht

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Familiefoto Jacobus van Vleuten

Jacobus Hendrik Adolf van Vleuten (1882-1942), alias oom Henk met zijn gezin. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek heeft dezelfde titel als het theaterstuk, waarmee Diederik van Vleuten (Den Haag 1961) enkele jaren geleden volle zalen trok en lovende kritieken kreeg. Het theaterstuk zowel als het boek zijn gebaseerd op het Indische familiearchief dat de schrijver van zijn vader in zeven dozen overhandigd kreeg. Die dozen zaten vol met brieven, documenten, dagboeken, aantekeningen en fotoalbums waarin de oudoom van de schrijver de familiegeschiedenis van drie generaties van Vleutens in het voormalig Nederlands-Indië had verzameld.

Jan en Aukje

Jan en Aukje in de tuin van Kataboemi. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek verschijnt in een periode dat in Nederland politieke groeperingen de kop op steken die de eis stellen dat alles wat doet denken aan de koloniale geschiedenis en die periode verheerlijkt, geëlimineerd dient te worden. Bij deze groepen zal de titel Daar werd wat groots verricht natuurlijk verkeerd vallen, dat is immers een tekst die aan Jan Pietersz. Coen is ontleend. Maar ik verwacht niet dat er onder die groeperingen veel lezers van dit boek zullen zijn. Het is een verademing dat de schrijver juist in deze tijd zich niet laat weerhouden om de koloniale terminologie die zijn oudoom Jan hanteert, ongekuist over te nemen. Daardoor wint het verhaal van oudoom Jan aan authenticiteit en is de herkenbaarheid des te groter.

De familiegeschiedenis van drie generaties die ‘in de Oost’ hebben gewoond, gewerkt en geleefd geeft aan de lezers een prachtig inzicht in de koloniale geschiedenis tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis in twintigste eeuw. En voor mensen die het voormalig Nederlands-Indië nog gekend hebben is deze geschiedenis een feest van herkenning en nostalgie.

Oudoom Jan is een scherp observator en gevoelig mens die in zijn dagboeken verslag doet over zijn onbezorgde en gelukkige kinderjaren op Java waar zijn vader een suikerfabriek heeft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brengt hij zijn studietijd in patria door om vervolgens aan een landbouwschool in Zuid-Afrika te gaan studeren. In 1930 keert Jan terug naar zijn geliefde Indië, waar hij als planter werkt en vervolgens opklimt tot administrateur op verschillende thee-en rubberondernemingen. Hij ontmoet Aukje en trouwt met haar. Dan komt helaas de grote ommekeer in zijn leven. In maart 1942 wordt de kolonie bezet door de Japanners en Jan en zijn vrouw belandden in verschillende kampen.

Patrouille tijdens politionele acties

Patrouille tijdens politionele acties. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

De bezettingsperiode blijkt de opmaat te vormen voor de teloorgang van de kolonie. Twee dagen na de Japanse capitulatie proclameren Soekarno en Hatta de republiek en daarmee neemt de strijd tegen de Indonesische vrijheidsstrijders een aanvang. Jan neemt deel aan de politionele acties. De verdere loop van de geschiedenis is bekend. Nederland draagt op 27 december 1949 de soevereiniteit over aan de Republik Indonesia. Evenals zo vele anderen keert Jan gedesillusioneerd terug naar Nederland.

De loop van deze geschiedenis heeft consequenties voor Jan, na de dood van zijn vrouw wordt bij hem een kampsyndroom gediagnostiseerd. Bij wijze van therapie besluit hij zijn herinneringen op papier te zetten. Deze memoires vertellen de geschiedenis van kolonie Nederlands-Indië, maar dan door de ogen van een totok, een blanke Nederlander.

Het directiepaviljoen

Het directiepaviljoen van Sindoe Agung, hier hoorden Jan en Aukje het nieuws van de Duitse inval in Nederland. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Die geschiedenis loopt natuurlijk niet helemaal synchroon met de geschiedenis en het leven van de Indische Nederlander, de Indo, in de voormalige kolonie. Toch blijft het verhaal ook voor velen van hen herkenbaar. Niet alleen door de nostalgie en de sfeer van tempo doeloe, maar ook door het superioriteitsgevoel van de totok en het racisme en de klassenverschillen. Was er dan in Indië geen sprake van een colourbar, er was zeker een shadebar.

Vele Indo’s kennen het leven op de ondernemingen en zoals al opgemerkt de dagboeken van oom Jan zijn vrij gedetailleerd en Diederik van Vleuten is een geboren verteller. De beschrijving van het dagelijks leven en de tropische natuur roepen beelden vol herinnering op. Hij weet in het verhaal een sfeer op te roepen die bij de lezer en zeker bij de lezer die het leven in Indië hebben gekend, warme gevoelens van herkenning, herinneringen en herbelevingen oproepen.

Het boek is prachtig uitgevoerd en voorzien van vele foto’s uit de familiealbums. Deze publicatie is in alle opzichten een lust voor het oog en alleszins de moeite meer dan waard.

Cover  Diederik van Vleuten

Cover Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Copyright tekst: Door blauwe ogen. Copyright beeld: Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren.

Kerkhof Tanah Abang: een begraafplaats zonder graven

Overzicht begraafplaats kl
Bijdrage van Sabina de Rozario
Maart 2018

Zoeken naar familie
De reden van mijn bezoek aan de oude begraafplaats Tanah Abang in Jakarta is het vinden van de grafstenen van mijn familie De Rozario. Ik weet sowieso van het bestaan van één grafsteen van een ver familielid aanwezig op deze bijzonder plek. Hopelijk kan ik meer graven van familieleden ontdekken.

Grafsteen bij de boom kl

Ter voorbereiding op mijn bezoek lees ik dat slechts 1302 van de 4000 grafstenen zijn behouden. Het complex waar sinds 1795 duizenden Europeanen zijn begraven heeft  in 1977 een grondige renovatie ondergaan. De gouveneur van Jakarta heeft eind jaren ‘70 ruiming kunnen voorkomen en doopte Tanah Abang om tot Museum Taman Prasasti.

Engel broken wing kl

Op Youtube vind ik sensationele filmpjes  over mysterieuze tekens op de grafstenen, bijzondere beelden van engelen en een oblisk. Tahan Abang lijkt me geen doorsnee begraafplaats, ik ben benieuwd wat ik er ga aantreffen.

Gebroken engelen
Het is nog ochtend en, hoe kan het ook anders, al erg warm als ik door de toegangspoort loop van de oude begraafplaats waar vooral inwoners van Europese afkomst liggen begraven. In de schaduw van de bomen zie ik graftombes en grafstenen, staand of liggend, en beelden van engelen met gebroken vleugels. Er heerst een serene rust, in tegenstelling tot wat er zich buiten de muren van dit museum afspeelt. Het is er netjes onderhouden, in een hoek zijn bouwvakkers in de weer met stenen en gereedschap.

Slechts stenen
Hoe de begraafplaats er nu bij ligt, is niet de originele setting, vertelt de museumgids. Het museum is een verzameling van grafstenen. Meerdere religies vertegenwoordigd, terwijl het kerkhof toebehoorde aan de Hervormde Kerk. Alle stoffelijke overschotten zijn tussen 1950 en 1970 herplaatst of geruimd. Wat ik hier zie, zijn dus slechts willekeurig geplaatste grafstenen en tombes. Op dit kerkhof is geen enkel graf aanwezig.

Gids mas Yudi neemt me mee langs de graven van de eerste vrouw van Raffles, een aantal hooggeplaatste militairen en dat van de heldhaftige Pieter Erberveld. Erberveld heeft geen graf, maar een heus monument met daar bovenop zijn hoofd op een spies. De vermoorde Euraziaat is lang geleden gevierendeeld en onthoofd door de VOC-autoriteiten, omdat hij een opstand zou hebben beraamd. Zijn geconserveerde hoofd-op-spies diende om rebellen af te schrikken, al is het schedel op dit monument is niet authentiek.

Hoofd op spies kl

Mas Yudi benadrukt maar al te graag de mysterieuze tekens en de obelisk die ik ook op Youtube had gezien. Lopend langs de graven met malteserkruizen, Davidsterren (één ster is tijdens de renovatie per ongeluk een slag gedraaid), slangen en een schedel met twee gekruisde botten, strooit hij terloops met termen als ‘Illuminati’, ‘Judaism’ en de ‘Holy Grail’. Vervolgens houdt hij zijn mond en kijkt me aan met een blik van ‘Nou, dan weet je het wel’.

Justinian de Rozario tekst naam kl

Ik laat de eigenaardige tekens voor wat ze zijn en begin met het zoeken naar mijn familienaam. Al snel zie ik de eerste De Rozario op een graftombe staan.

Meer familieleden
Op de zuil prijkt de naam van voorouder Justinian Joseph George, geboren 20 augustus 1857 te Malacca. De steen van Fertuliano George (geboren 1847  te Malacca, gestorven op 64 jarige leeftijd in 1912 te Batavia), de opa van mijn opa, is een tijdje geleden gebroken en wordt momenteel gerepareerd, aldus Mas Yudi. Het graf van de zoon van Fertuliano staat naast die van zijn broer Justinian: Antonio Cerilo de Rozario, geboren op 28 mei 1874.

Administratieboek kl

Fertuliano George de Rozario (derde naam van onder) staat genoteerd in de administratie, de steen is momenteel in reparatie.

In totaal heb ik drie gedenkplaten van mijn familie gevonden. Dat wil zeggen, 2 in het echt en 1 in ‘het boek’, de administratie van het museum. Deze voorvaders (van Portugese afkomst) uit Malacca hebben gezorgd dat familie De Rozario zich uiteindelijk in Indië heeft gevestigd.

Populair voor fotoshoots
Het ‘spookachtige’ imago van de begraafplaats heeft het museum van zich weten af te schudden door een naam te kiezen (Prasasti betekent opschrift of inscriptie) die niet doet denken aan de dood, begrafenis of geesten. De stenen buitenmuur is grotendeels vervangen door een hekwerk om de toegankelijkheid te bevorderen.

Al komen nog steeds niet veel bezoekers voor de grafstenen zelf, geeft Mas Yudi toe. Museum Taman Prasasti is vooral populair voor het schieten van bruidsreportages en muziekvideo’s vanwege de Europese sfeer die het uitstraalt.

Stukje Nederlands-Indië
Het openluchtmuseum ligt er mooi bij en het is absoluut een bezoekje waard. Eigenlijk is het een stukje behouden Nederlands-Indië. Ben je geïnteresseerd in jouw Indische roots, dan is het een must om hier de sfeer van vervlogen tijden te komen proeven. En wie weet, vind je er wel een familielid.

Jezus wakend over graven kl

Museum Taman Prasasti
Jalan Tanah Abang I No. 1 Jakarta Pusat
Dinsdag – zondag 09.00-15.00
Maandag en Nationale feestdagen gesloten
Entree: 5000 Rupiah

Bijeenkomst Dialoog Nederland-Japan-Indonesië: Positie van de vrouw tijdens de oorlog in Indië

Met de Indische herdenking op 15 augustus nog vers in het geheugen ben je misschien geinteresseerd geraakt naar verhalen over de periode 1942-1945 in Nederlands-Indië.

Stichting Dialoog Nederland – Japan – Indonesië organiseert een conferentie op  9 september waar je kunt luisteren naar interessante lezingen, in gesprek kunt gaan met Japanners en Indonesiërs en kunt luisteren naar persoonlijke verhalen van aanwezigen.

Tijdens de inspirerende bijeenkomst wordt gekeken vanuit Indonesisch perspectief en vooral vanuit de positie van de vrouw tijdens de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan.

Gastspreker tijdens de bijeenkomst is schrijver Reggie Baay. Hij en andere sprekers zullen lezingen geven over Indonesische  vrouwen.

Op de website vind je meer informatie en het registratieformulier om je aan te melden. De  kosten bedragen € 10,00 inclusief koffie /thee en een Indische maaltijd. De voertaal is Nederlands en Engels.

Dialoog Nederland – Japan – Indonesië, zaterdag 9 september in de Wilhelminakerk in Bussum. Website: http://www.dialoognji.org

Poster Dialoog

Indischen in Indonesie: Niet altijd Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
29 juni 2017.

Het is al een tijdje geleden dat ik via de Facebookpagina van Door Blauwe Ogen een speciale  oproep heb geplaats, een enkele lezer weet het misschien nog. In 2015 was ik op zoek naar jonge Indischen die zijn geboren en getogen in Indonesië.

Oproep 3e generatie Indos

Screenshot van Facebook pagina Door Blauwe Ogen

Volledig Indonesisch
Het artikel onder de oproep (zie foto) gaat over Alfons, een derde generatie Indische geboren in Indonesië. Hij voelt zich Indisch, omdat hij met verschillende Indische of Europese waarden en normen is groot gebracht (lees hier het hele artikel). Na Alfons heb ik meer personen gevonden met deze gemengde achtergrond, maar zij hebben niet de ervaring zich Indisch te noemen of voelen, zelfs niet een beetje.
Zij voelen zich volledig Indonesisch en niet Indisch of gemengd en daarmee houdt het gesprek min of meer op. Pogingen van mijn kant ‘dat het ook deel is van hun geschiedenis’ of dat ‘het belangrijk is te weten waar je vandaan komt’ ten spijt.

Generasi Ketiga
Uiteraard staak ik niet met mijn zoektoch naar Indischen uit Indonesië voor mijn project ‘Generasi Ketiga’, de lezer kan nog  altijd mailen indien zij iemand kennen die hierover wilt vertellen.

Ik vind het erg interessant om te onderzoeken waarom de betreffende groep zich niet Indisch noemt, want ze zijn het ergens wel. Om een vergelijking te maken met jonge Indischen in Nederland, ook al is een opa en oma (of ouders daarvan) voor een klein deel gemengd bloedig, dan noemen ze zich, met trots, Indisch. Dit is vaak in Indonesië niet zo, uitzonderingen zoals Alfons daar gelaten.

Weinig interesse in gemengdheid
Een ander aspect over gemengd bloedigen, Europees met Indisch/Indonesisch of Indonesisch met een andere nationaliteit, is dat men zich hiervoor in Indonesië nauwelijks interesseert. Onlangs liet ik een Balinese dame het boek Door blauwe ogen, portretten van de derde generatie Indischen in Nederland, zien. Daarnaast legde ik het boek Blasteran van Anita Taylor, 140 fotoportretten van gemengde Indonesiërs (lees hier meer over dit boek). De reactie was opmerkelijk, of eigenlijk de reactie die uitbleef. Ze haalde lichtjes haar schouders op, ze zag de noodzaak van beide boeken niet in. En die reactie heb ik vaker meegemaakt, niet alleen in Indonesie, maar óók in Nederland.

Blasteran girls on chair

Portretten uit het boek Blasteran. Photocredits: A.Taylor

Exotische naam en donker haar
Mensen zonder gemengde afkomst, zoals deze Balinese dame, zijn zich vaak niet bewust van de complexiteit van gemengde wortels en doen boeken, documentaries of films over dit onderwerp af als oninteressant of zelfs overbodig. Ik snap deze reactie, want ‘we zijn ten slotte allemaal mens en dus allemaal hetzelfde.’

Maar als de omgeving keer op keer vraagt hoe je komt aan die exotische naam, dat donkere haar of de voorkeur hebt voor bijvoorbeeld Indisch eten, dan wordt je gedwongen om hier een voor hen gewenst antwoord op te geven. Namelijk dat je gemengd bloedig bent en, als je dat wilt, hier ook nog trots op bent.

Kleine maar belangrijke groep
De doelgroep waarvoor ik schrijf, de lezers van deze website, Indisch of niet, oud of jong, ik ben me ervan bewust dat het, in marketingtermen, een niche markt is. Weinig zullen echt in dit onderwerp zijn geïnteresseerd, als men al van lezen houdt. Maar ik blijf toch doorgaan met onderzoeken en hierover schrijven, omdat het de overdracht naar de volgende generaties zou kunnen helpen.

Een overdracht van herinneringen, ervaringen en waarden en normen als onderdeel van de Indische cultuur die langzaam van het toneel dreigen te verdwijnen. En dat is wat we als Indische gemeenschap niet wensen, lijkt me.

Om terug te komen op de desinteresse van mensen in de Indische nazaten, geschiedenis en cultuur, dit hoeft niet van belang te zijn. Als de Indische gemeenschap hiervoor maar interesse blijft houden. Dan is er in iedergeval een goed begin voor een goede overdracht binnen de eigen groep.

Mocht je dit een interessant onderwerp vinden, volgende keer ga ik dieper in op uiterlijke kenmerken en opportunisme in relatie tot afkomst.

Wil je reageren, dat kan onder dit artikel door op de button ‘Plaats een reactie’ te klikken.