Tweede generatie Indischen

Anthony Engelen: Topsport in Indonesie biedt mij kansen

Een bijdrage van Sabina de Rozario.

De 31-jarige Anthony Engelen maakt graag op gezette tijden voor geld zijn tegenstander een kopje kleiner. In de kooi wel te verstaan, als sport. Nu zit hij rustig tegenover me om met mij te sparren over onder andere zijn Indische identiteit en wonen en werken in Jakarta. ,,Een kantoorbaan is echt niks voor mij,” licht professioneel MMA fighter en derde generatie Indo toe.

anthony-med-portret-shirt-kl

Van kantoor naar ring

Weer ontmoet ik een Nederlander die als atleet in Indonesië woont en werkt en van Indische afkomst is (Zie artikelen over Martijn de Jong en Tiffany van Soest). Ik ben geïnteresseerd in zijn verhaal en maak een afspraak met hem in (mijn woonplaats) Canggu, waar hij momenteel aan het trainen is.

Het zou kunnen dat onze wegen zich eerder hebben gekruist, want Anthony is, net als ik, geboren en getogen in het  kleine Ermelo op de Veluwe. Ook zaten we op dezelfde middelbare school en judo dojo. Kleine kanttekening: onze leeftijd ligt iets uit elkaar, vandaar dat we elkaar nu pas voor het eerst ontmoeten. Ik vraag aan Anthony (Ermelo,1985) hoe hij is terechtgekomen in Indonesië:

,,Tijdens mijn studie kon ik stage lopen in Indonesië, het land waar mijn vader is geboren (1936, Menado). Sinds 2007 ben ik voor langere periodes in Indonesië voor vakantie of werk. Ooit ben ik begonnen op kantoor bij het familiebedrijf in thee in Jakarta, daarna stond ik voor de klas als leraar Engels. In 2014 heb ik een kleine dojo geopenend en een jaar later klopt de internationale MMA organisatie One Championship op mijn deur en ben ik professioneel fighter geworden.”

 

tatoeages-kl

Mijn Indisch-zijn uit zich ook in mijn tatoeages van Indonesische afbeeldingen: de barong, batik patronen, Arjuna en Garuda Visnu.

Door blauwe ogen schrijft over Indische identiteit, hoe zit dat bij jou?
,,Als Indische jongen kom ik uit voor mijn roots. In elk interview vertel ik dat m’n pa uit Menado komt. Gek genoeg herkennen mensen in Jakarta me niet als Indisch, dat blijf ik apart vinden. Het is een stukje onwetendheid, ze vinden me een bule (buitenlander) in Jakarta. Indonesische jongeren hebben geen flauw idee wat zich hier vroeger heeft afgespeeld. Toch is de hoofdstad echt mijn thuis. Ik hou van mijn buurt, mijn beste vrienden wonen daar ook. Ik heb geen enkele intentie om terug naar Nederland te gaan.”

Indisch-zijn was niet vreemd
Toch was ik vroeger niet bewust van mijn Indische afkomst, als kind zijnde dacht ik er niet over na. Ons gezin met een Indische vader en Britse moeder was normaal voor mij. Ook in het  traditionele Ermelo, waar niet veel Indische gezinnen woonden, vond niemand het vreemd.

Eenmaal op de middelbare school in Harderwijk ontmoet ik veel Indische leeftijdsgenoten. ‘Hé, je bent Indo toch?’, ik hoor er meteen bij. Met een grote groep Indische jongeren uit het hele land ga ik feesten af. Van hardcore house parties, tot Indo parties en natuurlijk pasar malams. We zijn elkaars beste vrienden.”

Nederlandse of toch Indonesische status?
Anthony’s vader vertrekt in 1949 als Indische Nederlander naar Nederland. Ter voorbereiding van dit interview vind ik een website over naturalisatie van Indonesiërs in Nederland waaruit blijkt dat de familie Engelen in 1974 de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Op het eerste gezicht vreemd, kloppen deze gegevens?

Anthony legt tijdens het gesprek een lijntje met zijn vader in Nederland die het ons uitlegt: ,,Toen opa Engelen met pensioen ging in 1974, hebben ambtenaren in zijn verleden gewroet. Volgens hen heeft zou mijn grootvader vroeger iets hebben verzuimd te doen, waardoor zijn kinderen nooit Nederlandse zijn geworden. Gek, want wij zijn dienstplichtig geweest en hebben met een Nederlands paspoort Indië verlaten. ‘Dat was dan jammer en een vergissing’, reageerden de betrokken ambtenaren toendertijd. De overheid voerde als goedmakertje voor onze familie de naturalisatie officieel door in 1974 en zo hebben we alsnog de Nederlanderse nationaliteit gekregen, ” aldus Anthony’s vader via de telefoon.

baard-kl

Confrontatie met Indisch verleden in pretpark
,,Indië en Indisch-zijn is altijd bespreekbaar geweest in ons gezin. Ik herinner me een confronterende situatie waarop het Indisch verleden van invloed is geweest. Op jonge leeftijd bezoeken mijn ouders, broertje en ik Disney World in Florida. In het pretpark zijn gedeelten ingericht als verschillende delen van de wereld. Als kind vind ik het maar wat interessant. Eenmaal aangekomen bij het Japanse gedeelte in het park gebeurt er iets geks, wat ik niet direct kan plaatsen. Mijn vaders houding verandert, hij weigert zelfs om ‘Japan’ binnen te gaan. Later deze vakantie valt bij mij het kwartje. Hij heeft een slecht gevoel bij dit  Aziatische land vanwege de Tweede Wereld Oorlog in Indië.”

Trainen en niet eten
Anthony’s 5e professionele gevecht is op 14 januari in Jakarta. Voorafgaand aan dit hoogtepunt traint hij twee keer per dag en volgt een strikt dieet. ,,Sport en eten zijn het belangrijkst voor me, dus niet kunnen eten wat ik wil is lastig.”

portret-kleur-kl

Toekomst
,,Ik heb altijd iets met sport willen doen. Vroeger tenniste ik op hoog niveau, maar al gauw zag ik in dat dat niet voldoende geld zou opleveren. Bezig zijn met MMA in Indonesie, waar de sport nog in de kinderschoenen staat, biedt kansen. Ik kan zeker tot mijn 36ste nog blijven vechten.”

Ik rond het gesprek af met de vraag wat er op zijn to-do-lijstje in de nabije toekomst staat. ,,Ik wil meer van Indonesië zien, zo ben ik nog nooit in Solo of Yogyakarta geweest. Verder komen er meer gevechten en open ik een nieuwe sportschool samen met mijn coach Martijn de Jong.

En wat is het eerste dat je gaat doen na jouw belangrijke gevecht? Daar hoeft hij niet lang over na te denken en zegt vastberaden: ,,Makan!”

 

Meer over Anthony Engelen:

One Championship 14 januari 2017 in Jakarta: http://onefc.com/events/75-one-championship.html

Instagram @Anthonyengelen

Copyright S. de Rozario. Rebloggen mag, maar let op de journalistieke etiquetten. Vermeld altijd de bron (website en auteur) en plaats de gehele originele tekst (dus niet knippen en plakken van tekstgedeelten). Plaats bij elke afbeelding de naam van de fotograaf! Bij vragen, graag mailen naar: doorblauweogen@gmail.com.

Beeld: Mark Thurman

Website Gelijkstellingen en naturalisaties: http://naturalisaties.decalonne.nl/

Advertenties

Steef de Soto-man

De Soto-man, wie kent hem niet? Inmiddels iedereen lijkt wel, al verkoopt hij pas sinds een week heerlijke soto vanuit zijn mobiele winkeltje.

Sotoman

,,Iedereen moet soto leren kennen”, aldus Steef de Soto-man. En wat is een betere manier om dat naar de mensen toe te brengen met een moderne versie van de kaki lima uit Indonesië? Een super idee dat opeens uit de hemel kwam vallen: ,,Ik ga de boer op met deze soep!”

Soto Steef

De Haagse Soto-man maakt elke dag zijn soto met kip van biologische producten. Er is ook  een vegetarische variant met tempeh. Rijst, lontong of aardappel naar keuze wordt bij elke kom soto geserveerd. Een beetje sambal erbij voor de kenners. ,,Het is min of meer ons familierecept, mijn ouders komen uit Nederlands-Indië.”

Sotoman onderweg

De Soto-man is binnenkort te vinden bij boekwinkel Van Stockum tijdens de Indische week van 3 tot 10 september. Tijdens deze Indische week staat Indonesië centraal bij de Haagse boekwinkel.

Meer info over de Soto-man, klik hier voor de Facebook pagina.

Info over de Indische week bij Van Stockum, klik hier.

Klagen over Indisch zwijgen

Bijdrage van Sabina de Rozario

Overdracht van cultuur gebeurt vaak mondeling, van ouder op kinder of van grootouder op kleinkind. Binnen Indische gezinnen is spreken over Indië, de migratie en de eerste periode in Nederland niet altijd automatisch. Logisch, want waarom zou je uitgebreid praten over en vragen naar slechte ervaringen, opgelopen trauma’s en oorlogsverhalen?

Stapeltje boeken

Klagen over Indisch zwijgen

Nakomelingen, de derde en vierde generatie, klagen weleens over het ‘Indisch zwijgen’ van de voorgaande generaties. Opmerkingen zoals ,,Mij is nooit iets verteld over Indië of wat Indisch-zijn is” van deze generaties vind ik, heel eerlijk, storend om te horen. Waarom? Ik, als derde generatie, heb veel gevraagd en als ik geen antwoord kreeg of het was niet voor handen, dan ging ik zelf op onderzoek uit.

Geen excuus
Als volwassene zeggen dat je nooit iets is verteld, vind ik geen excuus dat je niets of niet genoeg weet over jouw Indische roots. Tegenwoordig is er zoveel informatie te vinden via internet (Youtube, blogs) en boeken, het lijkt me bijna niet eerlijk dat je je blijft verschuilen achter een excuus.

Daarom wil ik een aantal boeken uit mijn boekenkast noemen waarin ik als zoekende veel antwoorden heb kunnen vinden (en wellicht jij ook).

Uit Indië geboren
Het eerste in het rijtje van belangrijke boeken is Uit Indië geboren met onder meer bijdragen van Pamela Pattynama, Edy Seriese en Hans Meijer. De vormgeving motiveert eerlijk gezegd niet tot lezen, maar de inhoud is uiterst leerzaam.

Uit Indie geboren

Zo las ik in dit boek voor het eerst over slaven in Indië. Ook was de informatie over de Portugezen in de kolonie goed om te lezen, gezien mijn gedeeltelijke Portugese afkomst. De foto’s in dit naslagwerk zijn werkelijk prachtig, als je niet van lezen houdt, kun je altijd nog ‘plaatjes kijken’.

Alinea uit Uit Indie geboren

De zin ‘De meeste steden bestonden voor ongeveer 60 procent uit slaven’ vond ik schokkend. (Alinea uit Uit in Indië geboren).

De Njai
Meer over de Indische geschiedenis, en met name de positie van de vrouw in Indië, leerde ik van De Njai van Reggy Baay. Het boek beschrijft het verhaal van de njai: de Indonesische, Chinese of Japane vrouw met wie blanke mannen samenwoonden en kinderen kregen. Dit boek was voor mij een eye opener, het verklaarde die eenzame voornaam, zonder achternaam, in onze stamboom. Ze zou onze oermoeder kunnen zijn.

De Njai

Bladzijde 82 uit De NjaiUit de tekst hierboven uit De njai (blz 82), wordt duidelijk wat de positie van de njai was. In het boek van Baay zijn, naast zijn eigen familieverhaal, veel historische gegevens gebruikt. Heb je moeite met het lezen van geschiedenis verhalen, toch gewoon doorlezen, want het levert een schat aan informatie op over het Indische verleden (de informatie die je zocht, weet je nog?).

Goed, als je deze twee boeken heb gelezen, dan ben je al een heel veel te weten gekomen over het hoe en waarom van de Indischen.

Fat man in Nagasaki
Nog niet zo lang geleden heb ik ontdekt dat mijn opa als krijgsgevangene in het Japanse Fukuoka heeft gezeten. Het boek Fat man in Nagasaki (1980) van Dr. J. Stellingwerff beschrijft het verbazingwekkende verhaal van kamp Fukuoka 14 vlakbij Nagasaki (de stad waar de eerste atoombom is gevallen).

Fat man in Nagasaki

Wederom las ik met betraande ogen over de Indische geschiedenis, tegelijk was ik blij dat ik dit stukje geschiedenis te weten was gekomen. Het gaf me meer inzicht wat mijn opa heeft moeten doorstaan in het kamp, hoe hij is bevrijd en via de Filipijnen weer naar Indië is gebracht.

Lijst van overledenen Fukuoka 2

Deel van een lijst van Nederlandse overledenen van kamp Fukuoka 2 (blz 150 Fat man in Nagasaki), het kamp dat mijn opa heeft overleefd.

De Indische naoorlogse generatie
Het laatste boek dat ik wil noemen, is De Indische naoorlogse generatie van F.A. Begemann. Deze uitgave uit 2002 van Stichting Pelita en ZorgOnderzoek Nederland gaf mijn inzicht in de aanwezige trauma’s onder de naoorlogse generatie en de gevolgen hiervan voor het gezin.

De Indische naoorlogse generatie

Bovenstaand lijstje zijn voor mij de boeken, waarvan ik het meest heb geleerd. Misschien behoren ze niet tot jouw favoriete boeken top-10, echt gezellige boeken zijn het niet, maar de inhoud is erg leerzaam.

Zorg zelf voor overdracht
Ik kom weer terug op de excuses van het begin van het artikel, ‘Mij is niks verteld’. Dat de overdracht binnen jouw familie misschien niet is gegaan zoals je het wenste, dat is jammer, maar daar zullen vast redenen voor zijn. Mijn advies is: Bekijk, lees en eet, zou ik bijna willen zeggen, alle informatie met betrekking tot de Indische cultuur die je kunt vinden. Met jouw opgedane kennis, kun je straks zelf zorgen voor die overdracht die je zelf zo hebt gemist. Aan jou kan het dan niet meer liggen.

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

De favoriete boeken op een rijtje:
Uit Indië geboren, vier eeuwen familiegeschiedenis. Wim Willems, Remco Raben, Edy Seriese, Liane van der Linden en Ulbe Bosman. Waanders Uitgevers, Zwolle.

De njai, het concubinaat in Nederlands-Indië. Reggie Baay. Athenaeum-Polak & Van Gennnip.

Fat man in Nagasaki, Nederlandse krijgsgevangenen verleefden de atoombom. Dr. J. Stellingwerff. Uitgeverij T. Wever B.V.Franeker

De Indische naoorlogse generatie, herinnering, verhalen en analyse. F.A. Begemann. Uitgegeven door Stichting Pelita, ZorgOnderzoek Nederland.

 

Binnenkort deel 2 van mijn favoriete Indische boekenlijst!

De sapu lidi móest mee

Bijdrage van Sabina de Rozario

Mijn verbazing over de sapu lidi, de handbezem meegenomen uit Indië naar Nederland, beschreef ik in april 2014: (klik hier voor het hele artikel)

Voor de migratie naar Nederland, werden alleen de belangrijkste spullen ingepakt, zo stel ik me voor. Het gezin van mijn vader vertrok  naar het nieuwe onbekende land in de jaren ’60 per vliegtuig, waardoor het aantal kilo’s per persoon zeer beperkt moet zijn geweest. En toch is die sapu lidi, verbazend genoeg, in de koffer gegaan.

Niet alleen bij mijn oma, ook bij andere Indische gezinnen zag ik een sapu lidi in huis staan. Ik kan nu niet meer achterhalen waarom oma de sapu lidi heeft meegenomen. Wilde ze direct bij aankomst haar nieuwe onderkomen schoonvegen? Of dacht ze dat ze in Nederland geen bezem kon kopen?

Sapu lidi tikar
Eindelijk een antwoord
Het antwoord waarom de sapu lidi is meegenomen naar Nederland, heb ik onlangs in Jakarta gekregen. ,,Eindelijk”, dacht ik en eigenlijk is het een logisch antwoord. Tante Martha, waar ik logeer tijdens mijn verblijf in de hoofdstad, vertelt me over bepaalde Indische gewoontes als men verhuist. Want daarmee heeft het te maken en niet omdat men dacht dat in Nederland geen bezems voorradig waren.

Ze hoort met interesse het verhaal over mijn ervaring met de bezem waar ik niet mocht aankomen. De ‘roe van Zwarte Piet’ had echter zo’n aantrekkingskracht op me als kind dat ik toch het risico nam. Dan maar een boze oma.
Voordat ik het antwoord geef, wil ik eerst iets over tante Martha vertellen: Ze is geboren in 1948 en is als Indo-Europeaan niet naar Nederland verhuisd, maar altijd in Indonesië blijven wonen. Ze heeft discriminatie en gevaarlijke tijden ervaren, maar heeft zich altijd staande weten te houden in de roerige tijden die Indonesië heeft gekend.

Sapu lidi, tikar en bantal
En dan hier de reden waarom de sapu lidi zo belangrijk is voor Indischen, in dit geval mijn oma, dat deze helemaal vanuit Indië naar Nederland is meegenomen.
Tante Martha vertelt dat als zij weer eens van huis verkaste (iets wat ze heel vaak heeft moeten doen), altijd een sapu lidi, bantal (hoofdkussen) en een tikar (mat om te zitten of slapen) vanuit het oude naar het nieuwe huis meenam. Het is een Indische gewoonte om dit te doen en dus deed mijn oma dit ook toen ze naar Nederland vertrok. Een nieuw huis moet worden ontdaan van stof en nog belangrijker, van ongewenste geesten. De vaste plek van een sapu lidi is vaak in de hoek van de woonkamer, om de slechte geesten buiten de deur te houden. En zie hier, het antwoord op mijn vraag omtrent de sapu lidi.

Sapu lidi, tikar en bantal
Nu begrijp ik eindelijk waarom de sapu lidi zo belangrijk is geweest voor Indische gezinnen, de sapu lidi is meer dan een bezem, het is een onderdeel van de cultuur. Voor mij is het voorwerp een van de eerste associaties die ik had met Indië. Ik ben heel blij met het antwoord dat ik heb gekregen, mijn vermoeden dat de sapu lidi meer was dan een eenvoudig voorwerp lijkt hiermee te kloppen.
Tante Martha heeft me nog meer verteld over de tijd in Indië. Geboren en getogen in Surabaya bevond ze zich temidden van het geweld tijdens de Onafhankelijkheidstrijd waarbij veel slachtoffers zijn gevallen. Deze verhalen komen een volgende keer aanbod.

 

Dit is een bijdrage van Sabina.

Rebloggen van dit artikel mag, mits met de juiste bronvermelding op de website. Plaats geen eigen beeld bij de link. Plaats niet enkel delen uit het artikel. Denk aan de journalistieke etiquetten!

Indische identiteit met diepgang

Bijdrage van Evert Mutter

Het project Tussen twee generaties is een emailwisseling tussen een 2e en een 3e generatie Indo over Indisch-zijn. Lees hier het antwoord van Evert op de laatste post (9 sept) van Sabina met de titel ‘De 3e generatie is zeker Indisch.’ Klik op de titel om haar artikel te lezen.

Beste Sabina,

Ik heb met meer dan normale belangstelling jouw blog ‘De 3e generatie is zeker Indisch’, gelezen. Ik beschouw het een beetje als een hartenkreet. De ongefundeerde opmerking van die oudere Indische dame dat jij, als derde generatie een blanda zou zijn, raakt je meer dan je wil doen voorkomen. En ik kan me dat heel erg goed voorstellen. Nogmaals de opmerking van die mevrouw was erg ongenuanceerd.

Een gevoel dat je woordloos kunt delen
Ik wil als vertegenwoordiger van de tweede generatie, nog geboren en deels getogen in Indië, mijn visie geven. Zoals je weet ben ik nog dagelijks bezig met de geschiedenis van de oude kolonie en met het de vraag wat dat ‘Indisch’ nou eigenlijk is. In andere verhalen heb ik al eens aangegeven dat het begrip vrij complex is en dat er nauwelijks een wetenschappelijk definitie voor is te formuleren. Misschien moeten we het houden bij de diffuse constatering dat ‘Indisch een gevoel is dat je woordloos met de andere kunt delen, die de dezelfde herkomst heeft.’ Een wetenschapper zou met zo’n constatering natuurlijk geen steek verder komen. Maar in de context van deze blogs zullen het er toch mee moeten doen.

Benaderen en meten van Indisch-zijn
Wat mij betreft kan je dat Indisch zijn op verschillende manieren benaderen. In de eerste plaats, en dat is redelijk meetbaar, ben je Indisch als een van je ouders of voorouders van Indonesische oorsprong is. Het Indisch-zijn is dan gewoon genetisch bepaald. Bij vele Indo’s is het zo dat een van de ouders of grootouders al van gemengd bloed is. Ondanks het feit dat het percentage van Indonesische genen dus sterk kan variëren, voelen de Indo’s die nog in Indië geboren en getogen zijn, zich nog steeds echt Indisch.

Na de noodgedwongen vestiging van vrijwel alle Indo’s in Nederland ontstaat er een derde generatie Indo’s die in Nederland geboren en getogen is. Van deze groep kunnen de beide ouders Indisch zijn of van gemengd Indische/Hollandse oorsprong. Blijkbaar stellen velen zich de vraag of deze derde generatie nog als Indisch kan of mag worden aangemerkt. Nogmaals als een van de ouders of beide ouders van Indische origine zijn, zijn deze nakomelingen dus Indisch. Verder is het echter afhankelijk van hun omgeving en hun persoonlijkheid in welke mate zij zich bewust zijn van die specifieke Indische identiteit. Hebben ze van hun ouders in de opvoeding het een en ander meegekregen? En zelfs als dat het geval zou zijn, hebben ze daar als individu iets mee gedaan?

Indisch-zijn is meer dan soto ayam
Ik lees wel eens interviews met derde generatie Indo’s in de Moesson die tot de (semi) BN-ers horen. Velen van deze groep ontlenen hun Indische identiteit uitsluitend aan hun meer dan gemiddelde bekendheid met de Indische keuken. Niet beseffend dat het Indisch zijn schier oneindig veel meer is dan weten wat soto ayam is. Kortom hun Indische identiteit heeft de diepgang van een oud Hollands dubbeltje. Wat mij betreft zijn dit genetisch gezien Indo’s maar qua identiteit is de term Indisch nauwelijks van toepassing.

Maar gelukkig zijn er ook Indo’s van de derde generatie, dus in Nederland geboren en getogen, die van huis uit die Indische identiteit met de paplepel ingegoten hebben gekregen en die er ook bewust iets mee gedaan hebben. Die zich verdiept hebben in de oorsprong van die identiteit. Die interesse tonen in de gebruiken, de tradities, de opvattingen etc. van de Indo. Die trachten zich te verdiepen in het gevoelsleven van die typische mesties. Om de zaak nog complexer te maken zou je dezelfde vragen kunnen stellen over de derde generatie Indo’s van de mensen die in de jaren 50 geëmigreerd zij naar, voornamelijk, de VS. Maar misschien kunnen anderen daarover uitweiden.

Nog een slot opmerking. Vele blanda’s, wier families generaties lang in Indië gewoond en geleefd hebben, maar die zich nooit vermengd hebben met de inheemse bevolking, noemen zich tegenwoordig ook graag ‘Indisch’. Ik wens die term echter slechts te reserveren voor de groep die van gemengd bloed is. De blanda’s uit Indië noem ik Indischgasten. Net zoals de peranakan Chinezen, zich ook consequent zo noemen en zich dus niet Indisch noemen.

Je bent op en top Indo
En dan echt tenslotte. Die Indische mevrouw die jou dus een blanda noemde, heeft in tweeërlei zin ongelijk. Je bent immers dochter van een Indische vader en je hebt je meer dan verdiept in de Indische identiteit. Je bent wat mij betreft op en top Indo, in meer dan een opzicht. En ik denk dat jij, net als ik trouwens, dat Indisch-zijn koestert en er trots op bent.

Evert Mutter