Recensie: Daar werd wat groots verricht

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Familiefoto Jacobus van Vleuten

Jacobus Hendrik Adolf van Vleuten (1882-1942), alias oom Henk met zijn gezin. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek heeft dezelfde titel als het theaterstuk, waarmee Diederik van Vleuten (Den Haag 1961) enkele jaren geleden volle zalen trok en lovende kritieken kreeg. Het theaterstuk zowel als het boek zijn gebaseerd op het Indische familiearchief dat de schrijver van zijn vader in zeven dozen overhandigd kreeg. Die dozen zaten vol met brieven, documenten, dagboeken, aantekeningen en fotoalbums waarin de oudoom van de schrijver de familiegeschiedenis van drie generaties van Vleutens in het voormalig Nederlands-Indië had verzameld.

Jan en Aukje

Jan en Aukje in de tuin van Kataboemi. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Het boek verschijnt in een periode dat in Nederland politieke groeperingen de kop op steken die de eis stellen dat alles wat doet denken aan de koloniale geschiedenis en die periode verheerlijkt, geëlimineerd dient te worden. Bij deze groepen zal de titel Daar werd wat groots verricht natuurlijk verkeerd vallen, dat is immers een tekst die aan Jan Pietersz. Coen is ontleend. Maar ik verwacht niet dat er onder die groeperingen veel lezers van dit boek zullen zijn. Het is een verademing dat de schrijver juist in deze tijd zich niet laat weerhouden om de koloniale terminologie die zijn oudoom Jan hanteert, ongekuist over te nemen. Daardoor wint het verhaal van oudoom Jan aan authenticiteit en is de herkenbaarheid des te groter.

De familiegeschiedenis van drie generaties die ‘in de Oost’ hebben gewoond, gewerkt en geleefd geeft aan de lezers een prachtig inzicht in de koloniale geschiedenis tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis in twintigste eeuw. En voor mensen die het voormalig Nederlands-Indië nog gekend hebben is deze geschiedenis een feest van herkenning en nostalgie.

Oudoom Jan is een scherp observator en gevoelig mens die in zijn dagboeken verslag doet over zijn onbezorgde en gelukkige kinderjaren op Java waar zijn vader een suikerfabriek heeft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brengt hij zijn studietijd in patria door om vervolgens aan een landbouwschool in Zuid-Afrika te gaan studeren. In 1930 keert Jan terug naar zijn geliefde Indië, waar hij als planter werkt en vervolgens opklimt tot administrateur op verschillende thee-en rubberondernemingen. Hij ontmoet Aukje en trouwt met haar. Dan komt helaas de grote ommekeer in zijn leven. In maart 1942 wordt de kolonie bezet door de Japanners en Jan en zijn vrouw belandden in verschillende kampen.

Patrouille tijdens politionele acties

Patrouille tijdens politionele acties. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

De bezettingsperiode blijkt de opmaat te vormen voor de teloorgang van de kolonie. Twee dagen na de Japanse capitulatie proclameren Soekarno en Hatta de republiek en daarmee neemt de strijd tegen de Indonesische vrijheidsstrijders een aanvang. Jan neemt deel aan de politionele acties. De verdere loop van de geschiedenis is bekend. Nederland draagt op 27 december 1949 de soevereiniteit over aan de Republik Indonesia. Evenals zo vele anderen keert Jan gedesillusioneerd terug naar Nederland.

De loop van deze geschiedenis heeft consequenties voor Jan, na de dood van zijn vrouw wordt bij hem een kampsyndroom gediagnostiseerd. Bij wijze van therapie besluit hij zijn herinneringen op papier te zetten. Deze memoires vertellen de geschiedenis van kolonie Nederlands-Indië, maar dan door de ogen van een totok, een blanke Nederlander.

Het directiepaviljoen

Het directiepaviljoen van Sindoe Agung, hier hoorden Jan en Aukje het nieuws van de Duitse inval in Nederland. Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Die geschiedenis loopt natuurlijk niet helemaal synchroon met de geschiedenis en het leven van de Indische Nederlander, de Indo, in de voormalige kolonie. Toch blijft het verhaal ook voor velen van hen herkenbaar. Niet alleen door de nostalgie en de sfeer van tempo doeloe, maar ook door het superioriteitsgevoel van de totok en het racisme en de klassenverschillen. Was er dan in Indië geen sprake van een colourbar, er was zeker een shadebar.

Vele Indo’s kennen het leven op de ondernemingen en zoals al opgemerkt de dagboeken van oom Jan zijn vrij gedetailleerd en Diederik van Vleuten is een geboren verteller. De beschrijving van het dagelijks leven en de tropische natuur roepen beelden vol herinnering op. Hij weet in het verhaal een sfeer op te roepen die bij de lezer en zeker bij de lezer die het leven in Indië hebben gekend, warme gevoelens van herkenning, herinneringen en herbelevingen oproepen.

Het boek is prachtig uitgevoerd en voorzien van vele foto’s uit de familiealbums. Deze publicatie is in alle opzichten een lust voor het oog en alleszins de moeite meer dan waard.

Cover  Diederik van Vleuten

Cover Diederik van Vleuten: Daar werd wat groots verricht, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2018

Dit is een bijdrage van Evert Mutter
10 april, 2018

Copyright tekst: Door blauwe ogen. Copyright beeld: Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren.

Advertenties

Kerkhof Tanah Abang: een begraafplaats zonder graven

Overzicht begraafplaats kl
Bijdrage van Sabina de Rozario
Maart 2018

Zoeken naar familie
De reden van mijn bezoek aan de oude begraafplaats Tanah Abang in Jakarta is het vinden van de grafstenen van mijn familie De Rozario. Ik weet sowieso van het bestaan van één grafsteen van een ver familielid aanwezig op deze bijzonder plek. Hopelijk kan ik meer graven van familieleden ontdekken.

Grafsteen bij de boom kl

Ter voorbereiding op mijn bezoek lees ik dat slechts 1302 van de 4000 grafstenen zijn behouden. Het complex waar sinds 1795 duizenden Europeanen zijn begraven heeft  in 1977 een grondige renovatie ondergaan. De gouveneur van Jakarta heeft eind jaren ‘70 ruiming kunnen voorkomen en doopte Tanah Abang om tot Museum Taman Prasasti.

Engel broken wing kl

Op Youtube vind ik sensationele filmpjes  over mysterieuze tekens op de grafstenen, bijzondere beelden van engelen en een oblisk. Tahan Abang lijkt me geen doorsnee begraafplaats, ik ben benieuwd wat ik er ga aantreffen.

Gebroken engelen
Het is nog ochtend en, hoe kan het ook anders, al erg warm als ik door de toegangspoort loop van de oude begraafplaats waar vooral inwoners van Europese afkomst liggen begraven. In de schaduw van de bomen zie ik graftombes en grafstenen, staand of liggend, en beelden van engelen met gebroken vleugels. Er heerst een serene rust, in tegenstelling tot wat er zich buiten de muren van dit museum afspeelt. Het is er netjes onderhouden, in een hoek zijn bouwvakkers in de weer met stenen en gereedschap.

Slechts stenen
Hoe de begraafplaats er nu bij ligt, is niet de originele setting, vertelt de museumgids. Het museum is een verzameling van grafstenen. Meerdere religies vertegenwoordigd, terwijl het kerkhof toebehoorde aan de Hervormde Kerk. Alle stoffelijke overschotten zijn tussen 1950 en 1970 herplaatst of geruimd. Wat ik hier zie, zijn dus slechts willekeurig geplaatste grafstenen en tombes. Op dit kerkhof is geen enkel graf aanwezig.

Gids mas Yudi neemt me mee langs de graven van de eerste vrouw van Raffles, een aantal hooggeplaatste militairen en dat van de heldhaftige Pieter Erberveld. Erberveld heeft geen graf, maar een heus monument met daar bovenop zijn hoofd op een spies. De vermoorde Euraziaat is lang geleden gevierendeeld en onthoofd door de VOC-autoriteiten, omdat hij een opstand zou hebben beraamd. Zijn geconserveerde hoofd-op-spies diende om rebellen af te schrikken, al is het schedel op dit monument is niet authentiek.

Hoofd op spies kl

Mas Yudi benadrukt maar al te graag de mysterieuze tekens en de obelisk die ik ook op Youtube had gezien. Lopend langs de graven met malteserkruizen, Davidsterren (één ster is tijdens de renovatie per ongeluk een slag gedraaid), slangen en een schedel met twee gekruisde botten, strooit hij terloops met termen als ‘Illuminati’, ‘Judaism’ en de ‘Holy Grail’. Vervolgens houdt hij zijn mond en kijkt me aan met een blik van ‘Nou, dan weet je het wel’.

Justinian de Rozario tekst naam kl

Ik laat de eigenaardige tekens voor wat ze zijn en begin met het zoeken naar mijn familienaam. Al snel zie ik de eerste De Rozario op een graftombe staan.

Meer familieleden
Op de zuil prijkt de naam van voorouder Justinian Joseph George, geboren 20 augustus 1857 te Malacca. De steen van Fertuliano George (geboren 1847  te Malacca, gestorven op 64 jarige leeftijd in 1912 te Batavia), de opa van mijn opa, is een tijdje geleden gebroken en wordt momenteel gerepareerd, aldus Mas Yudi. Het graf van de zoon van Fertuliano staat naast die van zijn broer Justinian: Antonio Cerilo de Rozario, geboren op 28 mei 1874.

Administratieboek kl

Fertuliano George de Rozario (derde naam van onder) staat genoteerd in de administratie, de steen is momenteel in reparatie.

In totaal heb ik drie gedenkplaten van mijn familie gevonden. Dat wil zeggen, 2 in het echt en 1 in ‘het boek’, de administratie van het museum. Deze voorvaders (van Portugese afkomst) uit Malacca hebben gezorgd dat familie De Rozario zich uiteindelijk in Indië heeft gevestigd.

Populair voor fotoshoots
Het ‘spookachtige’ imago van de begraafplaats heeft het museum van zich weten af te schudden door een naam te kiezen (Prasasti betekent opschrift of inscriptie) die niet doet denken aan de dood, begrafenis of geesten. De stenen buitenmuur is grotendeels vervangen door een hekwerk om de toegankelijkheid te bevorderen.

Al komen nog steeds niet veel bezoekers voor de grafstenen zelf, geeft Mas Yudi toe. Museum Taman Prasasti is vooral populair voor het schieten van bruidsreportages en muziekvideo’s vanwege de Europese sfeer die het uitstraalt.

Stukje Nederlands-Indië
Het openluchtmuseum ligt er mooi bij en het is absoluut een bezoekje waard. Eigenlijk is het een stukje behouden Nederlands-Indië. Ben je geïnteresseerd in jouw Indische roots, dan is het een must om hier de sfeer van vervlogen tijden te komen proeven. En wie weet, vind je er wel een familielid.

Jezus wakend over graven kl

Museum Taman Prasasti
Jalan Tanah Abang I No. 1 Jakarta Pusat
Dinsdag – zondag 09.00-15.00
Maandag en Nationale feestdagen gesloten
Entree: 5000 Rupiah

Bijeenkomst Dialoog Nederland-Japan-Indonesië: Positie van de vrouw tijdens de oorlog in Indië

Met de Indische herdenking op 15 augustus nog vers in het geheugen ben je misschien geinteresseerd geraakt naar verhalen over de periode 1942-1945 in Nederlands-Indië.

Stichting Dialoog Nederland – Japan – Indonesië organiseert een conferentie op  9 september waar je kunt luisteren naar interessante lezingen, in gesprek kunt gaan met Japanners en Indonesiërs en kunt luisteren naar persoonlijke verhalen van aanwezigen.

Tijdens de inspirerende bijeenkomst wordt gekeken vanuit Indonesisch perspectief en vooral vanuit de positie van de vrouw tijdens de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan.

Gastspreker tijdens de bijeenkomst is schrijver Reggie Baay. Hij en andere sprekers zullen lezingen geven over Indonesische  vrouwen.

Op de website vind je meer informatie en het registratieformulier om je aan te melden. De  kosten bedragen € 10,00 inclusief koffie /thee en een Indische maaltijd. De voertaal is Nederlands en Engels.

Dialoog Nederland – Japan – Indonesië, zaterdag 9 september in de Wilhelminakerk in Bussum. Website: http://www.dialoognji.org

Poster Dialoog

Indischen in Indonesie: Niet altijd Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
29 juni 2017.

Het is al een tijdje geleden dat ik via de Facebookpagina van Door Blauwe Ogen een speciale  oproep heb geplaats, een enkele lezer weet het misschien nog. In 2015 was ik op zoek naar jonge Indischen die zijn geboren en getogen in Indonesië.

Oproep 3e generatie Indos

Screenshot van Facebook pagina Door Blauwe Ogen

Volledig Indonesisch
Het artikel onder de oproep (zie foto) gaat over Alfons, een derde generatie Indische geboren in Indonesië. Hij voelt zich Indisch, omdat hij met verschillende Indische of Europese waarden en normen is groot gebracht (lees hier het hele artikel). Na Alfons heb ik meer personen gevonden met deze gemengde achtergrond, maar zij hebben niet de ervaring zich Indisch te noemen of voelen, zelfs niet een beetje.
Zij voelen zich volledig Indonesisch en niet Indisch of gemengd en daarmee houdt het gesprek min of meer op. Pogingen van mijn kant ‘dat het ook deel is van hun geschiedenis’ of dat ‘het belangrijk is te weten waar je vandaan komt’ ten spijt.

Generasi Ketiga
Uiteraard staak ik niet met mijn zoektoch naar Indischen uit Indonesië voor mijn project ‘Generasi Ketiga’, de lezer kan nog  altijd mailen indien zij iemand kennen die hierover wilt vertellen.

Ik vind het erg interessant om te onderzoeken waarom de betreffende groep zich niet Indisch noemt, want ze zijn het ergens wel. Om een vergelijking te maken met jonge Indischen in Nederland, ook al is een opa en oma (of ouders daarvan) voor een klein deel gemengd bloedig, dan noemen ze zich, met trots, Indisch. Dit is vaak in Indonesië niet zo, uitzonderingen zoals Alfons daar gelaten.

Weinig interesse in gemengdheid
Een ander aspect over gemengd bloedigen, Europees met Indisch/Indonesisch of Indonesisch met een andere nationaliteit, is dat men zich hiervoor in Indonesië nauwelijks interesseert. Onlangs liet ik een Balinese dame het boek Door blauwe ogen, portretten van de derde generatie Indischen in Nederland, zien. Daarnaast legde ik het boek Blasteran van Anita Taylor, 140 fotoportretten van gemengde Indonesiërs (lees hier meer over dit boek). De reactie was opmerkelijk, of eigenlijk de reactie die uitbleef. Ze haalde lichtjes haar schouders op, ze zag de noodzaak van beide boeken niet in. En die reactie heb ik vaker meegemaakt, niet alleen in Indonesie, maar óók in Nederland.

Blasteran girls on chair

Portretten uit het boek Blasteran. Photocredits: A.Taylor

Exotische naam en donker haar
Mensen zonder gemengde afkomst, zoals deze Balinese dame, zijn zich vaak niet bewust van de complexiteit van gemengde wortels en doen boeken, documentaries of films over dit onderwerp af als oninteressant of zelfs overbodig. Ik snap deze reactie, want ‘we zijn ten slotte allemaal mens en dus allemaal hetzelfde.’

Maar als de omgeving keer op keer vraagt hoe je komt aan die exotische naam, dat donkere haar of de voorkeur hebt voor bijvoorbeeld Indisch eten, dan wordt je gedwongen om hier een voor hen gewenst antwoord op te geven. Namelijk dat je gemengd bloedig bent en, als je dat wilt, hier ook nog trots op bent.

Kleine maar belangrijke groep
De doelgroep waarvoor ik schrijf, de lezers van deze website, Indisch of niet, oud of jong, ik ben me ervan bewust dat het, in marketingtermen, een niche markt is. Weinig zullen echt in dit onderwerp zijn geïnteresseerd, als men al van lezen houdt. Maar ik blijf toch doorgaan met onderzoeken en hierover schrijven, omdat het de overdracht naar de volgende generaties zou kunnen helpen.

Een overdracht van herinneringen, ervaringen en waarden en normen als onderdeel van de Indische cultuur die langzaam van het toneel dreigen te verdwijnen. En dat is wat we als Indische gemeenschap niet wensen, lijkt me.

Om terug te komen op de desinteresse van mensen in de Indische nazaten, geschiedenis en cultuur, dit hoeft niet van belang te zijn. Als de Indische gemeenschap hiervoor maar interesse blijft houden. Dan is er in iedergeval een goed begin voor een goede overdracht binnen de eigen groep.

Mocht je dit een interessant onderwerp vinden, volgende keer ga ik dieper in op uiterlijke kenmerken en opportunisme in relatie tot afkomst.

Wil je reageren, dat kan onder dit artikel door op de button ‘Plaats een reactie’ te klikken.

Als de iconen verdwijnen

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
Juni 2017

Met interesse kijk ik naar de prachtige foto’s heb ik binnenkrijg van een vriend die onlangs de Tong Tong Fair heeft bezocht. Op het grote podium, een kleiner podium zou hem niet waardig zijn, zie ik Paatje Phefferkorn staan zoals hij elk jaar doet op deze grootste pasar malam. ‘The living legend’, met deze titel zal iedereen het eens zijn.

Paatjeop het podium

En levend is hij, al wankelt hij soms, dansen doet hij nog als de beste en laat ik het charmeren van de dames, jong en oud, vooral niet vergeten. Een opmerkelijke Indische man (1922, Bandung): Zijn passie voor Pencak Silat, de vaantjes met zijn eigen gemaakte Indo logo bij zijn standje en zijn gedrevenheid om de Indische symbolen van zijn vlag aan iedereen die het maar horen wil, te verkondigen. En wie heeft er geen foto met hem genomen, altijd met zijn jempol omhoog?

De rolmodellen zijn belangrijk
De iconen in de Indische wereld zijn langzamerhand aan het verdwijnen, best een beladen onderwerp dat ik bespreek met de betreffende vriend van de foto’s naar aanleiding van het optreden van Paatje. We beëindigen het gesprek met de conclusie dat deze voorbeelden binnen de Indische gemeenschap erg belangrijk zijn.

Paatje legt uit

De strijd van Sandra
Als donderslag bij heldere hemel volgt die middag het nieuws over het overlijden van Sandra Reemer (1950, Bandung). Ook zij was een icoon, niet alleen bekend als zangeres en presentatrice, maar ook van haar verhalen over haar Indische identiteit waarvan zij zich naar eigen zeggen bewust werd op latere leeftijd. Haar verschijning in het programma ‘Gouden jaren: Indonesië’ van Omroep Max en haar vechtlust voor de Indische backpay kwestie kunnen worden gezien als een bevestiging van haar betrokkenheid bij het Indie waar zij is geboren.

Gemis van de iconen
Het aantal toonaangevende Indische iconen die zich inzetten voor de Indische gemeenschap zijn op een hand te tellen. Zij die in Indië zijn geboren, de geur van de gordel van Smaragd zo goed kennen, zullen over een aantal decennia niet meer van zich laten horen. En dat zal een gemis zijn.

Een goede overdracht
Wie neemt straks het stokje over? Wie is kundig genoeg om zonder authentieke herinneringen aan Indië, verder te gaan waar anderen het zullen moeten laten liggen? Humor is een Indisch gemeengoed, de culinaire keuken ook, maar is dat voldoende om de overdracht naar de volgende generaties die de wortels, al is het inmiddels al ver, in Indië hebben liggen?

Indische strijders
Natuurlijk zijn daar nog Reggie Baay, Griselda Molemans, Alfred Birney en Wieteke van Dort. Stuk voor stuk zelfstandige strijders van hele grote waarde voor de overdracht van de Indische cultuur, ieder op zijn of haar eigen manier. Lieve mensen; Ga vooralhiermee nog even door. Natuurlijk zijn er heel veel onbekende personen die zich met hart en ziel inzetten op het Indische vlak, ook voor deze mensen geldt uiteraard laatst genoemde oproep.

Sandra Reemer Foto Jan Vis

Sandra Reemer Foto: Jan Vis

Met het overlijden van Sandra Reemer, het kroepoekje van wijlen Jos Brink, is een interessante persoon van de Indische gemeenschap verdwenen. Ze had nog zoveel kunnen betekenen. En nu is Sandra Reemer er niet meer. Naar wie gaan we de volgende pasar kijken en luisteren?


Selamat jalan Sandra Reemer

Blasteran, the photobook: Eenheid onder gemengden

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario, 26 mei 2017

Blasteran, The photobook Edition I & II van Anita Taylor (Denpasar, 1985) is afgelopen zondag 28 mei gepresenteerd in Indonesië. Het boek met de gewaagde titel, Blasteran betekent letterlijk kruisen maar wordt soms ten onrechte vertaald met bastaard, zou vroeger erg omstreden zijn geweest. Tegenwoordig is het een gangbaar woord met een nieuwe lading in Indonesië zoals Taylor zelf uitlegt.

Book launch banner 4

Wat kun je in dit boek lezen en vooral zien? Maar liefst 140 portretten van gemengd bloedigen van Indonesische afkomst en quotes over hun ‘mixed people problems’. Door blauwe ogen ontmoet fotografe en samensteller Anita Taylor voor een interview op Bali.

Waarom heb je gekozen om een fotoboek samen te stellen met portretten van gemixte kinderen met een ouder uit Indonesië?

Anita: “Ikzelf heb een Indonesische moeder en een vader uit Nieuw Zeeland. Geboren en getogen op Bali maakt niet direct dat mensen mij ook zien als een Indonesische. Veel vrienden van mij zijn ook van gemengde afkomst en worden net als ik in een hokje gestopt. Dat geeft niets, maar juist omdat we trots zijn op onze afkomst, heb ik behoefte om deze groep te laten zien.”

Social media uiting Blasteran kl

Een van de social media uitingen voor het boek

Wie heb je de afgelopen maanden voor de camera gehad? Indonesisch gemengd met welke afkomst?

Anita: “Het enige vereiste is dat de geïnterviewden ten minste één ouder uit Indonesië heeft. En natuurlijk dat ze graag gefotografeerd wilde worden. Ik heb ook een aantal celebrities benaderd, maar dat vind ik niet per se een meerwaarde voor het boek. Via sociaal media heb ik mensen uit Maleisië, Singapore, Australië, Nederland, Engeland en natuurlijk Indonesië ‘gestalkt’ en gelukkig waren de meesten geïnteresseerd.”

Er staan ook Indischen uit Nederland in het boek?

“Ik heb 45 mensen in Nederland geïnterviewd en gefotografeerd, waaronder veel Indischen,  zij zijn ten slotte ook van Indonesische afkomst. Het is me opgevallen dat zij er minder Indonesisch uitzien, bijvoorbeeld aan hun lichte huidskleur.”

Anita als model kl

De fotografe zelf als model

Wat hoop je met dit boek te bereiken, naast het laten zien hoe deze groep eruit ziet en omgaat met hun gemengde afkomst?

Anita: “Met dit boek hoop ik op erkenning, want gek genoeg ook in Indonesië kunnen mensen mij en mijn ‘lotgenoten’ ons maar moeilijk plaatsen. Terwijl ik in Indonesië ben geboren en getogen, vloeiend Bahasa en Javaans spreek, kijken mensen me toch nog met een vragende blik aan: ‘Maar waar kom je écht vandaan?’”

Blasteran boys on chair

Foto’s: A.Taylor

Waarom heb je gekozen voor de titel Blasteran? Is het niet meer een omstreden term zoals decennia geleden?

Anita: “Waarom ik heb gekozen voor deze titel? Om meerdere redenen. Ik heb gedacht aan Engelse titels zoals IndoNation en Mixed Nation, maar dat klinkt meer als een tv-serie ofzo. Eigenlijk is dit Indonesische woord precies wat we werkelijk zijn. Blasteran kan nog worden gezien als controversieel, maar zonder de betekenis van vernederend. Ik heb zo voorzichtig mogelijk proberen te zijn in mijn keuze. Veel mensen zijn bevooroordeeld over elkaar en ik hoop dat mijn gekozen titel voor mijn boekenserie dat niet is.”

Prefer nasi

Wat is jouw conclusie nu je 140 mensen van gemengde afkomst hebt gesproken over hun ‘mixed people problems’, zonder al teveel weg te geven aan de mensen die het boek nog moeten lezen?

Anita: “Veel mensen hebben me hun verhaal verteld en hun dankbaarheid geuit voor de erkenning die het boek hen geeft en de mogelijkheid te praten over de situaties die zich voor doen omdat zij gemengd zijn. Ze voelen zich niet meer alleen in hun dilemma’s waarmee zij elke dag worden geconfronteerd. Ik denk dat we ons graag verbonden voelen met elkaar, een eenheid te zijn of zelfs geborgenheid te voelen onder elkaar.”

Masuk angin

#MixedPeopleProblem

Hoe is jouw proces geweest als fotografe tijdens het maken van dit boek?

Anita: “Deze ervaring als fotograaf en regisseur heeft mijn gevoel van liefde voor de mensheid in het algemeen en in het bijzonder voor mijn ‘boers en zussen’ bevestigd. Ik heb gemerkt dat we met nadruk allemaal de Indonesische kenmerken en gewoontes delen, bijvoorbeeld gastvrijheid. Bij iedereen kreeg ik eten en drinken aangeboden, en laat ik de voorgeschotelde grappige verhalen niet vergeten!”

En tot slot, heb je onder de geïnterviewden waarmee je hebt gewerkt ook interessante verschillen in ervaring, houding of identiteit opgemerkt?
Anita: “Deze groep heeft weinig opvallende verschillen onder elkaar, ik zou eerder zeggen; Eenheid door diversiteit. Bijna iedereen deelt dezelfde ervaringen, soms positief, soms negatief,  een proces waarvan we kunnen leren. Hoewel, meisjes uiten zich wel iets anders dan de jongens. Ze houden meer van praten hè?”

Blasteran girls on chair

Foto’s: A.Taylor

Sneak peak van Blasteran, the photobook zien?
Ga naar de facebook pagina The blasteran photobook en check Instagram @Blasteranphotobook voor meer informatie over het boek.

Volgende maand een diepteinterview met de fotografe, onder meer over haar kennismaking met de Indische gemeenschap in Nederland en editie 3 en 4 van de serie Blasteran.

Auteur Marianne Janssen: ‘Indie blijft zich roeren.’

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ klinkt even opmerkelijk als grappig. Waar dit boek overgaat, verklaart de ondertitel ‘Herinneringen van Indische Nederlanders na de oversteek’ gelukkig. Dit nieuwe boek van Marianne Janssen (journaliste, schrijfster, 1947) ligt vanaf eind mei in de winkels. Sabina, van Door blauwe ogen, spreekt alvast met de auteur van dit nieuwe ‘Indische’ boek.

3. Mama, Margy en Mady Klerks

Mama, Margy en Mady Klerks

Korte hoofdstukken, familiefoto’s en anekdotes; het boek is ‘een feest van herkenning’, aldus het persbericht. Maar het feest begint in dit boek met oorlog en kampherinnering. Komen er ook andere herinneringen aan bod? Marianne Janssen licht de inhoud van het boek toe:

“De verhalen bevatten inderdaad lach én traan. Waar mensen herinneringen ophaalden aan hun verblijf in het kamp overheersten de tranen, zeker omdat men in Nederland niets van hun geschiedenis wilde weten. De lach was: we hebben het overleefd. Weemoed: de moeilijke zoektocht naar woonruimte, de onmogelijkheid een baan te krijgen op het eigen niveau, de discriminatie op vele fronten.”

 

18. Laastste foto in Bandung van moeder Fredriksz en zus Eugenie met de honden.

Laatste foto van moeder Fredriksz en zus Joyce met de honden in de tuin van de suikerfabriek Nieuw Tersana bij Cirebon.

De schrijfster heeft gesprekken gevoerd met de oudsten uit de Indische gemeenschap, de eerste generatie die de migratie bewust heeft meegemaakt met alle zorgen, verwachtingen en hoop die deze generatie daarbij heeft gehad. Ook heeft zij hun kinderen en kleinkinderen (derde generatie) ontmoet. Heeft u voor uw gevoel voldoende betrokkenen besproken?

Marianne Janssen: “Ik  heb een aantal familiegeschiedenissen beschreven, door de reizigers verteld, maar meestal door hun kinderen die ook al behoorlijk oud zijn. Naast die interviews had ik tientallen brieven. En daarbovenop kwamen er toevals-verhalen: ‘Ben jij niet bezig met… Dan heb ik nog wel een verhaal…’. Op die manier. Dat zijn de korte verhalen.

Tijdens de gesprekken ontdekte ik dat er dingen begonnen te ‘dubbelen’. Discriminatie-verhalen op school en werk bijvoorbeeld. Ik concludeerde op een gegeven moment dat ik voor het totaalbeeld voldoende verhalen gehoord had over de onderwerpen die ik mijzelf had opgegeven”

12. Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Oma An voor vertrek uit Indie op de foto met haar zoon en vier kleinkinderen.

Samengevat hoofdstuk De soep ruikt naar hond:

De Indische Nederlanders waren gewend twee- a driemaal daags te baden of mandiën. Maar na de oorlog ging men in Nederland nog pas één keer per week in de teil. Dus de pensions stelden in: één keer per week hooguit douchen. Nu vonden de Indische Nederlanders toch al dat Nederlanders stonken, dus dat zagen ze niet zo zitten. Jennifer, een van mijn zegsmensen, vertelt dat het gezin van haar vader samen met de andere gezinnen uit het pension daarom ééns per dag naar het badhuis ging: ‘als ganzen op een rij, handdoek op een rolletje, stukje zeep in de hand. De inwoners van Kerkrade (want daar speelt het) keken hun ogen uit: wat een nathalzen zeg, die bruintjes!’

Vaak wordt aangenomen dat een Tempo Doeloe-trip, Rootsreis of Heimwee-reis, zoals u het noemt, een lang gekoesterde droom is. Wat bent u hierover te weten gekomen?

Marianne Janssen: “Veel geïnterviewden gingen op ‘heimwee-reis’ naar Indië. Maar ‘Indië bestaat niet meer’, was de verzuchting vaak bij de eerste generatie.  De tweede is minder geïnteresseerd, de derde weer wel. Dat schijnt een vast patroon te zijn na emigratie. Die studie haal ik ook aan in het boek.”

Omslag De soep ruikt naar hond

Andere thema’s in het boek zijn wonen, eten, onderwijs, klimaat, school en derde generatie. Stuk voor stuk herkenbare onderwerpen. Groot pluspunt is dat de verhalen autheniek zijn en als het niet het geval is, benadrukt de schrijfster dit. Marianne Janssen beschrijft de geschiedenis van de Indische generaties in Indië en Nederland voldoende en bovendien toegankelijk voor degene die deze nog niet kennen. Anders is het een mooie aanvulling. Wellicht spoort het boek aan om de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken?

De titel ‘De soep ruikt naar hond’ wordt na het lezen van het boek meer dan duidelijk. Het zijn woorden uit de mond van een extravert 2-jarig Indisch meisje, deel uitmakend van een treffende anekdote. Haar opmerking leidt tot grote gevolgen trouwens. Welke dat zijn, daarvoor moet men toch echt het boek aanschaffen.
‘De soep ruikt naar hond’ is een prachtig document waarvoor Marianne Janssen met haar betrokkenheid en kennis mooie herinneringen heeft geselecteerd. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Aanvullende informatie:

De soep ruikt naar hond: 256 pagina’s, paperback met foto’s. Prijs: 18,95, uitgeverij Just Publishers. ISBN: 97890 8975 0983

Journaliste Marianne Janssen (1947) werkte 32 jaar voor De Telegraaf, o.a. als onderwijsredacteur en columniste. Vorig jaar verscheen bij Just Publishers haar boek Anna’s oorlog. Ze is naast schrijfster, ook recensente voor Leeskost.nl. Ze is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Ze woont in Haarlem.

Georges Hilaul: ‘Ik wil impact maken.’

Een bijdrage van Sabina de Rozario

BBS banner

Je eigen goede leventje verruillen om kinderen te helpen in een drukke miljoenenstad als Jakarta. En niet zo maar helpen, zelfs dromen helpen te vervullen. Daarvoor moet je ambitieus zijn en bovendien positief en energiek en o, ja gepassioneerd en vechtlustig. Georges Hilaul (21 mei 1985, Spijkenisse) is zo iemand.

Ooit begon Georges met een klas ‘probleem gevallen’; jongens en meisjes van 10 tot 12 jaar wonend onder een viaduct in Jakarta. Hij gaf hen elke week les en zag al snel hun houding en vaardigheden positief veranderden. Wat kleinschalig begint, is uitgegroeid tot werkzaamheden op verschillende locaties in Jakarta met werknemers en heel veel vrijwilligers.

Georges-Jenny- Tennant Lim Photography

De founders, Jenny en Georges. Foto: Tennant Lim Photography

Met zijn non-profit organisatie, de Inspiration Factory Foundation die hij samen met Jenny Tjoa heeft opgericht, ontwikkelt hij het uitgebreide DreamProgram, waardoor kansarme kinderen weer durven dromen van een betere toekomst. Het programma (geadviseerd door  Unicef Indonesia) richt zich op kinderen van 6 tot 12 jaar, omdat dit de belangrijkste fase is om aan het zelfvertrouwen te werken en de toegang tot een mindset verandering goed mogelijk is.

Georges licht toe: ‘Kinderen jonger dan 6 jaar zijn nog te jong en kinderen boven de 12 hebben al een mindset die soort van ‘fixed’ is.  Gebaseerd op ervaring, is dit een extreem moeilijke doelgroep die lastig is te benaderen.’

De stichting draait al enige jaren succesvol, al gaat dat niet zonder moeite. Geld is met name altijd welkom. Alle beetjes helpen, maar om de doelen te kunnen behalen is veel geld nodig. Hoe komt de stichting aan de middelen om alles te bekostigen?

Georges: ’Alles wordt volledig gefinancieerd door sponsors en partners. De helft van de donaties komt uit Nederland en de andere helft uit Indonesië. Zo is Rabobank Nederland samen met het Indonesische BCA  de grootste sponsor, aangevuld met individuele donaties en fundraise acties van bedrijven. Op dit moment maken 11 locaties en 1000 kinderen deel uit van ons programma. Dit jaar komen er nog 1000 kinderen bij. Het programma kost per kind 70 euro, dus reken maar uit hoeveel we nodig hebben!’

Jembatan-Tiga-Pluit Tennant Lim Photography

Tennant Lim Photography

Van een klasje onder een viaduct naar het leiden van een grote stichting met veel verantwoordelijkheden. Is dit een grote verandering voor je geweest?

‘Het is natuurlijk wel jammer dat het directe contact met de kinderen minder is geworden, omdat dit natuurlijk de eerste reden was om hier wat te doen en naar Indonesië te verhuizen. Als je wilt groeien, moet je delegeren en veel uit handen geven. Samen met mijn stichting partner – en beste vriendin- Jenny, leiden we het team op kantoor, zodat alle locaties draaien met het juiste programma, met genoeg vrijwilligers en volgens onze vereiste standaard. Wij zijn dagelijks bezig met het verder ontwikkelen van het progamma, besprekingen met partners en donateurs en het uitdenken van nieuwe concepten en promotiecampagnes. Jenny en ik bezoeken nog wel de locaties om te kijken hoe alles gaat, dus zien het effect bij de kinderen en dat geeft energie.’

Belajar-Bersama-Sjors-Library-Day Tennant Lim Photography

Tennant Lim Photography

The Inspiration Factory

Tot slot, waar droomt de Inspiration Factory Foundation zelf van in de toekomst?

‘Over een paar maanden starten we met de eerste reeks Inspiration Factories op Bali, waarbij een aantal  street kids shelters en weeshuizen ons DreamProgram , als eerste op Bali, zullen gaan implementeren. Dit is de start van de uitbreiding. Tegen het einde van 2020 willen we Inspiration Factories starten door het hele land, zodat we duizenden kansarme kinderen dichterbij hun dromen kunnen brengen. Niet meer een schattig projectje zijn, maar echt impact maken, levens veranderen en het land vooruit helpen.’

Meer info:
Bekijk de website http://www.inspirationfactory.org voor meer informatie (statistieken, locaties en beeldmateriaal). Daar lees je ook hoe je een donatie kunt geven of als vrijwillger aan de slag kunt.

Beeldmateriaal: Tennant Lim Photography en Facebookpagina van de Inspiration Factory Foundation.

‘Pechtold raakt een open zenuw’

Bijdrage lezer Door blauwe ogen.

Vanaf het moment dat de heer Pechtold de fout maakt door Indonesiërs te zeggen in plaats van Indisch mensen tijdens Pauw & Jinek, ontpoft social media. Een deel van de Indische gemeenschap is woedend vanwege de ‘verspreking’. Ook de mailbox van Door blauwe ogen kreeg het nodige leesvoer hierover toegezonden.

Voor wie de ophef rondom de partijleider van D66 niet begrijpt en zijn verspreking afdoet met ‘tómato, tomáto, wat is het verschil?’, moet onderstaand mailtje maar lezen. Wellicht krijgt het woord Indisch wel een andere lading door dit mailtje toegestuurd door lezer Andy.

Beste Door blauwe ogen,
Wat mij heeft beroerd is het feit dat de pijnlijke Indische geschiedenis inhoudelijk wederom niet juist wordt benoemd, met name door de heer Pechtold.
Indonesiërs zeggen, maar Indische Nederlanders bedoelen; Hij had met zijn ervaring en gezien zijn Indische partijgenoten bterer moeten weten!
Terugkijkend naar de tijd waar de heer Pechtold aan refereerde, dient te worden benadrukt dat wij, de Indische gemeenschap, geen Indonesische immigranten zijn, het beeld wordt misvormd tot in de kern. Wij zijn de slachtoffers van het beleid van de belanda’s van toen en beslissingen van Soekarno. 
Ons mengbloedig zijn (met de Nederlandse nationaliteit) was een criterium om weggezet te worden, verbannen te worden uit Nederlands(!)-Indië. Wij waren niet de pelopors die vanwege de revolutie mengbloedigen bewust verminkt en vermoord hebben. 
Als de heer Pechtold even een minuut de moeite had genomen het woordje “deels” te gebruiken vóór Indonesisch en expliciet de daaraan gerelateerde reden/noodzaak van “immigratie” had benoemd, was hij nu wellicht de held van de Indo’s geweest en zelfs zetels kunnen winnen. Echter, door zijn uitspraak blijkt nu zijn gebrek aan kennis en enig historisch besef.
Zijn masker is gevallen en een officieel excuus blijf achterwege. Hieruit blijkt weer dat hij het wellicht ‘peanuts’ vindt? Wederom selectieve desinteresse, van een persoon die premier voor Alle Nederlanders wilt zijn.
Ik vermoed dat wat ik zojuist heb beschreven, momenteel de beroering in de een deel van de Indische gemeenschap veroorzaakt. Wederom genegeerd en met minachting benaderd.
Dat doet pijn, heel veel pijn… De heer Pechtold raakt een open zenuw.

Met groeten,
Andy

Update boek Tabé Java, tabé Indië van Ronald Nijboer

Een bijdrage van Sabina de Rozario

Vaste lezers herinneren zich vast het artikel van Ronald Nijboer over zijn opa die tijdens de koloniale oorlog heeft gediend in Indië (lees hier het hele artikel). In het artikel schrijft hij over de inhoud van een hutkoffer van zijn overleden opa met informatie over zijn verleden. Een dagboek en foto’s van eind jaren ’40 zijn voor Ronald de reden om onderzoek te doen naar de sporen van zijn opa.

Evert-Jan Nijboer

Onlangs heeft Door Blauwe Ogen weer contact met Ronald via e-mail en geeft hij een up-date over zijn onderzoek dat in augustus in boekvorm zal verschijnen. Ronald vertelt verheugd over de stand van zaken:

,,Momenteel ben ik druk bezig met de laatste loodjes. De eerste versie van mijn boek is bijna klaar en rond mei moet het echt definitief zijn. Binnenkort wordt de catalogus met de omslag en flaptekst naar de boekhandels gestuurd. Op 10 augustus ligt het boek ‘Tabé Java, tabé Indië. De koloniale oorlog van mijn opa’ in de winkels, vertelt Ronald.

Hoe ben je te werk gegaan met de gegevens die je eerder hebt gekregen van jouw opa?

,,Het afgelopen jaar heb ik het verhaal van mijn opa verder uitgezocht door de archieven in te duiken en mensen op te sporen die hem destijds nog gekend hebben. In beide gevallen was dat zeker niet makkelijk, maar wanneer dat wel lukte was dat zeer waardevol. Zo vond ik nog een vrouw terug waar hij in Batavia mee omging. Zij was toen een 16-jarig Indisch meisje, en hij kwam vaak bij haar en haar familie langs. Inmiddels is ze dus in de 80 en woont ze in Californië, maar ze kon me nog heel veel vertellen over die tijd en haar band met mijn opa. Ook zijn er enorm veel brieven van hen bewaard gebleven die ik allemaal heb gebruikt voor mijn boek. Ik vond het geweldig om al deze bronnen uiteindelijk te combineren in een mooi verhaal.”

Detail uit het dagboek van Evert-Jan Nijboer 2

Dit klinkt allemaal erg romantisch, maar er is ook een hele andere zijde om over te vertellen. Kun je hiervan een voorbeeld geven?

,,Naast die leuke verhalen stuitte ik ook op een paar vrij macabere foto’s uit zijn tijd als fotograaf bij de militaire politie. Mijn opa moest als fotograaf mee met recherche-onderzoeken, wat soms inhield dat ze lijkopgravingen of dode soldaten moesten fotograferen. Daar heeft hij er een aantal van bewaard. Ik onderzoek dus juist ook die donkere kant waar de soldaten mee te maken kregen.

Wat kan de lezer verwachten van jouw boek?

,,Mijn opa vertrok vol hoop naar dat ‘vreemde Indië’. Die eerste periode voelt avontuurlijk, haast als een jongensboek aan. Hij vindt het land ook prachtig en wil er aanvankelijk blijven. Maar al snel blijkt dat ze eigenlijk een kansloze oorlog vechten en gaat zijn gevoel over in cynisme en teleurstelling. In mijn boek beschrijf ik die ontwikkeling en probeer zo te begrijpen waarom hij er destijds heengegaan is en bij thuiskomst er altijd over heeft gezwegen.”

Wil je op de hoogte blijven van Ronald Nijboer, bezoek dan zijn website of Facebook-pagina. Hierop verschijnen regelmatig blogs over zijn werk in aanloop naar het boek dat uitkomt in de zomer van dit jaar.

Website Ronald Nijboer: tabejava.nl
Facebook: www.facebook.com/tabejava/

Lees hier het artikel van Ronald op Door blauwe ogen: ‘God geve dat het niet tevergeefs is geweest.’