Generasi Ketiga

Indischen in Indonesie: Niet altijd Indisch

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario.
29 juni 2017.

Het is al een tijdje geleden dat ik via de Facebookpagina van Door Blauwe Ogen een speciale  oproep heb geplaats, een enkele lezer weet het misschien nog. In 2015 was ik op zoek naar jonge Indischen die zijn geboren en getogen in Indonesië.

Oproep 3e generatie Indos

Screenshot van Facebook pagina Door Blauwe Ogen

Volledig Indonesisch
Het artikel onder de oproep (zie foto) gaat over Alfons, een derde generatie Indische geboren in Indonesië. Hij voelt zich Indisch, omdat hij met verschillende Indische of Europese waarden en normen is groot gebracht (lees hier het hele artikel). Na Alfons heb ik meer personen gevonden met deze gemengde achtergrond, maar zij hebben niet de ervaring zich Indisch te noemen of voelen, zelfs niet een beetje.
Zij voelen zich volledig Indonesisch en niet Indisch of gemengd en daarmee houdt het gesprek min of meer op. Pogingen van mijn kant ‘dat het ook deel is van hun geschiedenis’ of dat ‘het belangrijk is te weten waar je vandaan komt’ ten spijt.

Generasi Ketiga
Uiteraard staak ik niet met mijn zoektoch naar Indischen uit Indonesië voor mijn project ‘Generasi Ketiga’, de lezer kan nog  altijd mailen indien zij iemand kennen die hierover wilt vertellen.

Ik vind het erg interessant om te onderzoeken waarom de betreffende groep zich niet Indisch noemt, want ze zijn het ergens wel. Om een vergelijking te maken met jonge Indischen in Nederland, ook al is een opa en oma (of ouders daarvan) voor een klein deel gemengd bloedig, dan noemen ze zich, met trots, Indisch. Dit is vaak in Indonesië niet zo, uitzonderingen zoals Alfons daar gelaten.

Weinig interesse in gemengdheid
Een ander aspect over gemengd bloedigen, Europees met Indisch/Indonesisch of Indonesisch met een andere nationaliteit, is dat men zich hiervoor in Indonesië nauwelijks interesseert. Onlangs liet ik een Balinese dame het boek Door blauwe ogen, portretten van de derde generatie Indischen in Nederland, zien. Daarnaast legde ik het boek Blasteran van Anita Taylor, 140 fotoportretten van gemengde Indonesiërs (lees hier meer over dit boek). De reactie was opmerkelijk, of eigenlijk de reactie die uitbleef. Ze haalde lichtjes haar schouders op, ze zag de noodzaak van beide boeken niet in. En die reactie heb ik vaker meegemaakt, niet alleen in Indonesie, maar óók in Nederland.

Blasteran girls on chair

Portretten uit het boek Blasteran. Photocredits: A.Taylor

Exotische naam en donker haar
Mensen zonder gemengde afkomst, zoals deze Balinese dame, zijn zich vaak niet bewust van de complexiteit van gemengde wortels en doen boeken, documentaries of films over dit onderwerp af als oninteressant of zelfs overbodig. Ik snap deze reactie, want ‘we zijn ten slotte allemaal mens en dus allemaal hetzelfde.’

Maar als de omgeving keer op keer vraagt hoe je komt aan die exotische naam, dat donkere haar of de voorkeur hebt voor bijvoorbeeld Indisch eten, dan wordt je gedwongen om hier een voor hen gewenst antwoord op te geven. Namelijk dat je gemengd bloedig bent en, als je dat wilt, hier ook nog trots op bent.

Kleine maar belangrijke groep
De doelgroep waarvoor ik schrijf, de lezers van deze website, Indisch of niet, oud of jong, ik ben me ervan bewust dat het, in marketingtermen, een niche markt is. Weinig zullen echt in dit onderwerp zijn geïnteresseerd, als men al van lezen houdt. Maar ik blijf toch doorgaan met onderzoeken en hierover schrijven, omdat het de overdracht naar de volgende generaties zou kunnen helpen.

Een overdracht van herinneringen, ervaringen en waarden en normen als onderdeel van de Indische cultuur die langzaam van het toneel dreigen te verdwijnen. En dat is wat we als Indische gemeenschap niet wensen, lijkt me.

Om terug te komen op de desinteresse van mensen in de Indische nazaten, geschiedenis en cultuur, dit hoeft niet van belang te zijn. Als de Indische gemeenschap hiervoor maar interesse blijft houden. Dan is er in iedergeval een goed begin voor een goede overdracht binnen de eigen groep.

Mocht je dit een interessant onderwerp vinden, volgende keer ga ik dieper in op uiterlijke kenmerken en opportunisme in relatie tot afkomst.

Wil je reageren, dat kan onder dit artikel door op de button ‘Plaats een reactie’ te klikken.

Advertenties

Door Blauwe Ogen onderzoekt verder

Dit is een bijdrage van Sabina de Rozario

Het laatste boek is verkocht vorige week. Het markeert een einde van mijn project waarmee ik mijn best heb gedaan om te laten zien hoe Indische nazaten zich voelen over het Indisch-zijn.

Collage DBO

Hier een aantal pagina’s uit het boek waarin de jonge Indischen zich uitspreekt over de Indische wortels. Van serieuze onderwerpen, de Herdenking, tot grappige Indischegebruiken zoals de botol tjebok.

Door Blauwe Ogen blijft onderzoeken
De boeken zijn op, maar dat wil niet zeggen dat Door Blauwe Ogen ophoudt. Sterker nog, Door Blauwe Ogen doet dat al een tijdje online.

Nieuwe groep
De tientallen Indische jongeren van de derde generatie die ik toen heb mogen interviewen waren allen op hun eigen manier interessant, aandoenlijk en vooral eerlijk. Nu is er een andere groep binnen deze generatie aan de beurt.

Collage DBO 2

Een tijdje geleden ben ik begonnen met het zoeken naar Indische nazaten die Indië nooit hebben verlaten. Voor degene die het niet weten, er zijn duizenden Indische mensen die niet op de boot naar Nederland konden of wilden stappen.

Generasi Ketiga
Door Blauwe Ogen blijft met name geïnteresseerd in de derde generatie, maar verplaatst de focus naar een andere locatie, namelijk Indonesië. Lees hier het eerste interview met een telg van de Generasi Ketiga.

Binnenkort hoop ik meer interviews van dit project te publiceren. En wie weet wordt het wel weer een boek. Wordt vervolgd!

‘Als een kind van de kolonie’

Bijdrage van Sabina de Rozario

Zon, strand, cultuur en heerlijk eten. Dit is zo’n beetje een vakantie naar Indonesië in een notendop. Of is het meer en kan een reis naar het geboorteland van de voorouders de gevoelens aardig in de war brengen?

Bovenstaande vraag houd me nog altijd bezig. Een vraag die past in het rijtje: Indonesië, Indische roots, identiteit, bewustzijn. En laten dat net de onderwerpen zijn waar Door blauwe ogen zich meebezighoudt. Ik maak een rondje bij een aantal jonge Indischen en vraag naar hun bezoek aan Indonesië.

Met eigen ogen
In afwachting van de antwoorden die ik per mail hoop binnen te krijgen, ga ik bij  mezelf te rade. Hoe ervaarde ik mijn eerste bezoek aan Indonesië? Ik kan stellen dat de vakantie naar het ‘vaderland’ grote impact op mij heeft gehad. De puzzlestukjes vielen tijdens deze reis voor mij in elkaar.
Met eigen ogen zien hoe de geboortegrond van mijn vader eruit zag, maakte me meer bewust van waar hij vandaan komt: het klimaat, de samenleving, de geuren en kleuren.
Ik kende Indië uit de verhalen, door er zelf rond te lopen werd het duidelijker voor me. Ik kreeg ook meer inzicht in hoe mijn familie moest hebben geleefd, hoe hun omgeving eruit zag en waarom ze vaak korte antwoorden geven. Zoals antwoorden met slechts ‘al’ in plaats van een hele zin. Iedereen bleek dat te doen in Indonesië, ‘sudah’.

In Toraja 1995 kl

Foto genomen tijdens mijn tweede vakantie in Indonesië. Toraja 1996.

Ik denk nog even door: Kan een vakantie aan het geboorteland van (een van) de ouders of grootouders, het Indische gevoel bij een persoon bevestigen? En kan het bezoek het bewustzijn van de Indische identiteit aanwakkeren? Allebei serieuze vragen waaraan je misschien niet denkt voor vertrek.

Kind van de kolonie
Ferdinand antwoordt hierop: ,,Ik voelde me als een vis in het water toen ik in Indonesië was. Ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van mijn vader ben ik samen met hem naar Java gegaan. We hebben daar de familie en het ouderlijk huis bezocht. En ja, ik voelde me er Indisch, als een kind van de kolonie.” Als laatste voegt hij toe: ,,Tijdens mijn bezoek aan Indonesië merkte ik dat de Indische cultuur daar niet meer bestaat.”

En hierin moet ik Ferdinand gelijk geven, het Indische is bijna niet meer zichtbaar in het straatbeeld van Indonesië. Een paar gebouwen uit de tijd van de kolonie, wat Nederlandse naamborden hier en daar, maar dan houdt het wel op. Opvallend genoeg, vond ik mijn Indische vader erg passen in het Indonesië van nu. Hoe hij met de mensen sprak, grappen maakte en rondliep alsof hij nooit anders had gedaan. Hij had het zichtbaar naar zijn zin.

Niet anders
Maar er is ook een ander geluid dat mij bereikt. Zo schrijft Peggy over haar Indonesië-ervaring: ,,Ik kan niet echt zeggen dat ik me anders voel wat betreft mijn Indisch-zijn. Ik vond het er mooi en voelde me wel verbonden met hun manier van leven.”

Nathalie heeft een mening zoals vele van haar derde generatiegenoten. Zo valt bij haar ook ‘alles op z’n plek’ en voelt ze zich ‘meteen thuis’ in Indonesië. Als enige geinterviewde noemt zij haar uiterlijk, dat is namelijk hetzelfde als de Indonesiërs: ,,Groningen, waar ik woonde, was in die tijd nog erg licht. In Indonesië viel ik qua gezicht niet op,” verduidelijkt ze. Ook herkent zij de humor, gebruiken en waarden en normen van huis uit.

Huilend naar huis
Helaas komt aan een vakantie altijd een einde en wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Voor sommigen valt het niet mee.
Nathalie: ,,Eenmaal in het vliegtuig onderweg naar Nederland heb ik uren gehuild. Ik wilde niet meer naar huis. Terug in Nederland heb ik drie maanden nodig gehad om te acclimatiseren. Lang trok ik overal mijn schoenen uit, zelfs in de klas.”

Nathalie restaurant

De 11-jarige Nathalie (1988) met vakantie in Indonesie.

Eenmaal bezig aan dit artikel, vraag ik me af hoe het zit met degenen die nog nooit naar Indonesië zijn geweest. Wat zou voor hen een reden kunnen zijn om te gaan en wat verwachten ze van het land?

Gevoelsmatig
Ik besluit Herbert te mailen, want hij is nog niet in Indonesië geweest. Binnen vijf minuten komt zijn antwoord mijn mailbox binnen. Hij heeft er duidelijk al eens over nagedacht.
Herbert: ,,De reden voor mij is dat ik nieuwsgierig ben naar het land waar een gedeelte van mijn roots liggen. Mijn moeder, ze kwam op haar 21ste jaar naar Nederland, vertelt altijd vol trots over haar Indië en ik wil zelf ervaren welke impact een bezoek aan haar geboorteland op mij heeft en dan vooral gevoelsmatig.”

Als laatste vraag ik hem of hij bepaalde verwachtingen heeft. Herbert: ,,Ik verwacht een stuk herkenning aan te treffen van datgene wat ik van mijn moeder vanuit de verhalen heb meegekregen. Tegelijkertijd verwacht ik een land aan te treffen dat compleet anders is dan de periode van voor de dekolonisatie. Mijn moeder zegt eigenlijk altijd dat ‘haar’ land niet meer bestaat, dat was namelijk Indië.”

Ontdekken
En dat hoor ik vaker, de zin die niet anders dan met weemoed kan worden uitgesproken: ‘Indië is niet meer’. Toch heeft het nieuwe Indonesië een grote aantrekkingskracht op Indische jongeren. Wat je er kunt vinden en wat het gevoelsmatig teweeg kan brengen, is per individu verschillend. Mocht je nog niet zijn geweest, wellicht is het een idee om dat eens uit te vinden? En zelfs al heb je meerdere keren Indonesië bezocht, volgens mij valt er er elke keer wel iets te ontdekken van het land, over jouw achtergrond en familie.

Meer over dit onderwerp kun je lezen in het artikel Geboortegrond in een fles, gebaseerd op interviews uit het boek Door blauwe ogen.

Dit is een bijdrage van Sabina.

Generasi ketiga: ‘Maak ons beroemd’

Bijdrage Sabina de Rozario

Noemen de kinderen en kleinkinderen van de Indischen die in Indonesië zijn blijven wonen zich ook Indisch? Om antwoord te krijgen op mijn vraag besluit ik op zoek te gaan naar Indo’s van de derde generatie, die zijn geboren en getogen in Indonesië. Nu wonen er op Bali niet veel Indischen, of nazaten hiervan, daarvoor kan ik beter op Java gaan zoeken. Gelukkig heb ik snel ‘beet’.

Zo ontmoet ik Alfons. Hij is lang, heeft een redelijk lichte huidskleur, is begin 30, geboren in Solo en heeft een Indische vader en een Indonesische moeder. Tijdens ons gesprek hoop ik erachter te komen wat wij, beiden van de derde generatie, gemeen hebben, ondanks dat zijn wieg in Indonesië stond en die van mij in Nederland. Hij oogt als een Indische jongen vanwege zijn verschijning. Gevoelsmatig zou hij Nederlands moeten spreken, maar dat doet hij uiteraard niet. We vervolgen het gesprek in het Engels.

Nederlandse oma
Alfons vertelt dat hij Javaans is, maar met Nederlands bloed in zijn aderen. Hij behoort tot de ‘generasi ketiga’, de derde generatie van nazaten van de Indischen, sinds de afhankelijkheid van Indonesië. Zijn Nederlandse oma heeft hem op vroege leeftijd geleerd over de gemengde Nederlands Indische cultuur, maar op de vraag wat dit inhoudt, blijft Alfons mij het antwoord schuldig. En misschien geldt dat voor mij ook wel, want met hoeveel moeite beschrijf ik de Indische cultuur? En daar sta ik niet alleen in, ook binnen de Indische gemeenschap in Nederland zorgt het onderwerp ‘Wat is Indisch’ nu nog voor voldoende discussie.

Alfons (links) met zijn broertje en neefje en nichtjes eind jaren '80

Alfons (links) met zijn broertje en neefje en nichtjes

Mikpunt
Als ‘generasi ketiga’ is Alfons veel gepest. Door zijn blonde haar, was hij het mikpunt van de buurt, elke dag werden hij en zijn broertje nageroepen. Zelfs leraren op school vonden het nodig om hem vanwege zijn uiterlijk achter te stellen. Het resultaat hiervan is dat Alfons een hekel krijgt aan zijn Indische afkomst. Hij wenste in die tijd dat hij volledig Indonesisch was. Jaren later, wanneer hij verhuist naar Bali, verandert zijn gevoel. In zijn functie als manager van een hotel, reageren toeristen positief op zijn afwijkende verschijning, wat een weerslag heeft op de tevredenheid van zijn superieuren.

Alfons voor zijn huis (2012)

Alfons op zijn stoepje van zijn huis

Tot nu toe heb ik teleurstellend weinig raakvlakken met Alfons, wellicht omdat mijn verwachtingen hoog waren. Delen we dan slechts de gemengde genen van Europese met Aziatische afkomst? Zijn slechte ervaringen met leraren en buren in ieder geval niet.
Wat we beiden zeker gemeen hebben, is  onze gedrevenheid voor onze afkomst. We zijn trots op de Indische roots en manifesteren onszelf als Indo’s van de derde generatie. Allebei zijn we op zoek naar onze Indische identiteit met de bijbehorende drang naar erkenning voor de Indischen. Hij in Indonesië, ik in Nederland.

‘Maak ons beroemd’
Bij het weggaan geeft hij een hand en drukt me op het hart dat hij dit interview heel belangrijk vindt. Niet alleen voor hem, maar voor al onze leeftijdsgenoten van de ‘generasi ketiga.’ Terwijl hij wegloopt met een niet Indonesische tred, schrijf ik in mijn schrift de laatste woorden van het interview op. Met deze zinnen dringt zijn passie voor zijn afkomst pas echt tot me door: ,,Alsjeblieft, maak onze generatie beroemd. Ik wil dat iederéén in Indonesië komt te weten over onze Indische roots.”

Dit is een bijdrage van Sabina

Noot van de auteur: Dit artikel is een samenvatting van het interview met Alfons uit 2012, dat later in zijn geheel zal worden gepubliceerd.